RSS

Categorie archief: cultuur

De nar en de suppoost

Ze snappen het niet. Degene die -vaak vervuld van afgunst- zich keren tegen cultuurinvesteringen.
Iedereen moet eten. Dus slagers, bakkers, groenteboeren (die allemaal lijden onder de concurrentie van grootwarenhuizen) hebben duizenden potentiële klanten in hun eigen gemeente. Kunstenaars (podiumkunsten, plastische kunsten, etc) hebben duizenden ‘klanten’ in het hele land. Hoe dat komt? Door de opvoeding. Door de dwaasheid van die mix tussen ideologie, conservatisme, identiteit en de angst zichzelf te verliezen. Daardoor wagen velen zich niet aan het moeilijke avontuur kunsten te ontrafelen; langzaam tot zich te nemen; die ‘taal’ te leren spreken.
Er zijn kunstenaars die foeteren op de subsidies omdat zij er geen krijgen. Dat is jammer, want het zou fijn zijn moesten ze minstens geholpen worden voor weinig geld te kunnen exposeren. Ze moeten dus niet omwille van de schaarste aan middelen afgunstig worden, maar die schaarste aanklagen.
En nee, het geld moet echt niet van de overheid alleen komen. Er moet veel meer gesponsord worden door privébedrijven en -personen. Maar ook daar lopen heel wat macho-barbaren rond die liever voetbal sponsoren dan subtiele, moeilijke kunstuitingen.
Al wie op niveau creatief bezig is, zou hier een halftijds inkomen uit moeten kunnen halen. En daarnaast ingezet worden in de samenleving (bv. in het onderwijs) om de bakens te verzetten, zodat morgen in de media gepalaverd wordt niet over de voetbalwedstrijden van het voorbije weekend, maar over al die romans, essays, gedichten, voorstellingen, installaties, etc. die er te zien en te beluisteren vallen. De dag dat de gesprekken bij de slager niet gaan over het falen van Anderlecht maar over de adaptatie van Shakespeare door auteur X met acteurs Y en Z, leven we in een andere beschaving. Eentje die begrijpt dat identiteit vloeibaar is. Dat je reist en doolt en kunst inademt om gedeeltelijk jezelf te herontdekken. Dat onze verlangens geen manifestaties zijn van onze vrije wil, maar het product van een mix van biochemische processen, culturele invloeden, de impact van ouders en leerkrachten en media. En dat wij dus een constructie zijn en dat we echt niet al onze gevoelens moeten opvolgen en inwilligen, want het zijn al te vaak koekoekseieren in ons wezen gedropt. Het ‘zelf’ is een verzinsel. Zo ook zijn meningen losse flodders die we best asap herschrijven, aftoetsen, hertimmeren en bijschaven. In plaats van de hielen in de grond te zetten en op de borst kloppend tweetend een standpunt in te nemen en op anderen in te hakken, waarmee we tegelijk een muur rond onszelf optrekken. In onze gedachten spookt een olibrius, een wijsneus, die doet alsof wij weten wat goed voor ons en die onze eigen kleine waarheid fabriceert. Maar het is onze eigen spindokter, zoals ook regeringen en bedrijven spindokters hebben die volksliederen, brands, vlaggen , optochten, symbolen en helden fabriceren en als propaganda installeren. Wie niet beseft dat hij zijn eigen museum voor de enige werkelijkheid aanneemt, is verworden tot suppoost van zijn eigen bestaan.
Daar dient kunst voor. Om jezelf heruit te vinden. Om je zekerheden af te toetsten. Om te evolueren, dag na dag, pagina na pagina, facebookpost na facebookpost.
Het zijn bange mensen die niet durven op tafel slaan en eisen dat de budgetten van privé en overheid voor cultuur honderdmaal groter moeten zijn (vanuit een bildungsperspectief) dan die voor transport en leger. Bang dat wat in hen huist, door die kunsten, zou ontluiken en zij in de spiegel kijkend zichzelf zouden beginnen uitlachen.
Wie zichzelf ziet als koning heeft de nar voorgoed opgesloten en zal al wie of wat rondom alsnog met de koning lacht, liefst censureren en dus subsidiedood maken.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 15 november 2019 in art, cultuur, maatschappij, onderwijs

 

Zwaaien maar

Heisa om een vlag. Typisch Vlaamsch. Moet zeker in die canon komen.
Of wacht: het vertrappelen van een vlag maakt moslims woest en het verbranden ervan doet Amerikanen razend worden.
Dus is het is iets universeels, zich emotioneel betrokken voelen bij een vlag? Gaat een canon dan niet per definitie over wat de mensheid bindt?
Maar wacht: er zijn ook veel meer mensen die hun schouders ophalen voor al dat vlaggengedoe.
Dat is dus de kern van een andere canon.
Terwijl zie ik een polsstokspringer een aanloop nemen met een vlaggenstok.
Niet de vlag maar de stok is de essentie.
Al is de vraag: hoe hoog ligt de lat? Hoog genoeg om er makkelijk onderdoor te kunnen.
Als we maar zacht vallen, denk ik dan. Dat vind je in alle canons terug. De behoefte aan dons, het is het maizena van elke beschaving. Schuif even op: er zijn nog een miljard vallenden die ook een plekje zoeken. Identiteit is dus tetris voor poëtische zieltjes. En voor wie eelt heeft op zijn ziel. En op zijn achterwerk.
En als we het koud krijgen? Dan draperen we onszelf. Met een ingebeelde vlag.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 18 augustus 2019 in cultuur, maatschappij, politiek

 

Mededogen

Aan al die economische adepten van Ayn Rand, of van Jordan Peterson, je weet wel, die mensen die ‘eigen schuld dikke bult’; ‘alleen je eigen verdienste telt’, ‘weg met de gemakzucht’; ‘waar een wil is, is een weg, zo niet zij ge een loser’,.. dat soort mensen dus, die alles als een contract zien, en elke menselijke relatie in termen van nut, eigenbelang, eigen voordeel zien; die mensen die dus graag veralgemenen en uitvergroten (alle mensen die illegaal binnenkomen zijn profiteurs; al wie genuanceerd nadenkt en het verschil maakt tussen muren optrekken en culturele grenzen trekken, willen open grenzen; al wie vindt dat ze teveel belastingen betalen, daar niks voor terug krijgen en zelf keihard werken en alles opgebouwd hebben, en daarom elke euro aan sociale uitkeringen weggesmeten geld vinden; aan die mensen dus die mededogen een zwakte vinden en zich als rotsen opstellen, daar wil ik enkel aan zeggen dat Ayn Rand op het einde van haar leven in leven werd gehouden door een bijstandsuitkering.
Soms kunt ge pech hebben. Ook al is het uw schuld niet.
Het kan verkeren, zei Bredero.
Maar ik noteer u en uw meningen in mijn groot Boek Der Eeuwige Malsheid. Ik noteer uw namen onder de rubriek: De Hardvochtige Perfectionisten. En als uw naam plots in het kolommetje terecht komt van ‘Zij die op enig mededogen of begrip zouden moeten kunnen rekenen’ dan zal ik daar een vraagteken achter zetten.
Nee, ik schrap u niet uit dat lijstje, zoals u dat zelf wél zou doen met anderen die het volgens u niet verdienen. Ik schrap geen mensen. Ik hou u misschien enkel een spiegeltje voor. En een bemoedigend glimlachje, want meewarigheid is ook niet aan mij besteed. En ik zal een matrasje op de grond leggen, want uzelf van uw eigen pedestal zien vallen… dat kan pijn doen. Maar ik zal u niet bepamperen. Zover wil ik niet gaan. Ik doe dat nu ook niet. Ook al denkt u dat wie niet gehaaid in het leven staat, wel een pamperaar moet zijn. U had informaticus moeten worden. Daar is denken in 0 of 1 zinvol. Daarbuiten echter vloeit de nuance. En alles wat vloeit maakt week. Zo zullen uw etiketteringen ook losweken, want mensen in hokjes stoppen om uw eigen wereldbeeld te doen kloppen, is zo passé. Zo 19e eeuws. Zo idealistisch totalitair. Zo… fundamentalistisch.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 4 juni 2018 in cultuur, filosofie, maatschappij, psycho

 

La Traviata

La Traviata. Door Verdi geschreven anno 2017.
De eindscène.
Violetta is geveld door een opengescheurd borstimplantaat. Lekkende siliconen maken dat ze op haar sterfbed ligt.
Haar geliefde -architect van beroep- is in Antwerpen op een meeting met het stadsbestuur om de overkapping van de ring te fijntunen.
Hij krijgt het droevige nieuws en springt onmiddellijk zijn Ferrari in, richting Italië.
Zal hij zijn geliefde nog een laatste maal levend kunnen omarmen?
Helaas. Omwille een gekantelde vrachtwagen die zijn lading siliconen verloor, is de hele ring richting zuiden geblokkeerd. Onze geliefde staat 12 uur in de file. Op zijn smartphone ziet hij Violetta sterven. Waarna hij een gasboete krijgt wegens het gebruik van een gsm achter het stuur.
Doek.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 24 november 2017 in cultuur, humor, maatschappij, music

 

