RSS

Categorie archief: cultuur

Vlaamse klei

-Papa, hoe kan je best WOI herdenken?
-Door Hanekes ‘Das Weisse Band’ te analyseren. Het is een liefdesloze wereld.
Met jongeren die niet aangeleerd krijgen hun frustraties en wrok jegens hun ouders en de buitenwereld te kaderen.
-Hun ouders houden niet van hen maar leven volgens regels?
-Ja, en daarom ontbreekt het generatie na generatie aan een rijk innerlijk leven waarbij men zijn onaangename gevoelens kan plaatsen ipv zich af te reageren op de anderen.
-Kunnen die kinderen eens ze groot zijn verwondering uiten voor iemand anders die een raadsel voor hen is?
-Nee. Ze kunnen mensen enkel zien als nuttig om hun eigen verzuchtingen te verwezenlijken.
-Dus gaan ze hen als slaaf behandelen?
-Op subtiele wijze, ja.
-Maar dat zie je vandaag toch ook op de werkvloer en in alle incest en pedoseksuele relaties?
-En in regeringsonderhandelingen. Om het met Nussbaum te zeggen: wij hebben nood aan een politieke cultuur die de naar buiten gerichte beweging van verstand en hart naar wat beminnenswaardig is moet aanboren. Pas dan zullen onze instituties kunnen worden gehandhaafd en ingezet tegen de voortdurende druk die wordt uitgeoefend door egoïsme, hebzucht en enghartige agressie.
-Dus WOI is nog niet gedaan?
-De IJzerherdenkingen zijn vluchtpogingen van het oude katholieke Vlaanderen om zeker niet naar zichzelf te moeten kijken en de enge wijze waarop generatie na generatie jonge mensen gevoelsmatig gekwetst en brutaal opgevoed werden en geïndoctrineerd met een betoog als: “leer lijden, klaag niet, presteer en doe zoals ons” te belichten.
Als mens zit de introverte Vlaming nog altijd in zijn loopgracht van waaruit hij alles wat vreemd is en zijn standvastigheid zou kunnen doen wankelen, beschiet met argwaan en vijandige gevoelens.
-Kunnen zij dan niet liefhebben?
-Enkel wanneer hun biologisch medelijden wordt getriggerd en via een derde, te weten hun God die hen op die manier onrechtstreeks verbonden maakt met wat vreemd is.
-En kunnen zij genezen worden?
-Enkel door culturele inteelt te vermijden.

Advertenties
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 10 juni 2014 in cultuur, geschiedenis, maatschappij, psycho

 

Over intelligent design

Simon Vinkenoog, de betreurde dichter, omschreef de letters GOD als: geboorte, dood en tussenin orgasme. Het leven is een langgerekt orgasme. Meer moet dat niet zijn. Natuurlijk is het dat niet, het is eerder een tocht langs bergen en dalen, een krimpen en rekken, maar het maakt wel dat we bestaan, dus aanwezig zijn in dit universum. Wij zijn als soort getuige van een toevalligheid. En als individu zijn wij bovendien het zaadje dat het haalde en het eitje binnenkroop. In dat opzicht zijn wij stuk voor stuk kampioenen. Oké, voor sommigen ging het nadien bergaf. Maar de verwondering is er niet minder om.writers brain

En toch zijn er miljoenen, zelfs miljarden mensen die het niet zo zien. Die pas betekenis kunnen geven aan hun leven door een opperwezen te introduceren dat de aarde speciaal voor ons gemaakt heeft. En ons ook na de dood laten verder leven in en hemel. In de VS wordt in sommige staten zelfs gepleit om creationisme en een moderne variante, het intelligent design, in het onderwijs te doceren, i.p.v. de evolutietheorie.

Vanwaar die behoefte?

Waarom blijft anno 2013 het concept van bv. een Intelligent design en een God zo aantrekkelijk?

Heeft het verlichtingsdenken misschien gefaald? Ja. Maar daar kan het niet aan doen. Want wij zijn wezens die ons ook laten leiden door gevoelens. En gelukkig maar.

Wij nemen beslissingen niet enkel op basis van argumenten en logica, maar ook spelen steeds gevoelens en ervaringen mee, in onze hersenen. Gevoelens zoals onzekerheid, verlatingsangst, faalangst, angst om iets nieuw aan te vatten… kunnen de overhand nemen.

Maar er is ook het superioriteitsgevoel dat meespeelt. Wie de mensensoort ziet als de uitverkoren soort die door God hier geplaatst werd, zet zich op een verhoog, en blijkbaar voelen sommigen zich daar goed bij. Wie dat beeld probeert te ontkrachten, die is zelden welkom. Wie leeft met de gedachte dat een God over hem waakt, voelt zich geborgen. Dat onderuit halen is voor sommigen hen verplichten zonder reddingsboei om te gaan met problemen en gevoelens.

