RSS

Categorie archief: media

Decadentie

Papa, wat betekent ‘decadentie’?
Een cultuur is decadent, mijn zoon, wanneer je naar een nieuwsuitzending luistert en de eerste 5 minuten leutert men vol enthousiasme over een primitieve menselijke bezigheid, te weten voetbal, en de mogelijke verhuis van een ploegje naar een stadion dat enkele tientallen kilometer verder ligt.
Dus is Vlaanderen decadent?
Ik merk met blijdschap dat je weet wat retorische vragen zijn, mijn zoon.
En is Wallonië ook decadent?
Daar opent men het nieuws met speurders die met de dood bedreigd worden, en met klimatologen die duiding geven bij orkanen.
En maakt dat dan een verschil?
Ik zat vandaag aan tafel met een tweetalige dertiger die marketing studeerde en in een reclamebureau werkt en fulmineerde tegen de aandeelhouders en zich afvroeg hoe men kon consuminderen. Hij verwees daarbij steeds naar Franstalige media.
Dus is er nog licht aan het eind van de tunnel?
Geen nood mijn zoon. Ik heb voor jou nog een lading TNT achter de hand om de tunnel op te blazen.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 mei 2013 in geschiedenis, humor, media

 

10 miles en 1 minuut stilte

“Waarom heb jij de 10 miles niet meegelopen, papa?”
Ten eerste, mijn zoon, hou ik niet van asfalt. Het is gewoon oerdom je knieën kapot te lopen op harde ondergrond. Een loper moet zijn zoals zijn geest: soepel en veerkrachtig. (lees: https://yilli.wordpress.com/2006/12/26/vijf-dingen-over-mezelf/)
Ten tweede hou ik niet van zoveel volk.
En ten derde zou ik bij aanvang een minuut stilte hebben gehouden voor Boston. En een uur voor Syrië. En een kwartier voor alle Alzheimerpatiënten. En 5 minuten voor al wie door de crisis werkloos werd. En een half uur voor de alleenstaande ouder die niet meer kan rond komen. En 13 minuten tegen alle hypocrisie van stilstaan voor media-hypes.
Uiteindelijk, mijn zoon, zou ik niet gestart hebben, en zouden ze mij meegenomen hebben als “verdacht individu”.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 23 april 2013 in humor, maatschappij, media

 

Schaalvergroting

-nota zonder pointe-

Vermits de mens slechts enkele seconden op deze planeet zal vertoeven, kosmologisch gesproken,
Vermits dinosaurussen en andere alles behalve fijnbesnaarde gedrochten veel langer op deze planeet zullen hebben vertoefd dan wij,
Vermits het uiterst pretentieus is te denken dat leven op andere planeten wezenlijk van ons leven verschilt, en wij dus allesbehalve uniek zijn op kosmische schaal,
Vermits er miljarden planeten van het aarde-type zijn,
Hoeven wij ons niet druk te maken om het gegeven dat de verkoop van de whisky, ondanks de crisis, niet gedaald is;
En evenmin om een Top Gear-presentator die een foto op Twitter plaatste van een muis die het leven liet tijdens de opnames;
En ook van het feit dat Sven Nys pas morgen zijn toekomstplannen zal toelichten, zal men elders in de kosmos niet wakker liggen.
Maar dat het Vaticaan klaagt over roddels in de pers…

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 23 februari 2013 in humor, media

 

Zwart

Dit zwarte beeld (of een wit beeld) is alles wat ik als eindredacteur zou plaatsen. De foto’s van het busongeluk zijn onnodig, bieden geen meerwaarde, voeden de sensatiezucht, en tonen onvoldoende respect voor de nabestaanden. Het zou fijn zijn moest men nu zwijgen. En enkel nog vermelden wat de oorzaak was. En verder een lijntje bij de begrafenis van de slachtoffers. Sereniteit aub. En geen beelden van ouders aan de schoolpoorten. Doe dat niet. We weten wat we moeten weten. We huilen in onszelf. We moeten dat echt niet uitgemolken hebben. En kom niet af met collectieve catharsis. Zwart. Of wit, omdat het leven verder gaat. Om onze droefheid weg te mediteren.

