RSS

Categorie archief: onderwijs

De nar en de suppoost

Ze snappen het niet. Degene die -vaak vervuld van afgunst- zich keren tegen cultuurinvesteringen.
Iedereen moet eten. Dus slagers, bakkers, groenteboeren (die allemaal lijden onder de concurrentie van grootwarenhuizen) hebben duizenden potentiële klanten in hun eigen gemeente. Kunstenaars (podiumkunsten, plastische kunsten, etc) hebben duizenden ‘klanten’ in het hele land. Hoe dat komt? Door de opvoeding. Door de dwaasheid van die mix tussen ideologie, conservatisme, identiteit en de angst zichzelf te verliezen. Daardoor wagen velen zich niet aan het moeilijke avontuur kunsten te ontrafelen; langzaam tot zich te nemen; die ‘taal’ te leren spreken.
Er zijn kunstenaars die foeteren op de subsidies omdat zij er geen krijgen. Dat is jammer, want het zou fijn zijn moesten ze minstens geholpen worden voor weinig geld te kunnen exposeren. Ze moeten dus niet omwille van de schaarste aan middelen afgunstig worden, maar die schaarste aanklagen.
En nee, het geld moet echt niet van de overheid alleen komen. Er moet veel meer gesponsord worden door privébedrijven en -personen. Maar ook daar lopen heel wat macho-barbaren rond die liever voetbal sponsoren dan subtiele, moeilijke kunstuitingen.
Al wie op niveau creatief bezig is, zou hier een halftijds inkomen uit moeten kunnen halen. En daarnaast ingezet worden in de samenleving (bv. in het onderwijs) om de bakens te verzetten, zodat morgen in de media gepalaverd wordt niet over de voetbalwedstrijden van het voorbije weekend, maar over al die romans, essays, gedichten, voorstellingen, installaties, etc. die er te zien en te beluisteren vallen. De dag dat de gesprekken bij de slager niet gaan over het falen van Anderlecht maar over de adaptatie van Shakespeare door auteur X met acteurs Y en Z, leven we in een andere beschaving. Eentje die begrijpt dat identiteit vloeibaar is. Dat je reist en doolt en kunst inademt om gedeeltelijk jezelf te herontdekken. Dat onze verlangens geen manifestaties zijn van onze vrije wil, maar het product van een mix van biochemische processen, culturele invloeden, de impact van ouders en leerkrachten en media. En dat wij dus een constructie zijn en dat we echt niet al onze gevoelens moeten opvolgen en inwilligen, want het zijn al te vaak koekoekseieren in ons wezen gedropt. Het ‘zelf’ is een verzinsel. Zo ook zijn meningen losse flodders die we best asap herschrijven, aftoetsen, hertimmeren en bijschaven. In plaats van de hielen in de grond te zetten en op de borst kloppend tweetend een standpunt in te nemen en op anderen in te hakken, waarmee we tegelijk een muur rond onszelf optrekken. In onze gedachten spookt een olibrius, een wijsneus, die doet alsof wij weten wat goed voor ons en die onze eigen kleine waarheid fabriceert. Maar het is onze eigen spindokter, zoals ook regeringen en bedrijven spindokters hebben die volksliederen, brands, vlaggen , optochten, symbolen en helden fabriceren en als propaganda installeren. Wie niet beseft dat hij zijn eigen museum voor de enige werkelijkheid aanneemt, is verworden tot suppoost van zijn eigen bestaan.
Daar dient kunst voor. Om jezelf heruit te vinden. Om je zekerheden af te toetsten. Om te evolueren, dag na dag, pagina na pagina, facebookpost na facebookpost.
Het zijn bange mensen die niet durven op tafel slaan en eisen dat de budgetten van privé en overheid voor cultuur honderdmaal groter moeten zijn (vanuit een bildungsperspectief) dan die voor transport en leger. Bang dat wat in hen huist, door die kunsten, zou ontluiken en zij in de spiegel kijkend zichzelf zouden beginnen uitlachen.
Wie zichzelf ziet als koning heeft de nar voorgoed opgesloten en zal al wie of wat rondom alsnog met de koning lacht, liefst censureren en dus subsidiedood maken.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 15 november 2019 in art, cultuur, maatschappij, onderwijs

 

Onderwijs

Ach, ze zijn zo onderlegd in hun analyses over ‘het onderwijs’. De lat ligt te laag. Er is teveel welzijn.
Maar niemand die een klein beetje wetenschappelijk te werk gaat en bv. opmerkt dat jonge mensen in een biotoop leven; beïnvloed worden door heel wat meer dan leerkrachten. Genot is een essentieel gegeven voor jonge mensen. Directe bevrediging (via internet en smartphone-belevingen) vormen hun concentratiespanne. Steeds meer ouders zijn vaak afwezig of te vermoeid om zich over de schoolprestaties van hun kind te buigen en hen eventueel thuis te helpen. Vlaanderen is verworden tot een VTM-cultuur gemixt met Amerikaans Engels. Franse taal en cultuur zijn steeds meer afwezig. Wat niet gezegd kan worden in een oneliner of scrollend door een app tot zich wordt genomen, wordt ervaren als vermoeiend. Wiskundebollebozen zijn er nog steeds, en niet minder noch meer dan voorheen. Maar daarnaast worden wiskundige en fysica-oefeningen ervaren als te abstract en zinloos.
Wetenschapspopularisering, passie en verbazing voor natuurkundige maar ook historische inzichten, buildung en spelen met taal moeten de basis vormen en geen bijproducten van onderwijs. En natuurlijk heb je daar ook gepassioneerde ex-cathedralesgevers voor nodig, naast praktijkgerichte lessen.
Maar hou op om te denken dat leerkrachten alle maatschappelijke veranderingen kunnen opvangen.
Vertraag de samenleving. Vertraag de innovaties (behalve op medisch vlak). Verlaag het levens- en werkritme.
Steek politici die komen zeggen dat ze hun eigen kinderen niet hebben kunnen opvoeden en daar spijt over hebben, in een afkickcentrum voor hypocrieten.
En start het secundair onderwijs om 10uur. Respecteer het bioritme. Introduceer meditatie en beweging tijdens de lesuren en laat acteurs en muziekleraars ook de hersenen bespelen van alle jongeren tijdens een schooldag (die zonder huiswerk eindigt om 18uur). En laat allen retorisch talent ontwikkelen.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 6 april 2019 in onderwijs

 

