RSS

Categorie archief: literatuur

Mis

Mispeuteren.
Iets later wordt dat dan: miskleuteren.
En op 14 jaar noemen we het mispuberen.
Journalisten houden ervan te peuteren in het leven van wie iets mispeuterde. Van peuteren komt al snel pulken. Of als er niks gevonden wordt: nerveus met de vingers friemelen.
Alleen baby’s blijven gespaard. Hoewel, wie met een kiezerssnede geboren werd, richtte heel wat ravage aan.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 16 februari 2018 in humor, literatuur, taal

 

Polski

12u10. Bij het oprijden van de parking komt een studente-parkeerwachtster ons tegemoet. Ofschoon onze wagen een Poolse nummerplaat heeft, beseft ze dat we geen Polski zijn en zegt ons in gebroken,doch verstaanbaar Engels: ‘Het spijt me, maar er zijn geen rondleidingen meer in het Engels. Noch in het Frans. U kunt wel om 16uur vrij het museum bezoeken.’
She must be kidding. Bijna vier uur wachten. Of er geen rondleidingen in andere talen zijn? Ja, in het Spaans. No problema. U spreekt Spaans? Nee, maar zoals ik zei is dat geen probleem. Zelfs Catalaans zou oké zijn. Ze glimlacht en wijst ons waar we kunnen parkeren.
Aan de kassa. De Spaanse rondleiding start pas om 14u15. Maar om 12u30 is er eentje in het Pools. Of we twee tickets kunnen hebben. Nee, dat gaat niet want U praat geen Pools. Klopt, maar dat is geen probleem. Toch wel. De gids zal U herkennen als niet-Polen en U niet toelaten. Maar dat is toch onze zaak… We hebben ooit nog een rondleiding over dinosaurus-eieren in het Russisch gevolgd, in Albanië. Ze schudt en lijkt onvermurwbaar. Maar dat zijn wij ook. Let’s take the risk. Ik kan U uw tickets niet terugbetalen als u niet binnen mag en u kunt enkel binnen om 12u30. Let’s go, lady. We betalen en krijgen twee stervormige stickers die we op ons moeten kleven met in het groot geschreven: Polski.
De stickers verdwijnen in mijn jaszak.
Aan de ingang. Row 1. Nee meneer, u kunt niet binnen want uw rugzakje is net iets te groot. Kunt u het in de balie afgeven? Diep ademhalen, geforceerd glimlachen en het zakje in de wagen deponeren. Om 12u25 staan we opnieuw aan Row 1. Ik toon het betalingsbewijs dat gescand wordt. Oei, Sir, het is al 12u25. Please hurry up. Uw groep staat ginds. Gewoon rechtdoor lopen.
Aldus geschiedde. Maar met iets te snelle pas. Sir, kunt u even uw zakken ledigen, uw jas uitdoen en door de scanner lopen. Keep on smiling. Thank you sire. Have a nice visit.
We sluiten aan bij de dichtstbijzijnde groep. Ze dragen ook een sticker, maar dan een ronde. Met erop: English. We kijken mekaar aan. De groep zet zich in beweging. We stappen mee door een tourniquet; houden de Polski-stickers veilig in de jaszak en staan dan terug buiten, met zicht op het smeedijzeren Arbeit macht Frei. De gids legt uit dat dit zeer incorrect is, want soms maakt arbeid helemaal niet vrij. Nee, dat zal wel zijn. Pas nu merken we dat iedereen een koptelefoontje op heeft. Wij niet. Dus volgen we de gids as close as possible, zonder op te vallen. Ze praat voldoende luid in een microfoontje om haar live te kunnen verstaan.
Auschwitz bezoeken moet iets rebels hebben. Maar als we tussen de barakken wandelen passeren de andere groepen. Steeds met andere stickers op hun vest. Niemand heeft een glimlach op de lippen. Terecht. Het regent lichtjes. Het kwik is gedaald tot 6 graden. Elke rij van 15 à 20 mensen die in ganzenpas met een hoofdtelefoon kriskras door de stegen stappen, doet luguber aan. Lijkt wel een enscenering. Alsof ergens een cineast eender welk moment ‘cut’ zal roepen.
O ja, het zal wel met de beste bedoelingen zijn geweest, maar Auschwitz een ‘museum’ noemen is echt wel not done. Have a nice visit sir. Pardon?

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 5 november 2017 in geschiedenis, literatuur

 

Vergeten woorden

Soppedoppend in een zachtgekookt weepsch fipronil-eitje vroeg ik me af of ik de dupe was van een pantoffelregiment dan wel van een kakocratie. En of ik me al lieflokkend hieruit kon onthokkebanden. Alras begon ik te impetreren en veinsde fanfaronnerend een geeuwhonger. Mijn treurgeestig gedrag leek op een jocus, maar dat is gelukkig een pak rafraichissanter dan met zuurmuil en hartvinger een vreemde deerne staan te nippelen.

http://www.gatsby.nl/Leren/Deze-verdwenen-Nederlandse-woorden-zijn-te-mooi-om-niet-te-gebruiken

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 29 augustus 2017 in literatuur

 

Kriebel

Dat gevoel terwijl je je kinnebak scheert en je linkerhand je huid opspant

en je rechterhand het mesje hanteert en je de schuimvlokken op lineaire wijze wegduwt…

dat moment dus waarop een vlieg zich neerzet niet zo ver van je geslachtsdeel

en zich met haar kleine pootjes tokkelend een weg baant…

dan pas besef je de impact van sommige kleinoden.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 29 juni 2017 in humor, literatuur

 