Leven met onjuiste mythes is makkelijker dan de wetenschap te volgen en om de haverklap te horen dat er nieuwe inzichten zijn, wat impliceert dat men oude ideeën naar de prullenmand moet verwijzen.

Bovendien lijkt wie in dit leven los komt te staan van God en zijn of haar eigen weg wil volgen,  arrogant. Neem nu een bever. Die is –volgens creationisten-  hier op aarde om bomen om te doen en daarom heeft hij scherpe tanden. En het beest leeft daarom in een harmonische situatie. Die redenering lijkt coherent en logisch te zijn. En dus zijn creationisten erg zelfzeker. En ze verwijten ons dat wij met onze intelligentie dingen doen waarvoor we niet voorbestemd waren. En ja, het moet gezegd: soms maken wij er een potje van.

Wij kunnen zelf amper een rietstengel met onze blote handen uit de grond rukken.  En in plaats van ons daar bij neer te leggen, zijn we onze intelligentie gaan gebruiken als een verlengstuk van bv. onze handen en onze spierkracht. Wij kunnen het aantal bomen dat een bever in zijn heel leven om knaagt, in 1 etmaal omdoen. En van die bomen maken wij geen dammen, maar bv. papier. En van de restanten van de stronken maken we houtskool. En met die houtskool schrijven we in koeien van letters op dat papier: “Stop de ontbossing”. Absurd. En meteen koren op de molen van de creationisten. Waarom bleven wij niet bij datgene waarvoor we voorbestemd waren. Als wij de bever in ons volgen, dan geeft dat een gevoel van rust.

Een ander element waar een geloof gevoelsmatig op inspeelt, is de drang naar perfectie. Mensen zijn verslaafd aan de schoonheid van perfectie. Bv. de schoonheid van een sluitende coherente theorie. We zijn bereid een theorie die op papier prachtig is, te geloven en alles wat er niet mee overeenkomt, af te doen als irrelevant. Het creationisme schotelt een verhaal voor dat correct is. Een moslim zal in de Koran alles vinden dat ie nodig heeft. Dus zoeken hoeft niet meer. Ook wetenschappers maken soms de fout vanuit een theorie alles te willen verklaren. Blijkbaar poneren wij graag een blauwdruk. Bv. een perfecte wereld. Godsdiensten plaatsen die buiten de aarde, na het leven, in een of andere Hemel. Ideologische stromingen zoals marxisme en liberalisme bouwen daar in wezen op verder maar plaatsen dat paradijs als doelstelling op aarde.student boerka

Het summum van gefantaseerde perfectie is het paradijs. De constructie van een paradijs is niets anders is dan het bespelen van onze melancholie. Het is een grote troost voor de perfecte wereld die niet bestaat, maar wel zou kunnen bestaan. En het houdt een harmonische wereld voor, zonder negatieve gevoelens.

Maar er is iets vreemd aan de hand met het paradijs. Het is er namelijk saai. Want het is Perfect, dus een grote status quo. Niets verandert. Vandaar dat je er maar beter niet te gedetailleerd over praat. En het allemaal wat mysterieus houdt. En misschien kan je het ook maar beter niet afbeelden. Want dan verdampt de illusie. Vandaar dat moslims weigeren om Allah af te beelden? En zo de illusie hoog kunnen houden.
Maar het paradijs is ook voor katholieken een plek waar je geen wellust of seks kan ervaren. Als je dat wel doet,  –kijk maar naar Adam en Eva- dan sjotten ze je buiten. Ik vind dat we dan ook vergevingsgezind moeten zijn in ons oordeel over de seksfeestjes van de kardinalen in het Vaticaan. Die kerels snappen eindelijk dat hen daarboven een hele saaie boel wacht.

do the smoke

Tegen dat gevoel van absolute zekerheid (wat de creationisten oproepen) ingaan met rationele argumenten en een deels onvolledig verhaal, wil zeggen dat men vraagt om een gevoel van zekerheid op te geven. En dat is niet makkelijk voor vele mensen. Je creëert daarmee de ontgoocheling van de zesjarige die zonder voorbereid te zijn, te horen krijgt dat Sinterklaas niet bestaat. Tegen beter weten in blijven heel wat volwassenen geloven.

Vandaag is er een variante manier waarop wij met het paradijs omgaan. N.l. via de soaps die elke avond door honderden miljoenen mensen bekeken worden. Wat is er kenmerkend aan soaps? Het gaat over tragedie, drama, conflicten. Geen enkel oorspronkelijk gezin dat wordt opgevoerd, is na een tijdje nog intact. Allemaal gaan de relaties kapot. Agressie, verdriet, haat, jaloezie: al die miljoenen kijkers houden er van. Niet in hun eigen leven, wel in dat van virtuele personages. Lijkt wel een beetje binnengluren in het leven van Adam en Eva; het virtuele paradijs….
Maar eigenlijk doen tv-soaps het tegenovergestelde van godsdienst. Godsdienst toont ons de weg naar het paradijs. TV-soaps tonen ons de hel, dat wat ge niet wilt meemaken, maar waar ge wel elke dag met veel plezier naar kijkt. De soapkijkers moeten zich toch eens bezinnen over dat licht sadistische trekje van henzelf. Het is mesjogge. Of is het een soort van therapie?