Toen ik op de radio de eerste zin van het nieuws hoorde: “Reporter X staat aan de tunnel. Wat is het voor een tunnel?” heb ik onmiddellijk gezapt naar een zender met muziek. “Als er nog iets gebeurt dan melden we het onmiddellijk.” Het is gebeurd. En het is om stil van te worden. Stilte… is iets anders dan versoaping.

Wat is de meerwaarde naasten van slachtoffers te filmen? Ik zou niet willen dat ik -zelfs vanop 10 meter afstand- gefilmd wordt. De enige beelden die ik aanvaard zijn een interview met degene die een officiële persconferentie houdt. En -onder ons- je kan dat evengoed in 1 zin samenvatten, zonder beeld. TV is vaak radio met de verplichting beelden erop te kleven.
Ik denk dat veel mensen aangezogen worden naar dit “spektakel” en dat ze uiteraard (zeker als niet-betrokkene) hun geest (en ook wel een beetje hun gevoelens) willen vullen met dit “event”. Maar zoiets kan je pervers noemen. En daar mag je volgens mij niet aan toegeven. Een kettingroker zal ook willen roken, maar moet je hem daarom een pakje onder de neus duwen? Juist niet, zou ik zeggen.

Dus nee, we mogen niet toegeven aan die mensen die geen seconde willen missen van deze tragedie. We mogen hun voyeurisme en de ramptoerist in hen niet voeden. Misschien is er zelfs een beetje stiekem gesublimeerd leedvermaak of gejubel omdat men zelf vrij is van dit leed.

We zijn allemaal wat beter af met begrip voor onze medemens. Maar deze tragedie, dit busongeval, is toch een zeer eenvoudig iets: hartverscheurend, genadeloos, des levens… Met  méér beelden, méér reporters ter plekke beseffen we toch niks meer en creëren we niet meer begrip. Dat men aub verder zoveel mogelijk zwijgt over “het verdere verloop” (ik word bijna misselijk als ik die woorden hoor).

Ik denk ook aan de vrienden en familie van de slachtoffers… Zij willen evenmin dat men alles blijft uitsmeren, extra newsflashes, weeral beelden… voor die mensen is het bijna sadistisch dit te moeten ondergaan.
Het is dan ook uit begrip voor hen dat ik dit schrijf.

Binnen een jaar -als er zouden zijn die er mee instemmen- ouders interviewen over wat er deze dagen in hen omging; dat is ethisch nog te verantwoorden en dat leert ons veel meer, want intussen hebben ze veel meer meegemaakt en (moeten) verwerken en dus dan pas bevat die informatie meerwaarde.

In afwachting zit ik tevergeefs te wachten op de eerste zender die het ongeval sec omroept, gevolgd door: “Uit respect voor al wie betrokken is, én wie behoefte heeft aan stilte, berichten wij niet verder. Sturen geen reporters ter plaatse. Voeren wij geen lesje crisiscommunicatie op. U weet wat u moet weten.”
Geloof me, er zijn mensen die zonder sensatie kunnen.

Overigens, eergister zijn er door bombardementen kinderen om het leven gekomen in Gaza. Daarnet stierven er door honger en uitputting in X. Ik ben daar evenzeer van onder de indruk en voel me evenzeer machteloos. En ik leef mee met die ouders, ook al drukken ze zich in een taal uit die ik niet spreek. Tenzij de taal van menselijke verbondenheid en leed omwille van een gestorven geliefde. Misschien zou men de kinderen van Gaza iets meer mediatijd moeten geven (los van het politieke aspect). Want wat er deze ochtend gebeurde in een Zwitserse tunnel, is een gevolg van brute pech. Quasi onmogelijk om te verwerken. Kinderen die sterven van honger, dorst of door oorlogsgeweld… is geen brute pech, maar georganiseerde geweldpleging of verzuim tot hulp. En ook quasi onmogelijk om te verwerken en volstrekt onaanvaardbaar.