De kast

-Papa, ik zou die kast wel eens willen zien.
-Welke kast bedoel je?
-Waar al die mannen in zitten. Die moet toch enorm groot zijn.
-Welke mannen zitten in welke kast?
-Het staat zowat elke week in de krant. Deze week is Tim Cook uit die kast gekomen.
-Ha, je bedoelt dat hij zich geout heeft. Met betrekking tot zijn seksuele geaardheid.
-Waarom zitten homoseksuelen steeds in een kast? Dat is toch niet leuk.
-Heu nee.
-Ik dacht dat enkel lijken in zo’n kast zaten.
-Klopt ja; die vallen er soms uit.
-Maar nu vandaag las ik nog iets, papa.
-Wat dan?
-Die trainer van de Belgische voetbalploeg. Die heeft zijn ploeg vrijgegeven. Zaten die dan ook allemaal in die kast?
-Wel, wie weet hé. Het zou voor sommige van die voetballers een heel interessante ontmoeting kunnen zijn. Ze zouden wat opener van geest worden.
-Als ik later ook homoseksueel zou zijn, moet ik dan ook in die kast, paps?
-Heu nee. Bovendien hebben wij alleen kasten met glazen deuren.
-Ha, ik zou dan eerder in de vitrine staan.
-Ja, dan zou ik je kunnen solderen.
-Als bruidsschat.
-Zoiets ja.
-Of zoals die meisjes van Isis. Kwamen die ook uit de kast?
-Nee, die leven nu in een kast.
-Oei. Toch een rare wereld hé papa?
-Gewoon jezelf zijn. En je nooit de kast op laten jagen. Zeker niet door mensen die hun visie willen opdringen.
-Maar je zei ooit dat wanneer iemand zich gedroeg als een olifant in een porseleinkast, ik die mens moest terugfluiten.
-Heu ja.
-Dus ik moet mij als een scheidsrechter gedragen. En geen kant kiezen.
-Toch wel. Je kiest de kant van de tolerantie.
-Als we nu alle intolerante mensen in een kast opsluiten en we smijten de sleutel weg. Zijn dan alle problemen opgelost papa?
-Dat hangt van de kastdeur af. Als het een Ikea-kast is, dan slagen ze er wellicht in om uit te breken.
-Oei. Zo’n leven als volwassene…voelt dat niet aan of ze smijten u van het kastje naar de muur?
-(zucht)

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 11 november 2014 in humor, literatuur

 

Lazarus

Ben vannacht de moeder van alle verkiezingen tegengekomen.
Ze was lazarus.
-Problemen? vroeg ik.
-Ik heb een dronkaard gebaard. Als EU-commissievoorzitter.
-En je hebt je ingeleefd?
Ze knikte.
-Ach, zei ik troostend. Je had het slechter kunnen treffen. Men had je kunnen uitmaken voor hoer.
-Dat bén ik ook, siste ze.
-Pardon?
-De katholieken liggen in het midden van het bed en de ene informateur is nog maar net mislukt, of ze pappen al aan met wie er aan de andere kant ligt.
-Katholieken stellen zich graag open voor wat langs hun weg komt. Dat is al eeuwen zo. Dus trek het je niet aan.
-Maar ze verkrachten de taal!
-In welke zin?
-Ze maken elk gezegde onbruikbaar.
-Een voorbeeldje misschien?
-“De partijen hebben de boodschap van de kiezer goed begrepen”. Ik merk daar niets van. De particratie, het politiek gekissebis draait rustig verder. Alleen zijn de machtsverhoudingen ietwat gewijzigd, maar verder gaat het om coalities en vijf jaar gesetteld zitten.
-Tja, dat is jouw schuld.
-Hoe dat?
-Waarom eis je niet, als Moeder, dat er elke maand verkiezingen zijn. Is makkelijk te realiseren. Via het taks-on-web systeem. De tools zijn er. Elke burger kan inloggen en veilig zijn stem uitbrengen.
Haar ogen stonden plots minder flets.
-Maar dan zijn de partijen overbodig.
-Tuurlijk.
-En dan verplicht je burgers zich te informeren.
-Dat noem ik burgerplicht. En dat is iets anders dan om de zoveel jaar op een zondagochtend even aan uw tepel te hangen, Moeder.
Ze gaf me een zoen op mijn voorhoofd en strompelde weg. In mezelf wenste ik dat dit keer de verdwaasdheid van de dronkenschap, als frustratie om het zich belazerd voelen, uiteindelijk kon leiden tot de wederopstanding van Lazarus.
Ik voelde een hand die zachtjes mijn hoofd wegduwde. En ik hoorde de fluisterende stem van mijn vrouw: ‘Gekkerd, het is vier ’s nachts en jij sabbelt aan mijn tepel’.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 28 juni 2014 in humor, literatuur, maatschappij

 

De drum en de dochter van de sumo

Heb een nachtelijk optreden achter de rug waarbij ik middenin een hangdrum zat van vijf meter diameter. Ik bespeelde van binnenuit het instrument. Tot plots een atonale resonantie weerklonk. Bleek een sumoworstelaar te hebben plaatsgenomen op het instrument. Dus wriemelde ik me door een van de gaten naar boven en kwam terecht in zijn keuken. Hij bleek weg te zijn maar zijn dochter ontving me. Ze had zeer zachte gelaatstrekken, een gladde huid en een gepolijste glimlach. Haar lichaam deed me denken aan een oud premier waarna het logo van Dexia even in beeld kwam. Zelf had ik  geen kleren aan en dus ging ik in lotushouding op een stoel aan de keukentafel zitten.
Ik vroeg haar of zij ook zo’n hekel had aan negatieve emoties. Ze knikte. Ik vroeg haar of zij een bestaan zou zien zitten waarbij men op z’n vijftiende een lijstje voorgelegd krijgt waarop een aantal harde emoties staan die men tijdens zijn leven moet verwerken. Je zou dan 1 zware emotie eruit moeten pikken (bv. de dood van een kind, of het vroegtijdig sterven van een ouder) en dan zou je gevrijwaard blijven van alle andere mogelijke nefaste emotionele averij.
Faust, fluisterde ze.
Het einde van het leven als loterij, repliceerde ik. Is dat geen opstapje naar blijvend geluk?
Het volgende moment werd ik als een genummerd balletje in een trommel rondgedraaid. Botsend werd ik wakker.

hang1

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 28 januari 2014 in humor, literatuur

 

Spacy night

Maakte deze nacht met een vernieuwd ruimtetuig (de opvolger van de Space Shuttle) een vlucht tot buiten de aantrekkingszone van de aarde. Vervolgens maakte ik een uitstapje waarbij ik eigenhandig een gewichtsloze beuk van 12 meter de kosmos in liet drijven. Op een van de blaadjes zat nog een rupsje.