Bijltjesdag

Maar vraag wat gij voor uw vaderland kunt doen. Die wijze raad indachtig ging ik naar mijn schuur en nam mijn bijl en haastte me naar de ambtswoning van de Vlaamse minister-president. Toen ik de Nieuwstraat doorstak, werd ik opgemerkt door twee medeburgers van allochtone origine. Ze belden de politie die onmiddellijk het leger verwittigde en bij het betreden van het Martelarenplein hielden twee militairen mij tegen.
-Wat gaat u doen meneer, met die bijl?
-Knopen doorhakken.
-Welke knopen?
-De Gordiaanse knopen van de Vlaamse regering. En de knopen rond het nachtlawaai van de vliegtuigen.
Ze keken mekaar aan. De blanke soldaat fluisterde zijn kompaan van Congolese origine iets in het oor waarop deze laatste me vroeg:
-En zal er dan meer of minder geld in de schatkist zijn, na uw gehak?
-Meer. Zo kan er meer soldij uitgekeerd worden.
-In dat geval, hakt u er maar goed op los meneer.
Ik bedacht dat deze woorden nu net de running gag was ten tijde van de Guldensporenslag waarmee de Vlaamsche beenhouwers mekaar aanporden op de Kortrijkse kouter om zo zoveel mogelijk Franse ridders in de pan te hakken.
Wie overigens een veldslag uit 1302 elk jaar opnieuw eert, moet ook fan zijn van de Brugse Metten. U weet wel: het nachtelijk event waarop honderden met bijlen en messen uitgedoste mannen menig huis binnenvielen en aan de slapenden vroegen of ze ‘des gilden vriend’ waren. Wie niet prompt antwoordde met ‘bij yok gie’ maar eerder vragend en onwetend toekeek, die maakte kennis met de bijl. Of met het mes. De Vlaamse uitgezonden IS-strijders hadden hun mosterd duidelijk gehaald uit de vaderlandse geschiedenis. En ook Erdogan zal ongetwijfeld de Gulen-aanhangers detecteren op de wijze die reeds door de Bruggelingen in 1302 werd ingevoerd. Dat die daar geen patent op genomen hebben…
Ik klopte aan bij minister-president Bourgeois. Mijn bijl rustte op mijn rechterschouder. In afwachting dat de poort zou openzwaaien, draaide ik me om. En schrok. Het hele Martelarenplein stond vol burgers. Op spandoeken las ik: ‘Bijltjesdag is gekomen’. Speech, speech werd er geroepen. Zonder het te beseffen was ik uitgeroepen tot populistisch tribuun. Mijn eenmansactie leek uit te draaien op een nachtmerrie. Toen werd er aan de andere kant van de poort gebeukt. Ik beeldde me in dat Geert Bourgeois probeerde me binnen te laten, maar toen ik gebrul hoorde, werd ik verschrikt wakker.
Oef, het was maar een droom. Waar was ik ook al weer? Juist, in de Pyreneeën. In een berghut. Op een driedaagse wandeltocht. Er werd plots hevig tegen de houten voordeur geduwd. De hengsels trilden. Ik sprong recht en keek door het zijraampje. Een bruine beer stond zijn achterwerk te schuren tegen de deur. Mijn fototoestel, snel. Of zou ik niet beter de bijl van de muur nemen? Soms moet een mens knopen doorhakken: handelen als esthetisch getuige, of daadwerkelijk het verloop der dingen mee bepalen. Toen de hengsels het begaven, wist ik dat ik te laat de knoop had doorgehakt en niet meer bij de bijl kon. Mijn laatste gedachte was: Waar zijn die soldaten als je ze nodig hebt…

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 juli 2017 in cultuur, filosofie, humor

 

Moet er nog zand zijn?

Ik ben voor diversiteit in het straatbeeld. En op het strand. Zelfs mannen met witte sokken in hun sandalen moeten kunnen, niet om esthetische redenen maar om pedagogische: het maakt het mogelijk aan kids te zeggen wat wansmaak betekent.
Dus omwille van de diversiteit zeg ik: haal de vrouw uit de boerkini. Niets zo mooi als Arabische lokken en gegolfde rondingen.
En voor wie het niet doorheeft:  islamisme is geen geloof. Het is een politieke stroming die een totalitaire structuur vooropstelt waarin de waarden van de Verlichting geen plaats hebben. Boerkini’s zijn uitingen van het islamisme. Het verbieden ervan (om tactische redenen wellicht niet efficiënt) heeft dus niets te maken met een inperking van godsdienstvrijheid. Het heeft wel te maken met het afblokken van een onaanvaardbare ideologie die door mannen vanop kansels met honing ingelepeld wordt.
En terwijl ik mijn sandalen uitklop en de zolen van mijn voeten zandvrij wrijf, herlees ik Imre Kertész. “Een beschaving die haar waarden niet duidelijk uitspreekt of die haar verklaarde waarden laat vallen,  gaat de weg op van het verval, van de aftakeling. Dan zullen anderen deze waarden uitspreken  en in de mond van die anderen zullen het geen waarden meer zijn maar evenzovele excuses voor beperkte macht en onbeperkte vernietiging. De zin van de geschiedenis ligt altijd in jouw heden en je kunt die niet als toeschouwer zien, maar alleen in je verantwoordelijke beslissingen.”
Ik glij terug in mijn sandalen en knik de andere naaktlopers vriendelijk toe. Mijn huid is  tegelijk verpakking en begrenzing waarbinnen mijn waarden huizen. Uit zand werden golems opgetrokken en uiteindelijk zakten die weer ineen. Met mijn hand schep ik warme zandkorrels en vraag me af hoe ik ze tot waarden kan kneden die nooit meer tussen de vingers van het historisch bewustzijn kunnen glippen.
De zon ontsluiert de lucht. Tijd om wat protectie op mijn vel te wrijven. Ik wil beschermen zonder te verhullen.

 13394142_909397772522333_5209927958339370582_n
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 20 augustus 2016 in cultuur, geschiedenis, maatschappij

 
Afbeelding

Think twice

1557697_10206212493693497_6409415845852671189_n

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 maart 2016 in cultuur

 

Angst

Waar komt de werklustethiek vandaan? Waarom moet er zo nodig zo intensief, zo verpletterd worden gewerkt en geconsumeerd om weer te werken en meer te werken?
De geest van het kapitalisme (volgens Max Scheler) is de angst. Angst voor het onzekere, angst dat niet alles in de wereld onder controle is ten gunste van wat in de toekomst met het zelfzuchtige zelf zal gebeuren. Daarom moeten mensen onder autoritaire dwang (een arbeidsmoraal; een systeem dat inkomen enkel garandeert mits er ook gewerkt wordt) gehandeld worden i.p.v. bv. te denken, te reflecteren. Diepe angst en ook grenzeloze vrees voor het onzekere. Vandaar dus de blinde gehoorzaamheid aan de arbeidsmoraal en het niets ontziende competitieve handelen dat leidt tot het zelfzuchtige ik dat zich gerechtvaardigd weet in een samenleving met anderen die ook trouw moeten zijn aan de arbeidsmoraal en -wanneer die anderen niet voldoende opbrengen- deze zal uitschakelen, terzijde schuiven, ontslaan, negeren.
Vandaar ook de onverbiddelijke houding van de conservatieve liberals (à la NVA) die genotsmiddelen afdoen als verdovende middelen. Verdovend in de betekenis van: niet langer in staat zijn om hard te werken. Vandaar ook het aanvaarden van sociaal alcoholgebruik omdat de impact hiervan veel kleiner is op de hersenen. En daarom ook de dagelijkse portie (ja, pijnig uzelf even om naar zenders als één, VTM en Vier te kijken met producten van eigen bodem, zoals Komen Eten) waar constant alcohol genuttigd wordt en dit in combinatie met een moraal die gebaseerd is op een schuldgevoel dat met trots overwonnen wordt. Wie drinkt in tv-series of wie grappen maakt over drinken, toont dat hij er in geslaagd is de arbeidsethiek te overwinnen. En zal rond zich heel veel medeplichtigen vinden. Want velen zien genot als einddoel voor al dat gezwoeg. Daar ligt de grens van een Vlaamse samenleving die nog altijd onderhuids baadt in een aflaten-politiek. Wie echter zijn hersenen intenser laat beïnvloeden (door opium, wiet, lsd, mushrooms…) plaatst zich buiten de heimelijke cirkel van knipogende zondaars en begint zich vragen te stellen over het nut van een arbeidsmoraal en een samenleving uitsluitend gebaseerd op reciprociteit, te weten als gij zoveel uren werkt, krijgt ge in ruil een inkomen. Een samenleving die jonge mensen wenst te kneden. Op hun 6e moeten ze ophouden rond te rennen als kleuter maar dienen ze stil te zitten en vanaf dan worden hun hersenen volgepeperd met zogenaamde kennis. Een schools proces dat uiteindelijk zal culmineren in bacheloropleidingen waarbij ze skills aangeleerd krijgen die hen in staat zullen stellen quasi naadloos functioneel mee te draaien in het economisch bestel. Ondernemers worden vandaag bevraagd opdat de opleidingen technisch en inhoudelijk aangepast zouden worden. Maar nergens is er nog een instantie die zich de vraag stelt of de noden van dit economisch bestel wel wenselijk zijn; laat staan dat men onderwijs ziet als een persoonlijkheidsbildung.
De joint mag dan sociaal doorgegeven worden, de inhaleerder plaatst zich onmiddellijk in de taboezone omdat hij het risico loopt zich te openen voor inzichten die niet stroken met de geldende arbeidsmoraal. Wie de achilleshiel blootlegt van een samenleving, zal geconfronteerd worden met banvloeken, verbodsbepalingen en uiteindelijk repressie.
Wie in navolging van Kropotkins gift economy, een coöperatief handelen met als basis de asymmetrie voorstelt, zal asap het etiket ‘verdediger van profitariaat’ opgekleefd krijgen.
Het liberalisme van de NVA is een “vrij-zijn-van”-liberalisme. Wie de moraal aanvaardt, en voldoende inkomen heeft, kan zich bij momenten onttrekken van de maatschappelijke plichten en in een vrijzone een gevoel van autonomie bekomen waarbij naar hartenlust geconsumeerd kan worden. Echter, wat gedaan met de “vrijheid-tot-de-ander”? Vrij zijn betekent beseffen dat men onvrij is, o.a. door een opgelegde moraal. Vrij zijn tot zichzelf behelst het inzicht in eigen beperkingen. Daardoor kan men makkelijker het conflict met de ander aangaan, want die ander worstelt evenzeer met onvrijheden. Uiteindelijk is de “vrijheid-tot” een opstap naar mutuele verstandhouding, naar een levensmodel waarbij zoveel mogelijk vrijheden aan mekaar geschonken worden. Pas dan is er sprake van oprechte achting voor de ander.
Xenos staat in het Oudgrieks zowel voor vreemdeling als voor gastvriend, genoot. Zeus, de Griekse oppergod, is de beschermer van de zwervers. Hij is steun voor wie hulpeloos is en de patroon van de vreemdeling die om gastvrijheid verzoekt. Hij straft wie in zijn hoogmode, geringschatting of onachtzaamheid de vreemdeling het onderdak en het gastmaal weigert.
De vreemdeling in het Vlaanderen anno 2015 is zowel de islamitische asielzoekers, de economisch vluchteling als de volbloed Vlaming die zich onttrekken wil aan de werklustethiek. Ze worden bekeken als een gevaar. Ze boezemen vrees in. Ze moetend an ook zo weinig mogelijk zichzelf kunnen zijn en zich asap aanpassen. Of oprotten.
De vrees voor een islamisering van sommige wijken en de wens zich niet te willen aanpassen aan halal-verzuchtingen is terecht. De beste manier om de vreemdeling te laïciseren en europeaniseren is hem mee aan tafel te nemen, als genoot. En hem zo te beïnvloeden. En alras zal hij veel meer blijken te zijn dan dat ene etiketje waarmee hij in een verdomdhoekje gedrukt wordt. Zo ook zal men door dialoog en respect de waarde van zij die zich aan de ratrace willen ontrokken, kunnen begrijpen. En wellicht leren appreciëren. De angst om zelf niet te willen veranderen en zich vast te klampen aan de moraal van een meerderheid, is de oorzaak van intolerantie. Ondergedompeld worden in een dialoog met het andere is de beste, en goedkoopste therapie om die angst te overwinnen. Strenge regels uitvaardigen en zondebokken creëren is een andere manier. Daarmee voedt men echter ongenoegen en het conflictmodel.
Misschien is het tijd om de roman “Kaputt” van Curzio Malaparte (zich afspelend in de tweede wereldoorlog) opnieuw te lezen. Met ditmaal in het achterhoofd dat “de Duitsers” vervangen dienen te worden door fanatiekelingen (gelovigen, rechtsnationalisten, populisten…).
“Is het waar dat de Duitsers zo verschrikkelijk wreed zijn?” “Hun wreedheid berust op angst, antwoordde ik. Ze zijn ziek van angst. Het is een “krankes Volk”.
En na een lange stilte vroeg hij me of het waar was dat de Duitsers zo bloeddorstig en vernielzuchtig waren. “Ze zijn bang” antwoordde ik. Ze zijn bang voor alles en iedereen, ze moorden en vernielen uit angst. Niet dat ze de dood vrezen: geen enkele Duitser, man, vrouw, grijsaard, noch kind vreest de dood. En ze zijn evenmin bang voor pijn. Maar ze zijn bang voor alles wat leeft, wat buiten hen leeft en ook voor alles wat van hen verschilt. De kwaal waaraan ze lijden is geheimzinnig. Ze zijn bovenal bang voor zwakke wezens, voor weerlozen, voor zieken, vrouwen en kinderen. Ze zijn bang voor ouderen van dagen. Hun angst heeft altijd een diep medelijden in mij opgewekt. Als Europa medelijden met hen had, zouden de Duitsers misschien van hun verschrikkelijke kwaal genezen.”