Is dat dan het besluit dat men moet trekken: wanneer je slachtoffer bent van pech, dan krijg je een hele dag media-aandacht. Maar ben je het slachtoffer van verzuim of haat, dan volstaan luttele seconden. Nochtans kan men met het tonen van conflicten en ellende bekeken uit het standpunt van onschuldige slachtoffers een dimensie toevoegen.

De media hebben een verantwoordelijke rol te vervullen. En ze zijn niet goed bezig.

 
8 reacties

Geplaatst door op 14 maart 2012 in maatschappij, media

 

“Ik heb een relatie”

Kan men relaties bezitten? Kan men zeggen (zoals dit op Facebook bon ton is): ik heb een relatie met X?

Het probleem ligt hem in de twee woordjes “ik heb“. Een stuk(je) van jezelf heeft een relatie met (een stukje) van iemand anders. Of, laat ons bescheiden blijven, oefent zich in het hebben van relaties. Maar wie is die ik?

We zijn tegelijk in ons bestaan kind, gepassioneerde, hobbyist, dromer, liggen overhoop met onszelf, zijn overdreven verwachtingsvol jegens de ander,  zijn eventueel mama of papa, wellicht  collega -ondergeschikt jegens de ene, superieure van een ander, etc. Steeds spelen we een rolletje. Ons ik is dus gefragmenteerd.

Daarnaast stel je bij jezelf vast dat  een stuk van jezelf een relatie met jezelf heeft aangegaan (noem het eigenliefde of gezond narcisme). En een (klein?) stukje van jezelf is heel alleen, kan misnoegd zijn over wat de rest van jezelf uitspookt (dit kan in extreme vorm tot zelfhaat leiden) maar is ook in staat om te exploreren, je te verrassen, te dichten of te schilderen. Het is de vreemde in jezelf.

Dus als je zegt “ik heb een relatie”, definieer dan eerst welk stuk van jezelf een relatie heeft, en hoe de andere delen hier tegenover staan.

En dan dat “hebben“. Je hebt geen relatie zoals je een theepot bezit. Relaties zijn osmoses. Soms zit je in een achtbaan (met twee). Dan weer in een schuifaf of een slazwierder. Soms stroom je leeg in de ander; dan weer verword je samen tot een symbiose die je voordien niet voor mogelijk dacht. Maar bezitten…?

Nee… bezit is stagnatie. Alleen een dode ster bezit voor altijd haar relatie: kil en uitdovend. Wat schijnt dat kabbelt en fluctueert. Waardoor je na enkele jaren in wezen een totaal andere relatie hebt (met dezelfde persoon). Want beiden zijn ook anders geworden.

En dat geeft Facebook niet weer, noch in de tijdslijn, noch in statusupdates. Hoe zou het ook: Facebookowner Zuckerberg wil een mensensoort zonder privacy. Daarmee doodt hij impliciet elke relatie van het individu met zichzelf, en met de vreemde in zichzelf. Je komt dus niet veel te weten wanneer iemand zegt: ik heb een relatie met…. En wat dien je te verstaan onder een statusupdate m.b.t. relaties?

Loslaten die boel. Veel te complex (en daarom té schoon) om in één zinnetje samen te vatten.

Ofwel uitdiepen. En dan krijg je zoiets als: “De vader in X heeft een lat-relatie met zijn oudste dochter. De geliefde in X heeft een innigere relatie met de moeder van zijn dochter. De homunculus in X lig overhoop met de vader in X.”

En Face-book wordt dan op zijn minst Faces-trilogy.

 
1 reactie

Geplaatst door op 20 februari 2012 in filosofie, media, psycho

 

Shared Value als antwoord op de petitie “Facebook, Apple en censuur”.

Facebook en Google zijn Amerikaanse privé-bedrijven. Zij hebben het recht vanuit die hoedanigheid te bepalen hoe hun producten gebruikt worden en dus het recht content te censureren. Zoals een forummaster een onlinediscussie mag censureren wanneer er beledigingen geuit worden.