Het beeld van mezelf in astronautenpak terwijl ik de boom wegduwde, exposeerde ik vervolgens onder het thema: verslaving. Want dat zijn wij als soort: verslaafd aan stikstof- zuurstof mengeling.

En toen bevond ik me in een rechtbank waar ik uitlegde dat moord door wurging enkel het opdrijven van het percentage stikstof was door het wegnemen van de zuurstof. Bovendien ligt het aan de naam. Gestikt door stikstof: het is misschien humaner dan verzuurd door zuurstof. En toen werd ik wakker.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 27 januari 2014 in humor, literatuur

 

Nachtelijke tocht

Ik was vannacht getuige van een powerpointpresentatie gegeven door Albert Camus over Peter Sloterdijks ‘Je moet je leven veranderen’. Camus vatte moeilijke passages in gevatte beelden samen. Achteraf hield hij nog een pleidooi voor het reizen met de trein. Maar hij voegde er aan toe dat Sloterdijk elk reisdoel afwijst.
Toen bevond ik me in een treincoupé met open raam. De tocht maakte me wakker.
En ik sloot het slaapkamervenster.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 26 januari 2014 in humor, literatuur

 

Slow to grow

Papa, als jij lopend je 10 kilometer afmaalt, is je schoeisel achteraf vol modder.
Dat komt, mijn zoon, omdat ik nooit op asfalt loop maar de omgeploegde weilanden of zompige bospaden opzoek.
Maar waarom is dan vandaag ook je buik vol smurrie?
Ik passeer op mijn tocht tweemaal de taalgrens en ben een groep vendelzwaaiers tegengekomen.
O, en dan?
Ik heb hen gezegd dat ze moesten atomiseren.
Begrepen ze dat?
Nee, maar toen heb ik de modderduivel in me boven gehaald.
Waarom?
Om een voorbeeld te stellen. Iemand moet hen gidsen. Dus zei ik, terwijl duikend in de geribbelde sporen van een tractor: ‘Wie niet bang is zich onder te dompelen in het anders-zijn van wat hij niet kent, komt er herboren uit tevoorschijn.’
Je speelde voor Golem?
Yep. Eentje noemde me een veldmol.
Ze hadden humor. Daar hou je toch van, papa?
Wacht. Toen ik opnieuw passeerde zag ik enkel hun achterwerk omhoog priemen. De rest van hun lijf was één met de kluiten.
Oei. Een statement?
Ze hadden zichzelf gevonden. Ik heb hen dan ook aangemoedigd nog een uurtje vol te houden. En dan het hazenpad te nemen. Aan het ritme van een gebetonneerde slak.
Slow-motion rules?
Als we met z’n allen vertraagd onze werkelijkheid zouden ervaren: menig drieste onzinnigheid zou het daglicht niet zien.
Dus daar ben je mee bezig terwijl je jogt?
Niet ik ben daar mee bezig, mijn zoon. Het overvalt me. Zowel mijn benen, als mijn hersentjes gaan met me aan de haal.
En jij vraagt anderen om zichzelf te worden?
Om te ontpoppen moet je eerst coconiseren. En dan pas komt het gefladder.
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 11 november 2013 in filosofie, humor, literatuur

 

Van alle tijden?

Papa, wanneer ben je oud?
Wanneer je geestelijke toestand overeenkomt met je leeftijd.
Dus jij bent bij momenten jonger dan mijn fysieke leeftijd?
Klopt.
Maar ben je dat dan de hele tijd?
Nee, toen ik jouw fysieke leeftijd had, deed ik me soms als een oude brombeer voor.
En was dat fijn?
Ja, want dan zegt men dat je rijp bent voor je leeftijd.
Maar belazer je de mensen dan niet?
Tuurlijk, en daarmee doe je ze een plezier.
…? Is dat een wijze raad van een jonge of een oude man?
Geen van beide. Het is een tijdloze vaststelling.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 16 juni 2013 in humor, literatuur

 

Leuteren over liefde

Liefde is de geliefde citeren zonder haar/zijn woorden te massacreren. Noch te hineininterpretieren.
Liefde is de komma op de juiste plaats zetten, de punt-komma vermijden en wachten na het dubbele punt op wat komen kan.
Liefde is het uitroepteken tussen haakjes zetten om het later als een vraagteken met geschenkverpakking eromheen aan de geliefde te off(r)eren.
Liefde is de kop, waarin de met aandacht opgeschonken thee gegoten zal worden, passievol voorverwarmen en als de zin voor thee achterwege blijft, de kop koesteren als een hoogtepunt van gedeelde intimiteit.
Liefde is samen luisteren naar John Cages  “4’33” en daarna dubbel zolang keuvelen over de betekenis van stilte in de blik van een nahijgend koppel.
Liefde is een analytische tekst over diverse vormen van liefde en verliefdheid uit een scheurkalender plukken en lezen en dan geïnspireerd enkele zinnen neerschrijven om die in het oor van de nog slapende geliefde te fluisteren.

(de tekst die tot inspiratie leidde, luidt als volgt:

VRAAG: Bestaat liefde echt, of is het alleen maar een chemisch proces in je hoofd waarbij we verslaafd raken een dopamine?