Angst

Waar komt de werklustethiek vandaan? Waarom moet er zo nodig zo intensief, zo verpletterd worden gewerkt en geconsumeerd om weer te werken en meer te werken?
De geest van het kapitalisme (volgens Max Scheler) is de angst. Angst voor het onzekere, angst dat niet alles in de wereld onder controle is ten gunste van wat in de toekomst met het zelfzuchtige zelf zal gebeuren. Daarom moeten mensen onder autoritaire dwang (een arbeidsmoraal; een systeem dat inkomen enkel garandeert mits er ook gewerkt wordt) gehandeld worden i.p.v. bv. te denken, te reflecteren. Diepe angst en ook grenzeloze vrees voor het onzekere. Vandaar dus de blinde gehoorzaamheid aan de arbeidsmoraal en het niets ontziende competitieve handelen dat leidt tot het zelfzuchtige ik dat zich gerechtvaardigd weet in een samenleving met anderen die ook trouw moeten zijn aan de arbeidsmoraal en -wanneer die anderen niet voldoende opbrengen- deze zal uitschakelen, terzijde schuiven, ontslaan, negeren.
Vandaar ook de onverbiddelijke houding van de conservatieve liberals (à la NVA) die genotsmiddelen afdoen als verdovende middelen. Verdovend in de betekenis van: niet langer in staat zijn om hard te werken. Vandaar ook het aanvaarden van sociaal alcoholgebruik omdat de impact hiervan veel kleiner is op de hersenen. En daarom ook de dagelijkse portie (ja, pijnig uzelf even om naar zenders als één, VTM en Vier te kijken met producten van eigen bodem, zoals Komen Eten) waar constant alcohol genuttigd wordt en dit in combinatie met een moraal die gebaseerd is op een schuldgevoel dat met trots overwonnen wordt. Wie drinkt in tv-series of wie grappen maakt over drinken, toont dat hij er in geslaagd is de arbeidsethiek te overwinnen. En zal rond zich heel veel medeplichtigen vinden. Want velen zien genot als einddoel voor al dat gezwoeg. Daar ligt de grens van een Vlaamse samenleving die nog altijd onderhuids baadt in een aflaten-politiek. Wie echter zijn hersenen intenser laat beïnvloeden (door opium, wiet, lsd, mushrooms…) plaatst zich buiten de heimelijke cirkel van knipogende zondaars en begint zich vragen te stellen over het nut van een arbeidsmoraal en een samenleving uitsluitend gebaseerd op reciprociteit, te weten als gij zoveel uren werkt, krijgt ge in ruil een inkomen. Een samenleving die jonge mensen wenst te kneden. Op hun 6e moeten ze ophouden rond te rennen als kleuter maar dienen ze stil te zitten en vanaf dan worden hun hersenen volgepeperd met zogenaamde kennis. Een schools proces dat uiteindelijk zal culmineren in bacheloropleidingen waarbij ze skills aangeleerd krijgen die hen in staat zullen stellen quasi naadloos functioneel mee te draaien in het economisch bestel. Ondernemers worden vandaag bevraagd opdat de opleidingen technisch en inhoudelijk aangepast zouden worden. Maar nergens is er nog een instantie die zich de vraag stelt of de noden van dit economisch bestel wel wenselijk zijn; laat staan dat men onderwijs ziet als een persoonlijkheidsbildung.
De joint mag dan sociaal doorgegeven worden, de inhaleerder plaatst zich onmiddellijk in de taboezone omdat hij het risico loopt zich te openen voor inzichten die niet stroken met de geldende arbeidsmoraal. Wie de achilleshiel blootlegt van een samenleving, zal geconfronteerd worden met banvloeken, verbodsbepalingen en uiteindelijk repressie.
Wie in navolging van Kropotkins gift economy, een coöperatief handelen met als basis de asymmetrie voorstelt, zal asap het etiket ‘verdediger van profitariaat’ opgekleefd krijgen.
Het liberalisme van de NVA is een “vrij-zijn-van”-liberalisme. Wie de moraal aanvaardt, en voldoende inkomen heeft, kan zich bij momenten onttrekken van de maatschappelijke plichten en in een vrijzone een gevoel van autonomie bekomen waarbij naar hartenlust geconsumeerd kan worden. Echter, wat gedaan met de “vrijheid-tot-de-ander”? Vrij zijn betekent beseffen dat men onvrij is, o.a. door een opgelegde moraal. Vrij zijn tot zichzelf behelst het inzicht in eigen beperkingen. Daardoor kan men makkelijker het conflict met de ander aangaan, want die ander worstelt evenzeer met onvrijheden. Uiteindelijk is de “vrijheid-tot” een opstap naar mutuele verstandhouding, naar een levensmodel waarbij zoveel mogelijk vrijheden aan mekaar geschonken worden. Pas dan is er sprake van oprechte achting voor de ander.
Xenos staat in het Oudgrieks zowel voor vreemdeling als voor gastvriend, genoot. Zeus, de Griekse oppergod, is de beschermer van de zwervers. Hij is steun voor wie hulpeloos is en de patroon van de vreemdeling die om gastvrijheid verzoekt. Hij straft wie in zijn hoogmode, geringschatting of onachtzaamheid de vreemdeling het onderdak en het gastmaal weigert.
De vreemdeling in het Vlaanderen anno 2015 is zowel de islamitische asielzoekers, de economisch vluchteling als de volbloed Vlaming die zich onttrekken wil aan de werklustethiek. Ze worden bekeken als een gevaar. Ze boezemen vrees in. Ze moetend an ook zo weinig mogelijk zichzelf kunnen zijn en zich asap aanpassen. Of oprotten.
De vrees voor een islamisering van sommige wijken en de wens zich niet te willen aanpassen aan halal-verzuchtingen is terecht. De beste manier om de vreemdeling te laïciseren en europeaniseren is hem mee aan tafel te nemen, als genoot. En hem zo te beïnvloeden. En alras zal hij veel meer blijken te zijn dan dat ene etiketje waarmee hij in een verdomdhoekje gedrukt wordt. Zo ook zal men door dialoog en respect de waarde van zij die zich aan de ratrace willen ontrokken, kunnen begrijpen. En wellicht leren appreciëren. De angst om zelf niet te willen veranderen en zich vast te klampen aan de moraal van een meerderheid, is de oorzaak van intolerantie. Ondergedompeld worden in een dialoog met het andere is de beste, en goedkoopste therapie om die angst te overwinnen. Strenge regels uitvaardigen en zondebokken creëren is een andere manier. Daarmee voedt men echter ongenoegen en het conflictmodel.
Misschien is het tijd om de roman “Kaputt” van Curzio Malaparte (zich afspelend in de tweede wereldoorlog) opnieuw te lezen. Met ditmaal in het achterhoofd dat “de Duitsers” vervangen dienen te worden door fanatiekelingen (gelovigen, rechtsnationalisten, populisten…).
“Is het waar dat de Duitsers zo verschrikkelijk wreed zijn?” “Hun wreedheid berust op angst, antwoordde ik. Ze zijn ziek van angst. Het is een “krankes Volk”.
En na een lange stilte vroeg hij me of het waar was dat de Duitsers zo bloeddorstig en vernielzuchtig waren. “Ze zijn bang” antwoordde ik. Ze zijn bang voor alles en iedereen, ze moorden en vernielen uit angst. Niet dat ze de dood vrezen: geen enkele Duitser, man, vrouw, grijsaard, noch kind vreest de dood. En ze zijn evenmin bang voor pijn. Maar ze zijn bang voor alles wat leeft, wat buiten hen leeft en ook voor alles wat van hen verschilt. De kwaal waaraan ze lijden is geheimzinnig. Ze zijn bovenal bang voor zwakke wezens, voor weerlozen, voor zieken, vrouwen en kinderen. Ze zijn bang voor ouderen van dagen. Hun angst heeft altijd een diep medelijden in mij opgewekt. Als Europa medelijden met hen had, zouden de Duitsers misschien van hun verschrikkelijke kwaal genezen.”

 
1 reactie

Geplaatst door op 20 september 2015 in cultuur, economie, maatschappij, onderwijs, politiek

 

Onderwijs en arbeidsmoraal

Verhoging van inschrijvingsgelden voor hoge scholen en uniefs? Neen want
1. Er is dan nog meer dan nu sprake van concurrentievervalsing. Immers: studenten van rijke komaf hoeven niet te werken om hun inschrijvingsgeld te betalen. Dus kunnen zij zich 100% inzetten voor hun studies en maken dus meer kans op slagen en eventueel hogere scores wat soms belangrijk is (eerder aangenomen door werkgever, eerst op lijst voor doctoraatbeurs).
2. Ik ken studenten die elke dag voor hun studies moeten werken (lezen, taken maken, tussentijdse tests voorbereiden). Zij ontspannen zich enkel zaterdagavond. Voor hen is een job erbij nemen tijdens schooljaar niet evident. Het zijn net die jongeren die iets minder bekwaam zijn en door zich hard in te spannen voor hun studies uiteindelijk slagen, die men zeker moet ontzien.
3. Dit is natuurlijk maar het begin. Morgen zegt men: het remgeld wordt verhoogd. U kunt dat niet betalen? Ga maar wat meer werken.
4. Het gaat dus ook om de moraal. Afgunst, de middenstander die vindt dat ie teveel moet werken, de belastingbetalende zakenman die vindt dat zijn geld onnuttig wordt aangewend: men vindt bij zichzelf wel een reden om anderen aan te porren harder te werken. Steeds opnieuw blijven de miljardairs buiten schot maar kijkt men naar zijn buur. De arbeidsmoraal die men oplegt bestaat natuurlijk in vele landen. En weten jullie wat uit een bevraging over levenskwaliteit in de westerse wereld, afgenomen op het sterfbed, als eerste quasi unaniem tevoorschijn kwam: ik heb er spijt van zoveel en zo hard te hebben gewerkt.
5. Ik ben die onzin beu van lieden die kakken op lesgevers en de schuld van zgn. kwaliteitsverlaging op de democratisering steken. De overgrote meerderheid docenten is bekwaam en legt de lat hoog. Neem even de Bolognanormen onder de loupe. Daar valt veel te verbeteren. Anderzijds helpt het enorm indien elke student zou weten hoe ie best stof tot zich neemt. Een individuele test kost 150euro. Doe dit in het secundair.
6. Besef ook dat jongeren vandaag opgroeien in een deels andere wereld dan 20 of 40 jaar geleden. (Ik weet het: empathie hebben is weinigen gegeven; een analyse maken vanuit een ander referentiekader dan het hunne is nog moeilijker). Jongeren ontwikkelen skills die nodig blijken maar waardoor andere skills wat ondersneeuwen. Hun neuronen worden minstens even intens om de proef gesteld. Zij dienen ook om te gaan met veel meer verleiding. Niet zij maar jij die nu zegt laat ze maar wat werken voor hun studie, hebt al die gadgets zoals smartphones gecreëerd; jij biedt goedkope vluchten aan; jij legt de norm wat kwaliteit betreft en pompt hen onderhuids in waaraan ze moeten voldoen willen ze geslaagd zijn in het leven. Chapeau dat zij desondanks nog tijd vinden aan zichzelf te werken, niet mistroostig worden over de ecologische en dra sociale en financiële warboel die jouw generatie achterlaat. Maar als echte katholiek opgevoede perverten peper je ze nog maar eens een arbeidsmoraal in en pers je ze als citroenen uit tussen hun 30ste en 50 ste. Ze zullen zelf moeten opdraaien voor de kosten van hun burnout.
Om dan op je sterfbed te beseffen dat het toch niet oké was? Mogen zij u lafaards noemen?

