RSS

Categorie archief: economie

De cobra en de bankier

Het cobra-effect en de perverse logica van bonussen. Eenvoudig gesteld: een overheid beslist premies te geven voor elke cobra die gevangen wordt, want die beestjes ben je nu eenmaal  liever kwijt dan rijk. Gevolg: het aantal cobra’s daalt drastisch en de brave burgers strijken hun premies op. Tot er plots meer cobra’s blijken te zijn dan voor aanvang van het premiestelsel. De reden: minder brave burgers kweken in het geheim cobra’s omwille van de premies.

Bankiers en bedrijfsleiders krijgen bovenop hun riante salaris bonussen omdat ze op die manier extra betrokkenheid aan de dag leggen. Op zich is dat reeds een perversheid. Want leerkrachten of politieagenten of verplegend personeel krijgen een loon. En moeten ook betrokken zijn. Velen zijn dat ook. Maar zij krijgen nooit een bonus. Terecht, want je wordt toch beloond met een salaris. Dat moet toch volstaan? Ja, behalve voor bedrijfsleiders. Pervers, toch?

Maar het kan nog straffer. Bankiers krijgen extra bonussen wanneer ze geld inzetten. Ongeacht het resultaat. Dus ook als het niets oplevert. En wanneer ze opstappen, krijgen ze een oprotpremie. Gevolg: bankiers gaan gretig gebruik maken van het cobra-effect. Het opzet hen bonussen te geven zodat ze zich gaan engageren en de bank en de investeringen als de hunne  gaan beschouwen, waardoor ze goed werk (en dus ook voorzichtig werk!) afleveren, leggen ze naast zich neer. Ze gaan enkel nog voor de premies. Dus nemen ze gigantische risico’s. Als het mislukt, dan hebben ze én de bonussen, en de oprotpremie. Bankiers kweken m.a.w. risicovolle cobra’s om ze dan te verzilveren. En trekken zich verder niks aan van de gevolgen van de cobraplaag.

Pervers, maar dat zei ik al.

(“Bier, brood en biljartballen” van Bart Haeck bevat vele van dit soort inzichten. Zie en beluister ook http://www.radio1.be/programmas/interne-keuken/economie-voor-beginners.)

 
1 reactie

Geplaatst door op 24 maart 2012 in economie, maatschappij

 

Pensioenen? Niks generatieconflict.

Het is bevreemdend (en ook beangstigend) dat men van de pensioenproblematiek een generatieconflict maakt.

Elke generatie bevat een meerderheid aan mensen die net wel de eindjes aan mekaar kan knopen, soms wat extra leuks kan doen en verder de eerste speelbal is van crisissen, bedrijfssluitingen en bezuinigingen op uitkeringen.

Het pensioenprobleem ligt ‘em in het ontbreken van verantwoordelijkheidszin bij de Zuckerbergs en Gates’en van dit landje (let op de leeftijd), de topambtenaren die jarenlang lineaire indexaanpassingen kregen wat gewoon absurd is en nu een extreem hoog pensioen verwachten en zij die in de golden sixties mee dreven op opwaartse conjunctuur, opportunistisch inpikten op diverse hypes maar vandaag niet willen dat men aan hun riante pensioenen of opbrengsten komt. Het gaat om numeriek eerder weinig mensen. Maar het gaat wel om meer dan symboolbedragen.

Wat mij bedroeft is dus het ontbreken van extra solidariteit, binnen en overheen de generaties.  Wat mij ontgoochelt is dat de spirit van revolte en idealisme die de babyboomers kenmerkte, niet geleid heeft tot solidariteitsmechanismen binnen hun eigen generatie. Zij hadden het voorbeeld kunnen geven door een grote gemeenschappelijke pensioenpot te maken en te herverdelen, en daarmee een poging te wagen een einde te maken aan de angst zwaar te moeten inboeten aan levenskwaliteit eens men stopt met werken. Onderhuids zit daar misschien de wrangheid van menig jeugdige werkende mens.

Het gelijkheidsbeginsel waarmee sedert de jaren 60 zowat alle jongeren werden opgevoed, leidde tot hoge verwachtingen. Generatie na generatie pompen ouders, maar vooral onderwijzend personeel, de kids en studenten in dat eerlijkheid en rechtvaardigheid geen loze begrippen zijn, maar waarden die men desnoods mag koesteren.

Hadden de babyboomers het waar kunnen maken, om naast de joie de vie, de seksuele bevrijding, de absolute vrijheid van meningsuiting (drie schitterende verworvenheden) niet in de val van de marketing te vallen, dan hadden ze misschien meer mededogen kunnen laten spelen in de pensionering van hun generatie, en van de erop volgenden.

Maar zijn de generaties na hen dan altijd consequent egaliserend geweest?