ANTWOORD:
LIEFDE kan echt bestaan en hoeft niet per se iets van doen te hebben met dopamine.
VERliefdheid echter, lijkt meer te maken te hebben met passie (zie hieronder b) en de spanning van het onbekende, en daaraan gerelateerd het prettige gevoel dat dopamine kan geven.
LIEFDE, da’s een ander verhaal…

Psycholoog Robert Sternberg verdeelt liefde in 8 groepen. Hij maakt daarbij onderscheid tussen verschillende parameters, te weten:

(a) intimiteit: delen van gedachten en gevoelens
(b) passie: het gevoel van hartstocht en alles daaromheen, maakt dopamine vrij in de hersenen.
(c) commitment: gemaakte keuzes & afspraken nakomen
Scoren alle drie de parameters (a,b & c) laag? Dan is er volgens Robert Sternberg geen sprake van liefde (groep 1). We spreken van volmaakte liefde (groep 2) als een relatie bijzonder hoog scoort op alle drie bovenstaande onderdelen a, b & c.
Bij ‘vriendschap’ (groep 3), scoort alleen intimiteit (a) hoog.
Bij ‘vurige liefde’ (groep 4), slaat de meter voor passie (b) in het rood.
Bij ‘lege liefde’ (groep 5), scoort alleen het commitment (c).
Bij ‘romantische liefde’ (groep 6) is er weinig commitment (c), maar redelijk wat intimiteit (a) & passie (b).
Bij ‘onechte liefde’ (groep 7) kan er wel commitment (c) en/of passie (b) zijn, maar ontbreekt intimiteit (a)
Bij ‘maatjesliefde’ (groep 8 ) is er weinig passie (b), maar wel intimiteit (a) en commitment (c).
Stellen die deze laatste liefde beleven, kennen geen passie en ontberen daarmee dus de energetische werking van dopamine. Maar ze kennen wel degelijk ‘liefde’ in hun relatie…”

Met dank aan Jo Walbers en Hugo Schellekens)

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 26 januari 2013 in literatuur, poëzie, psycho

 

Levensauteur

Am I the writer of my life?

Soms is het inktpatroon leeg.

Soms geraakt het haakje niet gesloten en blijkt de bijzin oneindig lang.

Soms staat er tussen de aanhalingstekens enkel leegte.

Vaak opent een hoofdstuk met een vraagteken en sluit zonder uitroepteken.

En uiteindelijk komt er een gom die alles wegveegt.

(even vertoeven in de soeks van Marrakech en je ziet vele levens passeren die door anderen geschreven werden)

 
2 reacties

Geplaatst door op 14 april 2012 in filosofie, literatuur

 

Observeren

“Ik ben tot het besef gekomen dat het enige geluk in deze wereld bestaat uit het observeren, bespioneren, gadeslaan, nauwkeurig onderzoeken van jezelf en anderen, uit niets anders te zijn dan een groot, wat glasachtig, wat bloeddoorlopen, strak starend oog (…) ik ben gelukkig dat ik naar mijzelf kan kijken, want ieder mens is boeiend – ja, werkelijk boeiend!” (Nabokov, Het oog)

Troostende en tegelijk vitale gedachten die het leven kracht, diepte en intensiteit geven en een mens doet zeggen: blij dat ik even in de kosmos bestond.
En o ja, een bron van spiritualiteit. En dan doel ik niet op geesten, goden, new age en andere oppervlakkige sausjes.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 17 januari 2012 in filosofie, literatuur

 

Letterreizen

Ik lees een boek en bén dan met verlof. Ook als ik ervoor en erna druk aan het werk ben.
Ja, misschien is dat wel wat literatuur doet: je geest met verlof sturen.

Anderzijds is reizen ook een vorm van werken. Want ook als je je laat gaan (bv. al reizend landschappen en geuren opzuigen) ben je onbewust naarstig bezig elke impressie te verwerken. Vraag is dan: wanneer werkt een mens niet?

Je hebt werken waarbij je je laat gaan. En werken waarbij je zelf produceert.

Laat het dan nu tijd zijn om in de zon te zitten met het fascinerende “Voor de oerknal” van de jonge Duitse natuurkundige Martin Bojowald. Een knaller van een reis terug in de tijd…

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 mei 2011 in filosofie, literatuur, reizen

 

Over de liefde

Is liefde een dialoog tussen twee blinde vlekken?

Een dialoog tussen twee blinde vlekken is als een vliegwedstrijd tussen twee blinde vinken. It does not exist.

Er kan enkel verlangen zijn (dat niet beantwoord wordt) tussen twee blinde vlekken.

Liefde kan je dat dan niet noemen. Wel hunkering en misschien afwijzing?

Liefde is de osmose waarin beiden een stuk van hun verlangen kunnen botvieren. Liefde is niet de ultieme versmelting, het samen 1 worden (dat kan er even zijn maar wordt sowieso gevolgd door een verschil, dus apart evolueren).
Liefde is als het overlappende deel van een venndiagram; steeds is er ook voor beiden een stuk waarin de ander niet binnendringt.

 
1 reactie

Geplaatst door op 10 februari 2011 in filosofie, literatuur, psycho

 

Bargoens voor regelneven

De aanzet:

Goed. Eentje dan. ““In feite zorgen deze activiteiten er mede voor dat de juiste stappen worden ondernomen met betrekking tot risico’s die een potentiële bedreiging vormen voor het verwezenlijken van de duurzaamheiddoelstellingen van de organisatie”. (#gaat even in het bos lopen gillen voordat de volgende 32 pagina’s aan bod komen#)

 

 

Mijn reactie:

In wezen brengt een joggingacitiviteit

te midden ontgroende boomstammen

weinig aarde aan de dijk omdat

met betrekking tot de verhoogde adrenalinespiegel

ten gevolge van een linguïstische injectie

van ietwat barok taalgebruik,

de diffuse hersenschors zich meestal als een ontwricht ledemaat opstelt

waardoor de plausibiliteit op een eventuele enkelblessure

bij het eerder ritmisch plaatsen van de voeten tijdens de bovenvermelde aangevangen joggingtocht,

een dusdanig positieve waarde zal halen,

dat dit paradoxaal kan leiden

tot een negatieve realisatie van de vooropgestelde doelstelling.