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 31 juli 2014 in ethiek, maatschappij, onderwijs

 

Alfanocide

Lettertjes in de soep kappen: daar krijg ik een paniekaanval van. In boeken staan ze lekker geordend en geredigeerd. In de soep vormen ze vluchtig een woord, worden uit mekaar getrokken, kleven zich naarstig aan een reeks andere letters vast, worden vervolgens wak als een Dali-uurwerk en gaan dan onherroepelijk als eenzaten het donkere gat van onze mond binnen: Alfanocide.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 6 juni 2013 in humor, onderwijs

 

Over intelligent design

Simon Vinkenoog, de betreurde dichter, omschreef de letters GOD als: geboorte, dood en tussenin orgasme. Het leven is een langgerekt orgasme. Meer moet dat niet zijn. Natuurlijk is het dat niet, het is eerder een tocht langs bergen en dalen, een krimpen en rekken, maar het maakt wel dat we bestaan, dus aanwezig zijn in dit universum. Wij zijn als soort getuige van een toevalligheid. En als individu zijn wij bovendien het zaadje dat het haalde en het eitje binnenkroop. In dat opzicht zijn wij stuk voor stuk kampioenen. Oké, voor sommigen ging het nadien bergaf. Maar de verwondering is er niet minder om.writers brain

En toch zijn er miljoenen, zelfs miljarden mensen die het niet zo zien. Die pas betekenis kunnen geven aan hun leven door een opperwezen te introduceren dat de aarde speciaal voor ons gemaakt heeft. En ons ook na de dood laten verder leven in en hemel. In de VS wordt in sommige staten zelfs gepleit om creationisme en een moderne variante, het intelligent design, in het onderwijs te doceren, i.p.v. de evolutietheorie.

Vanwaar die behoefte?

Waarom blijft anno 2013 het concept van bv. een Intelligent design en een God zo aantrekkelijk?

Heeft het verlichtingsdenken misschien gefaald? Ja. Maar daar kan het niet aan doen. Want wij zijn wezens die ons ook laten leiden door gevoelens. En gelukkig maar.

Wij nemen beslissingen niet enkel op basis van argumenten en logica, maar ook spelen steeds gevoelens en ervaringen mee, in onze hersenen. Gevoelens zoals onzekerheid, verlatingsangst, faalangst, angst om iets nieuw aan te vatten… kunnen de overhand nemen.

Maar er is ook het superioriteitsgevoel dat meespeelt. Wie de mensensoort ziet als de uitverkoren soort die door God hier geplaatst werd, zet zich op een verhoog, en blijkbaar voelen sommigen zich daar goed bij. Wie dat beeld probeert te ontkrachten, die is zelden welkom. Wie leeft met de gedachte dat een God over hem waakt, voelt zich geborgen. Dat onderuit halen is voor sommigen hen verplichten zonder reddingsboei om te gaan met problemen en gevoelens.

Leven met onjuiste mythes is makkelijker dan de wetenschap te volgen en om de haverklap te horen dat er nieuwe inzichten zijn, wat impliceert dat men oude ideeën naar de prullenmand moet verwijzen.

Bovendien lijkt wie in dit leven los komt te staan van God en zijn of haar eigen weg wil volgen,  arrogant. Neem nu een bever. Die is –volgens creationisten-  hier op aarde om bomen om te doen en daarom heeft hij scherpe tanden. En het beest leeft daarom in een harmonische situatie. Die redenering lijkt coherent en logisch te zijn. En dus zijn creationisten erg zelfzeker. En ze verwijten ons dat wij met onze intelligentie dingen doen waarvoor we niet voorbestemd waren. En ja, het moet gezegd: soms maken wij er een potje van.

Wij kunnen zelf amper een rietstengel met onze blote handen uit de grond rukken.  En in plaats van ons daar bij neer te leggen, zijn we onze intelligentie gaan gebruiken als een verlengstuk van bv. onze handen en onze spierkracht. Wij kunnen het aantal bomen dat een bever in zijn heel leven om knaagt, in 1 etmaal omdoen. En van die bomen maken wij geen dammen, maar bv. papier. En van de restanten van de stronken maken we houtskool. En met die houtskool schrijven we in koeien van letters op dat papier: “Stop de ontbossing”. Absurd. En meteen koren op de molen van de creationisten. Waarom bleven wij niet bij datgene waarvoor we voorbestemd waren. Als wij de bever in ons volgen, dan geeft dat een gevoel van rust.

Een ander element waar een geloof gevoelsmatig op inspeelt, is de drang naar perfectie. Mensen zijn verslaafd aan de schoonheid van perfectie. Bv. de schoonheid van een sluitende coherente theorie. We zijn bereid een theorie die op papier prachtig is, te geloven en alles wat er niet mee overeenkomt, af te doen als irrelevant. Het creationisme schotelt een verhaal voor dat correct is. Een moslim zal in de Koran alles vinden dat ie nodig heeft. Dus zoeken hoeft niet meer. Ook wetenschappers maken soms de fout vanuit een theorie alles te willen verklaren. Blijkbaar poneren wij graag een blauwdruk. Bv. een perfecte wereld. Godsdiensten plaatsen die buiten de aarde, na het leven, in een of andere Hemel. Ideologische stromingen zoals marxisme en liberalisme bouwen daar in wezen op verder maar plaatsen dat paradijs als doelstelling op aarde.student boerka

Het summum van gefantaseerde perfectie is het paradijs. De constructie van een paradijs is niets anders is dan het bespelen van onze melancholie. Het is een grote troost voor de perfecte wereld die niet bestaat, maar wel zou kunnen bestaan. En het houdt een harmonische wereld voor, zonder negatieve gevoelens.

Maar er is iets vreemd aan de hand met het paradijs. Het is er namelijk saai. Want het is Perfect, dus een grote status quo. Niets verandert. Vandaar dat je er maar beter niet te gedetailleerd over praat. En het allemaal wat mysterieus houdt. En misschien kan je het ook maar beter niet afbeelden. Want dan verdampt de illusie. Vandaar dat moslims weigeren om Allah af te beelden? En zo de illusie hoog kunnen houden.
Maar het paradijs is ook voor katholieken een plek waar je geen wellust of seks kan ervaren. Als je dat wel doet,  –kijk maar naar Adam en Eva- dan sjotten ze je buiten. Ik vind dat we dan ook vergevingsgezind moeten zijn in ons oordeel over de seksfeestjes van de kardinalen in het Vaticaan. Die kerels snappen eindelijk dat hen daarboven een hele saaie boel wacht.

do the smoke

Tegen dat gevoel van absolute zekerheid (wat de creationisten oproepen) ingaan met rationele argumenten en een deels onvolledig verhaal, wil zeggen dat men vraagt om een gevoel van zekerheid op te geven. En dat is niet makkelijk voor vele mensen. Je creëert daarmee de ontgoocheling van de zesjarige die zonder voorbereid te zijn, te horen krijgt dat Sinterklaas niet bestaat. Tegen beter weten in blijven heel wat volwassenen geloven.

Vandaag is er een variante manier waarop wij met het paradijs omgaan. N.l. via de soaps die elke avond door honderden miljoenen mensen bekeken worden. Wat is er kenmerkend aan soaps? Het gaat over tragedie, drama, conflicten. Geen enkel oorspronkelijk gezin dat wordt opgevoerd, is na een tijdje nog intact. Allemaal gaan de relaties kapot. Agressie, verdriet, haat, jaloezie: al die miljoenen kijkers houden er van. Niet in hun eigen leven, wel in dat van virtuele personages. Lijkt wel een beetje binnengluren in het leven van Adam en Eva; het virtuele paradijs….
Maar eigenlijk doen tv-soaps het tegenovergestelde van godsdienst. Godsdienst toont ons de weg naar het paradijs. TV-soaps tonen ons de hel, dat wat ge niet wilt meemaken, maar waar ge wel elke dag met veel plezier naar kijkt. De soapkijkers moeten zich toch eens bezinnen over dat licht sadistische trekje van henzelf. Het is mesjogge. Of is het een soort van therapie?

En dan heb je die andere die het Licht hebben gezien: de Vuurtorenwachters ofte de Getuigen van Jehova. Neem degene die ik ontmoette in Portugal, in een dorpje hoog in de Algarve. Als je er een ziet, een getuige, dan zie je d’er sowieso minstens twee. Want ze zijn altijd met twee. Met hun boekentasjes op zondag, 35 graden, kostuumpje aan.

