RSS

Categorie archief: onderwijs

Angst

Waar komt de werklustethiek vandaan? Waarom moet er zo nodig zo intensief, zo verpletterd worden gewerkt en geconsumeerd om weer te werken en meer te werken?
De geest van het kapitalisme (volgens Max Scheler) is de angst. Angst voor het onzekere, angst dat niet alles in de wereld onder controle is ten gunste van wat in de toekomst met het zelfzuchtige zelf zal gebeuren. Daarom moeten mensen onder autoritaire dwang (een arbeidsmoraal; een systeem dat inkomen enkel garandeert mits er ook gewerkt wordt) gehandeld worden i.p.v. bv. te denken, te reflecteren. Diepe angst en ook grenzeloze vrees voor het onzekere. Vandaar dus de blinde gehoorzaamheid aan de arbeidsmoraal en het niets ontziende competitieve handelen dat leidt tot het zelfzuchtige ik dat zich gerechtvaardigd weet in een samenleving met anderen die ook trouw moeten zijn aan de arbeidsmoraal en -wanneer die anderen niet voldoende opbrengen- deze zal uitschakelen, terzijde schuiven, ontslaan, negeren.
Vandaar ook de onverbiddelijke houding van de conservatieve liberals (à la NVA) die genotsmiddelen afdoen als verdovende middelen. Verdovend in de betekenis van: niet langer in staat zijn om hard te werken. Vandaar ook het aanvaarden van sociaal alcoholgebruik omdat de impact hiervan veel kleiner is op de hersenen. En daarom ook de dagelijkse portie (ja, pijnig uzelf even om naar zenders als één, VTM en Vier te kijken met producten van eigen bodem, zoals Komen Eten) waar constant alcohol genuttigd wordt en dit in combinatie met een moraal die gebaseerd is op een schuldgevoel dat met trots overwonnen wordt. Wie drinkt in tv-series of wie grappen maakt over drinken, toont dat hij er in geslaagd is de arbeidsethiek te overwinnen. En zal rond zich heel veel medeplichtigen vinden. Want velen zien genot als einddoel voor al dat gezwoeg. Daar ligt de grens van een Vlaamse samenleving die nog altijd onderhuids baadt in een aflaten-politiek. Wie echter zijn hersenen intenser laat beïnvloeden (door opium, wiet, lsd, mushrooms…) plaatst zich buiten de heimelijke cirkel van knipogende zondaars en begint zich vragen te stellen over het nut van een arbeidsmoraal en een samenleving uitsluitend gebaseerd op reciprociteit, te weten als gij zoveel uren werkt, krijgt ge in ruil een inkomen. Een samenleving die jonge mensen wenst te kneden. Op hun 6e moeten ze ophouden rond te rennen als kleuter maar dienen ze stil te zitten en vanaf dan worden hun hersenen volgepeperd met zogenaamde kennis. Een schools proces dat uiteindelijk zal culmineren in bacheloropleidingen waarbij ze skills aangeleerd krijgen die hen in staat zullen stellen quasi naadloos functioneel mee te draaien in het economisch bestel. Ondernemers worden vandaag bevraagd opdat de opleidingen technisch en inhoudelijk aangepast zouden worden. Maar nergens is er nog een instantie die zich de vraag stelt of de noden van dit economisch bestel wel wenselijk zijn; laat staan dat men onderwijs ziet als een persoonlijkheidsbildung.
De joint mag dan sociaal doorgegeven worden, de inhaleerder plaatst zich onmiddellijk in de taboezone omdat hij het risico loopt zich te openen voor inzichten die niet stroken met de geldende arbeidsmoraal. Wie de achilleshiel blootlegt van een samenleving, zal geconfronteerd worden met banvloeken, verbodsbepalingen en uiteindelijk repressie.
Wie in navolging van Kropotkins gift economy, een coöperatief handelen met als basis de asymmetrie voorstelt, zal asap het etiket ‘verdediger van profitariaat’ opgekleefd krijgen.