 
1 reactie

Geplaatst door op 20 september 2015 in cultuur, economie, maatschappij, onderwijs, politiek

 

Consumptie

Consumptie is troost voor de doelloosheid (door de afwezigheid van god) waarmee sommigen niet om kunnen gaan. Want ze voelen geen drive (en inspiratie) om de vrijheid van de leegte in te vullen. Als je  de lat artistiek of cultureel hoog wil leggen, dan zijn velen oppervlakkig bezig. Maar uiteindelijk valt dat wel mee, want waarom zouden knutselen, postkaartschilderen, auto’s tunen, breien, tuinieren, etc niet als zinvolle bezigheden kunnen tellen? Het geluk zit ‘em uiteindelijk in het laten groeien en oogsten van wat je zelf gepland hebt.

Consumptie heeft voor heel wat verzachting gezorgd in de samenleving. Oog om oog is verdwenen als norm want velen hebben teveel om te verkwanselen.
En wat dan met het gelijkstellen van consumeren aan geluk? Geluksgevoel is het ervaren van tevredenheid. En af en toe een kick. Wie geen diepte kan scheppen, zoekt het in consumeren, aankopen, zich verrijken met objecten. Die men wellicht niet echt nodig heeft. Jammer. En ecologisch misschien onaanvaardbaar? Maar verder wellicht geen drama.
Zo’n 60 jaar geleden, en alle eeuwen ervoor, kon amper 10% van de bevolking zich druk maken over zingeving. De rest zwoegde. At. Bad. En knikte. Gedwee.

Vandaag beleven we dus overgangstijden. Vrij uniek op de beschavingsschaal. En ja, deze tijden zijn verre van perfect. Ach, die dwang toch tot perfectie. Het paradijs als absolute rust, harmonie en blijdschap moet plots als samenleving op aarde gecreëerd worden. Als blauwdruk best mogelijk. Maar mensen passen niet zo makkelijk in een sjabloon.

Elke dag smijten we met een dobbelsteen en we zijn verontwaardigd wanneer de kant die boven ligt niet eens 1 oog blijkt te hebben.
Gelukkig kunnen we er over doorbomen. Als dat niet zinvol is. En wie dat niet kan of wil, kan naar een tv-zender kijken. Ze zijn beter af dan 2 eeuwen terug. Laat ze. Want wat kan je anders verwachten? Wie weet zien ze wel een Griekse tragedie of een Shakespeareaans drama vermomd als tekenfilm, comedy of soap. Of dacht je misschien dat zij  emoties als verdriet, verraad en wanhoop niet kennen?

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 4 januari 2015 in cultuur, maatschappij

 

Vlaamse klei

-Papa, hoe kan je best WOI herdenken?
-Door Hanekes ‘Das Weisse Band’ te analyseren. Het is een liefdesloze wereld.
Met jongeren die niet aangeleerd krijgen hun frustraties en wrok jegens hun ouders en de buitenwereld te kaderen.
-Hun ouders houden niet van hen maar leven volgens regels?
-Ja, en daarom ontbreekt het generatie na generatie aan een rijk innerlijk leven waarbij men zijn onaangename gevoelens kan plaatsen ipv zich af te reageren op de anderen.
-Kunnen die kinderen eens ze groot zijn verwondering uiten voor iemand anders die een raadsel voor hen is?
-Nee. Ze kunnen mensen enkel zien als nuttig om hun eigen verzuchtingen te verwezenlijken.
-Dus gaan ze hen als slaaf behandelen?
-Op subtiele wijze, ja.
-Maar dat zie je vandaag toch ook op de werkvloer en in alle incest en pedoseksuele relaties?
-En in regeringsonderhandelingen. Om het met Nussbaum te zeggen: wij hebben nood aan een politieke cultuur die de naar buiten gerichte beweging van verstand en hart naar wat beminnenswaardig is moet aanboren. Pas dan zullen onze instituties kunnen worden gehandhaafd en ingezet tegen de voortdurende druk die wordt uitgeoefend door egoïsme, hebzucht en enghartige agressie.
-Dus WOI is nog niet gedaan?
-De IJzerherdenkingen zijn vluchtpogingen van het oude katholieke Vlaanderen om zeker niet naar zichzelf te moeten kijken en de enge wijze waarop generatie na generatie jonge mensen gevoelsmatig gekwetst en brutaal opgevoed werden en geïndoctrineerd met een betoog als: “leer lijden, klaag niet, presteer en doe zoals ons” te belichten.
Als mens zit de introverte Vlaming nog altijd in zijn loopgracht van waaruit hij alles wat vreemd is en zijn standvastigheid zou kunnen doen wankelen, beschiet met argwaan en vijandige gevoelens.
-Kunnen zij dan niet liefhebben?
-Enkel wanneer hun biologisch medelijden wordt getriggerd en via een derde, te weten hun God die hen op die manier onrechtstreeks verbonden maakt met wat vreemd is.
-En kunnen zij genezen worden?
-Enkel door culturele inteelt te vermijden.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 10 juni 2014 in cultuur, geschiedenis, maatschappij, psycho

 

Over intelligent design

Simon Vinkenoog, de betreurde dichter, omschreef de letters GOD als: geboorte, dood en tussenin orgasme. Het leven is een langgerekt orgasme. Meer moet dat niet zijn. Natuurlijk is het dat niet, het is eerder een tocht langs bergen en dalen, een krimpen en rekken, maar het maakt wel dat we bestaan, dus aanwezig zijn in dit universum. Wij zijn als soort getuige van een toevalligheid. En als individu zijn wij bovendien het zaadje dat het haalde en het eitje binnenkroop. In dat opzicht zijn wij stuk voor stuk kampioenen. Oké, voor sommigen ging het nadien bergaf. Maar de verwondering is er niet minder om.writers brain

En toch zijn er miljoenen, zelfs miljarden mensen die het niet zo zien. Die pas betekenis kunnen geven aan hun leven door een opperwezen te introduceren dat de aarde speciaal voor ons gemaakt heeft. En ons ook na de dood laten verder leven in en hemel. In de VS wordt in sommige staten zelfs gepleit om creationisme en een moderne variante, het intelligent design, in het onderwijs te doceren, i.p.v. de evolutietheorie.

Vanwaar die behoefte?

Waarom blijft anno 2013 het concept van bv. een Intelligent design en een God zo aantrekkelijk?

Heeft het verlichtingsdenken misschien gefaald? Ja. Maar daar kan het niet aan doen. Want wij zijn wezens die ons ook laten leiden door gevoelens. En gelukkig maar.

Wij nemen beslissingen niet enkel op basis van argumenten en logica, maar ook spelen steeds gevoelens en ervaringen mee, in onze hersenen. Gevoelens zoals onzekerheid, verlatingsangst, faalangst, angst om iets nieuw aan te vatten… kunnen de overhand nemen.

Maar er is ook het superioriteitsgevoel dat meespeelt. Wie de mensensoort ziet als de uitverkoren soort die door God hier geplaatst werd, zet zich op een verhoog, en blijkbaar voelen sommigen zich daar goed bij. Wie dat beeld probeert te ontkrachten, die is zelden welkom. Wie leeft met de gedachte dat een God over hem waakt, voelt zich geborgen. Dat onderuit halen is voor sommigen hen verplichten zonder reddingsboei om te gaan met problemen en gevoelens.

Leven met onjuiste mythes is makkelijker dan de wetenschap te volgen en om de haverklap te horen dat er nieuwe inzichten zijn, wat impliceert dat men oude ideeën naar de prullenmand moet verwijzen.