6000 jaar bestaat de wereld. En alles is het werk van God, dus teleologisch, doelbewust in mekaar gestoken. Dat kan niet anders. Want kijk, Darwin, zo zei de oudste van de twee getuigen mij, Darwin kan nooit verklaren hoe –als we een aantal onderdelen van een uurwerk in een zakje steken– er een uurwerk uitkomt als we schudden. De tweede getuige, een soort gezel, stond er glimlachend bij. Kunt gij door te schudden met het zakje van al die losse radertjes en wijzers en glaasjes een uurwerk maken?.

Ja, was mijn antwoord. Op Darwiniaanse wijze.  Ge moet schudden, maar wel 4 miljard jaar lang. En ge moet wat in dat zakje zit laten reageren met de omgeving. En als de omgeving wijzigt, dan zal het uurwerk ook anders gebouwd zijn. Want niets staat op zich. Met vallen en opstaan, met uitsterven, met het meest aangepaste zijn wat op dat moment de omgeving vereist… zo evolueren de dingen. Dus uw metafoor van een klokkenmaker is niet correct. Dat is overigens een van de problemen: wij proberen altijd metaforen te gebruiken, naargelang onze stand van zaken op technisch vlak. Een uurwerk, een bouwmeester, een computer, een netwerk. Maar die beeldspraak komt nooit overeen met hoe de dingen echt zijn en interageren.

walvasi op land

Een van de  remedies om de behoefte naar absolute zekerheid op te vangen, is een  onderwijsbeleid dat ons de kans geeft ons te ontplooien. Waardoor wij méér kunnen worden dan wat een “bever” ooit zal kunnen zijn. Wij ontdekken mogelijkheden die de vorige generaties nog niet kenden. We worden gestimuleerd te zoeken naar wat in ons zit. Belangrijk is aandacht te hebben voor gevoelens als  faalangst.  Overdracht van kennen en kunnen is één, maar de wijze waarop, stimuleren en omkaderen en praten over bv. faalangsten, zijn zeker zo belangrijk.

Vandaag staan we voor de uitdaging om een nog complexere wereld te aanvaarden. We moeten leren zwemmen in troebele waters. En omgaan met twijfel. Dus ingaan tegen een stuk natuur in onszelf. Dat kan, door opnieuw over onze gevoelens te praten, ze in kaart te brengen, ze soms op te volgen en soms af te wijzen of overwinnen.

Gelovigen zeggen soms wel eens: De wetenschap geeft antwoord op de vraag hoe iets werkt, hoe het in elkaar zit. Geloof probeert antwoord te geven op vragen als: waarom zijn we hier, hoe moeten we leven: m.a.w. zingeving.

Neen, wetenschap geeft ook antwoord op de vraag waarom zijn we hier. Op indirecte wijze. Ze zegt dat er geen opgelegd doel in de natuur is, is tenzij onszelf reproduceren, maar zelfs dat is niet voor iedereen zo, noch voor ouderen, noch voor homoseksuelen, en ook een pak hetero’s willen zich niet reproduceren. Dus de wetenschap zegt ons: bepaal zelf wat uw doel en uw zingeving is. Als dat geen positieve boodschap is! Leve de vrijheid!

Momentje, dat is ook niet het geval, zegt de wetenschap. Je bent wel gekneed. Je uit voorkeuren en je noemt dat je eigen vrije keuzes, maar die zitten deels genetisch in je ingeprent. Je denkt dat je kiest, maar de complexheid van je persoon maakt dat je bepaalde keuzes in een bepaalde richting maakt. Je bent voor een stuk getuige van wat zich in je hoofd afspeelt.

Je hebt vervolgens ook een moraal. Die je vrijheid kan inperken.

Maar voor onze moraal hebben we God niet nodig gehad.
Want de moraal, zegt de wetenschap, zit al bij ons ingebakken. Die is gebaseerd op bepaalde neigingen – elkaar helpen, empathie, regels volgen, belang hechten aan rechtvaardigheid, speelsheid aanvaarden – die we ook bij andere sociaal levende dieren zoals apen, olifanten en in basale vorm zelfs bij honden zien. Die neigingen en de bijbehorende emoties zijn een deel van onze natuur, en vanuit de evolutiebiologie verklaarbaar: ze maken het leven in groepen mogelijk.

De moraal bestond al ver voordat we godsdienst hadden, of filosofie.

Beide beweren dat de mens niet weet hoe hij zich moet gedragen; God moet hem dat vertellen of hij moet het met zijn logisch verstand ontdekken. Onzin! En in het geval van de godsdienst ging het erom de moraal in een bepaalde richting te duwen. Vandaar: altijd bevragen of wat je doet niet anders kan; en of je je der wel goed bij voelt.

Verder is ook de liefde ons meegegeven. Daardoor zijn we betrokken bij anderen. En als je warme empathie hebt, ben je betrokken in het leven van anderen, dan wordt je vrijheid aan banden gelegd, maar je krijgt er natuurlijk ook van alles voor in de plaats, zoals respect, een luisterend oor, het kunnen delen van ervaringen…

dansende damesDaarnaast moet je ook iets minder denken dat je “ik” een product van jezelf is. Integendeel: je persoonlijkheid wordt ook vorm gegeven door ouders, leraren, media.

En dat brengt ons tot de laatste vraag: ligt hier een taak weggelegd voor wetenschapspopularisering? Kennis maar vooral inzichten overdragen, maar dat op een manier dat het correct blijft én begrijpelijk is. Onderwijs speelt daar een rol in. Maar soms ontbreekt het aan passie. De media zijn erin betrokken, veel te weinig. Steeds minder. Op aparte zenders.
Er zijn teveel volwassenen die eens ze het onderwijs verlaten hebben, niets meer te maken hebben met wat wetenschap hen kan bijbrengen. Er zijn via de media te weinig manieren waarop inzichten toegang vinden. Het enige wat sommige volwassenen vandaag eventueel nog doen is zelf doktertje spelen via Google en aan de arts vertellen wat ze hebben.

Je kan als mens in elk gesprek dat je voert, de link leggen met wetenschappelijke inzichten.  Niet alleen omwille van de kennis, maar ook omwille van een gevoelsaspect. In plaats van Koran en Bijbel hebben wij nu gigantisch veel actuele wetenschappelijke lectuur ter beschikking.

Wetenschap is in wezen poëzie. Wij zijn de kinderen van sterrenstof.we in trhe galaxie
Alles wat bestaat, incluis onze huid, ons bloed, de lucht die we inademen, zaten ooit als atomen in het stof dat een gigantische ster, vele malen groter dan de zon, uitblies. Daaruit zijn de zon en de planeten gekomen en uiteindelijk ook wij. Is dat geen verbondenheid? Is dat geen sublieme religie? Die de wetenschap ons geeft? Word je daar niet warm van? Is dat niet de ultieme troost? En tegelijk de kracht om het leven met twee handen te grijpen!

Bovendien brengt wetenschap ook schoonheid. De versmelting van 1 zaadje met 1 eitje… wat er dan week na week gebeurt… dat is mooi in beeld gebracht en op zich maakt dat besef toch een God overbodig. Het is een verklaarbaar mirakel. Oké, niet alle schepsels zijn even gelukt maar dit laten we even terzijde.

En meteen leidt dit de dimensie van de religie. Wij zijn verbonden op materieel vlak. Kinderen van het Sterrenstof. Wij zijn verbonden in een biotoop. Fijn stof. Klimaatopwarming. Wij zijn als soort stik eenzaam op een planeetje. En dat maakt de behoefte groot om juist heel sociaal te zijn.

Spiritualiteit is bv. het beeld waarin wij elk een stukje kennis, inzicht en kunnen doorgeven aan anderen. Samen vormen wij een gigantische keten.

Niemand kan nog zonder de arbeid en de kennis van anderen. Individueel kunnen we accenten leggen, maar collectief plukken we de vruchten. Na-ijver en concurrentie hebben hun beste tijd gehad als motor voor vooruitgang.

Gelaïciseerde spiritualiteit is het gevoel ervaren dat wij een onderdeel zijn van een groter geheel, dat echter niet buiten ons staat. Er is geen bouwmeester, geen Torenwachter, geen god, geen deïsme.

Wij moeten die verbondenheid die door wetenschappelijke kennis wordt blootgelegd, durven te poneren en er de term religie op kleven. Het is fout om religie te koppelen aan godsdienst en aan geloof. Net zoals heidense feestdagen geaccapareerd werden door de kerk, claimen zij het alleenrecht op religie. Dit is onzin.

Geen opperwezen als leidraad, maar gewoon de mensenrechten, de ecologische betrokkenheid, de wens als mens anderen niet nodeloos te laten lijden maar juist kansen te scheppen.