Het liberalisme van de NVA is een “vrij-zijn-van”-liberalisme. Wie de moraal aanvaardt, en voldoende inkomen heeft, kan zich bij momenten onttrekken van de maatschappelijke plichten en in een vrijzone een gevoel van autonomie bekomen waarbij naar hartenlust geconsumeerd kan worden. Echter, wat gedaan met de “vrijheid-tot-de-ander”? Vrij zijn betekent beseffen dat men onvrij is, o.a. door een opgelegde moraal. Vrij zijn tot zichzelf behelst het inzicht in eigen beperkingen. Daardoor kan men makkelijker het conflict met de ander aangaan, want die ander worstelt evenzeer met onvrijheden. Uiteindelijk is de “vrijheid-tot” een opstap naar mutuele verstandhouding, naar een levensmodel waarbij zoveel mogelijk vrijheden aan mekaar geschonken worden. Pas dan is er sprake van oprechte achting voor de ander.
Xenos staat in het Oudgrieks zowel voor vreemdeling als voor gastvriend, genoot. Zeus, de Griekse oppergod, is de beschermer van de zwervers. Hij is steun voor wie hulpeloos is en de patroon van de vreemdeling die om gastvrijheid verzoekt. Hij straft wie in zijn hoogmode, geringschatting of onachtzaamheid de vreemdeling het onderdak en het gastmaal weigert.
De vreemdeling in het Vlaanderen anno 2015 is zowel de islamitische asielzoekers, de economisch vluchteling als de volbloed Vlaming die zich onttrekken wil aan de werklustethiek. Ze worden bekeken als een gevaar. Ze boezemen vrees in. Ze moetend an ook zo weinig mogelijk zichzelf kunnen zijn en zich asap aanpassen. Of oprotten.
De vrees voor een islamisering van sommige wijken en de wens zich niet te willen aanpassen aan halal-verzuchtingen is terecht. De beste manier om de vreemdeling te laïciseren en europeaniseren is hem mee aan tafel te nemen, als genoot. En hem zo te beïnvloeden. En alras zal hij veel meer blijken te zijn dan dat ene etiketje waarmee hij in een verdomdhoekje gedrukt wordt. Zo ook zal men door dialoog en respect de waarde van zij die zich aan de ratrace willen ontrokken, kunnen begrijpen. En wellicht leren appreciëren. De angst om zelf niet te willen veranderen en zich vast te klampen aan de moraal van een meerderheid, is de oorzaak van intolerantie. Ondergedompeld worden in een dialoog met het andere is de beste, en goedkoopste therapie om die angst te overwinnen. Strenge regels uitvaardigen en zondebokken creëren is een andere manier. Daarmee voedt men echter ongenoegen en het conflictmodel.
Misschien is het tijd om de roman “Kaputt” van Curzio Malaparte (zich afspelend in de tweede wereldoorlog) opnieuw te lezen. Met ditmaal in het achterhoofd dat “de Duitsers” vervangen dienen te worden door fanatiekelingen (gelovigen, rechtsnationalisten, populisten…).
“Is het waar dat de Duitsers zo verschrikkelijk wreed zijn?” “Hun wreedheid berust op angst, antwoordde ik. Ze zijn ziek van angst. Het is een “krankes Volk”.
En na een lange stilte vroeg hij me of het waar was dat de Duitsers zo bloeddorstig en vernielzuchtig waren. “Ze zijn bang” antwoordde ik. Ze zijn bang voor alles en iedereen, ze moorden en vernielen uit angst. Niet dat ze de dood vrezen: geen enkele Duitser, man, vrouw, grijsaard, noch kind vreest de dood. En ze zijn evenmin bang voor pijn. Maar ze zijn bang voor alles wat leeft, wat buiten hen leeft en ook voor alles wat van hen verschilt. De kwaal waaraan ze lijden is geheimzinnig. Ze zijn bovenal bang voor zwakke wezens, voor weerlozen, voor zieken, vrouwen en kinderen. Ze zijn bang voor ouderen van dagen. Hun angst heeft altijd een diep medelijden in mij opgewekt. Als Europa medelijden met hen had, zouden de Duitsers misschien van hun verschrikkelijke kwaal genezen.”