Is het misschien des mensen, wanneer de euro aan de lippen staat, eerst aan eigen zeel te denken?

Hoe het ook zij: een herverdeling dringt zich op. Steeds meer. Zo niet zal een meerderheid van gepensioneerden zal verplicht worden met minder middelen alsnog een actief leven te leiden. En procentueel zal dit wellicht toenemen naar de volgende generaties toe. Een kaasschaafaanpak is ter zake ronduit onethisch.

En als men het cynisch wil beredeneren: tevreden consumerende senioren zijn een voordeel voor de economie. Dus moet het uit zijn met bonussen en dienen aandeelhouders die de voorbije 30 jaar potverterend rijk werden, diep in hun buidel te tasten en een rectificatie te verrichten (en dat geldt ook voor alle politici). Hoe meer zij bijdragen, hoe minder de bezuinigingen op het collectieve weegt.

En als dit allemaal utopisch is, kibbel gerust verder.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 december 2011 in antropologie, economie, maatschappij, onderwijs, politiek

 

Afval

Er zit meer in u. Dat is wat ik zeg tegen degenen die zich gedumpt weten op school. En erna. Soms is het moeilijk om zich te onttrekken aan de peergroup. Of peppen ze mekaar op om uiteindelijk te weinig inspanningen te leveren. Er ligt uiteraard een stukje verantwoordelijkheid bij elk individu. En er zijn opportuniteiten die men moet grijpen. Maar dat is allemaal al gekend.

We kunnen dat  opvangen, door ouders en zgn. Belgische allochtonen die wel degelijk hun studies geïnteresseerd doorlopen hebben, erin te betrekken.

Het is bevreemdend hoe “functioneel utilitair” men jonge mensen ziet als radertjes die opgeleid moeten worden om in een economie mee te draaien.

Gaan we dan niet voorbij aan een studie over het maatschappelijk nut van onze arbeid. De vuilnisophaler staat op 1. Jawel. En de bankdirecteur quasi op de laatste plaats.

Maatschappelijk nut. Misschien eerst die term introduceren en alle opleidingen, alle beroepen evenwaardig benoemen en propageren. En wat mij betreft ook verlonen!

Zie http://www.neweconomics.org/publications/bit-rich , zie ook http://www.taxworld.be/taxworld/vuilnisophaler-maatschappelijk-veel-meer-waard-dan-accountant.html?LangType=2067 en http://elskeytsman.wordpress.com/2009/12/14/taxtalk-vuilnisophaler-maatschappelijk-veel-meer-waard-dan-accountant/ —

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 18 december 2011 in economie, maatschappij, onderwijs

 

Destroy

Het verhaal is redelijk eenvoudig: je keldert beurskoersen (op basis van “gevoelens” als wantrouwen, onzekerheid), waardoor bedrijven personeel ontslaan en goedkoper kunnen produceren en daardoor weer meer winsten maken, terwijl jij intussen hun waardeloze aandelen opkoopt en ze dan weer met veel winst verkoopt.

Die logica gaat ook op voor overheden. Je laat -als bank en als investeerder- de ratings verlagen van overheden (je netwerk inzetten, noemen ze zoiets, in dit geval Standard and Poors), waardoor de overheden -net zoals bedrijven die hun koersen zien kelderen- mensen ontslaan en ontvetten (lees: de verzorgingsstaat ontmantelen). Terwijl verdienen banken en speculanten aan de hoge interesten die de overheden moeten betalen voor leningen. Eens de overheid weer gezond is, passeren banken en speculanten weer langs de kassa want de overheden lenen opnieuw, ditmaal om te investeren in nieuwe projecten.

Er is nog een derde parallel, deze van de Dick Cheney-clan (incluis Bush) en het Amerikaans militair complex. Cheney laat bv. in Irak alle logistieke installaties (bruggen ed.) bombarderen, die dan na de oorlog weer (o.a. met EU-geld) opgebouwd worden, en de aanbestedingen gaan naar… de Dick Cheney-firma’s.
Basislogica: als je onvoldoende winst kan maken, omdat je systeem inherent aan het kapseizen is, vernietig dan een stuk van wat bestaat. Zo gebeurde in Duitsland: eerst een oorlogsindustrie onder Hitler, dan de wederopbouw. Zo gebeurde opnieuw het voorbije decennium in Duitsland: bedrijven danken massaal af of sluiten afdelingen, om dan opnieuw mensen voor een veel lager loon in dienst te nemen, waardoor ze een concurrentievoordeel hebben, maar ook een groeiende armoede (zie de analyses van Gunter Walraff).

Altijd opnieuw is de basislogica: vernietig, ten koste van menselijk geluk, en ga dan weer winsten maken ten koste van de sociale verworvenheden.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 8 december 2011 in economie, maatschappij

 

Loon naar werken?