M.a.w. : door het lezen van dergelijke teksten vergroot de kans dat je je voet omslaat bij het joggen.
Maar dat had je allicht wel begrepen. 😉

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 30 januari 2011 in humor, literatuur, taal

 

De kloof

Gaat democratie onderuit wanneer het bestuur van een land of een regio een mediashow wordt en partijen tot een marketingproduct verworden?
Of is dat een moderne versie van het dichten van de kloof met de (on)oplettende burger? Is er overigens iets poëtisch aan het dichten van kloven?
Ach, het oogt naïef ampel in de taakomschrijving van de bestuurder te plaatsen, laat staan poëzie.

We zijn verlost van religieuze verzinsels en morele dogma’s, maar we leven meer dan ooit in een wereld vol fetisjen en medialeugens. Als daar zijn:

  • partijdemocratie = democratie;
  • staatsschuld is zwaard van Damocles waar niks tegen te doen is;
  • iedereen is in staat verdienstelijk te zijn;
  • de ratrace is de norm.

De Herder loodste zijn Schapen de Hypocrisie in. Vandaag leiden de Schapen zichzelf in slaap.

 
1 reactie

Geplaatst door op 12 januari 2011 in filosofie, humor, literatuur

 

Ssssst

Stilte is het ik dat stopt met vragen: wanneer is het stil?

 
1 reactie

Geplaatst door op 16 december 2010 in filosofie, literatuur

 

Vijf dagen op altitude 378

Leven te midden oranje gloed. Ardeense bossen ondergedompeld in een verfbad van oker, ros, rood en geel. Bladeren die participeren aan het herfstdefilé. Een catwalk, in vol ornaat, de ultieme pracht alvorens de dood het overneemt. Zoals een ster op het einde van haar leven explodeert en als supernovawolk kleur geeft aan het firmament.

Het wild met rust gelaten. Ze stressen al voldoende door de drijfjachten. Het blijft een paradox. Moet het zwijn stressloos sterven door kansloos neergeschoten te worden vanuit een mirador?  Of moet het een kans krijgen te ontsnappen maar wel enkele uren extreem gestresseerd opgejaagd worden?

Als eerbetoon aan de woudbewoners, twee strofen uit het Troostgedicht voor  Rik Lanckrock van Staf de Wilde.

treur niet , de dood zal komen

om te troosten, hij neemt jouw geheugen

over, de schoonste van je dromen

en voegt ze bij zijn boeken

waarmee de goden zich verheugen

laten we geduldig wezen

en  vertrouwen op de tijd

we zullen worden nagelezen

door de stenen ogen van de eeuwigheid.

  • Vijf dagen zonder internet. Love it. Eindelijk tijd om een reeks interessante teksten die ik van het web plukte, tot mij te nemen.
  • Te beginnen met Stefan Beyst ver(r)assende analyse van Michaël Borremans’ artistieke oeuvre.

Enkele flarden uit het 20 pagina’s tellende essay, getiteld: Spartelen in het sadomasochistische universum. Te lezen op http://d-sites.net/nederlands/kunstenaars.htm

Over heimwee:

“Na het hemelbestormende schoonschipmaken van het modernisme dat weinig nieuws wist op te bouwen – het epifenomeen van de blijkbaar evenzeer opgegeven strijd tegen het wereldwijd triomferende kapitalisme met de bijbehorende nationalistische en religieuze restauratie – steekt blijkbaar ten allen kante heimwee de kop op: denk slechts aan figuren als Odd Nerdrum, Thierry De Cordier, Luc Tuymans en Michael Borremans, om nog maar te zwijgen van Wim Delvoye met zijn gotische toren. De recyclage van verleden stijlen is inzake kunst wat inzake gemeenschapsgevoel de terugkeer is van de goden en het nationalisme – beide exemplarisch verenigd in de muziek van Arvo Pärt (waarop Jan Hoet ten grave wil worden gedragen).

Over SM:

“Historietaferelen plachten groot te zijn, niet zozeer omwille van het aantal figuren, dan wel vanwege het belang van het onderwerp. Sadistische voorstellingen neigen er daarentegen toe zich aan het daglicht te onttrekken, net zoals de gebaren van Borremans’ figuren. Dat maakt Caravaggio’s ‘Onthoofding van Johannes de doper’ zo gênant, niet anders dan de levensgrote porno van Jeff Koons – en omgekeerd: Goya’s Desastres zo overtuigend. Wellicht vandaar de paradox dat de kleine tekeningen veel monumentaler werken dan de versies die zijn uitvergroot op doek, terwijl de beeldhouwwerken of beeldschermen die op de tekeningen tot reuzengrote proporties zijn opgeblazen wel degelijk overtuigen.

Over vakmanschap:

“Inzake het eigenlijke vakmanschap van de kunstenaar – het maken van eigentijdse beelden in een daartoe zelf geschapen taal – laat Borremans het dus eigenlijk afweten.”

“Niet zozeer de intrinsieke kwaliteiten van zijn werk, eerder de manier waarop in dit schilderen zalf, bliksemafleider en dekmantel zijn verdicht maakt dus de geheime charme en het ontsluierde raadsel uit van het werk van Borremans.”

“Borremans stelt onomwonden: ‘Ik wilde hedendaagse, authentieke beelden maken, en die uitvoeren in technieken en via media van vroeger.’ (Vanderstraeten) Daarmee lijkt hij ervan uit te gaan dat die technieken tijdloos zijn. Daarbij ziet hij over het hoofd dat zijn soort toets is ontwikkeld in een heel andere inhoudelijk context: die van zelfverzekerde verheerlijking van hemel en hof – of van de wereld onder het hemelbed – waar de toets eerder resoneerde met de inhoud dan er de ontkenning van te zijn. Het is alleen maar de combinatie met het sadisme dat door diezelfde toets wordt toegedekt, dat deze gedateerde vorm van schilderen een schijn van nieuwheid verleent. Zo redt niet alleen de toets het sadisme, maar omgekeerd het sadisme ook de toets – het volstaat om zich deze schilderijen voor te stellen met een niet-problematische inhoud – denk slechts aan figuren als James Avati (Laureyns) – om zich daarvan te vergewissen.”