Advertenties
 
1 reactie

Geplaatst door op 20 september 2015 in cultuur, economie, maatschappij, onderwijs, politiek

 

Onderwijs en arbeidsmoraal

Verhoging van inschrijvingsgelden voor hoge scholen en uniefs? Neen want
1. Er is dan nog meer dan nu sprake van concurrentievervalsing. Immers: studenten van rijke komaf hoeven niet te werken om hun inschrijvingsgeld te betalen. Dus kunnen zij zich 100% inzetten voor hun studies en maken dus meer kans op slagen en eventueel hogere scores wat soms belangrijk is (eerder aangenomen door werkgever, eerst op lijst voor doctoraatbeurs).
2. Ik ken studenten die elke dag voor hun studies moeten werken (lezen, taken maken, tussentijdse tests voorbereiden). Zij ontspannen zich enkel zaterdagavond. Voor hen is een job erbij nemen tijdens schooljaar niet evident. Het zijn net die jongeren die iets minder bekwaam zijn en door zich hard in te spannen voor hun studies uiteindelijk slagen, die men zeker moet ontzien.
3. Dit is natuurlijk maar het begin. Morgen zegt men: het remgeld wordt verhoogd. U kunt dat niet betalen? Ga maar wat meer werken.
4. Het gaat dus ook om de moraal. Afgunst, de middenstander die vindt dat ie teveel moet werken, de belastingbetalende zakenman die vindt dat zijn geld onnuttig wordt aangewend: men vindt bij zichzelf wel een reden om anderen aan te porren harder te werken. Steeds opnieuw blijven de miljardairs buiten schot maar kijkt men naar zijn buur. De arbeidsmoraal die men oplegt bestaat natuurlijk in vele landen. En weten jullie wat uit een bevraging over levenskwaliteit in de westerse wereld, afgenomen op het sterfbed, als eerste quasi unaniem tevoorschijn kwam: ik heb er spijt van zoveel en zo hard te hebben gewerkt.
5. Ik ben die onzin beu van lieden die kakken op lesgevers en de schuld van zgn. kwaliteitsverlaging op de democratisering steken. De overgrote meerderheid docenten is bekwaam en legt de lat hoog. Neem even de Bolognanormen onder de loupe. Daar valt veel te verbeteren. Anderzijds helpt het enorm indien elke student zou weten hoe ie best stof tot zich neemt. Een individuele test kost 150euro. Doe dit in het secundair.
6. Besef ook dat jongeren vandaag opgroeien in een deels andere wereld dan 20 of 40 jaar geleden. (Ik weet het: empathie hebben is weinigen gegeven; een analyse maken vanuit een ander referentiekader dan het hunne is nog moeilijker). Jongeren ontwikkelen skills die nodig blijken maar waardoor andere skills wat ondersneeuwen. Hun neuronen worden minstens even intens om de proef gesteld. Zij dienen ook om te gaan met veel meer verleiding. Niet zij maar jij die nu zegt laat ze maar wat werken voor hun studie, hebt al die gadgets zoals smartphones gecreëerd; jij biedt goedkope vluchten aan; jij legt de norm wat kwaliteit betreft en pompt hen onderhuids in waaraan ze moeten voldoen willen ze geslaagd zijn in het leven. Chapeau dat zij desondanks nog tijd vinden aan zichzelf te werken, niet mistroostig worden over de ecologische en dra sociale en financiële warboel die jouw generatie achterlaat. Maar als echte katholiek opgevoede perverten peper je ze nog maar eens een arbeidsmoraal in en pers je ze als citroenen uit tussen hun 30ste en 50 ste. Ze zullen zelf moeten opdraaien voor de kosten van hun burnout.
Om dan op je sterfbed te beseffen dat het toch niet oké was? Mogen zij u lafaards noemen?

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 31 juli 2014 in ethiek, maatschappij, onderwijs

 

Alfanocide

Lettertjes in de soep kappen: daar krijg ik een paniekaanval van. In boeken staan ze lekker geordend en geredigeerd. In de soep vormen ze vluchtig een woord, worden uit mekaar getrokken, kleven zich naarstig aan een reeks andere letters vast, worden vervolgens wak als een Dali-uurwerk en gaan dan onherroepelijk als eenzaten het donkere gat van onze mond binnen: Alfanocide.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 6 juni 2013 in humor, onderwijs

 

Over intelligent design

Simon Vinkenoog, de betreurde dichter, omschreef de letters GOD als: geboorte, dood en tussenin orgasme. Het leven is een langgerekt orgasme. Meer moet dat niet zijn. Natuurlijk is het dat niet, het is eerder een tocht langs bergen en dalen, een krimpen en rekken, maar het maakt wel dat we bestaan, dus aanwezig zijn in dit universum. Wij zijn als soort getuige van een toevalligheid. En als individu zijn wij bovendien het zaadje dat het haalde en het eitje binnenkroop. In dat opzicht zijn wij stuk voor stuk kampioenen. Oké, voor sommigen ging het nadien bergaf. Maar de verwondering is er niet minder om.writers brain

En toch zijn er miljoenen, zelfs miljarden mensen die het niet zo zien. Die pas betekenis kunnen geven aan hun leven door een opperwezen te introduceren dat de aarde speciaal voor ons gemaakt heeft. En ons ook na de dood laten verder leven in en hemel. In de VS wordt in sommige staten zelfs gepleit om creationisme en een moderne variante, het intelligent design, in het onderwijs te doceren, i.p.v. de evolutietheorie.

Vanwaar die behoefte?

Waarom blijft anno 2013 het concept van bv. een Intelligent design en een God zo aantrekkelijk?

Heeft het verlichtingsdenken misschien gefaald? Ja. Maar daar kan het niet aan doen. Want wij zijn wezens die ons ook laten leiden door gevoelens. En gelukkig maar.

Wij nemen beslissingen niet enkel op basis van argumenten en logica, maar ook spelen steeds gevoelens en ervaringen mee, in onze hersenen. Gevoelens zoals onzekerheid, verlatingsangst, faalangst, angst om iets nieuw aan te vatten… kunnen de overhand nemen.

Maar er is ook het superioriteitsgevoel dat meespeelt. Wie de mensensoort ziet als de uitverkoren soort die door God hier geplaatst werd, zet zich op een verhoog, en blijkbaar voelen sommigen zich daar goed bij. Wie dat beeld probeert te ontkrachten, die is zelden welkom. Wie leeft met de gedachte dat een God over hem waakt, voelt zich geborgen. Dat onderuit halen is voor sommigen hen verplichten zonder reddingsboei om te gaan met problemen en gevoelens.

Leven met onjuiste mythes is makkelijker dan de wetenschap te volgen en om de haverklap te horen dat er nieuwe inzichten zijn, wat impliceert dat men oude ideeën naar de prullenmand moet verwijzen.