Solvay- prof en corporate governance specialist Eric De Keuleneer stelt  dat elke vergoeding in een organisatie of bedrijf die meer dan 25 keer hoger is dan de laagste (niet de gemiddelde),  onwenselijk en ethisch niet te verantwoorden is. Laat staan dat er dan nog bonussen bovenop komen.

Filosofisch kan je echter nog een pak verder gaan.
De grootte van een loon (en zeker van een bonus) wordt zogezegd bepaald door de verdienste van een persoon in relatie tot het nut van een job. Waarbij men zonder meer een hiërarchie oplegt die stelt dat langer studeren recht geeft op meer loon én dat functies met meer loon ook nuttigere jobs zijn. Dit op zich is ronduit discriminatoir.
Nemen we een poetsvrouw m/v als voorbeeld die geboren wordt met een kleiner intellectueel vermogen, althans volgens de normen van het bestaande onderwijssysteem (probleem om bv. logisch/abstract te redeneren). Deze persoon slaagt er dus niet in ASO te voleindigen. Zij zit in het watervalsysteem. Neem nu dat zij/hij ook nog eens in een arbeidersmilieu vertoeft, een wereld zonder veel connecties met professioneel succesvolle personen. (een studie wees trouwens uit dat kinderen uit arbeidersgezinnen die universitaire diploma’s bezitten, minder kans maken op geslaagde carrières omwille van het ontberen van de nodige netwerken). Dus naast een biologisch gegeven (kleiner logisch vermogen, minder taalgevoelig, etc.) is er een sociale omgeving die eerder tot een terugplooien op zichzelf leidt, het ontbreken van assertiviteit, misschien zelfs een minderwaardigheidscomplex. Deze persoon vindt werk als poetsvrouw, en wordt binnen onze bedrijfscultuurlogica dan ook weinig betaald. M.a.w. zo iemand is driemaal de dupe in onze samenleving. 1. Onvoldoende intelligent. 2. Gesloten milieu. 3. Weinig inkomen.
Kan zij daar aan doen? M.a.w. is zij verantwoordelijk voor haar situatie? Nee. En toch wordt ze 3x gestraft. Onaanvaardbaar. Maar tegelijk toont het aan dat het onaanvaardbaar is, want onrechtvaardig, om iemand die wél talenten en intellect bezit, wel assertief is en netwerken bezit en gebruikt, véél loon te betalen. Het is immers diens verdienste niet. Dus de enige rechtvaardigheid is deze waarbij men eenieder die zich inzet naar vermogen (d.w.z. naar eigen kunnen) evenveel betaalt. Een bankdirecteur mag dus niet meer verdienen dan een poetsvrouw wanneer zij beiden op redelijke wijze zich ten volle inzetten. Overtreffen zij zich (bv. 12 uur poetsen op 1 dag) dan verdienen zij meer betaald te worden. Maar onmiddellijk stekt zich de vraag waarom iemand verplicht zou moeten worden zich te overtreffen.

Tevens wil ik er op wijzen dat er studies verschenen waarin men beroepen indeelde naar maatschappelijk nut. Bovenaan stond de vuilnisophaler, onderaan de bankdirecteur. Say no more.

Ten slotte: wat met iemand die “lui” is. Die niet de kracht wil opbrengen om te vechten, zich in te zetten. Er zijn inderdaad mensen die het ontbreekt aan doorzettingsvermogen. Wat blijkt uit neurologische analyses: doorzettingsvermogen is een gave. Dus er zijn mensen wiens genotszone sterker is dan hun wilskracht (om onaangename taken te verrichten). Daar valt aan te werken, maar dat vraagt tijd. Ook daar zie je dus dat “luiheid” vaak een hersenpatroon is, soms aangeboren, soms aangeleerd, maar ook dan stelt zich de ethische vraag of men zo iemand wel mag straffen door hem minder te belonen. Oplossing zou kunnen zijn een therapie toe te passen in de hoop dat de circuits zich wijzigen. Bij jonge mensen zien we vaak dat gestimuleerd worden helpt. Waarbij de stimulans zowel intrinsiek kan zijn (een aangenamere leer- of jobervaring) als buiten de arbeid kan liggen (een beloning en zicht op een zelfstandig leven).
Op basis van deze analyse kunnen directeuren nooit hoge lonen ontvangen. Zij dragen  verantwoordelijkheden, maar zij hebben er het talent voor, dus is het geen extra verdienste, dus dienen ze er niet méér voor betaald te worden. En dus zijn bonussen überhaupt af te wijzen.
Een en ander stoelt op het parecon-principe.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 9 april 2011 in economie, ethiek, filosofie, maatschappij

 

Shared Value als antwoord op de petitie “Facebook, Apple en censuur”.