En dan heb je die andere die het Licht hebben gezien: de Vuurtorenwachters ofte de Getuigen van Jehova. Neem degene die ik ontmoette in Portugal, in een dorpje hoog in de Algarve. Als je er een ziet, een getuige, dan zie je d’er sowieso minstens twee. Want ze zijn altijd met twee. Met hun boekentasjes op zondag, 35 graden, kostuumpje aan.

6000 jaar bestaat de wereld. En alles is het werk van God, dus teleologisch, doelbewust in mekaar gestoken. Dat kan niet anders. Want kijk, Darwin, zo zei de oudste van de twee getuigen mij, Darwin kan nooit verklaren hoe –als we een aantal onderdelen van een uurwerk in een zakje steken– er een uurwerk uitkomt als we schudden. De tweede getuige, een soort gezel, stond er glimlachend bij. Kunt gij door te schudden met het zakje van al die losse radertjes en wijzers en glaasjes een uurwerk maken?.

Ja, was mijn antwoord. Op Darwiniaanse wijze.  Ge moet schudden, maar wel 4 miljard jaar lang. En ge moet wat in dat zakje zit laten reageren met de omgeving. En als de omgeving wijzigt, dan zal het uurwerk ook anders gebouwd zijn. Want niets staat op zich. Met vallen en opstaan, met uitsterven, met het meest aangepaste zijn wat op dat moment de omgeving vereist… zo evolueren de dingen. Dus uw metafoor van een klokkenmaker is niet correct. Dat is overigens een van de problemen: wij proberen altijd metaforen te gebruiken, naargelang onze stand van zaken op technisch vlak. Een uurwerk, een bouwmeester, een computer, een netwerk. Maar die beeldspraak komt nooit overeen met hoe de dingen echt zijn en interageren.

walvasi op land

Een van de  remedies om de behoefte naar absolute zekerheid op te vangen, is een  onderwijsbeleid dat ons de kans geeft ons te ontplooien. Waardoor wij méér kunnen worden dan wat een “bever” ooit zal kunnen zijn. Wij ontdekken mogelijkheden die de vorige generaties nog niet kenden. We worden gestimuleerd te zoeken naar wat in ons zit. Belangrijk is aandacht te hebben voor gevoelens als  faalangst.  Overdracht van kennen en kunnen is één, maar de wijze waarop, stimuleren en omkaderen en praten over bv. faalangsten, zijn zeker zo belangrijk.

Vandaag staan we voor de uitdaging om een nog complexere wereld te aanvaarden. We moeten leren zwemmen in troebele waters. En omgaan met twijfel. Dus ingaan tegen een stuk natuur in onszelf. Dat kan, door opnieuw over onze gevoelens te praten, ze in kaart te brengen, ze soms op te volgen en soms af te wijzen of overwinnen.

Gelovigen zeggen soms wel eens: De wetenschap geeft antwoord op de vraag hoe iets werkt, hoe het in elkaar zit. Geloof probeert antwoord te geven op vragen als: waarom zijn we hier, hoe moeten we leven: m.a.w. zingeving.

Neen, wetenschap geeft ook antwoord op de vraag waarom zijn we hier. Op indirecte wijze. Ze zegt dat er geen opgelegd doel in de natuur is, is tenzij onszelf reproduceren, maar zelfs dat is niet voor iedereen zo, noch voor ouderen, noch voor homoseksuelen, en ook een pak hetero’s willen zich niet reproduceren. Dus de wetenschap zegt ons: bepaal zelf wat uw doel en uw zingeving is. Als dat geen positieve boodschap is! Leve de vrijheid!

Momentje, dat is ook niet het geval, zegt de wetenschap. Je bent wel gekneed. Je uit voorkeuren en je noemt dat je eigen vrije keuzes, maar die zitten deels genetisch in je ingeprent. Je denkt dat je kiest, maar de complexheid van je persoon maakt dat je bepaalde keuzes in een bepaalde richting maakt. Je bent voor een stuk getuige van wat zich in je hoofd afspeelt.

Je hebt vervolgens ook een moraal. Die je vrijheid kan inperken.

Maar voor onze moraal hebben we God niet nodig gehad.
Want de moraal, zegt de wetenschap, zit al bij ons ingebakken. Die is gebaseerd op bepaalde neigingen – elkaar helpen, empathie, regels volgen, belang hechten aan rechtvaardigheid, speelsheid aanvaarden – die we ook bij andere sociaal levende dieren zoals apen, olifanten en in basale vorm zelfs bij honden zien. Die neigingen en de bijbehorende emoties zijn een deel van onze natuur, en vanuit de evolutiebiologie verklaarbaar: ze maken het leven in groepen mogelijk.