Bovendien lijkt wie in dit leven los komt te staan van God en zijn of haar eigen weg wil volgen,  arrogant. Neem nu een bever. Die is –volgens creationisten-  hier op aarde om bomen om te doen en daarom heeft hij scherpe tanden. En het beest leeft daarom in een harmonische situatie. Die redenering lijkt coherent en logisch te zijn. En dus zijn creationisten erg zelfzeker. En ze verwijten ons dat wij met onze intelligentie dingen doen waarvoor we niet voorbestemd waren. En ja, het moet gezegd: soms maken wij er een potje van.

Wij kunnen zelf amper een rietstengel met onze blote handen uit de grond rukken.  En in plaats van ons daar bij neer te leggen, zijn we onze intelligentie gaan gebruiken als een verlengstuk van bv. onze handen en onze spierkracht. Wij kunnen het aantal bomen dat een bever in zijn heel leven om knaagt, in 1 etmaal omdoen. En van die bomen maken wij geen dammen, maar bv. papier. En van de restanten van de stronken maken we houtskool. En met die houtskool schrijven we in koeien van letters op dat papier: “Stop de ontbossing”. Absurd. En meteen koren op de molen van de creationisten. Waarom bleven wij niet bij datgene waarvoor we voorbestemd waren. Als wij de bever in ons volgen, dan geeft dat een gevoel van rust.

Een ander element waar een geloof gevoelsmatig op inspeelt, is de drang naar perfectie. Mensen zijn verslaafd aan de schoonheid van perfectie. Bv. de schoonheid van een sluitende coherente theorie. We zijn bereid een theorie die op papier prachtig is, te geloven en alles wat er niet mee overeenkomt, af te doen als irrelevant. Het creationisme schotelt een verhaal voor dat correct is. Een moslim zal in de Koran alles vinden dat ie nodig heeft. Dus zoeken hoeft niet meer. Ook wetenschappers maken soms de fout vanuit een theorie alles te willen verklaren. Blijkbaar poneren wij graag een blauwdruk. Bv. een perfecte wereld. Godsdiensten plaatsen die buiten de aarde, na het leven, in een of andere Hemel. Ideologische stromingen zoals marxisme en liberalisme bouwen daar in wezen op verder maar plaatsen dat paradijs als doelstelling op aarde.student boerka

Het summum van gefantaseerde perfectie is het paradijs. De constructie van een paradijs is niets anders is dan het bespelen van onze melancholie. Het is een grote troost voor de perfecte wereld die niet bestaat, maar wel zou kunnen bestaan. En het houdt een harmonische wereld voor, zonder negatieve gevoelens.

Maar er is iets vreemd aan de hand met het paradijs. Het is er namelijk saai. Want het is Perfect, dus een grote status quo. Niets verandert. Vandaar dat je er maar beter niet te gedetailleerd over praat. En het allemaal wat mysterieus houdt. En misschien kan je het ook maar beter niet afbeelden. Want dan verdampt de illusie. Vandaar dat moslims weigeren om Allah af te beelden? En zo de illusie hoog kunnen houden.
Maar het paradijs is ook voor katholieken een plek waar je geen wellust of seks kan ervaren. Als je dat wel doet,  –kijk maar naar Adam en Eva- dan sjotten ze je buiten. Ik vind dat we dan ook vergevingsgezind moeten zijn in ons oordeel over de seksfeestjes van de kardinalen in het Vaticaan. Die kerels snappen eindelijk dat hen daarboven een hele saaie boel wacht.

do the smoke

Tegen dat gevoel van absolute zekerheid (wat de creationisten oproepen) ingaan met rationele argumenten en een deels onvolledig verhaal, wil zeggen dat men vraagt om een gevoel van zekerheid op te geven. En dat is niet makkelijk voor vele mensen. Je creëert daarmee de ontgoocheling van de zesjarige die zonder voorbereid te zijn, te horen krijgt dat Sinterklaas niet bestaat. Tegen beter weten in blijven heel wat volwassenen geloven.

Vandaag is er een variante manier waarop wij met het paradijs omgaan. N.l. via de soaps die elke avond door honderden miljoenen mensen bekeken worden. Wat is er kenmerkend aan soaps? Het gaat over tragedie, drama, conflicten. Geen enkel oorspronkelijk gezin dat wordt opgevoerd, is na een tijdje nog intact. Allemaal gaan de relaties kapot. Agressie, verdriet, haat, jaloezie: al die miljoenen kijkers houden er van. Niet in hun eigen leven, wel in dat van virtuele personages. Lijkt wel een beetje binnengluren in het leven van Adam en Eva; het virtuele paradijs….
Maar eigenlijk doen tv-soaps het tegenovergestelde van godsdienst. Godsdienst toont ons de weg naar het paradijs. TV-soaps tonen ons de hel, dat wat ge niet wilt meemaken, maar waar ge wel elke dag met veel plezier naar kijkt. De soapkijkers moeten zich toch eens bezinnen over dat licht sadistische trekje van henzelf. Het is mesjogge. Of is het een soort van therapie?