  • Ook het inzicht waard, deze vaststelling uit een actuele aftoetsing van Paul Scheffer, Het land van aankomst.

De allochtonen uit Azië en Afrika kwamen de voorbije eeuwen niet uit ellende naar Europa of de Nieuwe Wereld, maar wensten te investeren, zoals ook vandaag een hele groep, gemeenschap of familie investeert in één iemand die dan in Europa studeert of er werkt en geld terugzendt, of nadien terugkeert en zijn knowhow meeneemt. Maar de blanken werden iets te radicaal en begonnen slaven uit te voeren. Ze dachten dat de zwarten en Aziaten werk zochten, maar zij waren KMO’ers  die wensten uit te groeien tot grote bedrijfsleiders. Net als…de blanken. In dat opzicht is slavernij en kolonialisme niet zozeer het vergaren van goedkope arbeidskrachten, maar het uitschakelen van concurrerende ondernemers.

Immanente suprematie. Immanente droefheid.

  • Geen tv deze vijf dagen. Wel radio. Enkele gesproken weetjes:

Rokers mogen Nederland terug doempen in ruimtes kleiner dan 70m². Domme maateenheid, denk ik dan, want de kubieke meters zijn belangrijk! En sowieso onbegrijpelijk dat mensen samenhokken in doempige ruimtes en zich dubbel verzieken.

De Leeuw van MGM vraagt het faillissement aan. Vier miljard doller schulden. Wat zouden de kroonjuwelen James Bond, The Lord of the Ring en  Ben Hur daar van denken? Dat ze ingezet zullen worden om alsnog een overnemer te vinden. En wat als de Leeuw van Vlaanderen op een dag (na dertig jaar onafhankelijkheid bv.) het faillissement zou moeten aanvragen? Wie is dan de Vlaamse James Bond van dienst? Toch niet BDW? Welke kroonjuwelen of andere ringen bezit Vlaanderen? Misschien moeten ze Brugge als onderpand geven. En heeft Ambiorix dezelfde uitstraling als Ben Hur?

Dweeno Zappa, zoon van een muzikaal genie, speelt het repertoire van zijn vader. Moet toch een dubbel gevoel zijn, heel je leven “zoon van” blijven…

Laatavondprogramma’s op de radio gaan soms dieper in op een aantal zaken. Dan is er eindelijk tijd om mensen aan het woord te laten. Zoals een aantal jong-volwassenen. Wat houdt hen bezig? Waarom zoeken jonge mensen zoveel duidelijkheid? En zekerheid. Op zo’n jonge leeftijd. Toen ik adovolwassene was, snakte ik enkel naar onregelmaat, het ongewisse, het avontuur. Het leven als een vlakke loopbaan… tjonge tjonge… wie wil dat nu? Of neem zo’n term als “verkeringstijd”. Een veertiger had het erover. “Toen mijn vrouw en ik in verkeringstijd waren… Verloofd dus…” Mijn vrouw en ik zijn altijd in verkeringstijd. Gehuwd of niet. Met of zonder kids. Wat is er nu poëtisch aan een rechtlijnige huwelijkscarrière…

  • Sociali-zen. Hoort ook bij vertoeven in Ardennenland. Doorzakken bij L&L. Doorpraten over relatietherapie. Hechtingsdrift. Verlatingsangst. Love it. Smullen geblazen, dat gepsychologiseer, bediscussieer…

Aansluitend aan het lezen:

  • Eric Rosseel: Gedwongen copulatie. Natuur en Cultuur in de Evolutionaire Psychologie. Met als kernbegrip de GPA’s (geëvolueerde psychologische adaptatie). Boeiender en actueler dan Darwin! Later meer.
  • Over evolutie aansluitend dit artikel: “Camouflage or Moral Monkeys?” van Peter Railton op de site van The Stone.

“Evolution is much more than “the law of the jungle”. Altruism has proven to be an important part of animal behavior. Not only in humans. Unfortunately, many still subscribe to the idea that nature is all “eat or be eaten” and that the human species is the only species with morality. Morality is partially genetic, it does not come from culture alone and certainly not from religion alone. Evolution is one of the most misunderstood concepts of science. Possibly because the theory is very simple to formulate but not that simple to really get your head around.

Reminds me of Carl Sagan’s experiment, in which monkeys were only permitted to eat if they pulled a lever that administered an electric shock to another monkey, the monkeys chose to abstain from food for up to 14 days, even if they didn’t know the monkey being shocked. Sagan wondered how many humans in the same situation would be so selfless.”

“Why would human evolution have selected for such messy, emotionally entangling proximal psychological mechanisms, rather than produce yet more ideally opportunistic vehicles for the transmission of genes — individuals wearing a perfect camouflage of loyalty and reciprocity, but fine-tuned underneath to turn self-sacrifice or cooperation on or off exactly as needed?

Because the same evolutionary processes would also be selecting for improved capacities to detect, pre-empt and defend against such opportunistic tendencies in other individuals — just as evolution cannot produce a perfect immune system, since it is equally busily at work improving the effectiveness of viral invaders. Devotion, loyalty, honesty, empathy, gratitude, and a sense of fairness are credible signs of value as a partner or friend precisely because they are messy and emotionally entangling, and so cannot simply be turned on and off by the individual to capture each marginal advantage.

Why, then, aren’t we better — more honest, more committed, more loyal? There will always be circumstances in which fooling some of the people some of the time is enough; for example, when society is unstable or individuals mobile. So we should expect a capacity for opportunism and betrayal to remain an important part of the mix that makes humans into monkeys worth writing novels about.