De moraal bestond al ver voordat we godsdienst hadden, of filosofie.

Beide beweren dat de mens niet weet hoe hij zich moet gedragen; God moet hem dat vertellen of hij moet het met zijn logisch verstand ontdekken. Onzin! En in het geval van de godsdienst ging het erom de moraal in een bepaalde richting te duwen. Vandaar: altijd bevragen of wat je doet niet anders kan; en of je je der wel goed bij voelt.

Verder is ook de liefde ons meegegeven. Daardoor zijn we betrokken bij anderen. En als je warme empathie hebt, ben je betrokken in het leven van anderen, dan wordt je vrijheid aan banden gelegd, maar je krijgt er natuurlijk ook van alles voor in de plaats, zoals respect, een luisterend oor, het kunnen delen van ervaringen…

dansende damesDaarnaast moet je ook iets minder denken dat je “ik” een product van jezelf is. Integendeel: je persoonlijkheid wordt ook vorm gegeven door ouders, leraren, media.

En dat brengt ons tot de laatste vraag: ligt hier een taak weggelegd voor wetenschapspopularisering? Kennis maar vooral inzichten overdragen, maar dat op een manier dat het correct blijft én begrijpelijk is. Onderwijs speelt daar een rol in. Maar soms ontbreekt het aan passie. De media zijn erin betrokken, veel te weinig. Steeds minder. Op aparte zenders.
Er zijn teveel volwassenen die eens ze het onderwijs verlaten hebben, niets meer te maken hebben met wat wetenschap hen kan bijbrengen. Er zijn via de media te weinig manieren waarop inzichten toegang vinden. Het enige wat sommige volwassenen vandaag eventueel nog doen is zelf doktertje spelen via Google en aan de arts vertellen wat ze hebben.

Je kan als mens in elk gesprek dat je voert, de link leggen met wetenschappelijke inzichten.  Niet alleen omwille van de kennis, maar ook omwille van een gevoelsaspect. In plaats van Koran en Bijbel hebben wij nu gigantisch veel actuele wetenschappelijke lectuur ter beschikking.

Wetenschap is in wezen poëzie. Wij zijn de kinderen van sterrenstof.we in trhe galaxie
Alles wat bestaat, incluis onze huid, ons bloed, de lucht die we inademen, zaten ooit als atomen in het stof dat een gigantische ster, vele malen groter dan de zon, uitblies. Daaruit zijn de zon en de planeten gekomen en uiteindelijk ook wij. Is dat geen verbondenheid? Is dat geen sublieme religie? Die de wetenschap ons geeft? Word je daar niet warm van? Is dat niet de ultieme troost? En tegelijk de kracht om het leven met twee handen te grijpen!

Bovendien brengt wetenschap ook schoonheid. De versmelting van 1 zaadje met 1 eitje… wat er dan week na week gebeurt… dat is mooi in beeld gebracht en op zich maakt dat besef toch een God overbodig. Het is een verklaarbaar mirakel. Oké, niet alle schepsels zijn even gelukt maar dit laten we even terzijde.

En meteen leidt dit de dimensie van de religie. Wij zijn verbonden op materieel vlak. Kinderen van het Sterrenstof. Wij zijn verbonden in een biotoop. Fijn stof. Klimaatopwarming. Wij zijn als soort stik eenzaam op een planeetje. En dat maakt de behoefte groot om juist heel sociaal te zijn.

Spiritualiteit is bv. het beeld waarin wij elk een stukje kennis, inzicht en kunnen doorgeven aan anderen. Samen vormen wij een gigantische keten.

Niemand kan nog zonder de arbeid en de kennis van anderen. Individueel kunnen we accenten leggen, maar collectief plukken we de vruchten. Na-ijver en concurrentie hebben hun beste tijd gehad als motor voor vooruitgang.

Gelaïciseerde spiritualiteit is het gevoel ervaren dat wij een onderdeel zijn van een groter geheel, dat echter niet buiten ons staat. Er is geen bouwmeester, geen Torenwachter, geen god, geen deïsme.

Wij moeten die verbondenheid die door wetenschappelijke kennis wordt blootgelegd, durven te poneren en er de term religie op kleven. Het is fout om religie te koppelen aan godsdienst en aan geloof. Net zoals heidense feestdagen geaccapareerd werden door de kerk, claimen zij het alleenrecht op religie. Dit is onzin.

Geen opperwezen als leidraad, maar gewoon de mensenrechten, de ecologische betrokkenheid, de wens als mens anderen niet nodeloos te laten lijden maar juist kansen te scheppen.