En dan heb je die andere die het Licht hebben gezien: de Vuurtorenwachters ofte de Getuigen van Jehova. Neem degene die ik ontmoette in Portugal, in een dorpje hoog in de Algarve. Als je er een ziet, een getuige, dan zie je d’er sowieso minstens twee. Want ze zijn altijd met twee. Met hun boekentasjes op zondag, 35 graden, kostuumpje aan.

6000 jaar bestaat de wereld. En alles is het werk van God, dus teleologisch, doelbewust in mekaar gestoken. Dat kan niet anders. Want kijk, Darwin, zo zei de oudste van de twee getuigen mij, Darwin kan nooit verklaren hoe –als we een aantal onderdelen van een uurwerk in een zakje steken– er een uurwerk uitkomt als we schudden. De tweede getuige, een soort gezel, stond er glimlachend bij. Kunt gij door te schudden met het zakje van al die losse radertjes en wijzers en glaasjes een uurwerk maken?.

Ja, was mijn antwoord. Op Darwiniaanse wijze.  Ge moet schudden, maar wel 4 miljard jaar lang. En ge moet wat in dat zakje zit laten reageren met de omgeving. En als de omgeving wijzigt, dan zal het uurwerk ook anders gebouwd zijn. Want niets staat op zich. Met vallen en opstaan, met uitsterven, met het meest aangepaste zijn wat op dat moment de omgeving vereist… zo evolueren de dingen. Dus uw metafoor van een klokkenmaker is niet correct. Dat is overigens een van de problemen: wij proberen altijd metaforen te gebruiken, naargelang onze stand van zaken op technisch vlak. Een uurwerk, een bouwmeester, een computer, een netwerk. Maar die beeldspraak komt nooit overeen met hoe de dingen echt zijn en interageren.

walvasi op land

Een van de  remedies om de behoefte naar absolute zekerheid op te vangen, is een  onderwijsbeleid dat ons de kans geeft ons te ontplooien. Waardoor wij méér kunnen worden dan wat een “bever” ooit zal kunnen zijn. Wij ontdekken mogelijkheden die de vorige generaties nog niet kenden. We worden gestimuleerd te zoeken naar wat in ons zit. Belangrijk is aandacht te hebben voor gevoelens als  faalangst.  Overdracht van kennen en kunnen is één, maar de wijze waarop, stimuleren en omkaderen en praten over bv. faalangsten, zijn zeker zo belangrijk.

Vandaag staan we voor de uitdaging om een nog complexere wereld te aanvaarden. We moeten leren zwemmen in troebele waters. En omgaan met twijfel. Dus ingaan tegen een stuk natuur in onszelf. Dat kan, door opnieuw over onze gevoelens te praten, ze in kaart te brengen, ze soms op te volgen en soms af te wijzen of overwinnen.

Gelovigen zeggen soms wel eens: De wetenschap geeft antwoord op de vraag hoe iets werkt, hoe het in elkaar zit. Geloof probeert antwoord te geven op vragen als: waarom zijn we hier, hoe moeten we leven: m.a.w. zingeving.

Neen, wetenschap geeft ook antwoord op de vraag waarom zijn we hier. Op indirecte wijze. Ze zegt dat er geen opgelegd doel in de natuur is, is tenzij onszelf reproduceren, maar zelfs dat is niet voor iedereen zo, noch voor ouderen, noch voor homoseksuelen, en ook een pak hetero’s willen zich niet reproduceren. Dus de wetenschap zegt ons: bepaal zelf wat uw doel en uw zingeving is. Als dat geen positieve boodschap is! Leve de vrijheid!

Momentje, dat is ook niet het geval, zegt de wetenschap. Je bent wel gekneed. Je uit voorkeuren en je noemt dat je eigen vrije keuzes, maar die zitten deels genetisch in je ingeprent. Je denkt dat je kiest, maar de complexheid van je persoon maakt dat je bepaalde keuzes in een bepaalde richting maakt. Je bent voor een stuk getuige van wat zich in je hoofd afspeelt.

Je hebt vervolgens ook een moraal. Die je vrijheid kan inperken.

Maar voor onze moraal hebben we God niet nodig gehad.
Want de moraal, zegt de wetenschap, zit al bij ons ingebakken. Die is gebaseerd op bepaalde neigingen – elkaar helpen, empathie, regels volgen, belang hechten aan rechtvaardigheid, speelsheid aanvaarden – die we ook bij andere sociaal levende dieren zoals apen, olifanten en in basale vorm zelfs bij honden zien. Die neigingen en de bijbehorende emoties zijn een deel van onze natuur, en vanuit de evolutiebiologie verklaarbaar: ze maken het leven in groepen mogelijk.

De moraal bestond al ver voordat we godsdienst hadden, of filosofie.

Beide beweren dat de mens niet weet hoe hij zich moet gedragen; God moet hem dat vertellen of hij moet het met zijn logisch verstand ontdekken. Onzin! En in het geval van de godsdienst ging het erom de moraal in een bepaalde richting te duwen. Vandaar: altijd bevragen of wat je doet niet anders kan; en of je je der wel goed bij voelt.