De communisten in Rusland hebben geprobeerd godsdienstige religie, uit te roeien, maar dat liep op zijn zachtst gezegd niet van een leien dakje. Bovendien zorgden ze met hun vlagvertoon, parades en dogma’s eigenlijk meteen voor een alternatieve godsdienst.

Ten slotte is er de ironie, de humor, de spot, de hyperbool. Met panache en satire wordt  de mythe van een godsbeeld onderuit gehaald. Een vlijmscherpe strategie. Maar je dient achteraf wel on speaking terms te staan met degenen die zich wellicht beledigd, zo niet  aangevallen voelen. De nazorg dient helend te zijn. Choqueren alleen is onvoldoende.  Dat heeft Theo Van Gogh helaas ook ondervonden.

jezeus_n

Lees ook in “De mens schiep God” over  Paulus de Marketeer

 

School is out

Een dwangsom om een leerling er door te laten: scholen schrikken dat zij teruggefloten worden. Minister Smet wil de betwistingen zoveel mogelijk weghouden van de Raad van State. “Waar gaat het heen als de Raad van State kan bepalen of iemand geslaagd is’, zuchtte Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholiek onderwijs. ‘Terwijl een klassenraad toch in eer en geweten beslist en zich baseert op een jaar werken met de leerling.’
“In eer en geweten”… daar wringt één schoentje. Leerkrachten zijn ook mensen, met hun kleine kantjes. Met -soms- vooroordelen. En -vooral- met hun eigen waarden. Die ze vaak opleggen of eisen dat ze ze terugvinden in het gedrag van jongeren. En daar wringt dus een tweede schoentje: deze generatie jongeren is geconfronteerd met veel uitdagingen (ook -vaak vooral- buiten school) en met genot. Hun spanningsboog is beperkt en hun behoefte aan afleiding erg groot. Moet men daar aan toegeven als leerkracht? Misschien niet, neen. Maar men moet ook beseffen dat mensen gevoelswezens zijn, dat wellust sterker kan zijn dan de eigen wil, dat wilskracht kan ontbreken, dat het ontbreken van doorzettingsvermogen soms een gebrek aan dat talent is, enz. Jonge mensen zijn het product van een multimediasamenleving, die niet zij in het leven hebben geroepen. Zij hebben de smartphone niet uitgevonden. Zij hebben geen 5 beeldschermen in huis gehaald. Zij zijn de eerste generatie die dit alles wel met de paplepel heeft binnengekregen en pas nu zien we de gevolgen. Dat is dan ook wringend schoentje nummer 3: leerkrachten poneren hun eigen idealen en vergeten dat deze jongeren anders in het leven staan, anders gevormd zijn en dus kan men zich de vraag stellen of men de vaak cognitief bepaalde waarden uit het verleden als norm moet blijven hanteren. Op zich is het reeds absurd dat jongeren per leeftijd samenzitten in klassen. Alsof ze op bepaalde vlakken niet rijper of minder rijp zijn dan leeftijdsgenoten.
“In eer en geweten” wil dus vaak zeggen: “naar mijn normen als leerkracht” en als het accent ligt op het cognitieve, dan vergeet men de mens. Als het accent ligt op de calvinistische waarden, verstoot men de speelvogel in de frivole leerling.
Al te vaak vergeten leerkrachten dat ze ook beitelen aan de persoonlijkheid van jonge mensen, en niet enkel hun hersenen volproppen met kennis.
Of de Raad van State de ideale plek is om in beroep te gaan, daarover kan men discussiëren. Maar punt is dat interne beroepsprocedures onvoldoende zijn. Men houdt wat al te graag -zeker in het katholieke net- het eigen potje gedekt en steunt zonder meer de “geviseerde” leerkrachten. Een volledig van de school onafhankelijke commissie is dan ook aangewezen!
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 16 november 2012 in onderwijs

 

School is out

Geen enkel rapport van hogescholen noch universiteiten bevat punten waarop de student beoordeeld wordt op zijn/haar capaciteiten om collectief, in groep, te kunnen functioneren. Ons onderwijssysteem atomiseert. Zodra een student een diploma heeft en aan de slag gaat, wordt hem/haar gevraagd optimaal in groep te functioneren. En dus ervaart hij/zij plots de stimulans van anderen, waardoor de eigen creativiteit en het divergent denken aangewakkerd worden. En toch weigert men halsstarrig in het hoger onderwijs om die situaties te stimuleren, laat staan erop te quoteren.
Een overheidsmanager of een bedrijfsleider die een student voor zich krijgt, kan onmogelijk opmaken uit 20 jaar schoolbanken-studies of die persoon in staat is een meerwaarde te betekenen binnen een groep.
De student wordt tijdens examens verboden te overleggen met medestudenten, laat staan zich te informeren over dat waar hij/zij onzeker over is (niet spieken!) maar zodra hij/zij aan de slag gaat, is dat het eerste wat van hem/haar verwacht wordt dat hij/zij zich laat beïnvloeden, zich informeert, zich laat aanvullen.
Rubens liet zijn paintings schilderen door diverse schilders. Hij verzamelde rond zich experten in bloemschilderen, handen schilderen, achtergrond schilderen, landschappen, etc… Zonder hen zou hij nooit een volwaardig werk hebben afgeleverd en zouden we vandaag niet over hem praten. Elk van die schilders kon nooit iets meer realiseren dan wat bloempjes, handen of een landschapje. Samen hebben ze wereldcultuur gecreëerd. En toch is de meerderheid van onze hedendaagse kunstopleiding, tot en met de muziekschool, gebaseerd op individuele ontwikkeling, lees creaties. Jongeren moeten zich eerst door jaren notenleer en individuele instrumentenlessen ploeteren vooraleer het plezier te ontdekken van samen muziek te maken. Een pluim voor de pedagogen die het anders aanpakken.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 21 augustus 2012 in onderwijs

 

En toen werd het anders

Academische vrijheid behoort stilletjes aan tot het verleden. Althans wanneer we eronder verstaan dat een universitaire instelling zelf bepaalt op welke wijze zij pedagogisch te werk gaat en hoe curricula en de inhoud van de diverse vakken eruit zien. Het dictaat van Bologna, de efficiencylogica en de heilige koe der competenties hebben ervoor gezorgd dat universiteiten geen mensen maar inzetbare tools afleveren, althans in de domeinen die voor bedrijven nuttig zijn.

Het is dan ook een uitgelezen kans voor een universitaire instelling om zich op dat vlak te distantiëren van de andere instellingen. En te stellen dat zij opleidt tot mens-zijn. Wat concreet inhoudt dat informatici kaas hebben gegeten van cultuurgeschiedenis, antropologie, filosofie, gedragswetenschappen en neurowetenschap. En dat neurobiologie, astrofysica en fuzzy-logic tot het pakket van de menswetenschappers behoort.

De wijze waarop deze kennis wordt overgedragen is belangrijk. Een geschiedenis van de filosofie heeft geen zin. Er moet vertrokken worden vanuit concrete vragen die vandaag relevant zijn voor jong volwassenen. Vanuit die vragen kan men dan diverse filosofen en/of stromingen belichten, steeds met in het achterhoofd de jong volwassene zelfstandig te leren denken.

Stel dat een burgerlijk ingenieur in de “betere” boekhandel een boek over Mindfullness en eentje van Goedele onder de arm houdt? Wat zou je hem zeggen? Wat mag je verhopen? Dat hij die werken kan plaatsen; dat hij ze kan bekritiseren, dat hij er de sterktes van kan weergeven zonder ze gelezen te hebben. Dat soort mensen dienen universiteiten “af te leveren”. Mensen die mee zijn met een heleboel evoluties die ons mens-zijn in de brede zin behapt.

Mens sana in corpore sano: nog zo’n adagio dat wezenlijk tot het verleden behoort. Tuurlijk bieden universiteiten veel mogelijkheden tot sporten aan. En sauna’s staan ter beschikking. Prima. Maar een lichaamscultuur is onontbeerlijk om een gezonde geest te hebben, en dus bv. in staat te zijn tot creatieve prestaties. Relaxatie- en meditatietechnieken zijn in het cognitief opgebouwde post-klooster onderwijs dat de meeste universiteiten kenmerkt, niet aan de orde. En dat is een tekortkoming, dus een gemiste kans om zich te profileren. Topministers houden dagelijks een hazenslaapje, na hun lunch. Terecht, want op dat moment neemt heel Zuid-Europa een siësta en zitten we allen in een dipje, ons opgelegd door onze biologische klok. Na zo’n slaapje presteren we een pak beter, want onze hersentjes komen uit  een rusttoestand. Althans, een aantal hersenactiviteiten (waaronder de opname van visuele prikkels) komen tot rust.