De communisten in Rusland hebben geprobeerd godsdienstige religie, uit te roeien, maar dat liep op zijn zachtst gezegd niet van een leien dakje. Bovendien zorgden ze met hun vlagvertoon, parades en dogma’s eigenlijk meteen voor een alternatieve godsdienst.

Ten slotte is er de ironie, de humor, de spot, de hyperbool. Met panache en satire wordt  de mythe van een godsbeeld onderuit gehaald. Een vlijmscherpe strategie. Maar je dient achteraf wel on speaking terms te staan met degenen die zich wellicht beledigd, zo niet  aangevallen voelen. De nazorg dient helend te zijn. Choqueren alleen is onvoldoende.  Dat heeft Theo Van Gogh helaas ook ondervonden.

jezeus_n

Lees ook in “De mens schiep God” over  Paulus de Marketeer

 

De allochtoon en de mozaïek

Toen ik school liep in het Antwerps stadsonderwijs, eind jaren 60 en jaren 70, vertelden leerkrachten ons dat krantenkoppen als “Marokkaan steelt handtas” fout waren want het Marokkaan zijn heeft niets te maken met de reden van de diefstal. Evenmin is het correct te fulmineren “Stomme Ollander” wanneer een wagen met Nederlandse nummerplaat plots links afslaat en men moet remmen.

Waarom hebben we die reflex? Waarom zeggen we niet: “O, een van de 13 miljoen volwassen Nederlanders; misschien eentje uit Groningen komende, die problemen heeft in zijn relatie, in België als verkoper nu op weg is naar een klant, en zijn gedachten even liet gaan over zijn huiselijke perikelen en dan plots merkte dat hij linksaf moest.” Nee, dat zeggen we niet. We brengen de situatie in kaart door te simplificeren, en die Nederlandse nummerplaat is voldoende. We vatten de situatie door er 1 etiket op te kleven. En we willen dat, we nemen dat recht, want we werden verstoord in ons rijgedrag en door eenvoudig te duiden brengen we terug rust. Het benoemen van de oorzaak is een manier om komaf te maken met het probleem.

Angst en onzekerheid waren een vaak voorkomende toestand waarin ons voorouders tientallen generaties leefden. Evolutionair biologen en psychologen geven dat als reden waarom wij vandaag vaak als eerste reflex wantrouwig staan tegen elke verandering. Uit angst voor het onbekende, het vreemde, een wijzigende situatie… reageren we behoudend conservatief.  Elke confrontatie met de Ander kan ons uit onze rust, uit ons evenwicht halen. Eventueel verplicht worden zich aan te passen (m.a.w. het eigen gedrag te moeten wijzigen) vraagt een inspanning. Wat we “gewoon” zijn wordt bevraagd. De “norm” kan wijzigen. Wie afwijkt van de norm kan een gevaar betekenen. Verzet tegen een wijziging zit dus blijkbaar bij vele mensen ingebed door de angst om het gevoel van de eigen ervaring en inleving, de stream waarop ze drijven, bevraagd te zien worden en –wie weet- te zien gewijzigd worden, bv. door gesprekken. Als die ander zich dan ook nog goed in zijn vel blijkt te voelen, ontstaat er soms afgunst want die ander vertegenwoordigt soms iets wat men ook wel zou willen. Om die afgunst uit te werken, grijpt men naar intolerantie, macht, onderdrukking. Dus willen sommigen desnoods de ander op zijn muile slaan, letterlijk de woorden terugkloppen. Of hem uit het straatbeeld halen. In plaats van het onbekende als een uitdaging te zien en zelf eventueel die weg op te gaan.

Het benoemen –zeg maar etiketteren- is dus een onderdeel van een verdedigingsstrategie. Die vaak hand in hand gaat met het zoeken naar partners en dus het creëren van een wij-gevoel. Vaak om opportunistische redenen zoekt men –op basis van eenvoudige parameters- bondgenoten. “Wij betalen voor hen”. Een dooddoener die het altijd doet, ook al is de werkelijkheid dat al wie arbeidt evenveel bijdraagt.

Mensen vatspinnen op een kenmerk is dus allesbehalve bevorderlijk om een situatie grondig te analyseren. Bovendien wordt er vaak vanuit gegaan dat “we” wel weten wat we bedoelen met een bepaalde etikettering. Niets is minder waar, want zie: allochtoon is een begrip dat gebruikt wordt om mensen die hier niet geboren en getogen zijn, aan te duiden. Op zich wordt daar verder niets mee bedoeld, want die mensen delen wellicht ongelofelijk veel met eender welke andere homo sapiens sapiens. Alleen staan velen daar niet bij stil en focussen op zichtbare verschillen.