Pure altruism would not be favored in natural selection over an impure altruism that conferred benefits and took on burdens and risks more selectively — for “my kind” or “our kind.” This puts us well beyond pure selfishness, but only as far as an impure us-ishness. Worse, us-ish individuals can be a greater threat than purely selfish ones, since they can gang up so effectively against those outside their group. Certainly greater atrocities have been committed in the name of “us vs. them” than “me vs. the world.

Within my own lifetime, I have seen dramatic changes in civil rights, women’s rights and gay rights. That’s just one generation in evolutionary terms. Human culture, not natural selection, accomplished these changes, and yet it was natural selection that gave us the capacities that helped make them possible.

Does thoroughly logical evolutionary thinking force us to the conclusion that our love, loyalty, commitment, empathy, and concern for justice and fairness are always at bottom a mixture of selfish opportunism and us-ish clannishness?

We still must struggle continuously to see to it that our widened empathy is not lost, our sympathies engaged, our understandings enlarged, and our moral principles followed. But the point is that we have done this with our imperfect, partial, us-ish native endowment.

Kant was right to be impressed. In our best moments, we can come surprisingly close to being moral monkeys.”

Lectuur op de salontafel:

  • Knack Boekenbijlage 10, met o.a. een interview met Jonathan Franzen (boeiender dan zijn romans, sorry voor de fans van zijn familieverhalen).
  • Anders zichtbaar. Zingeving en humanisering in de beeldcultuur (red. Johan Swinnen). Eten en drinken voor wie graag reflecteert over kunsten, filosofie en maatschappij. “I’m not bad, I’m just drawn that way”, Jessica Rabbit in Who Framed Roger Rabbit, 1988. Love it.
  • Baudelaire in Cyberspace: dialogen over kunst, wetenschap en digitale cultuur. Een pak interessanter deze dialogen tussen Antoon van den Braembussche & Angelo Vermeulen dan heu… de toch wel wat opgekakelde Ted-talk van de Limburgse globetrotter & kippenfokker Koen Vanmechelen. Je komt er o.a. Plato (de tragedie moet verboden worden want geweld wordt gekopieerd = copycat) versus Aristoteles (tragedies moeten opgevoerd worden want ze reinigen =  catharsis) tegen.

Of de twee laten hun licht schijnen over ons denken als afterthought.

  • Chomsky: tien strategieën om de massa’s te manipuleren.
  • Dirk Verhofstadt over De doofpot van de paus van Geoffrey Robertson.

O ja, ik had natuurlijk wat opdrachten van studenten te verbeteren. En las wat vakliteratuur, waaruit ik dit pluk (marketeer Jonathan Salem Baskin):

  • Consumers are not in control. They are less trusting, less in control, less loyal than ever. And they just had enough of being insulted by time wasting, mind numbing ads. Keep marketing from ruining the credibility of your brand.
  • Brand is not a promise. Promises are never fulfilled. It’s about the here and now. Architect ‘branding’ experiences into real-time experiences. We don’t need to get into the head of our consumers, get into their lives.

Een leuk besef:

  • Een atheïst heeft dezelfde gevoelens over Jahweh of God als een christen over Wodan of Beëlzebub. Of over het Gouden Kalf. Alle monotheïsten zijn atheïst t.o.v. de meeste goden waarin mensen ooit geloofden of geloven. Alleen atheïsten laten ook die laatste God voor wat ie werkelijk is: fantasie.
  • Podcasts zijn geweldige uitvindingen. Je plukt van het web een debat of interview (beeld of klank, maakt niet uit) en zet het als mp3 op een stick, die je dan in je autoradio inplugt. Als je rijdt, kan je je prima concentreren op menselijke stemmen. Aanraders zijn sommige uitzendingen van Rondas en Trio op Klara (zaterdag- en zondagmiddag). Beluisterde ook een gesprek tussen Adriaan van Dis en Harry Mulisch (“ik wist op mijn 16e dat ik een genie was, maar wist nog niet waarin”. Of een citaat van  Hegel: “Het noodzakelijke realiseert zich altijd toevallig”. Mulisch vindt dat we de wereld moeten re-mythologiseren door wat meer decor te creëren. Niet door een God te her-introduceren. Maar door jezelf (je eigen leven en bezigheden) te mythologiseren.

En ook dvd’s zijn leuke uitvindingen. Gezien, want al lang op het verlanglijstje:

  • Home van Ursula Meier met Isabelle Huppert (flippende huisvrouw) en Olivier Gourmet (verrassende rocker). Een gezin woont aan een autostrade in aanbouw en hebben het er naar hun zin. Helaas voor hen komen plots pletwalsen en pekwagens de bovenste rijlaag vernieuwen, waarna ook vangrails geplaatst en lijnen getrokken worden. Aanvankelijk besluit het gezin (ouders, 2 jongedames en een kid) het lawaai van voorbijsoezende wagens te negeren. Maar wanneer de oudste dochter er met een passant van door is, flipt mama en besluit papa het huis toe te metsen. Waardoor de film een beklemmende wending krijgt. Leuke extra’s op de dvd waarbij je te weten komt dat de film in Bulgarije is opgenomen op een tarmac voor sproeivliegtuigjes, temidden twee piepkleine dorpjes.
  • Claude Chabrol ging Mulisch vooraf dus tijd om nog es iets te herbekijken. Au coeur du mensonge is een liefdesdrama dat zich afspeelt in artistieke middens. Met Jacques Gamblin en Sandrine Bonnaire. Overspel, depressie, zelfmedelijden, mislukkingen en hautain gedrag. Een aangename cocktail al is het verloop voorspelbaar en de regie eerder klassiek. Geen spetterende film, Chabrol qua, maar ook geen brol.