Slapen is in se een diepere vorm van mediteren. Ook wie mediteert, ontlast zijn hersenen van een aantal activiteiten en verwerkt (onbewust) het voorbije. Door het focussen op onze ademhaling laat men toe de spanningen in het lichaam te detecteren en eventueel te verwijderen. Overdag mediteren (al of niet uitmondend in een slaapje) heeft dus enkel voordelen. Waarop wachten universitaire instellingen om een grootschalig onderzoek op te zetten naar de impact van een collectief moment van meditatie na de lunch, bij zo’n 200 studenten? En wanneer het resultaat positief blijkt, dit uit te rollen naar alle studenten (en academici). De wereldpers zal hun alma weten liggen.

Tenslotte zijn beide profileringen (de universiteit die mensen vormt en bepaalde facetten van een lichaamscultuur doet ervaren) een antwoord op een samenleving die de pedalen kwijt lijkt, die ratrace invoert, die jonge mensen tegen hun 40ste opbrandt en dat terwijl steeds meer inzichten diets maken dat we juist trager moeten leven en niet elke genotskick en het dictaat van de kwantitatieve bevragingen en doelstellingen moeten achternahollen. Nee, de academicus die nu denkt dat hij/zij nog minder tijd zal hebben om e-mails te beantwoorden of een administratieve klus te klaren tijdens de middagpauze moet beseffen dat men enkel door een daadwerkelijke andere levenshouding de ratrace kan stoppen. Statements zijn al lang onvoldoende. Elke Facebooker plaatste er wekelijks een aantal. Daadwerkelijk aan den lijve op grote schaal een aantal gedragswijzigingen doorvoeren is vandaag aan de orde. Wanneer twintig jaar na hun afzwaaien alumni een management taak op zich nemen en de ervaringen van hun studiejaren invoeren… zal de kanteling in de samenleving vorm krijgen.

Binnen enkele weken opent het nieuwe academische jaar. Welke rector zal het managementjargon inruilen voor bovenvermelde topics?

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 17 augustus 2012 in maatschappij, onderwijs

 

Vooruitgaan?

Minister van onderwijs Pascal Smet: “Het is duidelijk dat ons onderwijs en de hele samenleving voor grote veranderingen staan. Als ik in Azië of Brazilië kom, zie ik mensen die vooruit willen en vooruit gaan. In Europa staat we stil of gaan we achteruit. De rest van de wereld vindt ons een museum in wording. En helaas denken velen dat hier ook al. We moeten daar tegenin gaan.”
Zullen we eerst eens definiëren wat “vooruitgaan” betekent? Is vooruitgang een gsm veranderen door een smartphone? Waardoor onze levenswijze wijzigt, ook al kiezen we er niet voor?
Is vooruitgang het kritisch denken uit het onderwijs halen en vervangen door het utilitarisme van de competenties? Wordt veel “vooruitgang” niet opgedrongen door innovaties die ons niet gelukkiger maken, maar die ons wel door de strot worden geduwd omwille van economische wetmatigheden? Terwijl een relaxter leven zorgt voor gelukkiger mensen en minder ziektes, evolueren we naar een ander soort samenleving.
Vooruitgang op medisch vlak? Prima, maar zorg er dan voor dat mensen niet omwille van stress, hybris en externe genotszucht verzieken. En zorg er voor dat niet alleen rendabele medicijnen op de markt komen. Om maar 1 voorbeeld te nemen.
Wim Sonneveld had het ooit over vooruitgang: dat is naar de Eskimo’s gaan en hen centrale verwarming verkopen voor in hun iglo. Zodat ze zich rot moeten werken om een frigo te kopen.
Wie minister is in een lilliputterregio waarvan het reilen en zeilen bepaald wordt door wat er op wereldvlak gebeurt, een evolutie waarvan men zegt dat ze niet stuurbaar is… zo’n minister komt toch niet naar buiten met een mea culpa, lijdzaam buigend voor de gemeenpraat van IMF en andere instellingen die bevolkt zijn met mensen die openlijk zeggen: we weten het niet, maar we zitten hier goed, dus doe gewoon verder en pas u aan.
Terwijl Sloterdijk het zeer duidelijk heeft over de noodzaak van elk individu dit soort leven te veranderen. Dat is waar u uw mosterd moet halen, meneer de minister. En dan kloten aan uw tong binden.
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 4 maart 2012 in maatschappij, onderwijs, politiek

 

La vérité

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 30 december 2011 in humor, onderwijs

 

Pensioenen? Niks generatieconflict.

Het is bevreemdend (en ook beangstigend) dat men van de pensioenproblematiek een generatieconflict maakt.

Elke generatie bevat een meerderheid aan mensen die net wel de eindjes aan mekaar kan knopen, soms wat extra leuks kan doen en verder de eerste speelbal is van crisissen, bedrijfssluitingen en bezuinigingen op uitkeringen.

Het pensioenprobleem ligt ‘em in het ontbreken van verantwoordelijkheidszin bij de Zuckerbergs en Gates’en van dit landje (let op de leeftijd), de topambtenaren die jarenlang lineaire indexaanpassingen kregen wat gewoon absurd is en nu een extreem hoog pensioen verwachten en zij die in de golden sixties mee dreven op opwaartse conjunctuur, opportunistisch inpikten op diverse hypes maar vandaag niet willen dat men aan hun riante pensioenen of opbrengsten komt. Het gaat om numeriek eerder weinig mensen. Maar het gaat wel om meer dan symboolbedragen.

Wat mij bedroeft is dus het ontbreken van extra solidariteit, binnen en overheen de generaties.  Wat mij ontgoochelt is dat de spirit van revolte en idealisme die de babyboomers kenmerkte, niet geleid heeft tot solidariteitsmechanismen binnen hun eigen generatie. Zij hadden het voorbeeld kunnen geven door een grote gemeenschappelijke pensioenpot te maken en te herverdelen, en daarmee een poging te wagen een einde te maken aan de angst zwaar te moeten inboeten aan levenskwaliteit eens men stopt met werken. Onderhuids zit daar misschien de wrangheid van menig jeugdige werkende mens.

Het gelijkheidsbeginsel waarmee sedert de jaren 60 zowat alle jongeren werden opgevoed, leidde tot hoge verwachtingen. Generatie na generatie pompen ouders, maar vooral onderwijzend personeel, de kids en studenten in dat eerlijkheid en rechtvaardigheid geen loze begrippen zijn, maar waarden die men desnoods mag koesteren.

Hadden de babyboomers het waar kunnen maken, om naast de joie de vie, de seksuele bevrijding, de absolute vrijheid van meningsuiting (drie schitterende verworvenheden) niet in de val van de marketing te vallen, dan hadden ze misschien meer mededogen kunnen laten spelen in de pensionering van hun generatie, en van de erop volgenden.

Maar zijn de generaties na hen dan altijd consequent egaliserend geweest?

Is het misschien des mensen, wanneer de euro aan de lippen staat, eerst aan eigen zeel te denken?

Hoe het ook zij: een herverdeling dringt zich op. Steeds meer. Zo niet zal een meerderheid van gepensioneerden zal verplicht worden met minder middelen alsnog een actief leven te leiden. En procentueel zal dit wellicht toenemen naar de volgende generaties toe. Een kaasschaafaanpak is ter zake ronduit onethisch.

En als men het cynisch wil beredeneren: tevreden consumerende senioren zijn een voordeel voor de economie. Dus moet het uit zijn met bonussen en dienen aandeelhouders die de voorbije 30 jaar potverterend rijk werden, diep in hun buidel te tasten en een rectificatie te verrichten (en dat geldt ook voor alle politici). Hoe meer zij bijdragen, hoe minder de bezuinigingen op het collectieve weegt.

En als dit allemaal utopisch is, kibbel gerust verder.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 december 2011 in antropologie, economie, maatschappij, onderwijs, politiek

 

Afval

Er zit meer in u. Dat is wat ik zeg tegen degenen die zich gedumpt weten op school. En erna. Soms is het moeilijk om zich te onttrekken aan de peergroup. Of peppen ze mekaar op om uiteindelijk te weinig inspanningen te leveren. Er ligt uiteraard een stukje verantwoordelijkheid bij elk individu. En er zijn opportuniteiten die men moet grijpen. Maar dat is allemaal al gekend.

We kunnen dat  opvangen, door ouders en zgn. Belgische allochtonen die wel degelijk hun studies geïnteresseerd doorlopen hebben, erin te betrekken.

Het is bevreemdend hoe “functioneel utilitair” men jonge mensen ziet als radertjes die opgeleid moeten worden om in een economie mee te draaien.

Gaan we dan niet voorbij aan een studie over het maatschappelijk nut van onze arbeid. De vuilnisophaler staat op 1. Jawel. En de bankdirecteur quasi op de laatste plaats.

Maatschappelijk nut. Misschien eerst die term introduceren en alle opleidingen, alle beroepen evenwaardig benoemen en propageren. En wat mij betreft ook verlonen!