Verder is ook de liefde ons meegegeven. Daardoor zijn we betrokken bij anderen. En als je warme empathie hebt, ben je betrokken in het leven van anderen, dan wordt je vrijheid aan banden gelegd, maar je krijgt er natuurlijk ook van alles voor in de plaats, zoals respect, een luisterend oor, het kunnen delen van ervaringen…

dansende damesDaarnaast moet je ook iets minder denken dat je “ik” een product van jezelf is. Integendeel: je persoonlijkheid wordt ook vorm gegeven door ouders, leraren, media.

En dat brengt ons tot de laatste vraag: ligt hier een taak weggelegd voor wetenschapspopularisering? Kennis maar vooral inzichten overdragen, maar dat op een manier dat het correct blijft én begrijpelijk is. Onderwijs speelt daar een rol in. Maar soms ontbreekt het aan passie. De media zijn erin betrokken, veel te weinig. Steeds minder. Op aparte zenders.
Er zijn teveel volwassenen die eens ze het onderwijs verlaten hebben, niets meer te maken hebben met wat wetenschap hen kan bijbrengen. Er zijn via de media te weinig manieren waarop inzichten toegang vinden. Het enige wat sommige volwassenen vandaag eventueel nog doen is zelf doktertje spelen via Google en aan de arts vertellen wat ze hebben.

Je kan als mens in elk gesprek dat je voert, de link leggen met wetenschappelijke inzichten.  Niet alleen omwille van de kennis, maar ook omwille van een gevoelsaspect. In plaats van Koran en Bijbel hebben wij nu gigantisch veel actuele wetenschappelijke lectuur ter beschikking.

Wetenschap is in wezen poëzie. Wij zijn de kinderen van sterrenstof.we in trhe galaxie
Alles wat bestaat, incluis onze huid, ons bloed, de lucht die we inademen, zaten ooit als atomen in het stof dat een gigantische ster, vele malen groter dan de zon, uitblies. Daaruit zijn de zon en de planeten gekomen en uiteindelijk ook wij. Is dat geen verbondenheid? Is dat geen sublieme religie? Die de wetenschap ons geeft? Word je daar niet warm van? Is dat niet de ultieme troost? En tegelijk de kracht om het leven met twee handen te grijpen!

Bovendien brengt wetenschap ook schoonheid. De versmelting van 1 zaadje met 1 eitje… wat er dan week na week gebeurt… dat is mooi in beeld gebracht en op zich maakt dat besef toch een God overbodig. Het is een verklaarbaar mirakel. Oké, niet alle schepsels zijn even gelukt maar dit laten we even terzijde.

En meteen leidt dit de dimensie van de religie. Wij zijn verbonden op materieel vlak. Kinderen van het Sterrenstof. Wij zijn verbonden in een biotoop. Fijn stof. Klimaatopwarming. Wij zijn als soort stik eenzaam op een planeetje. En dat maakt de behoefte groot om juist heel sociaal te zijn.

Spiritualiteit is bv. het beeld waarin wij elk een stukje kennis, inzicht en kunnen doorgeven aan anderen. Samen vormen wij een gigantische keten.

Niemand kan nog zonder de arbeid en de kennis van anderen. Individueel kunnen we accenten leggen, maar collectief plukken we de vruchten. Na-ijver en concurrentie hebben hun beste tijd gehad als motor voor vooruitgang.

Gelaïciseerde spiritualiteit is het gevoel ervaren dat wij een onderdeel zijn van een groter geheel, dat echter niet buiten ons staat. Er is geen bouwmeester, geen Torenwachter, geen god, geen deïsme.

Wij moeten die verbondenheid die door wetenschappelijke kennis wordt blootgelegd, durven te poneren en er de term religie op kleven. Het is fout om religie te koppelen aan godsdienst en aan geloof. Net zoals heidense feestdagen geaccapareerd werden door de kerk, claimen zij het alleenrecht op religie. Dit is onzin.

Geen opperwezen als leidraad, maar gewoon de mensenrechten, de ecologische betrokkenheid, de wens als mens anderen niet nodeloos te laten lijden maar juist kansen te scheppen.

De communisten in Rusland hebben geprobeerd godsdienstige religie, uit te roeien, maar dat liep op zijn zachtst gezegd niet van een leien dakje. Bovendien zorgden ze met hun vlagvertoon, parades en dogma’s eigenlijk meteen voor een alternatieve godsdienst.