De laatste vlieg in huis heb ik gevangen. Ze zit onder een waterglas. Voorzichtig duw ik een kartonnetje onder het glas, draai alles om en zet het glas in een leeg plastic ijsroombakje, dat ik afsluit. De vlieg is nu klaar om getransporteerd te worden. Ik zet het bakje naast me in de wagen. En rijdt de heuvel af, noordwestwaarts, richting taalgrens.

100 km verder, wachtend aan het enige verkeerslicht dat ik op mijn weg tegenkom, open ik het raam. En open het bakje. De vlieg herwint haar vrijheid. En ontdekt een nieuwe wereld. Go & Fly! Zeg nu nog dat ik inteelt niet tegen ga door de Ardeense vlieg te lossen in de streek van Hannuit.

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 6 november 2010 in art, bio, literatuur, vakantie

 

Het geheim van God

God had net aan Einstein de allesomvattende formule getoond waarin Hij het leven openbaarde. En natuurlijk had Einstein al snel een fout ontdekt in de berekening.
Meer zelfs: God wist wel dat er een foutje in zat. Maar begreep Hij –als schepper- ook de gevolgen van deze aberratie?
Einstein verduidelijkte zijn gedachtengang.
‘Adam en Eva hadden twee zonen. Abel en Kaïn.’
‘Weet ik’, zei God. ‘Abel sloeg Kaïns hoofd in.’
‘Nee’, verbeterde Einstein. ‘Het was net andersom.’
God gromde. ‘Kunnen ze nu nooit eens doen waarvoor ze voorbestemd zijn. Maar ga verder Einstein…’
‘Wel, het hele scheppingsverhaal, aan de hand van Adam en Eva, loopt dood.’
God glimlachte minzaam.
‘Want toen Darwin op het toneel verscheen… U kent Darwin?’
‘Ja, die zit hier ook ergens te antichambreren’, mompelde God.
‘Toen Darwin dus zijn reis met de Beagle maakte, besefte hij dat er zoiets bestaat als evolutie.’
God knikte. ‘Mensen die mekaar de kop inslaan evolueren ook. Ze krijgen achteraf spijt. Maar dat begrijp jij ook, hé Einstein.’
Einstein stokte even, maar ging dan verder. ‘Volgens Darwin is er een gemeenschappelijke voorvader tussen aap en mens.’
God zweeg.
‘Dat wil zeggen dat wij, mensen, denken dat er ooit een diersoort bestond, waarvan zowel de apen afstamden, als de mensen. Nadien zijn wij, mensen, allesoverheersend geworden. Heu… misschien is dat de fout waar u op doelt?’
‘Dat was een nonchalance’, zei God. ‘Maar keer even terug naar je opmerking…’
‘Wel, hoe kan je nu Uw verhaal over Adam en Eva en Abel laten rijmen met Darwin zijn verhaal?’
‘Einstein, je ontgoochelt me.’
‘Vergeef me God, maar ik ben maar een mens.’
Tegenover zoveel bescheidenheid kon een a-narcist als God niet tegenop.
‘Luister, omdat je nu toch niet meer terug kan naar die mensenwereld, wil ik je wel verklappen wat de fout is die er in mijn berekening steekt. En meteen weet je het antwoord op je vraag.’
Einstein trilde van spanning.
God zuchtte.
‘Kaïn doolde jaren eenzaam door het woud. Tot hij een wezen zag dat ook rechtop liep. In plaats van te vluchten, betastten ze mekaar. En hadden ze seks.’
Einstein knipperde met zijn oogleden.
‘Uit die copulatie werd de gezamenlijke voorvader van mens en aap geboren. En dat was niet de bedoeling.’
Einstein knikte. Zijn hersentjes draaiden op volle toeren. ‘I see. Dus dat is de fout. Maar heu… wie of wat was dan dat wezen?’
God klakte met zijn tong.
‘Mijn vrouw.’

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 24 december 2009 in filosofie, literatuur

 

De Spoorzoeker

Auteur Kamiel Van Hole aan het woord over Europa, taalpuritanisme, tolerantie en de tastbaarheid van literatuur.

De dag dat hij overleed stemden de Ieren tegen Europa.

Schrijven is voor hem getuigenis afleggen van het stukje tijd (leven) dat ons werd toegedicht. En o.a. vaststellen dat de mensen mekaar de laatste 20 jaar harder aanpakken.

En toch dezelfde dromer blijven. Vaarwel Kamiel.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 14 juni 2008 in filosofie, literatuur, maatschappij

 

KAPUTT

Misschien is het tijd om de roman “Kaputt” van Curzio Malaparte (zich afspelend in de tweede wereldoorlog) opnieuw te lezen. Met ditmaal in het achterhoofd dat “de Duitsers” vervangen dienen te worden door extreme fanatieke gelovigen (moslims, protestanten, whatever).

“Is het waar dat de Duitsers zo verschrikkelijk wreed zijn?” “Hun wreedheid berust op angst, antwoordde ik. Ze zijn ziek van angst. Het is een “krankes Volk”.

En na een lange stilte vroeg hij me of het waar was dat de Duitsers zo bloeddorstig en vernielzuchtig waren. “Ze zijn bang” antwoordde ik. Ze zijn bang voor alles en iedereen, ze moorden en vernielen uit angst. Niet dat ze de dood vrezen: geen enkele Duitser, man, vrouw, grijsaard, noch kind vreest de dood. En ze zijn evenmin bang voor pijn. Maar ze zijn bang voor alles wat leeft, wat buiten hen leeft en ook voor alles wat van hen verschilt. De kwaal waaraan ze lijden is geheimzinnig. Ze zijn bovenal bang voor zwakke wezens, voor weerlozen, voor zieken, vrouwen en kinderen. Ze zijn bang voor ouderen van dagen. Hun angst heeft altijd een diep medelijden in mij opgewekt. Als Europa medelijden met hen had, zouden de Duitsers misschien van hun verschrikkelijke kwaal genezen.”

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 15 november 2004 in filosofie, literatuur

 
  • Archief

  • oktober 2021
    M D W D V Z Z
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    25262728293031
  •