Bovendien lijkt wie in dit leven los komt te staan van God en zijn of haar eigen weg wil volgen,  arrogant. Neem nu een bever. Die is –volgens creationisten-  hier op aarde om bomen om te doen en daarom heeft hij scherpe tanden. En het beest leeft daarom in een harmonische situatie. Die redenering lijkt coherent en logisch te zijn. En dus zijn creationisten erg zelfzeker. En ze verwijten ons dat wij met onze intelligentie dingen doen waarvoor we niet voorbestemd waren. En ja, het moet gezegd: soms maken wij er een potje van.

Wij kunnen zelf amper een rietstengel met onze blote handen uit de grond rukken.  En in plaats van ons daar bij neer te leggen, zijn we onze intelligentie gaan gebruiken als een verlengstuk van bv. onze handen en onze spierkracht. Wij kunnen het aantal bomen dat een bever in zijn heel leven om knaagt, in 1 etmaal omdoen. En van die bomen maken wij geen dammen, maar bv. papier. En van de restanten van de stronken maken we houtskool. En met die houtskool schrijven we in koeien van letters op dat papier: “Stop de ontbossing”. Absurd. En meteen koren op de molen van de creationisten. Waarom bleven wij niet bij datgene waarvoor we voorbestemd waren. Als wij de bever in ons volgen, dan geeft dat een gevoel van rust.

Een ander element waar een geloof gevoelsmatig op inspeelt, is de drang naar perfectie. Mensen zijn verslaafd aan de schoonheid van perfectie. Bv. de schoonheid van een sluitende coherente theorie. We zijn bereid een theorie die op papier prachtig is, te geloven en alles wat er niet mee overeenkomt, af te doen als irrelevant. Het creationisme schotelt een verhaal voor dat correct is. Een moslim zal in de Koran alles vinden dat ie nodig heeft. Dus zoeken hoeft niet meer. Ook wetenschappers maken soms de fout vanuit een theorie alles te willen verklaren. Blijkbaar poneren wij graag een blauwdruk. Bv. een perfecte wereld. Godsdiensten plaatsen die buiten de aarde, na het leven, in een of andere Hemel. Ideologische stromingen zoals marxisme en liberalisme bouwen daar in wezen op verder maar plaatsen dat paradijs als doelstelling op aarde.student boerka

Het summum van gefantaseerde perfectie is het paradijs. De constructie van een paradijs is niets anders is dan het bespelen van onze melancholie. Het is een grote troost voor de perfecte wereld die niet bestaat, maar wel zou kunnen bestaan. En het houdt een harmonische wereld voor, zonder negatieve gevoelens.

Maar er is iets vreemd aan de hand met het paradijs. Het is er namelijk saai. Want het is Perfect, dus een grote status quo. Niets verandert. Vandaar dat je er maar beter niet te gedetailleerd over praat. En het allemaal wat mysterieus houdt. En misschien kan je het ook maar beter niet afbeelden. Want dan verdampt de illusie. Vandaar dat moslims weigeren om Allah af te beelden? En zo de illusie hoog kunnen houden.
Maar het paradijs is ook voor katholieken een plek waar je geen wellust of seks kan ervaren. Als je dat wel doet,  –kijk maar naar Adam en Eva- dan sjotten ze je buiten. Ik vind dat we dan ook vergevingsgezind moeten zijn in ons oordeel over de seksfeestjes van de kardinalen in het Vaticaan. Die kerels snappen eindelijk dat hen daarboven een hele saaie boel wacht.

do the smoke

Tegen dat gevoel van absolute zekerheid (wat de creationisten oproepen) ingaan met rationele argumenten en een deels onvolledig verhaal, wil zeggen dat men vraagt om een gevoel van zekerheid op te geven. En dat is niet makkelijk voor vele mensen. Je creëert daarmee de ontgoocheling van de zesjarige die zonder voorbereid te zijn, te horen krijgt dat Sinterklaas niet bestaat. Tegen beter weten in blijven heel wat volwassenen geloven.

Vandaag is er een variante manier waarop wij met het paradijs omgaan. N.l. via de soaps die elke avond door honderden miljoenen mensen bekeken worden. Wat is er kenmerkend aan soaps? Het gaat over tragedie, drama, conflicten. Geen enkel oorspronkelijk gezin dat wordt opgevoerd, is na een tijdje nog intact. Allemaal gaan de relaties kapot. Agressie, verdriet, haat, jaloezie: al die miljoenen kijkers houden er van. Niet in hun eigen leven, wel in dat van virtuele personages. Lijkt wel een beetje binnengluren in het leven van Adam en Eva; het virtuele paradijs….
Maar eigenlijk doen tv-soaps het tegenovergestelde van godsdienst. Godsdienst toont ons de weg naar het paradijs. TV-soaps tonen ons de hel, dat wat ge niet wilt meemaken, maar waar ge wel elke dag met veel plezier naar kijkt. De soapkijkers moeten zich toch eens bezinnen over dat licht sadistische trekje van henzelf. Het is mesjogge. Of is het een soort van therapie?

En dan heb je die andere die het Licht hebben gezien: de Vuurtorenwachters ofte de Getuigen van Jehova. Neem degene die ik ontmoette in Portugal, in een dorpje hoog in de Algarve. Als je er een ziet, een getuige, dan zie je d’er sowieso minstens twee. Want ze zijn altijd met twee. Met hun boekentasjes op zondag, 35 graden, kostuumpje aan.

6000 jaar bestaat de wereld. En alles is het werk van God, dus teleologisch, doelbewust in mekaar gestoken. Dat kan niet anders. Want kijk, Darwin, zo zei de oudste van de twee getuigen mij, Darwin kan nooit verklaren hoe –als we een aantal onderdelen van een uurwerk in een zakje steken– er een uurwerk uitkomt als we schudden. De tweede getuige, een soort gezel, stond er glimlachend bij. Kunt gij door te schudden met het zakje van al die losse radertjes en wijzers en glaasjes een uurwerk maken?.

Ja, was mijn antwoord. Op Darwiniaanse wijze.  Ge moet schudden, maar wel 4 miljard jaar lang. En ge moet wat in dat zakje zit laten reageren met de omgeving. En als de omgeving wijzigt, dan zal het uurwerk ook anders gebouwd zijn. Want niets staat op zich. Met vallen en opstaan, met uitsterven, met het meest aangepaste zijn wat op dat moment de omgeving vereist… zo evolueren de dingen. Dus uw metafoor van een klokkenmaker is niet correct. Dat is overigens een van de problemen: wij proberen altijd metaforen te gebruiken, naargelang onze stand van zaken op technisch vlak. Een uurwerk, een bouwmeester, een computer, een netwerk. Maar die beeldspraak komt nooit overeen met hoe de dingen echt zijn en interageren.

walvasi op land

Een van de  remedies om de behoefte naar absolute zekerheid op te vangen, is een  onderwijsbeleid dat ons de kans geeft ons te ontplooien. Waardoor wij méér kunnen worden dan wat een “bever” ooit zal kunnen zijn. Wij ontdekken mogelijkheden die de vorige generaties nog niet kenden. We worden gestimuleerd te zoeken naar wat in ons zit. Belangrijk is aandacht te hebben voor gevoelens als  faalangst.  Overdracht van kennen en kunnen is één, maar de wijze waarop, stimuleren en omkaderen en praten over bv. faalangsten, zijn zeker zo belangrijk.

Vandaag staan we voor de uitdaging om een nog complexere wereld te aanvaarden. We moeten leren zwemmen in troebele waters. En omgaan met twijfel. Dus ingaan tegen een stuk natuur in onszelf. Dat kan, door opnieuw over onze gevoelens te praten, ze in kaart te brengen, ze soms op te volgen en soms af te wijzen of overwinnen.

Gelovigen zeggen soms wel eens: De wetenschap geeft antwoord op de vraag hoe iets werkt, hoe het in elkaar zit. Geloof probeert antwoord te geven op vragen als: waarom zijn we hier, hoe moeten we leven: m.a.w. zingeving.

Neen, wetenschap geeft ook antwoord op de vraag waarom zijn we hier. Op indirecte wijze. Ze zegt dat er geen opgelegd doel in de natuur is, is tenzij onszelf reproduceren, maar zelfs dat is niet voor iedereen zo, noch voor ouderen, noch voor homoseksuelen, en ook een pak hetero’s willen zich niet reproduceren. Dus de wetenschap zegt ons: bepaal zelf wat uw doel en uw zingeving is. Als dat geen positieve boodschap is! Leve de vrijheid!

Momentje, dat is ook niet het geval, zegt de wetenschap. Je bent wel gekneed. Je uit voorkeuren en je noemt dat je eigen vrije keuzes, maar die zitten deels genetisch in je ingeprent. Je denkt dat je kiest, maar de complexheid van je persoon maakt dat je bepaalde keuzes in een bepaalde richting maakt. Je bent voor een stuk getuige van wat zich in je hoofd afspeelt.

Je hebt vervolgens ook een moraal. Die je vrijheid kan inperken.

Maar voor onze moraal hebben we God niet nodig gehad.
Want de moraal, zegt de wetenschap, zit al bij ons ingebakken. Die is gebaseerd op bepaalde neigingen – elkaar helpen, empathie, regels volgen, belang hechten aan rechtvaardigheid, speelsheid aanvaarden – die we ook bij andere sociaal levende dieren zoals apen, olifanten en in basale vorm zelfs bij honden zien. Die neigingen en de bijbehorende emoties zijn een deel van onze natuur, en vanuit de evolutiebiologie verklaarbaar: ze maken het leven in groepen mogelijk.

De moraal bestond al ver voordat we godsdienst hadden, of filosofie.

Beide beweren dat de mens niet weet hoe hij zich moet gedragen; God moet hem dat vertellen of hij moet het met zijn logisch verstand ontdekken. Onzin! En in het geval van de godsdienst ging het erom de moraal in een bepaalde richting te duwen. Vandaar: altijd bevragen of wat je doet niet anders kan; en of je je der wel goed bij voelt.