Ten slotte is er de ironie, de humor, de spot, de hyperbool. Met panache en satire wordt  de mythe van een godsbeeld onderuit gehaald. Een vlijmscherpe strategie. Maar je dient achteraf wel on speaking terms te staan met degenen die zich wellicht beledigd, zo niet  aangevallen voelen. De nazorg dient helend te zijn. Choqueren alleen is onvoldoende.  Dat heeft Theo Van Gogh helaas ook ondervonden.

jezeus_n

Lees ook in “De mens schiep God” over  Paulus de Marketeer

 

School is out

Een dwangsom om een leerling er door te laten: scholen schrikken dat zij teruggefloten worden. Minister Smet wil de betwistingen zoveel mogelijk weghouden van de Raad van State. “Waar gaat het heen als de Raad van State kan bepalen of iemand geslaagd is’, zuchtte Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholiek onderwijs. ‘Terwijl een klassenraad toch in eer en geweten beslist en zich baseert op een jaar werken met de leerling.’
“In eer en geweten”… daar wringt één schoentje. Leerkrachten zijn ook mensen, met hun kleine kantjes. Met -soms- vooroordelen. En -vooral- met hun eigen waarden. Die ze vaak opleggen of eisen dat ze ze terugvinden in het gedrag van jongeren. En daar wringt dus een tweede schoentje: deze generatie jongeren is geconfronteerd met veel uitdagingen (ook -vaak vooral- buiten school) en met genot. Hun spanningsboog is beperkt en hun behoefte aan afleiding erg groot. Moet men daar aan toegeven als leerkracht? Misschien niet, neen. Maar men moet ook beseffen dat mensen gevoelswezens zijn, dat wellust sterker kan zijn dan de eigen wil, dat wilskracht kan ontbreken, dat het ontbreken van doorzettingsvermogen soms een gebrek aan dat talent is, enz. Jonge mensen zijn het product van een multimediasamenleving, die niet zij in het leven hebben geroepen. Zij hebben de smartphone niet uitgevonden. Zij hebben geen 5 beeldschermen in huis gehaald. Zij zijn de eerste generatie die dit alles wel met de paplepel heeft binnengekregen en pas nu zien we de gevolgen. Dat is dan ook wringend schoentje nummer 3: leerkrachten poneren hun eigen idealen en vergeten dat deze jongeren anders in het leven staan, anders gevormd zijn en dus kan men zich de vraag stellen of men de vaak cognitief bepaalde waarden uit het verleden als norm moet blijven hanteren. Op zich is het reeds absurd dat jongeren per leeftijd samenzitten in klassen. Alsof ze op bepaalde vlakken niet rijper of minder rijp zijn dan leeftijdsgenoten.
“In eer en geweten” wil dus vaak zeggen: “naar mijn normen als leerkracht” en als het accent ligt op het cognitieve, dan vergeet men de mens. Als het accent ligt op de calvinistische waarden, verstoot men de speelvogel in de frivole leerling.
Al te vaak vergeten leerkrachten dat ze ook beitelen aan de persoonlijkheid van jonge mensen, en niet enkel hun hersenen volproppen met kennis.
Of de Raad van State de ideale plek is om in beroep te gaan, daarover kan men discussiëren. Maar punt is dat interne beroepsprocedures onvoldoende zijn. Men houdt wat al te graag -zeker in het katholieke net- het eigen potje gedekt en steunt zonder meer de “geviseerde” leerkrachten. Een volledig van de school onafhankelijke commissie is dan ook aangewezen!
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 16 november 2012 in onderwijs

 

School is out

Geen enkel rapport van hogescholen noch universiteiten bevat punten waarop de student beoordeeld wordt op zijn/haar capaciteiten om collectief, in groep, te kunnen functioneren. Ons onderwijssysteem atomiseert. Zodra een student een diploma heeft en aan de slag gaat, wordt hem/haar gevraagd optimaal in groep te functioneren. En dus ervaart hij/zij plots de stimulans van anderen, waardoor de eigen creativiteit en het divergent denken aangewakkerd worden. En toch weigert men halsstarrig in het hoger onderwijs om die situaties te stimuleren, laat staan erop te quoteren.
Een overheidsmanager of een bedrijfsleider die een student voor zich krijgt, kan onmogelijk opmaken uit 20 jaar schoolbanken-studies of die persoon in staat is een meerwaarde te betekenen binnen een groep.
De student wordt tijdens examens verboden te overleggen met medestudenten, laat staan zich te informeren over dat waar hij/zij onzeker over is (niet spieken!) maar zodra hij/zij aan de slag gaat, is dat het eerste wat van hem/haar verwacht wordt dat hij/zij zich laat beïnvloeden, zich informeert, zich laat aanvullen.
Rubens liet zijn paintings schilderen door diverse schilders. Hij verzamelde rond zich experten in bloemschilderen, handen schilderen, achtergrond schilderen, landschappen, etc… Zonder hen zou hij nooit een volwaardig werk hebben afgeleverd en zouden we vandaag niet over hem praten. Elk van die schilders kon nooit iets meer realiseren dan wat bloempjes, handen of een landschapje. Samen hebben ze wereldcultuur gecreëerd. En toch is de meerderheid van onze hedendaagse kunstopleiding, tot en met de muziekschool, gebaseerd op individuele ontwikkeling, lees creaties. Jongeren moeten zich eerst door jaren notenleer en individuele instrumentenlessen ploeteren vooraleer het plezier te ontdekken van samen muziek te maken. Een pluim voor de pedagogen die het anders aanpakken.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 21 augustus 2012 in onderwijs

 

En toen werd het anders

Academische vrijheid behoort stilletjes aan tot het verleden. Althans wanneer we eronder verstaan dat een universitaire instelling zelf bepaalt op welke wijze zij pedagogisch te werk gaat en hoe curricula en de inhoud van de diverse vakken eruit zien. Het dictaat van Bologna, de efficiencylogica en de heilige koe der competenties hebben ervoor gezorgd dat universiteiten geen mensen maar inzetbare tools afleveren, althans in de domeinen die voor bedrijven nuttig zijn.