Dat De Morgen deels om promotionele redenen het woord allochtoon schrapt, laat ik even terzijde.  Op zich is hun analyse m.i. correct. Het begrip is om te beginnen überhaupt niet van toepassing op de derde generatie “migranten”. Deze jonge mensen zijn hier geboren, lopen of liepen hier school, spreken een Vlaams dialect (en geen Verkavelingstaal noch AN, en dat maakt hen met twee voeten verankerd in menig Vlaamse grond), consumeren westers, trachten middenklasser te worden, zullen hun kinderen en kleinkinderen hier grootbrengen en zijn dus ook bezorgd zijn over pensioenen en sociale zekerheid…. M.a.w. deze mensen zijn dus autochtonen. Sommigen met een geloof, zoals er katholieken en new age-adepten en boeddhisten zijn onder de withuiden die hun buren zijn en waarmee ze dezelfde problemen als geluidsoverlast, verkeer etc. delen.

En dan is er dus Bart de Wever die niet begrijpt waarom men die term niet meer zou mogen gebruiken. Dat de problematiek hem danig beroert, blijkt uit een column waarin hij er zelfs in slaagt zichzelf tegen te spreken.

Ik citeer: “De achterliggende redenering is daarmee goed samengevat: taal maakt de werkelijkheid. Dat is een opmerkelijke redenering, want ze druist in tegen het acquis van enkele honderden jaren analytische taalfilosofie, waarin taal wordt beschouwd als een middel om de werkelijkheid te beschrijven.”

De Wever stelt dus dat taal neutraal is en de werkelijkheid weergeeft. Enkele regels verder beseft hij echter: “Derhalve is taalgebruik niet neutraal, want het bepaalt hoe we de beschreven werkelijkheid interpreteren. Zo gaan krantenkoppen ‘200 Antwerpse jongeren opgepakt’ en ‘200 allochtone jongeren opgepakt in Antwerpen’ over exact dezelfde feiten, maar ze geven de lezer een verschillende indruk van de werkelijkheid mee.” Dus taal (woordgebruik) bepaalt wel degelijk hoe men de wereld (de werkelijkheid) percipieert! En dus hoe men voor zichzelf de waarheid invult en hoe men zich zal positioneren. M.a.w. De Wever besluit uiteindelijk zelf dat taal wel degelijk de werkelijkheid vorm geeft. Het ziet er dus niet goed uit wanneer iemand die in 5 regels eerst emotioneel uithaalt en dan zichzelf tegenspreekt, als burgervader gaat beschikken over de budgetten van een stad als Antwerpen. Dit terzijde.

Dus ja, we moeten kritisch reflecteren over het gebruik van termen als “allochtoon” en deze enkel gebruiken wanneer ze enerzijds sociologisch kloppen (de EU-ambtenaar die hier zes jaar komt werken en dan weer terugkeert naar zijn land van herkomst is een allochtoon… alleen heb ik nog nooit het begrip “EU-allochtonen” gelezen) én anderzijds wanneer de term relevant is. Bijvoorbeeld wanneer een heroïneverslaafde zonder inkomsten een bejaarde berooft, dan is er wellicht een oorzakelijk verband en kan ik leven met de vermelding van het etiket “verslaafde”. Maar een Nederlander die dwaas rijdt of een Belg met Magrebijns bloed die niet betaalt op de bus, doen dat niet omwille van hun Nederlander of Belg met Magrebijns bloed-zijnde.

Wat mij echter het meest stoort aan de houding van mensen als Bart de Wever, bezeten als hij is door identiteit (hij slaagt er zelfs in openlijk te stellen dat het m.b.t. de Vlaamse identiteit beter is een romantische leugen aan te hangen dan de nuchtere werkelijkheid onder ogen te zien, n.l. dat identiteit een artificiële constructie is en geen gegeven) is zijn wens (wellicht onderhuids bijzonder sterk) om absoluut mensen te etiketteren op basis van een eigenschap (moslim, allochtoon) waardoor hij de facto zegt tegen een twintigjarige: ik noem u allochtoon want uw tronie is Magrebijns en uw grootvader is hier niet geboren.
Mensen etiketteren leidt tot uitsluiting, tot wij versus hen, tot ik tegen u. En dat is dus wat BDW blijft doen. Om de wereld te veranderen –zoals hij in zijn column Marx citeert- moet men mensen als MENS benaderen, in hun complexheid, in de mozaïek van eigenschappen die ze bezitten en ze niet vastpinnen op 1 “eigenschap” (die dan nog niet van toepassing is op wie zijn hele leven in dezelfde gemeente woont en er geboren is). Strikt genomen is bijvoorbeeld -o ironie- Filip De Winter een allochtoon uit Brugge is die tussen autochtone Sinjoren is gaan wonen.