Caudron en co (zie http://tinyurl.com/69ab9cf) hebben echter ook gelijk te wijzen op de gevaren van die censuur (om puriteinse redenen, om politieke redenen, whatever). Dit is overigens al langer een probleem, want zowat alle burgers geven stukken van hun privacy af aan Google en Facebook (in ruil voor gratis gebruik), zonder vaak te beseffen wat de negatieve gevolgen kunnen zijn. Door deze producten te gebruiken geeft eenieder impliciet toestemming de regels te kennen en na te leven. De verantwoordelijkheid ligt dus bij de gebruiker, maar tegelijk kan men vaststellen dat vele gebruikers niet beseffen wat de spelregels zijn.

De hamvraag is dus: ga je vanuit een supranationale entiteit (bv. de UNO) Facebook en Google (en enkele andere spelers) als “publiek domein” verklaren en zo eventuele censuur tegengaan (en gebruiksregels zelf aanpassen). Dat is de enige manier waarop privé-initiatieven (die gratis en vrijblijvend door miljoenen mensen gebruikt worden) verplicht kunnen worden zich te schikken naar regels.

Ofwel laat je betalen voor die diensten, al kan je dan ook nog steeds regels opleggen (zie bv. de regels waaraan banken zich moeten onderwerpen).

Ofwel (en dat is de liberale logica van Van Braekel op http://lvb.net/item/8912) bouwt men in Europa een “eigen” zoekrobot en sociaal network en worden de spelregels bepaald door de Europese Unie. Met als nadeel dat heel wat mensen op meerdere platformen actief zullen moeten/willen zijn.

Dit verhaal (dat er al lang zat aan te komen natuurlijk) toont heel mooi hoe onhoudbaar een “zuiver” marktdenken is geworden. Google en Facebook zijn van “ons”, d.w.z. van alle gebruikers. En niet meer van hun oprichters + aandeelhouders (die verdienen er wel veel geld mee). De logica van de evolutie in het hele onlinegebeuren is dus dat gebruikers zelf willen bepalen wat mogelijk is. Zoals consumenten ook mee willen bepalen hoe hun cola smaakt (maar helaas niet mee kunnen bepalen voor welke prijs dat product om de markt komt).

Mij lijkt dit een gezonde logica. Iedereen is vrij initiatieven te nemen en business op te starten, maar moet zich wel plooien naar de wil van de vele gebruikers. Ik noem dat een humaan en creatief evenwicht tussen egoïstisch eigenbelang en collectief nut.

M.a.w. de gebruikers bepalen zelf wat ze gecensureerd willen zien. De UNO (of een internationale ethische commissie) bepaalt de bovengrens (bv. materiaal van pedoseksuele geaardheid kan niet).

In de praktijk zal je sowieso overheden hebben (Iran, China, Moslimlanden,…) die meer zullen censureren.

Deze discussie is voor mij identiek aan de discussie over de grondstoffen. Wie mag bepalen wat er met de petroleumvoorraden gebeurt? De landen die toevallig op de oliebronnen zitten? Gelet op het feit dat de hele wereldeconomie draait op olie (vervang olie door Facebook of Google) kan het eigenbelang van één natie of een privé-bedrijf niet primeren op de belangen van een stuk van de wereldbevolking. Die vraag zal zich op vele vlakken stellen. Het antwoord is geen onbeteugelde vrije markt, maar ook geen indijken van initiatieven. Er is een derde weg. In ruil voor het feit dat de aandeelhouders (want daar hebben we het over) een stuk van de winsten behouden, bepaalt een supranationaal orgaan de spelregels (dus bv. wat het aanbod (en de prijs) zal zijn).

Obama beseft dit en ook delen van het bedrijfsleven begrijpen dat. Vandaar dat CEO’er Immelt aan het hoofd staat van de ‘Council on Jobs and Competitiveness’. Doel is te groeien op basis van ‘shared value’: het generen van economische waarde tezamen met maatschappelijke waarde. Maatschappelijke vooruitgang gaat aldus hand in hand met zakelijke successen. Winst is dus niet langer het einddoel.Als dit doordringt in de hoofden van aandeelhouders, moet het ook mogelijk zijn Facebook, Apple, Google en co te doen beseffen dat ze de spelregels niet zelf mogen bepalen.