Verder is ook de liefde ons meegegeven. Daardoor zijn we betrokken bij anderen. En als je warme empathie hebt, ben je betrokken in het leven van anderen, dan wordt je vrijheid aan banden gelegd, maar je krijgt er natuurlijk ook van alles voor in de plaats, zoals respect, een luisterend oor, het kunnen delen van ervaringen…

dansende damesDaarnaast moet je ook iets minder denken dat je “ik” een product van jezelf is. Integendeel: je persoonlijkheid wordt ook vorm gegeven door ouders, leraren, media.

En dat brengt ons tot de laatste vraag: ligt hier een taak weggelegd voor wetenschapspopularisering? Kennis maar vooral inzichten overdragen, maar dat op een manier dat het correct blijft én begrijpelijk is. Onderwijs speelt daar een rol in. Maar soms ontbreekt het aan passie. De media zijn erin betrokken, veel te weinig. Steeds minder. Op aparte zenders.
Er zijn teveel volwassenen die eens ze het onderwijs verlaten hebben, niets meer te maken hebben met wat wetenschap hen kan bijbrengen. Er zijn via de media te weinig manieren waarop inzichten toegang vinden. Het enige wat sommige volwassenen vandaag eventueel nog doen is zelf doktertje spelen via Google en aan de arts vertellen wat ze hebben.

Je kan als mens in elk gesprek dat je voert, de link leggen met wetenschappelijke inzichten.  Niet alleen omwille van de kennis, maar ook omwille van een gevoelsaspect. In plaats van Koran en Bijbel hebben wij nu gigantisch veel actuele wetenschappelijke lectuur ter beschikking.

Wetenschap is in wezen poëzie. Wij zijn de kinderen van sterrenstof.we in trhe galaxie
Alles wat bestaat, incluis onze huid, ons bloed, de lucht die we inademen, zaten ooit als atomen in het stof dat een gigantische ster, vele malen groter dan de zon, uitblies. Daaruit zijn de zon en de planeten gekomen en uiteindelijk ook wij. Is dat geen verbondenheid? Is dat geen sublieme religie? Die de wetenschap ons geeft? Word je daar niet warm van? Is dat niet de ultieme troost? En tegelijk de kracht om het leven met twee handen te grijpen!

Bovendien brengt wetenschap ook schoonheid. De versmelting van 1 zaadje met 1 eitje… wat er dan week na week gebeurt… dat is mooi in beeld gebracht en op zich maakt dat besef toch een God overbodig. Het is een verklaarbaar mirakel. Oké, niet alle schepsels zijn even gelukt maar dit laten we even terzijde.

En meteen leidt dit de dimensie van de religie. Wij zijn verbonden op materieel vlak. Kinderen van het Sterrenstof. Wij zijn verbonden in een biotoop. Fijn stof. Klimaatopwarming. Wij zijn als soort stik eenzaam op een planeetje. En dat maakt de behoefte groot om juist heel sociaal te zijn.

Spiritualiteit is bv. het beeld waarin wij elk een stukje kennis, inzicht en kunnen doorgeven aan anderen. Samen vormen wij een gigantische keten.

Niemand kan nog zonder de arbeid en de kennis van anderen. Individueel kunnen we accenten leggen, maar collectief plukken we de vruchten. Na-ijver en concurrentie hebben hun beste tijd gehad als motor voor vooruitgang.

Gelaïciseerde spiritualiteit is het gevoel ervaren dat wij een onderdeel zijn van een groter geheel, dat echter niet buiten ons staat. Er is geen bouwmeester, geen Torenwachter, geen god, geen deïsme.

Wij moeten die verbondenheid die door wetenschappelijke kennis wordt blootgelegd, durven te poneren en er de term religie op kleven. Het is fout om religie te koppelen aan godsdienst en aan geloof. Net zoals heidense feestdagen geaccapareerd werden door de kerk, claimen zij het alleenrecht op religie. Dit is onzin.

Geen opperwezen als leidraad, maar gewoon de mensenrechten, de ecologische betrokkenheid, de wens als mens anderen niet nodeloos te laten lijden maar juist kansen te scheppen.

De communisten in Rusland hebben geprobeerd godsdienstige religie, uit te roeien, maar dat liep op zijn zachtst gezegd niet van een leien dakje. Bovendien zorgden ze met hun vlagvertoon, parades en dogma’s eigenlijk meteen voor een alternatieve godsdienst.

Ten slotte is er de ironie, de humor, de spot, de hyperbool. Met panache en satire wordt  de mythe van een godsbeeld onderuit gehaald. Een vlijmscherpe strategie. Maar je dient achteraf wel on speaking terms te staan met degenen die zich wellicht beledigd, zo niet  aangevallen voelen. De nazorg dient helend te zijn. Choqueren alleen is onvoldoende.  Dat heeft Theo Van Gogh helaas ook ondervonden.

jezeus_n

Lees ook in “De mens schiep God” over  Paulus de Marketeer

 

De allochtoon en de mozaïek

Toen ik school liep in het Antwerps stadsonderwijs, eind jaren 60 en jaren 70, vertelden leerkrachten ons dat krantenkoppen als “Marokkaan steelt handtas” fout waren want het Marokkaan zijn heeft niets te maken met de reden van de diefstal. Evenmin is het correct te fulmineren “Stomme Ollander” wanneer een wagen met Nederlandse nummerplaat plots links afslaat en men moet remmen.

Waarom hebben we die reflex? Waarom zeggen we niet: “O, een van de 13 miljoen volwassen Nederlanders; misschien eentje uit Groningen komende, die problemen heeft in zijn relatie, in België als verkoper nu op weg is naar een klant, en zijn gedachten even liet gaan over zijn huiselijke perikelen en dan plots merkte dat hij linksaf moest.” Nee, dat zeggen we niet. We brengen de situatie in kaart door te simplificeren, en die Nederlandse nummerplaat is voldoende. We vatten de situatie door er 1 etiket op te kleven. En we willen dat, we nemen dat recht, want we werden verstoord in ons rijgedrag en door eenvoudig te duiden brengen we terug rust. Het benoemen van de oorzaak is een manier om komaf te maken met het probleem.

Angst en onzekerheid waren een vaak voorkomende toestand waarin ons voorouders tientallen generaties leefden. Evolutionair biologen en psychologen geven dat als reden waarom wij vandaag vaak als eerste reflex wantrouwig staan tegen elke verandering. Uit angst voor het onbekende, het vreemde, een wijzigende situatie… reageren we behoudend conservatief.  Elke confrontatie met de Ander kan ons uit onze rust, uit ons evenwicht halen. Eventueel verplicht worden zich aan te passen (m.a.w. het eigen gedrag te moeten wijzigen) vraagt een inspanning. Wat we “gewoon” zijn wordt bevraagd. De “norm” kan wijzigen. Wie afwijkt van de norm kan een gevaar betekenen. Verzet tegen een wijziging zit dus blijkbaar bij vele mensen ingebed door de angst om het gevoel van de eigen ervaring en inleving, de stream waarop ze drijven, bevraagd te zien worden en –wie weet- te zien gewijzigd worden, bv. door gesprekken. Als die ander zich dan ook nog goed in zijn vel blijkt te voelen, ontstaat er soms afgunst want die ander vertegenwoordigt soms iets wat men ook wel zou willen. Om die afgunst uit te werken, grijpt men naar intolerantie, macht, onderdrukking. Dus willen sommigen desnoods de ander op zijn muile slaan, letterlijk de woorden terugkloppen. Of hem uit het straatbeeld halen. In plaats van het onbekende als een uitdaging te zien en zelf eventueel die weg op te gaan.

Het benoemen –zeg maar etiketteren- is dus een onderdeel van een verdedigingsstrategie. Die vaak hand in hand gaat met het zoeken naar partners en dus het creëren van een wij-gevoel. Vaak om opportunistische redenen zoekt men –op basis van eenvoudige parameters- bondgenoten. “Wij betalen voor hen”. Een dooddoener die het altijd doet, ook al is de werkelijkheid dat al wie arbeidt evenveel bijdraagt.

Mensen vatspinnen op een kenmerk is dus allesbehalve bevorderlijk om een situatie grondig te analyseren. Bovendien wordt er vaak vanuit gegaan dat “we” wel weten wat we bedoelen met een bepaalde etikettering. Niets is minder waar, want zie: allochtoon is een begrip dat gebruikt wordt om mensen die hier niet geboren en getogen zijn, aan te duiden. Op zich wordt daar verder niets mee bedoeld, want die mensen delen wellicht ongelofelijk veel met eender welke andere homo sapiens sapiens. Alleen staan velen daar niet bij stil en focussen op zichtbare verschillen.

Dat De Morgen deels om promotionele redenen het woord allochtoon schrapt, laat ik even terzijde.  Op zich is hun analyse m.i. correct. Het begrip is om te beginnen überhaupt niet van toepassing op de derde generatie “migranten”. Deze jonge mensen zijn hier geboren, lopen of liepen hier school, spreken een Vlaams dialect (en geen Verkavelingstaal noch AN, en dat maakt hen met twee voeten verankerd in menig Vlaamse grond), consumeren westers, trachten middenklasser te worden, zullen hun kinderen en kleinkinderen hier grootbrengen en zijn dus ook bezorgd zijn over pensioenen en sociale zekerheid…. M.a.w. deze mensen zijn dus autochtonen. Sommigen met een geloof, zoals er katholieken en new age-adepten en boeddhisten zijn onder de withuiden die hun buren zijn en waarmee ze dezelfde problemen als geluidsoverlast, verkeer etc. delen.

En dan is er dus Bart de Wever die niet begrijpt waarom men die term niet meer zou mogen gebruiken. Dat de problematiek hem danig beroert, blijkt uit een column waarin hij er zelfs in slaagt zichzelf tegen te spreken.

Ik citeer: “De achterliggende redenering is daarmee goed samengevat: taal maakt de werkelijkheid. Dat is een opmerkelijke redenering, want ze druist in tegen het acquis van enkele honderden jaren analytische taalfilosofie, waarin taal wordt beschouwd als een middel om de werkelijkheid te beschrijven.”