Zie http://www.neweconomics.org/publications/bit-rich , zie ook http://www.taxworld.be/taxworld/vuilnisophaler-maatschappelijk-veel-meer-waard-dan-accountant.html?LangType=2067 en http://elskeytsman.wordpress.com/2009/12/14/taxtalk-vuilnisophaler-maatschappelijk-veel-meer-waard-dan-accountant/ —

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 18 december 2011 in economie, maatschappij, onderwijs

 

Ontluik

Jef Staes over schapen, vakbonden, leren wat je niet graag doet en 3D.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 9 december 2011 in maatschappij, onderwijs

 

Vrijheid van onderwijs?

Vrijheid van onderwijs is een slogan, geen concrete realiteit. Het marktdenken en de Bolognadoctrine leggen bv. competenties op, waar het onderwijs zich naar dient te plooien.

Zich beroepen op onderwijsvrijheid (lees: godsdienstvrijheid als basis om je onderwijszuil uit te bouwen) wil zeggen dat men de ouders toe laat het kind eenzijdig te laten beïnvloeden (een zachte vorm van  indoctrinatie). Met keuzevrijheid heeft dat niets te maken. Sowieso heb je natuurlijk als kind een massale beïnvloeding te ondergaan, maar laat ons dan minstens van het onderwijs de plek maken waar men verplicht is vele invloeden te ondergaan. Zodat men zelf kan kiezen. En opgevoed wordt tot een kritisch zelfreflecterende burger.

Dus nee, het zgn. recht op vrijheid van onderwijs die de Guimardstraat propageert heeft niets te maken met vrijheid maar alles met netwerking, behoud van impact en beïnvloeding. Wie de curricula van de netten van het secundair onderwijs en de inhoud van de gedoceerde vakken vergelijkt, beseft al snel dat bv. het GO en het katholieke net amper verschillen. Idem voor het leeuwendeel van de opleidingen in het het hoger onderwijs. Of propageert men dat een vrijzinnig tandarts werkt met een linksdraaiende boor terwijl een tandarts die opleiding volgde in het katholieke net met een rechtsdraaiende boor werkt? Say no more.

Trouwens, als het van de meeste leerkrachten en academici afhing, verdween de K van katholiek uit hun instelling.

Wat ik wil zeggen is: behoud de levensbeschouwelijke vakken (zedenleer, godsdienst,…) die als keuze worden aangeboden (zo is men in overeenstemming met het recht op levensbeschouwing) ; geef tegelijk extra aan iedereen een vak “filosofie” waarin gereflecteerd wordt over alle levensbeschouwingen en uiteraard nog een pak andere materies/denkstromingen aan bod komen.

Volg deels de Bolognanormen maar geef ook in elk vak (waar van toepassing) kritische reflexie over de dictatuur van het marktgeloof. En ja, dat doe je in 1 onderwijsstructuur, dus laat de netten samensmelten.

Onderwijs op basis van geloof kan m.i. overigens enkel in een land waar er geen scheiding is tussen staat en godsdienst. Dus verwerp ik het recht op apart Islamonderwijs in West-Europa. Zoals ik ook dergelijke staatsstructuur verwerp.

Ten slotte: wie zich geïnspireerd weet door het evangelie en christelijke humane normen, kan in 1 pluralistisch onderwijssysteem zonder probleem werken met behoud en respect van die normen. Evangelisch geïnspireerde christenen en vrijzinnigen zijn uiteindelijk poten van hetzelfde humanisme.

En aan mevrouw Van Hecke, de sterke tante van de Guimardstraat, wil ik dit zeggen: wetenschap en vrij onderzoek leiden niet enkel tot inzichten en nieuwe vragen, maar ook tot spiritualiteit. (Lees bv. Astronomie als spiritualiteit of De mens stelt niets voor). Het is onzin te beweren dat enkel godsdienst zin en zekerheid geeft aan het bestaan terwijl wetenschappelijke reflexie alleen maar twijfels zouden oproepen. Door dit te zeggen bewijst u onwetenschappelijk en oneerlijk te redeneren. En u weet dat maar al te goed. Uw God de Vader zal dat niet appreciëren.

 
1 reactie

Geplaatst door op 2 december 2011 in maatschappij, onderwijs, religie

 

Petje af

Laat ons een “Dag van de Hoofddoek” houden. In heel West-Europa. Een defilé van petten, hoeden, bananen, sjaals, foulards, whatever.  Fashionable. Gevarieerd.  Aangepast of speciaal ontworpen hoofddeksels. Een lijn voor hoofddoeken. Door kunstenaars beschilderde doeken. Kleurrijke bedoening dus, een feest voor de zintuigen.

De dag dat jonge moslimmeisjes hoofddoeken dragen met een afbeelding van de Chippendales, zullen hun vaders, broers en mannen smeken dat ze zich van de doeken ontdoen. En dan is de vraag of ze akkoord gaan, op voorwaarde dat ook geen doek dragen tot de keuzemogelijkheden behoort.  Wordt dit geweigerd, dan is er sprake van het niet respecteren van fundamentele privacyvrijheid, n.l. het recht zich te kleden zoals men dat wenst, zolang men de publieke vrijheid niet aantast.

Waarom toch enkel religie als rode draad in je leven? Of -in het onderwijs- gevlochten doorheen een reeks andere leervakken? Waarschijnlijk om af en toe te betokkelen. En zo te hameren op het waarom van het exclusieve bestaan.  Een tautologie, zo dunkt me.

Neutraliteit is de oplossing. Het is een ander woord voor pluralisme. En kritische doorlichting en bevraging van alles wat pretendeert waarheid te bevatten. Incluis jezelf. En vanuit een attitude die op méér stoelt dan wederzijds respect. Ik heb het over oprechte interesse in andere levensbeschouwingen. En hun uitingen. Uiteraard zou het ook al helpen indien er op katholieke scholen atheïsme gepredikt kon worden. En islam, boeddhisme, whatever. Zo ook in alle andere scholen. En netten.

Religieuze uitingen kunnen best niet al te opdringerig in het straatbeeld aanwezig zijn. Want al snel geeft een schallende minaret eenzelfde gewaarwording als een groep supporters die je tierend tegemoet komt. Geloof dat in groep tot ons komt houdt er best rekening mee dat wij explorerende individuen zijn en door individuen benaderd willen worden. Dat is een pak minder bedreigend en vooral makkelijker mee in dialoog te gaan.

Maar tegelijk: wat een armoedig beleid, wat een gemiste kansen om (wetenschappelijke, religieuze, fantastische,…) verhalen van anderen niet in je op te willen of mogen nemen. Ze liggen voor het grijpen. Getuigen van het anders-in-het-leven-staan wonen op een straal van enkele kilometers. Het Andere koesteren omdat het ons verrijkt. En als spiegel dient.

Passanten voor mekaar, dat zijn we. Meteen ook een didactische schat die ook binnen de school- en stadspoorten dampt. Leerkrachten kunnen (maar dit is een extra expliciete pedagogische verwachting) in en samen met de school de katalysator worden van een proces met ouders en jongeren. Wederzijdse inschatting moet uitmonden in een dialoog. In kennis en begrip. Individuele ontplooiing mag niet belemmerd worden.

Het betonneren (en dus permanent maken) van de broederlijkheid. Daar zijn we aan toe. Vanuit identiteit samen een maatschappij vorm en inhoud geven. Identiteit is immers een stroom. We zijn geen Vlamingen, we bezitten Vlaamse culturele kenmerken  (maar die gigantisch kunnen verschillen t.o.v. collega’s, buren of familieleden) naast veel of weinig uit andere  bronnen ontsproten gewoontes, bezigheden en voorkeuren. In vriendschappen en vriendelijkheid schetsen we de contouren van ons zelf. Pak dus een pollepel en proef van je eigen stroming en schep uit de stromingen die aan je voor- en achterdeur passeren.

Verder centrifugeren we in die soms kolkende mensenbrij. Zacht & rationeel. Warm & logisch. Nuchter & gevoelig. A way to be.

 
 

School is out

Schoolmoeheid. Uitgebluste leraars. Onhandelbare kids. Afbrokkelende schoolgebouwen. En dat in een van de rijkste regio’s ter wereld met een onderwijsbudget dat quasi de helft van de inkomsten van de overheid op soupeert. Houston, we have a problem.

Maar vooral: we hebben remedies. Want er zijn voorbeelden elders én we hebben potdorie enorm veel knowhow opgedaan de laatste decennia.

Schoolmoe? Tuurlijk. Zeker in het secundair onderwijs. Wij hebben in Vlaanderen een systeem dat gebaseerd is op taylorisme (m.a.w. fabriekproductielogica). Uren stilzitten en informatie slikken. Hier is een alternatief.

Een halve dag cognitieve vakken (van 10 tot 13uur), een halve dag artistieke (van 14u tot 17u) en lichaamscultuurvakken (verspreid over de hele dag om te relaxen). Er zijn regio’s (bv. in en rond München) waar men het al jaren toepast, met succes.