Waarom doet BDW dit? Omdat het de oude truc van het populisme is. Benoem iets, maak het eenvoudig, daardoor lijkt het beheersbaar en wordt de situatie afgebakend en dan geef je rust aan je achterban en lijkt het alsof met simpele maatregelen alles opgelost kan worden. BDW bedient zich van eenzijdige terminologie om een achterban te creëren die er naar smacht (zoals gelovigen) dat alles toch maar zou zijn zoals het in 1 boekje of met 1 slagzin uitgedrukt kan worden. Ik noem zoiets intellectueel fascisme. Vergelijkbaar met de Kerk die Galilei in de ban deed omdat hij de wereld complexer voorstelde dan de kerk wenste. Of ja, zoals de Nazi’s de Jood uitvonden om hem dan met alle zonden te overladen.

Nee, meneer De Wever, degene die u omschrijft als allochtonen zijn helemaal geen allochtonen.
Uiteraard zijn er wel problemen. In een samenleving. Omdat mensen nu eenmaal complex zijn. Verwachtingen hebben. Conservatieve reflexen laten botsen met vernieuwingen. In wezen zijn er 7 miljard complexe mensen die op 1 dag gigantisch veel rolletjes vervullen, als geliefde, ouder, buur, collega, supporter, twijfelaar, zoekende, vinder, smeker, aanbidder, decideerder, etc…

BDW vernietigt de ondraaglijke schoonheid van het individuele bestaan door ze te verengen en op te sluiten in een begrippenapparaat. Hij kooit de leeuw die in wezen een zevenkoppige octopus is.

Indien de NVA mensen wil “inburgeren” en een gedeelde publieke cultuur wil realiseren, dient ze vooreerst te beseffen dat deze “allochtonen” al lang ingeburgerd zijn. En dus dat het gebruik van die term overbodig en sociologisch fout is. Het is dus in het licht van een harmonischer samen-leven contraproductief om deze mensen zo te blijven etiketteren. Zij hebben op vele vlakken dezelfde aspiraties, delen dezelfde gewoontes, vertoeven in dezelfde publieke ruimtes (stadskernen, openbaar vervoer, scholen,…). Door de term allochtoon te gebruiken, verliest men de kans om het tegenovergestelde te zeggen, n.l. dit is uw tram, uw school, uw straat, uw sociale zekerheid, uw pensioenplan. U en ik bouwen aan dezelfde samenleving. Delen de vruchten van dezelfde biotoop en foeteren op wat er fout gaat. Daardoor krijgt men een “ons”-gevoel, zij het met variaties, maar diversiteit is een rijkdom die nou net tot heel wat creativiteit en dus oplossingen leidt. De basis van het concept van mens-zijn bij NVA is dus fout. En daardoor is hun strategie dat ook. Wat zij -volgens hun programma- willen bekomen, is wellicht oké. Maar hoe die maatschappij (of stad) er moet uitzien, dat wordt niet bepaald door 1 partij, of 1 sociologische groep. Het NVA-verhaal is er een van “aanpassen”. Maar aan wat aanpassen? Aan wiens normen? Aan de mijne? Nee, zo werkt het niet. Aan een aantal gemeenschappelijke waarden. Zeer zeker. Maar die zijn er reeds. 98% van die zgn.  “allochtone gemeenschap” wil niet liever dan financiële zekerheid, gezondheid, bijdragen aan een systeem dat hen verder kansen geeft. En dat ze zich op een aantal vlakken onderscheiden van anderen, is de evidentie zelve. In de persoonlijkheidsmozaïek van al wie zich op dit lapje grond te slapen legt en werken of consumeren gaat, zitten gigantisch veel verschillen: de een is VTM-kijker, de ander voetbalfanaat, natuurloper, rapper, collectioneur van Brahms-uitvoeringen… etc. Sommigen zijn ook zoekende, ontwikkelen zichzelf en doen dat met vallen en opstaan. Zolang ze anderen niet dwarsbomen, kan men zich enkel verheugen over die culturele accentverschillen.

Het succes van het Vlaams Belang heeft duidelijk aangetoond dat vele medeburgers bijzonder beïnvloedbaar zijn en al te graag simpele verklaringen pasklare oplossingen en ermee samenhangende etiketteringen wensen. Daaraan toegeven is spelen met de broze vrijheden van een democratie. En daarom is de discussie rond het gebruik van de term “allochtoon” interessant. Het raakt de psychologische basis van de problematiek rond racisme, uitsluiting en intolerantie en het dwingt ons te focussen op wat wél belangrijk is: mensen beoordelen op hun individuele gedrag, hen als individu (of eventueel als gezin) verantwoordelijk stellen zonder er verklaringen of termen bij te sleuren die er niets mee te maken hebben. Door decennia lang mensen die voorgoed hun leven uitbouwen in deze contreien, aan de zijlijn te laten staan, heeft men hen bijna gedwongen een eigen gemeenschap te creëren. Dat geeft vandaag bizarre situaties waarbij blanke Vlamingen (bewindslui) oproepen aan de Moslimgemeenschap om zich over de opvoeding van kinderen te buigen. Terwijl ik gewoon A. en F., mijn buurman en buurvrouw, zal vragen of hun kinderen tijdens de examens niet teveel lawaai willen maken en of mijn kids hun muziek niet te luid staat op zaterdagavond. Ik heb daar potdorie geen gemeenschap voor nodig. A. en S. zijn geen moslims voor mij; zij zijn A. en S. Ik benader hen als mens. C’est tout. En zij hebben in weze die moslimgemeenschap evenmin nodig. Als ze zich ten minste als burger opgenomen voelen in dat verhaal dat samen-leving wordt genoemd.