De Wever stelt dus dat taal neutraal is en de werkelijkheid weergeeft. Enkele regels verder beseft hij echter: “Derhalve is taalgebruik niet neutraal, want het bepaalt hoe we de beschreven werkelijkheid interpreteren. Zo gaan krantenkoppen ‘200 Antwerpse jongeren opgepakt’ en ‘200 allochtone jongeren opgepakt in Antwerpen’ over exact dezelfde feiten, maar ze geven de lezer een verschillende indruk van de werkelijkheid mee.” Dus taal (woordgebruik) bepaalt wel degelijk hoe men de wereld (de werkelijkheid) percipieert! En dus hoe men voor zichzelf de waarheid invult en hoe men zich zal positioneren. M.a.w. De Wever besluit uiteindelijk zelf dat taal wel degelijk de werkelijkheid vorm geeft. Het ziet er dus niet goed uit wanneer iemand die in 5 regels eerst emotioneel uithaalt en dan zichzelf tegenspreekt, als burgervader gaat beschikken over de budgetten van een stad als Antwerpen. Dit terzijde.

Dus ja, we moeten kritisch reflecteren over het gebruik van termen als “allochtoon” en deze enkel gebruiken wanneer ze enerzijds sociologisch kloppen (de EU-ambtenaar die hier zes jaar komt werken en dan weer terugkeert naar zijn land van herkomst is een allochtoon… alleen heb ik nog nooit het begrip “EU-allochtonen” gelezen) én anderzijds wanneer de term relevant is. Bijvoorbeeld wanneer een heroïneverslaafde zonder inkomsten een bejaarde berooft, dan is er wellicht een oorzakelijk verband en kan ik leven met de vermelding van het etiket “verslaafde”. Maar een Nederlander die dwaas rijdt of een Belg met Magrebijns bloed die niet betaalt op de bus, doen dat niet omwille van hun Nederlander of Belg met Magrebijns bloed-zijnde.

Wat mij echter het meest stoort aan de houding van mensen als Bart de Wever, bezeten als hij is door identiteit (hij slaagt er zelfs in openlijk te stellen dat het m.b.t. de Vlaamse identiteit beter is een romantische leugen aan te hangen dan de nuchtere werkelijkheid onder ogen te zien, n.l. dat identiteit een artificiële constructie is en geen gegeven) is zijn wens (wellicht onderhuids bijzonder sterk) om absoluut mensen te etiketteren op basis van een eigenschap (moslim, allochtoon) waardoor hij de facto zegt tegen een twintigjarige: ik noem u allochtoon want uw tronie is Magrebijns en uw grootvader is hier niet geboren.
Mensen etiketteren leidt tot uitsluiting, tot wij versus hen, tot ik tegen u. En dat is dus wat BDW blijft doen. Om de wereld te veranderen –zoals hij in zijn column Marx citeert- moet men mensen als MENS benaderen, in hun complexheid, in de mozaïek van eigenschappen die ze bezitten en ze niet vastpinnen op 1 “eigenschap” (die dan nog niet van toepassing is op wie zijn hele leven in dezelfde gemeente woont en er geboren is). Strikt genomen is bijvoorbeeld -o ironie- Filip De Winter een allochtoon uit Brugge is die tussen autochtone Sinjoren is gaan wonen.

Waarom doet BDW dit? Omdat het de oude truc van het populisme is. Benoem iets, maak het eenvoudig, daardoor lijkt het beheersbaar en wordt de situatie afgebakend en dan geef je rust aan je achterban en lijkt het alsof met simpele maatregelen alles opgelost kan worden. BDW bedient zich van eenzijdige terminologie om een achterban te creëren die er naar smacht (zoals gelovigen) dat alles toch maar zou zijn zoals het in 1 boekje of met 1 slagzin uitgedrukt kan worden. Ik noem zoiets intellectueel fascisme. Vergelijkbaar met de Kerk die Galilei in de ban deed omdat hij de wereld complexer voorstelde dan de kerk wenste. Of ja, zoals de Nazi’s de Jood uitvonden om hem dan met alle zonden te overladen.

Nee, meneer De Wever, degene die u omschrijft als allochtonen zijn helemaal geen allochtonen.
Uiteraard zijn er wel problemen. In een samenleving. Omdat mensen nu eenmaal complex zijn. Verwachtingen hebben. Conservatieve reflexen laten botsen met vernieuwingen. In wezen zijn er 7 miljard complexe mensen die op 1 dag gigantisch veel rolletjes vervullen, als geliefde, ouder, buur, collega, supporter, twijfelaar, zoekende, vinder, smeker, aanbidder, decideerder, etc…

BDW vernietigt de ondraaglijke schoonheid van het individuele bestaan door ze te verengen en op te sluiten in een begrippenapparaat. Hij kooit de leeuw die in wezen een zevenkoppige octopus is.

Indien de NVA mensen wil “inburgeren” en een gedeelde publieke cultuur wil realiseren, dient ze vooreerst te beseffen dat deze “allochtonen” al lang ingeburgerd zijn. En dus dat het gebruik van die term overbodig en sociologisch fout is. Het is dus in het licht van een harmonischer samen-leven contraproductief om deze mensen zo te blijven etiketteren. Zij hebben op vele vlakken dezelfde aspiraties, delen dezelfde gewoontes, vertoeven in dezelfde publieke ruimtes (stadskernen, openbaar vervoer, scholen,…). Door de term allochtoon te gebruiken, verliest men de kans om het tegenovergestelde te zeggen, n.l. dit is uw tram, uw school, uw straat, uw sociale zekerheid, uw pensioenplan. U en ik bouwen aan dezelfde samenleving. Delen de vruchten van dezelfde biotoop en foeteren op wat er fout gaat. Daardoor krijgt men een “ons”-gevoel, zij het met variaties, maar diversiteit is een rijkdom die nou net tot heel wat creativiteit en dus oplossingen leidt. De basis van het concept van mens-zijn bij NVA is dus fout. En daardoor is hun strategie dat ook. Wat zij -volgens hun programma- willen bekomen, is wellicht oké. Maar hoe die maatschappij (of stad) er moet uitzien, dat wordt niet bepaald door 1 partij, of 1 sociologische groep. Het NVA-verhaal is er een van “aanpassen”. Maar aan wat aanpassen? Aan wiens normen? Aan de mijne? Nee, zo werkt het niet. Aan een aantal gemeenschappelijke waarden. Zeer zeker. Maar die zijn er reeds. 98% van die zgn.  “allochtone gemeenschap” wil niet liever dan financiële zekerheid, gezondheid, bijdragen aan een systeem dat hen verder kansen geeft. En dat ze zich op een aantal vlakken onderscheiden van anderen, is de evidentie zelve. In de persoonlijkheidsmozaïek van al wie zich op dit lapje grond te slapen legt en werken of consumeren gaat, zitten gigantisch veel verschillen: de een is VTM-kijker, de ander voetbalfanaat, natuurloper, rapper, collectioneur van Brahms-uitvoeringen… etc. Sommigen zijn ook zoekende, ontwikkelen zichzelf en doen dat met vallen en opstaan. Zolang ze anderen niet dwarsbomen, kan men zich enkel verheugen over die culturele accentverschillen.

Het succes van het Vlaams Belang heeft duidelijk aangetoond dat vele medeburgers bijzonder beïnvloedbaar zijn en al te graag simpele verklaringen pasklare oplossingen en ermee samenhangende etiketteringen wensen. Daaraan toegeven is spelen met de broze vrijheden van een democratie. En daarom is de discussie rond het gebruik van de term “allochtoon” interessant. Het raakt de psychologische basis van de problematiek rond racisme, uitsluiting en intolerantie en het dwingt ons te focussen op wat wél belangrijk is: mensen beoordelen op hun individuele gedrag, hen als individu (of eventueel als gezin) verantwoordelijk stellen zonder er verklaringen of termen bij te sleuren die er niets mee te maken hebben. Door decennia lang mensen die voorgoed hun leven uitbouwen in deze contreien, aan de zijlijn te laten staan, heeft men hen bijna gedwongen een eigen gemeenschap te creëren. Dat geeft vandaag bizarre situaties waarbij blanke Vlamingen (bewindslui) oproepen aan de Moslimgemeenschap om zich over de opvoeding van kinderen te buigen. Terwijl ik gewoon A. en F., mijn buurman en buurvrouw, zal vragen of hun kinderen tijdens de examens niet teveel lawaai willen maken en of mijn kids hun muziek niet te luid staat op zaterdagavond. Ik heb daar potdorie geen gemeenschap voor nodig. A. en S. zijn geen moslims voor mij; zij zijn A. en S. Ik benader hen als mens. C’est tout. En zij hebben in weze die moslimgemeenschap evenmin nodig. Als ze zich ten minste als burger opgenomen voelen in dat verhaal dat samen-leving wordt genoemd.

 
1 reactie

Geplaatst door op 26 september 2012 in cultuur, maatschappij, religie

 

Seksisme

Waarom sneren jongegasten “hoer” naar een jongedame die hen eigenlijk aantrekkelijk overkomt? Omdat het niet spoort met hun moraal, met de rem die ze zichzelf vanuit principes (ingedrild door ouders en imams) opleggen. Een fenomeen dat ook door christenen wordt gebezigd (zij het vandaag beschaafder, dus zonder agressie; vroeger was dat anders). Principes moeten voor iedereen gelden, dat is het (foute) uitgangspunt. Dus als de kerk (of de imam op papa moslim of wie dan ook die een impact heeft) een regel oplegt en zegt dat dat de norm is in de samenleving, is de confrontatie met wie die norm niet volgt, een beproeving. Men ziet iemand iets doen wat volgens de eigen (opgelegde) principes niet mag, dus gaat men die persoon met de vinger wijzen. Een zeer primitief gedrag. Respectloos. Volslagen intolerant. En zeer egocentrisch, want door de ander te beschimpen, geeft men zichzelf het gevoel dat de eigen waarden correct zijn.
Sapere aude: leer zelf (kritisch) denken. Probleem is dat als men enkel omringd is door gelijkgezinden, men in een vicieuze cirkel zit.
Een oplossing is meer zelfinzicht. Psychologie versus machisme. Zelfreflectie versus principes. Spotten, met jezelf. Nietzsche viel er Kierkegaard op aan. Het Ubermensch-concept is niets anders dan dat: durf de normen te verlaten; ontdek wat er dan op je afkomt, ook als je er alleen voor staat en de anderen uit je gemeenschap zich er niet aan wagen. De angst zichzelf los te laten, en een ander in de spiegel te zien. Daar draait het om. Met wetten kan je dat niet veranderen. Met veel praten wel.