Facebook en Google zijn Amerikaanse privé-bedrijven. Zij hebben het recht vanuit die hoedanigheid te bepalen hoe hun producten gebruikt worden en dus het recht content te censureren. Zoals een forummaster een onlinediscussie mag censureren wanneer er beledigingen geuit worden.

Caudron en co (zie http://tinyurl.com/69ab9cf) hebben echter ook gelijk te wijzen op de gevaren van die censuur (om puriteinse redenen, om politieke redenen, whatever). Dit is overigens al langer een probleem, want zowat alle burgers geven stukken van hun privacy af aan Google en Facebook (in ruil voor gratis gebruik), zonder vaak te beseffen wat de negatieve gevolgen kunnen zijn. Door deze producten te gebruiken geeft eenieder impliciet toestemming de regels te kennen en na te leven. De verantwoordelijkheid ligt dus bij de gebruiker, maar tegelijk kan men vaststellen dat vele gebruikers niet beseffen wat de spelregels zijn.

De hamvraag is dus: ga je vanuit een supranationale entiteit (bv. de UNO) Facebook en Google (en enkele andere spelers) als “publiek domein” verklaren en zo eventuele censuur tegengaan (en gebruiksregels zelf aanpassen). Dat is de enige manier waarop privé-initiatieven (die gratis en vrijblijvend door miljoenen mensen gebruikt worden) verplicht kunnen worden zich te schikken naar regels.

Ofwel laat je betalen voor die diensten, al kan je dan ook nog steeds regels opleggen (zie bv. de regels waaraan banken zich moeten onderwerpen).

Ofwel (en dat is de liberale logica van Van Braekel op http://lvb.net/item/8912) bouwt men in Europa een “eigen” zoekrobot en sociaal network en worden de spelregels bepaald door de Europese Unie. Met als nadeel dat heel wat mensen op meerdere platformen actief zullen moeten/willen zijn.

Dit verhaal (dat er al lang zat aan te komen natuurlijk) toont heel mooi hoe onhoudbaar een “zuiver” marktdenken is geworden. Google en Facebook zijn van “ons”, d.w.z. van alle gebruikers. En niet meer van hun oprichters + aandeelhouders (die verdienen er wel veel geld mee). De logica van de evolutie in het hele onlinegebeuren is dus dat gebruikers zelf willen bepalen wat mogelijk is. Zoals consumenten ook mee willen bepalen hoe hun cola smaakt (maar helaas niet mee kunnen bepalen voor welke prijs dat product om de markt komt).

Mij lijkt dit een gezonde logica. Iedereen is vrij initiatieven te nemen en business op te starten, maar moet zich wel plooien naar de wil van de vele gebruikers. Ik noem dat een humaan en creatief evenwicht tussen egoïstisch eigenbelang en collectief nut.

M.a.w. de gebruikers bepalen zelf wat ze gecensureerd willen zien. De UNO (of een internationale ethische commissie) bepaalt de bovengrens (bv. materiaal van pedoseksuele geaardheid kan niet).

In de praktijk zal je sowieso overheden hebben (Iran, China, Moslimlanden,…) die meer zullen censureren.

Deze discussie is voor mij identiek aan de discussie over de grondstoffen. Wie mag bepalen wat er met de petroleumvoorraden gebeurt? De landen die toevallig op de oliebronnen zitten? Gelet op het feit dat de hele wereldeconomie draait op olie (vervang olie door Facebook of Google) kan het eigenbelang van één natie of een privé-bedrijf niet primeren op de belangen van een stuk van de wereldbevolking. Die vraag zal zich op vele vlakken stellen. Het antwoord is geen onbeteugelde vrije markt, maar ook geen indijken van initiatieven. Er is een derde weg. In ruil voor het feit dat de aandeelhouders (want daar hebben we het over) een stuk van de winsten behouden, bepaalt een supranationaal orgaan de spelregels (dus bv. wat het aanbod (en de prijs) zal zijn).

Obama beseft dit en ook delen van het bedrijfsleven begrijpen dat. Vandaar dat CEO’er Immelt aan het hoofd staat van de ‘Council on Jobs and Competitiveness’. Doel is te groeien op basis van ‘shared value’: het generen van economische waarde tezamen met maatschappelijke waarde. Maatschappelijke vooruitgang gaat aldus hand in hand met zakelijke successen. Winst is dus niet langer het einddoel.Als dit doordringt in de hoofden van aandeelhouders, moet het ook mogelijk zijn Facebook, Apple, Google en co te doen beseffen dat ze de spelregels niet zelf mogen bepalen.

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 9 februari 2011 in cultuur, economie, maatschappij, media, politics, technologie

 

Are we living in the end of times?

Slavoj Zizek, philosopher and cultural critic on the collapse of society and the failure of capitalism.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 14 november 2010 in cultuur, economie, filosofie, maatschappij

 
  • Archief

  • november 2019
    M D W D V Z Z
    « aug    
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    252627282930  
  •