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 9 februari 2011 in cultuur, economie, maatschappij, media, politics, technologie

 

VRT en de overbodigheid van VTM

De VRT moet bezuinigen omdat ze de markt vervalsen. Aan het woord zijn politici die de “aandeelhouders” zijn van VRT en die “hun” omroep willen verzwakken, om de concurrenten (de privé-omroepen en hun achterliggende aandeelhouders) meer kansen te geven om (meer) winsten te maken. Alsof Pepsi zich zou verzwakken met de bedoeling van Coca sterker te maken.

De VRT-politici gebruiken echter een ander argument, n.l. dat sterke concurrentie (dus een sterke VTM) leidt tot een goeie VRT. Misschien klopte die logica na decennia BRT-monopolie, maar inmiddels is duidelijk dat VRT méér kwaliteit biedt dan bv. VTM. Wat mij echter irriteert is de achterliggende gedachte dat VTM als voorbeeld moet dienen, als stok, als waardemeter voor VRT. Dit is dus de zoveelste ideologisch fanatieke (en historisch achterhaalde) uiting van het marktdenken. Denkt men nu echt dat de makers van kwaliteitsprogramma’s zich richten naar de producten van commerciële zenders? Hou zou bv. het VRT-nieuws positief beïnvloed kunnen worden door de VTM-nieuwsdienst? Het tegendeel is waar. Hoe meer een openbare omroep zich vandaag richt op commerciële zenders, hoe zwakker de programma’s en de duiding.

Deze achterhaalde logica impliceert dat iedereen in overheidsdienst (een overheidsambtenaar, een leerkracht, een politieinspecteur) best geconfronteerd wordt met concurrentie om optimaal te renderen. Ik vind dit een schandelijke, ronduit vernederende logica. Ik ken tientallen leerkrachten en ambtenaren die even performant zijn als mensen in privébedrijven, en dit zonder dat ze concurrentie hebben, noch uitzicht op loonsverhoging of bonussen. Ze halen hun motivatie uit zichzelf en uit de meerwaarde van hun job. Zo ook kan een overheidszender performant en vernieuwend zijn zonder concurrentie te hebben.

M.a.w. er is geen inhoudelijk argument om in Vlaanderen een commerciële zender te steunen (tenzij werkgelegenheid, maar dat is een argument dat ook gebruikt werd om zieltogende industrieën in leven te houden i.p.v. reconversie en herscholing aan te moedigen). Als de reclame-inkomsten onvoldoende zijn dan moeten VTM en anderen de tering naar de nering zetten. Dat is de logica van het door hen gepromote economische systeem. Een pleidooi om de VRT te verzwakken om zo meer geld te hebben voor privé-zenders is feitelijk een oproep tot verkapte subsidies.

En laat ons de marktlogica nu eens even doortrekken: wanneer adverteerders (in de vorm van sponsoring bv.) verkiezen geld te geven aan VRT-programma’s omdat ze zo beter hun doelgroep bereiken, waarom zouden de VRT-politici-aandeelhouders dan hier tegen ingaan? Zo ontnemen ze andere sectoren de kans optimaal te communiceren.

Uiteindelijk stelt zich dus de vraag of VTM als commercieel product überhaupt nog nodig is. Hun rol als benchmarker is uitgespeeld; ze zijn een afkalvende cash-cow en er dienen zich (b.v. via internet) andere opportuniteiten (en dus werkgelegenheid!) aan voor productiehuizen.
En dan heb ik het natuurlijk nog niet gehad over de vermenging tussen politieke families en bv. de aandeelhouders van VMM.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 20 april 2010 in economie, media

 
  • Archief

  • november 2019
    M D W D V Z Z
    « aug    
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    252627282930  
  •