Je hebt enerzijds de zelfredzaamheid en weerbaarheid van vrouwen (niet altijd makkelijk, zeker niet als er agressie in het spel is!), en anderzijds heb je de link tussen het machogedrag van bv. magrebijnse mannen en de wijze waarop ze met hun vrouw en dochters omgaan. Die lijn moet je doortrekken, dus vind ik het zeer goed dat er heisa ontstaat en dat men -op subtiele, intelligente maar desalniettemin doortastende wijze -budgetten en mensen graag!- die machomentaliteit gaat aanpakken. (ja toch?)
Voor elke vrouw die krachtig genoeg is om het machogedrag te weerstaan, heb je wellicht enkele moslima’s (meisjes en vrouwen) die niet kunnen opboksen binnenskamers tegen hun broers en mannen. Het machogedrag is vaak voor jonge magrebijnen de enige manier om zich te affirmeren. Zij moeten dus hun leven zien te vullen met andere waarden en bezigheden. Zij moeten fier kunnen zijn op zichzelf zonder macho te wezen. Daar ligt de oplossing naar een mentaliteitsverandering. Vandaar: een subtiele, diepgaande aanpak. Vele gesprekken en niet het opleggen van boetes; een straf verandert geen mentaliteit, hoogstens wel een gedrag, en dus kan men wellicht met harde hand seksisme uit het straatbeeld weren, maar niet uit het hoofd en dus niet t.o.v de eigen partners en familieleden binnenskamers. Long way to go…

 
2 reacties

Geplaatst door op 27 juli 2012 in antropologie, cultuur, maatschappij, psycho

 

Frankfurt

The beauty of a placebo

Deze diashow vereist JavaScript.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 juli 2012 in art, cultuur, vakantie

 

Documenta XIII Kassel

Deze diashow vereist JavaScript.

Also worth looking and listening at…

Namedropping: Maria Martins, Vann Nath, Goshka Macuga, Llyn Foulkes, Kader Attia, Fiona Hall, Omer Fast, Chiurai,, Isrvan Csakany en William Kentridge.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 juli 2012 in art, cultuur

 

Geschenken

Een mens krijgt in zijn leven vele mooie cadeaus. Geen enkele ervan is verpakt of heeft een strikje eromheen.
Zo leren we op school lezen en schrijven. Een cadeau van de goden.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 15 november 2011 in cultuur

 

Identiteit

Zijn we Vlaming omdat we dezelfde gazetten en boekskes lezen, dezelfde televisie kijken, dezelfde verhalen kennen, de zgn. imagined communities? Vooreerst lezen we niet dezelfde boekskes (wie Knack leest en niet Dag Allemaal is een ander mens dan wie enkel Dag Allemaal en Story leest). En de hamvraag is: HOE lees je die boekskes? HOE kijk je naar tv? HOE duid je de informatie die tot je komt? Daarin zit een gigantisch cultuurverschil. Het is niet omdat je “Vloams” klapt en Nederlands leest, dat je eenzelfde culturele identiteit hebt.
‘Betekenisvolheid laat zich niet uitleggen in de orde van betekenis. Ze veronderstelt een geraakt-zijn en de ander is juist een ander omdat hij iemand is die niet op die manier geraakt is. Wat op mij een diepe “in-druk” heeft gemaakt, was voor hem een gewone ervaring, iets met betekenis, maar niet iets van betekenis. En dat is onverdraaglijk omdat het mij confronteert met het gewicht waarmee mijn eigenheid (Bracke zou zeggen identiteit) op mij weegt, op mij “in-drukt”. In mijn omgang met anderen merk ik dat wat voor mij betekenisvol is, de ander niets hoeft te zeggen. Mijn absolute waarden zijn voor een ander niet absoluut. Eigenheid is niet zozeer iets wat we hebben, maar iets wat ons heeft. En iets wat beklemt, bevreemdt. Vandaar dat men die eigenheid (lees: identiteit) kan vergelijken met een indigestie: ik stoot erop wanneer ik iets niet verteer.’ (Rudi Visker)

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 11 oktober 2011 in cultuur, filosofie, maatschappij, taal

 

Glimlachnarcisme om de berusting door te spoelen.

Naar aanleiding van de plunderingen in Londen en andere Engelse steden schreef Theodore Dalrymple een pamflet waarin hij stelt dat de rellen te voorzien waren (van een eyeopener gesproken) en hij Amy Winehouse met “haar domme smaak, haar walgelijke persoonlijke gedrag en haar absurde zelfmedelijden” symbool maakt van de plunderaars.

Wat Dalrymple niet kan/wil vatten (en daarin was Céline die ook in vierde wereldmiddens vertoefde een pak empathischer) is dat mensen opgevoed met weinig normbesef (behalve het wraakelement ter compensatie van onderaan de sociale ladder te staan) en een peergroup die dat nihilisme bevestigt waardoor men volledig onttrokken wordt aan de emanciperende en stimulerende impact van onderwijs en media (riooljournalistiek laten we even ter zijde) zonder verplichte begeleiding niet anders kunnen dan uitgroeien tot wat reeds sedert 30 jaar in elke grootstad bestaat: een zichzelf reproducerend “leger” van je m’en fou’tisten die van dag tot dag leven en hun kicks vinden in primaire gedragingen. Relschoppen en plunderen zijn voor hen verslavende extases.

Waar liep het mis? In de combinatie van de afwezige thuisopvoeding, de gettocultuur als normgeving en de marketingtechnieken die als enige externe normen inpompen. De rijken, de babyboomers, de bon vivants, de beroepspolitici en al wie zich tot het culturele, politieke en economische establishment wil rekenen, zou het liefst een muur rond deze wijken en mensen plaatsen en hen -op zijn Gaza’s- laten sudderen. Want het alternatief kost (overheids)geld en zal zelden tot directe voordelen leiden voor het establishment. Plunderingen zijn zeldzame momenten waarop de goegemeente even met de ogen knippert. En dan nog, want het zijn niet de rijke wijken die getroffen worden. Cameron zou er goed aan doen deze mensen op te sporen, niet om hen in de gevangenis te smijten maar om hen aan het werk te zetten met het opruimen van alle brol; hen face to face confronteren met degenen die de dupe waren van hun plunderingen en hen verplichten de winkels en huizen mee om te bouwen, in ruil voor een loon en dit alles onder toezicht van de technische dienst van de diverse gemeenten, incluis een afvaardiging van scholen, pedagogen en psychologen. Daarnaast moeten er meetings en cursussen komen met/voor ouders die voor de keuze moeten worden gesteld: of opvoeden, of je kids afgenomen zien worden.

Daarover heeft Dalrymple het niet. Hij wentelt zich in een  andere vorm van nihilisme, n.l. de onmaakbaarheid van een samenleving. Zijn achterliggende toon is er een van (zijn) superioriteit als mens, gebaseerd op klassieke, oude waarden. Zijn verwerping van Amy Winehouse muziek (zij nestelde zich in zelfmedelijden, en dat is meteen een reden om de muziek slecht te vinden, want superieure mensen doen zichzelf pijn en geraken al lijdende ergens in het leven i.p.v. zich narcistisch in een genotcultuur te wentelen) is ronduit potsierlijk. Overigens, Schubert en Mahler wentelden zich ook in zelfmedelijden. En ze maakten –net als Winehouse- muziek die aan de rand van de toen aanvaarde cultuurnormen stond. Dumpen maar?

Dalrymple doet mij denken aan een oude knorrige gentlemen die aan symboolrioting doet op het eigen binnenhof maar zich verder tot de uitverkorenen rekent. Het defaitistische mort à credit dat de vierde wereldburgers kenmerkt is voor Dalrymphe het loon dat ze verdienen omdat ze zich zwak, zonder zelfkastijding opstellen. Het knallen van de zweep, de striemen op de ontblote rug, de kletsen op de bil, het kaalscheren en het brandmerken zijn zowat de enige oplossingen die conservatief Engeland vandaag kan verzinnen. Soms lijken Dalrymphes teksten me een oefening in egopamperisme voor mannen op leeftijd die de energie ontberen het goede in elke mens te voeden. Dergelijk gedrag is evenzeer voer voor psychologen, dus zo untouchable moeten de superieure moralisten zich niet wanen. Het volstaat dat ze  zich even spiegelen aan hun schaduw.

 
3 reacties

Geplaatst door op 11 augustus 2011 in cultuur, maatschappij, psycho

 

Multiculturaliteit, er is niks anders.

Is multiculturaliteit mislukt omdat mensen omwille van hun seksuele geaardheid door burgermannetjes en vrouwtjes scheef bekeken worden? Intolerant zijn jegens anderen omwille hun geaardheid is een cultureel gegeven. Zij die mensen veroordelen omwille van hun seksuele geaardheid staan dus diametraal anders in het leven dan ikzelf. Wanneer dan bv. een zwijnenboer uit Wingene misprijzend naar “janetten” kijkt, is dit een multicultureel gegeven. Er heeft m.a.w. nooit een andere samenleving bestaan sedert de uitvinding van het individu, dan een multiculturele.   Helaas moeten we dus ook aan die multiculturaliteit elke dag werken. En soms mag dat met luide trom zijn.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 juni 2011 in cultuur, maatschappij

 

Tijdloos

‘Ik zou willen dat er plekken bestonden die blijvend waren, onbeweeglijk, onaantastbaar, onaangeraakt en haast niet aan te raken, onveranderlijk en geworteld: plekken die konden dienen als referentie, als vertrekpunt, als bron’

George Perec

Dergelijke plekken bestaan. In ons geheugen. (En dit is niet op 1 plek in onze hersenen gelokaliseerd.)
Wij stellen steeds opnieuw een gebeurtenis samen, op basis van ijkpunten (gezicht, emotie, geur, kleur…) en putten dus uit een heel gamma van zones.
Soms gaan we onvolledige beelden bekomen, of zelfs incorrecte elementen toevoegen. We hebben dan al of niet bewust een specifiek onderdeel verdrongen of als negatief of juist als positief gelabeld. Op die wijze creëren we vaste, blijvende plekken. Vaak sterke beelden met een rijke ervaring, ook op gevoelsvlak.
We ervaren ze als waar, vaststaand, rotsen in ons eigen landschap. We kleven er een tijd op, een moment, een fase.