Het is dan ook een uitgelezen kans voor een universitaire instelling om zich op dat vlak te distantiëren van de andere instellingen. En te stellen dat zij opleidt tot mens-zijn. Wat concreet inhoudt dat informatici kaas hebben gegeten van cultuurgeschiedenis, antropologie, filosofie, gedragswetenschappen en neurowetenschap. En dat neurobiologie, astrofysica en fuzzy-logic tot het pakket van de menswetenschappers behoort.

De wijze waarop deze kennis wordt overgedragen is belangrijk. Een geschiedenis van de filosofie heeft geen zin. Er moet vertrokken worden vanuit concrete vragen die vandaag relevant zijn voor jong volwassenen. Vanuit die vragen kan men dan diverse filosofen en/of stromingen belichten, steeds met in het achterhoofd de jong volwassene zelfstandig te leren denken.

Stel dat een burgerlijk ingenieur in de “betere” boekhandel een boek over Mindfullness en eentje van Goedele onder de arm houdt? Wat zou je hem zeggen? Wat mag je verhopen? Dat hij die werken kan plaatsen; dat hij ze kan bekritiseren, dat hij er de sterktes van kan weergeven zonder ze gelezen te hebben. Dat soort mensen dienen universiteiten “af te leveren”. Mensen die mee zijn met een heleboel evoluties die ons mens-zijn in de brede zin behapt.

Mens sana in corpore sano: nog zo’n adagio dat wezenlijk tot het verleden behoort. Tuurlijk bieden universiteiten veel mogelijkheden tot sporten aan. En sauna’s staan ter beschikking. Prima. Maar een lichaamscultuur is onontbeerlijk om een gezonde geest te hebben, en dus bv. in staat te zijn tot creatieve prestaties. Relaxatie- en meditatietechnieken zijn in het cognitief opgebouwde post-klooster onderwijs dat de meeste universiteiten kenmerkt, niet aan de orde. En dat is een tekortkoming, dus een gemiste kans om zich te profileren. Topministers houden dagelijks een hazenslaapje, na hun lunch. Terecht, want op dat moment neemt heel Zuid-Europa een siësta en zitten we allen in een dipje, ons opgelegd door onze biologische klok. Na zo’n slaapje presteren we een pak beter, want onze hersentjes komen uit  een rusttoestand. Althans, een aantal hersenactiviteiten (waaronder de opname van visuele prikkels) komen tot rust.

Slapen is in se een diepere vorm van mediteren. Ook wie mediteert, ontlast zijn hersenen van een aantal activiteiten en verwerkt (onbewust) het voorbije. Door het focussen op onze ademhaling laat men toe de spanningen in het lichaam te detecteren en eventueel te verwijderen. Overdag mediteren (al of niet uitmondend in een slaapje) heeft dus enkel voordelen. Waarop wachten universitaire instellingen om een grootschalig onderzoek op te zetten naar de impact van een collectief moment van meditatie na de lunch, bij zo’n 200 studenten? En wanneer het resultaat positief blijkt, dit uit te rollen naar alle studenten (en academici). De wereldpers zal hun alma weten liggen.

Tenslotte zijn beide profileringen (de universiteit die mensen vormt en bepaalde facetten van een lichaamscultuur doet ervaren) een antwoord op een samenleving die de pedalen kwijt lijkt, die ratrace invoert, die jonge mensen tegen hun 40ste opbrandt en dat terwijl steeds meer inzichten diets maken dat we juist trager moeten leven en niet elke genotskick en het dictaat van de kwantitatieve bevragingen en doelstellingen moeten achternahollen. Nee, de academicus die nu denkt dat hij/zij nog minder tijd zal hebben om e-mails te beantwoorden of een administratieve klus te klaren tijdens de middagpauze moet beseffen dat men enkel door een daadwerkelijke andere levenshouding de ratrace kan stoppen. Statements zijn al lang onvoldoende. Elke Facebooker plaatste er wekelijks een aantal. Daadwerkelijk aan den lijve op grote schaal een aantal gedragswijzigingen doorvoeren is vandaag aan de orde. Wanneer twintig jaar na hun afzwaaien alumni een management taak op zich nemen en de ervaringen van hun studiejaren invoeren… zal de kanteling in de samenleving vorm krijgen.

Binnen enkele weken opent het nieuwe academische jaar. Welke rector zal het managementjargon inruilen voor bovenvermelde topics?

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 17 augustus 2012 in maatschappij, onderwijs

 
  • Archief

  • november 2017
    M D W D V Z Z
    « Okt    
     12345
    6789101112
    13141516171819
    20212223242526
    27282930  
  •