Relaxatiemomenten. Massage. Bewegingsexpressie. Het maakt het verwerken van cognitieve gegevens een pak makkelijker en het brengt evenwicht in ons zijn. Ook de omgevingsfactoren beïnvloeden ons welzijn. Zoals het interieur waarin we dagelijks vertoeven. Zou verplichte ontdekkingsstof moeten zijn: hoe richt ik mijn woonst in; less is more, design is everywhere (en er meteen ook een eco-dimensie aan toevoegen).

Je goed in je vel voelen, als leerling. En als leerkracht. Psychologie is fundamenteel.  Leren omgaan met je eigen emoties en gevoelens. Begrip voor anderen opbrengen. Zelfvertrouwen krijgen. En zelf later kinderen opvoeden: begin er enkel aan als je méér snapt van “de mens” dan datgene wat in soaps getoond wordt (een vak soapkijken met als uitgangspunt: hoe zouden die personages hun conflicten moeten oplossen, kan heel wat problemen de wereld uithelpen).

Vrijheid (en breder filosoferen over rechten en plichten van individuen) maar ook zich vragen stellen over de gedetermineerdheid van persoonlijkheden, gekoppeld aan passie voor wetenschappelijke inzichten: het zijn sleutels die ongetwijfeld tot een harmonieuzere samenleving zullen leiden.

Het blijft hypocriet dat het onderwijs vandaag quasi de enige plek is waar nobele waarden worden aangeleerd aan jongeren die, eens ze in de “echte” wereld stappen, in een havikencultuur van winstbejag, aandeelhoudersdictatuur en ratrace terecht komen. En waarvoor? Om te consumeren? Als je je niet goed voelt in je vel (lees: hersentjes) dan brengt niets soelaas.

We moeten de tijd nemen om te luisteren naar de problemen van jongeren; we moeten de tijd (de lessen, de job) stop zetten om aan relaties te werken. We moeten meer presteren in gezinsverband en samen met leerkrachten als ouder de tijd krijgen over kinderen en groepspgedrag te praten en er aan te werken. Dat is essentiëler dan meer tijd te steken in onze jobs.

Het Bruto Nationaal Product moet vervangen worden door het Netto Nationaal Welzijn.

Allemaal heel eenvoudig. Want de knowhow is er. Maar de hefboom om de samenleving (ja, samen-leven) in die richting te duwen ontbreekt. Van de economie moet je ‘t niet verwachten. Van politici ook niet. Wezenlijk is er een nieuw bestel nodig dat niet gebaseerd is op partijpolitiek en dat wél een model uittekent waarin de economie ondergeschikt wordt gemaakt aan levensritme, aan welbehagen, aan samenzijn. Pech voor wie geld najagen als rijkdom ziet.

Het is toch droevig dat 45 jaar na de jaren 60 van vorige eeuw we een veel duidelijker beeld hebben over hoe wij als mensen functioneren (hersenscans verklaren heel wat gedragingen waardoor een  begripsvoller inzicht mogelijk wordt en we zachter worden in het beoordelen van heel wat gedragingen), gekoppeld aan veel meer communicatiemogelijkheden en technologisch vernuft… en toch swingen de zgn. beschavingsziekten (een cynische term, beschaving) als stress, depressies, eenzaamheid de pan uit.

Akkoord, opvoeden is complexer (de wil van de Vader is niet langer wet; dialoog vervangt autoritair fysiek geweld en als jonge mens moet je steeds meer kunnen en weten om mee te zijn) maar we hebben de inhoudelijke tools om de nieuwe generaties hierin optimaal te begeleiden. We krijgen er alleen niet de tijd en de middelen voor. Shame shame on us.

 
1 reactie

Geplaatst door op 7 maart 2010 in maatschappij, onderwijs, psycho

 

De dag dat de regering viel

7u46. Op weg naar de Xios Hogeschool Hasselt. De regering Leterme lijkt gered.

8u03. Een grondig verslag afwachten. Doorgaan met een gewijzigde ploeg. Verzuchting om de klok terug te draaien.

9u-13u. Au boulot! Vier persconferenties door laatstejaarsstudenten communicatiemanagement. Crisis on my mind? Nee, bezig met het  jureren van wie die dra op stage gaat.

14u50. There’s more than Belgium. Bijvoorbeeld Obamas visie over Jeruzalem. Even tunen op BBC-World. Much more interesting…

15u05. Ruis. Mediaheisa over een vallende regering is even absurd als filenieuws terwijl je alleen op de weg bent…

15u20. School is uit. Rust. Niks actua. Catharsis om de werkelijkheid van een elfjarige toe te laten.

15u35. Samen op weg naar huis. In ons hoofd wonen vele iemanden. Zouden de passanten ook gedachten hebben over de vallende regering?

15u40. Ach, politiek is als een doodlopend straatje…

17u05. Koken. Radio luisteren. Tv kijken en het internet activeren. Hoeveel méér moet een mens hebben om zich voldaan te voelen?

17u30. Live-uitzendingen. Zie ze zich verdringen rond het microfoontje. Voel de valse pathetiek.

(bekijk hier de versie mét commentaar)

Hij heeft niet goed gewerkt. Wie? Leterme? Of die andere zoon van me?

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 20 december 2008 in bio, maatschappij, onderwijs, politiek

 

Blogportaal voor wetenschap

Drie rubrieken op de Nederlandstalige blog Scilogs:  Ruimtelogs (kosmos en ruimtevaart), Breinlogs (psychologie, sociologie en hersenonderzoek) en Weetlogs (alle andere wetenschapsweetjes, van biologie over gezondheid tot wiskunde).  Bloggers van dienst zijn wetenschappers of wetenschapsjournalisten.

 
 

Ségolène Royal over het onderwijs

Wie goed luistert merkt dat de Franse presidentskandidate Ségolène Royal véél genuanceerder praat over het onderwijs dan wat in de Vlaamse media verteld wordt.
Ze zegt nl. dat er een perverse situatie is waarbij leerkrachten secundair onderwijs 17 uur per week les geven en ’s avonds bijklussen in privé-scholen die privé-les geven aan scholieren secundair onderwijs. M.a.w. een scholier die niet kan volgen op school, betaalt uit eigen zak bijlessen die aftrekbaar zijn van de belastingen (of krijgt als minderbegoede een beurs, door de overheid betaald om die bijlessen te financieren) terwijl diezelfde leerkracht, vindt Ségolène, toch beter 36 uur op school zou zijn om daar die (gratis) bijlessen te geven.
Uiteraard betekent dit voor de leerkracht meer werken (op school) voor minder geld (zij kunnen niet meer bijklussen).

Het is inderdaad een absurde situatie: het onderwijs slaagt er niet in sommige leerlingen voldoende individueel te omkaderen en dan doet men beroep op privé-les.
Alleen heeft Ségolène het nogal brutaal aangebracht. Een leerkracht die 36 uur op school moet zijn, dient thuis niks meer te doen, zou ik zo zeggen. Ze had dus beter iets gezegd in de trend van: leerkrachten nemen geen (verbeter)werk mee naar huis en kunnen tijdens de week op school hun lessen voorbereiden (in een eigen lokaal?, wat meestal in secundair wél kan). Daarnaast zetten zij zich enkele uren in om individueel bijles te geven, tijdens die 36 uur. De leerkrachten die bijlessen geven tijdens die 36 uur, zouden dan eventueel extra betaald kunnen worden doordat de overheid die beurzen niet meer hoeft uit te keren, noch belastingvermindering dient toe te staan.
Ze heeft het dus niet tactisch aangepakt.

Enfin, ik ben geen leerkracht secundair en ik woon niet in Frankrijk. En ik hoef madame Royal niet tot president van de Republiek te laten verkiezen. Maar als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel….

Als ze door deze video geen presidente wordt, dan kan ze zich als troost de gPod, een seksspeeltje uit Japan aanschaffen. Het bevat drie elektromotortjes die worden aangedreven door geluid. De vibrator kan worden aangesloten op een iPod, maar ook worden ingesteld om op een bepaalde stem te reageren, zoals die van de eigenares of haar partner.
Volgens Apple maakt het bedrijfje een inbreuk op de merknaam iPod. De makers ontkennen dit: de naam zou zijn afgeleid van het woord ‘g-spot’ en het Japanse woord voor masturbatie, jii. Apple neemt geen genoegen met die uitleg, en eist dat het bedrijfje de naam van het seksspeeltje wijzigt.(De Standaard Online van 12/11/06)

 
1 reactie

Geplaatst door op 12 november 2006 in onderwijs, politiek

 
  • Archief

  • juli 2020
    M D W D V Z Z
     12345
    6789101112
    13141516171819
    20212223242526
    2728293031  
  •