 
1 reactie

Geplaatst door op 26 september 2012 in cultuur, maatschappij, religie

 

Seksisme

Waarom sneren jongegasten “hoer” naar een jongedame die hen eigenlijk aantrekkelijk overkomt? Omdat het niet spoort met hun moraal, met de rem die ze zichzelf vanuit principes (ingedrild door ouders en imams) opleggen. Een fenomeen dat ook door christenen wordt gebezigd (zij het vandaag beschaafder, dus zonder agressie; vroeger was dat anders). Principes moeten voor iedereen gelden, dat is het (foute) uitgangspunt. Dus als de kerk (of de imam op papa moslim of wie dan ook die een impact heeft) een regel oplegt en zegt dat dat de norm is in de samenleving, is de confrontatie met wie die norm niet volgt, een beproeving. Men ziet iemand iets doen wat volgens de eigen (opgelegde) principes niet mag, dus gaat men die persoon met de vinger wijzen. Een zeer primitief gedrag. Respectloos. Volslagen intolerant. En zeer egocentrisch, want door de ander te beschimpen, geeft men zichzelf het gevoel dat de eigen waarden correct zijn.
Sapere aude: leer zelf (kritisch) denken. Probleem is dat als men enkel omringd is door gelijkgezinden, men in een vicieuze cirkel zit.
Een oplossing is meer zelfinzicht. Psychologie versus machisme. Zelfreflectie versus principes. Spotten, met jezelf. Nietzsche viel er Kierkegaard op aan. Het Ubermensch-concept is niets anders dan dat: durf de normen te verlaten; ontdek wat er dan op je afkomt, ook als je er alleen voor staat en de anderen uit je gemeenschap zich er niet aan wagen. De angst zichzelf los te laten, en een ander in de spiegel te zien. Daar draait het om. Met wetten kan je dat niet veranderen. Met veel praten wel.

Je hebt enerzijds de zelfredzaamheid en weerbaarheid van vrouwen (niet altijd makkelijk, zeker niet als er agressie in het spel is!), en anderzijds heb je de link tussen het machogedrag van bv. magrebijnse mannen en de wijze waarop ze met hun vrouw en dochters omgaan. Die lijn moet je doortrekken, dus vind ik het zeer goed dat er heisa ontstaat en dat men -op subtiele, intelligente maar desalniettemin doortastende wijze -budgetten en mensen graag!- die machomentaliteit gaat aanpakken. (ja toch?)
Voor elke vrouw die krachtig genoeg is om het machogedrag te weerstaan, heb je wellicht enkele moslima’s (meisjes en vrouwen) die niet kunnen opboksen binnenskamers tegen hun broers en mannen. Het machogedrag is vaak voor jonge magrebijnen de enige manier om zich te affirmeren. Zij moeten dus hun leven zien te vullen met andere waarden en bezigheden. Zij moeten fier kunnen zijn op zichzelf zonder macho te wezen. Daar ligt de oplossing naar een mentaliteitsverandering. Vandaar: een subtiele, diepgaande aanpak. Vele gesprekken en niet het opleggen van boetes; een straf verandert geen mentaliteit, hoogstens wel een gedrag, en dus kan men wellicht met harde hand seksisme uit het straatbeeld weren, maar niet uit het hoofd en dus niet t.o.v de eigen partners en familieleden binnenskamers. Long way to go…

 
2 reacties

Geplaatst door op 27 juli 2012 in antropologie, cultuur, maatschappij, psycho

 

Frankfurt

The beauty of a placebo

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 juli 2012 in art, cultuur, vakantie

 

Documenta XIII Kassel

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Also worth looking and listening at…

Namedropping: Maria Martins, Vann Nath, Goshka Macuga, Llyn Foulkes, Kader Attia, Fiona Hall, Omer Fast, Chiurai,, Isrvan Csakany en William Kentridge.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 juli 2012 in art, cultuur

 

Geschenken

Een mens krijgt in zijn leven vele mooie cadeaus. Geen enkele ervan is verpakt of heeft een strikje eromheen.
Zo leren we op school lezen en schrijven. Een cadeau van de goden.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 15 november 2011 in cultuur

 
  • Archief

  • juli 2019
    M D W D V Z Z
    « mei    
    1234567
    891011121314
    15161718192021
    22232425262728
    293031  
  • Advertenties