Hebben we ze ook echt beleefd? Soms wel, vaak niet. Want onze beeldvorming is ook beïnvloed door voorgekauwde inzichten van derden en door vele canons, collectieve (on)waarheden,… En door verzuchtingen, de wens van een leuke sfeer: een zekerheid door ons zelf gebouwd, een  zelf gefabriceerde plek.
Zo ontstaan ook ideale ruimten of inzichten die we met heel veel zekerheid  positief benoemen en vaak onze ethische houding bepalen en ons quasi intuïtief drijven tot het uiten van een mening.

En wat met een gevoel (en zijns-staat) die men De Kosmische Verbondenheid zou kunnen noemen? In zweverige middens noemt men dat het Zelf, het opgaan van het ik in Alles, de Omgeving. Is dat een rode draad in je leven? Een ijkpunt? Misschien, maat ook die verbondenheid ervaar je vanuit je zelf en de ervaring is misschien wel steeds hetzelfde (je kan je heel je leven verbonden voelen met Alles) maar de impact ervan en de intensiteit waarmee je dat Zelf ervaart, zal zeker verschillen. Je kan stellen dat je dat Zelf op je 15e aldus ervoer; op een andere leeftijd zal je het weer anders invullen. Dat je jezelf als een onderdeel van een biotoop in een kosmisch geheel ervaart, is dus een constante, maar de wijze waarop je dat ervaart en wat je er mee doet, zal steeds weer anders zijn.

Misschien is het ervaren van tijd en chaos wel een ijkpunt. Wat je ook doet, hoe fijn je je ook voelt, het zal altijd ophouden te bestaan. En dat is misschien wel de grootste zekerheid en geruststelling. Panta Rhei.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 19 maart 2011 in cultuur, filosofie, natuur, psycho, science

 

Over liefde

Ik hou van je” is volgens een aantal postmoderne filosofen allesbehalve acceptabel om te zeggen. Het is zowaar een inbreuk, een terreur, want je zadelt de ander op met een verplichting, n.l. iets te doen met die uitspraak die een verzuchting, een wens is. En als je de liefde van de betrokkene niet wenst, ga je hem dat moeten zeggen en dus ga je hem kwetsen. Dus is het beter die woorden nooit uit te spreken.

Iets is pas terreur als het ook zo ervaren wordt. Een SM’er vindt fysiek geweld genot. Dit even ter zijde.

“Ik hou van je” zeggen kan juist heel positief ervaren worden door degene tot wie je je richt. Maar het kan inderdaad  probleem opleveren als je die liefde niet wil. Dan moet je het pareren, zonder de betrokkenen te kwetsen.

Er zijn natuurlijk gradaties in liefhebben. Een vriend heb je lief; een partner heb je inniger lief. Een kennis hou je te vriend, maar die liefde is zonder al te veel verplichtingen.

Alles draait om je eigen ego en invulling van je bestaan. Tot waar wil je gaan in het offeren van je tijd, je driften, je wil?

En dan komen we tot de essentie van een vraagstuk rond liefde. N.l. waarom bestaat liefde (nog)?
Biologisch heeft het voordelen (verspreiden van de eigen genen, dus koesteren van de ander, zeker kindliefde is een voorgeprogammeerde zijnstoestand met functioneel nuttig resultaat). Ook altruïstisch gedrag heeft eigenbelang als nut. Sociaal gesproken kan liefde geven ervoor zorgen dat je liefde terugkrijgt en dus als je bv. ziek bent, geholpen wordt. Dit kadert allemaal in het utilitaire aspect van liefde.

Wat betekent liefde in een geatomiseerde, individualistisch op genot georiënteerde samenlevingsvorm? Hoe komt het dat we bezorgdheid kennen (een vorm van liefde) ook als we 60 zijn en onze partner niet meer optimaal voldoet en zeker niet meer utilitair is in biologische zin? Hoe komt het dat senioren van 80 samen uit het leven stappen? Omdat ze op mekaar gerodeerd zijn en de zekerheid van de voorspelbaarheid van de ander zijn gedrag verkiezen boven het ongekende. In dat geval is dat dus een temperamentskeuze. En temperament is genetisch bepaald. M.a..w er is geen vrije wil, geen vrije keuze. Men volgt waar men zich het best bij voelt. Men volgt de weg die de geprogrammeerdheid aangeeft.

Liefde is betrokkenheid. Dus bemoeienis met het leven van de ander. Waarom aanvaarden we deze inbreuk op onze privacy? Sterker nog: dit is per definitie waar liefde om gaat.  Het delen van een aantal levensaspecten (exploratie, ontspanning, eten,…) waardoor we quasi permanent beïnvloed worden. We moeten rekening houden met de ander; de ander is een spiegel die ons onmiddellijk confronteert met ons gedrag, terwijl dat niet zo zou zijn indien we alleen leven en een aantal zaken ervaren. We zoeken dus die spiegel op.
Terwijl je ook perfect die aspecten alleen kan ervaren en achteraf delen, maar met diverse partners. Daar ligt ook de verklaring voor de scheidingen. Je hebt onvoldoende return in het delen van je eigen ervaringen en dus ga je je eigen weg op zoek naar andere partners waarmee je beter kan delen.
En dat is dan ook de paradox van liefde: liefde is willen delen maar juist die behoefte leidt vaak tot scheiden.

 
1 reactie

Geplaatst door op 26 februari 2011 in cultuur, filosofie

 

Shared Value als antwoord op de petitie “Facebook, Apple en censuur”.

Facebook en Google zijn Amerikaanse privé-bedrijven. Zij hebben het recht vanuit die hoedanigheid te bepalen hoe hun producten gebruikt worden en dus het recht content te censureren. Zoals een forummaster een onlinediscussie mag censureren wanneer er beledigingen geuit worden.

Caudron en co (zie http://tinyurl.com/69ab9cf) hebben echter ook gelijk te wijzen op de gevaren van die censuur (om puriteinse redenen, om politieke redenen, whatever). Dit is overigens al langer een probleem, want zowat alle burgers geven stukken van hun privacy af aan Google en Facebook (in ruil voor gratis gebruik), zonder vaak te beseffen wat de negatieve gevolgen kunnen zijn. Door deze producten te gebruiken geeft eenieder impliciet toestemming de regels te kennen en na te leven. De verantwoordelijkheid ligt dus bij de gebruiker, maar tegelijk kan men vaststellen dat vele gebruikers niet beseffen wat de spelregels zijn.

De hamvraag is dus: ga je vanuit een supranationale entiteit (bv. de UNO) Facebook en Google (en enkele andere spelers) als “publiek domein” verklaren en zo eventuele censuur tegengaan (en gebruiksregels zelf aanpassen). Dat is de enige manier waarop privé-initiatieven (die gratis en vrijblijvend door miljoenen mensen gebruikt worden) verplicht kunnen worden zich te schikken naar regels.

Ofwel laat je betalen voor die diensten, al kan je dan ook nog steeds regels opleggen (zie bv. de regels waaraan banken zich moeten onderwerpen).

Ofwel (en dat is de liberale logica van Van Braekel op http://lvb.net/item/8912) bouwt men in Europa een “eigen” zoekrobot en sociaal network en worden de spelregels bepaald door de Europese Unie. Met als nadeel dat heel wat mensen op meerdere platformen actief zullen moeten/willen zijn.

Dit verhaal (dat er al lang zat aan te komen natuurlijk) toont heel mooi hoe onhoudbaar een “zuiver” marktdenken is geworden. Google en Facebook zijn van “ons”, d.w.z. van alle gebruikers. En niet meer van hun oprichters + aandeelhouders (die verdienen er wel veel geld mee). De logica van de evolutie in het hele onlinegebeuren is dus dat gebruikers zelf willen bepalen wat mogelijk is. Zoals consumenten ook mee willen bepalen hoe hun cola smaakt (maar helaas niet mee kunnen bepalen voor welke prijs dat product om de markt komt).

Mij lijkt dit een gezonde logica. Iedereen is vrij initiatieven te nemen en business op te starten, maar moet zich wel plooien naar de wil van de vele gebruikers. Ik noem dat een humaan en creatief evenwicht tussen egoïstisch eigenbelang en collectief nut.

M.a.w. de gebruikers bepalen zelf wat ze gecensureerd willen zien. De UNO (of een internationale ethische commissie) bepaalt de bovengrens (bv. materiaal van pedoseksuele geaardheid kan niet).

In de praktijk zal je sowieso overheden hebben (Iran, China, Moslimlanden,…) die meer zullen censureren.

Deze discussie is voor mij identiek aan de discussie over de grondstoffen. Wie mag bepalen wat er met de petroleumvoorraden gebeurt? De landen die toevallig op de oliebronnen zitten? Gelet op het feit dat de hele wereldeconomie draait op olie (vervang olie door Facebook of Google) kan het eigenbelang van één natie of een privé-bedrijf niet primeren op de belangen van een stuk van de wereldbevolking. Die vraag zal zich op vele vlakken stellen. Het antwoord is geen onbeteugelde vrije markt, maar ook geen indijken van initiatieven. Er is een derde weg. In ruil voor het feit dat de aandeelhouders (want daar hebben we het over) een stuk van de winsten behouden, bepaalt een supranationaal orgaan de spelregels (dus bv. wat het aanbod (en de prijs) zal zijn).

Obama beseft dit en ook delen van het bedrijfsleven begrijpen dat. Vandaar dat CEO’er Immelt aan het hoofd staat van de ‘Council on Jobs and Competitiveness’. Doel is te groeien op basis van ‘shared value’: het generen van economische waarde tezamen met maatschappelijke waarde. Maatschappelijke vooruitgang gaat aldus hand in hand met zakelijke successen. Winst is dus niet langer het einddoel.Als dit doordringt in de hoofden van aandeelhouders, moet het ook mogelijk zijn Facebook, Apple, Google en co te doen beseffen dat ze de spelregels niet zelf mogen bepalen.

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 9 februari 2011 in cultuur, economie, maatschappij, media, politics, technologie

 

Are we living in the end of times?

Slavoj Zizek, philosopher and cultural critic on the collapse of society and the failure of capitalism.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 14 november 2010 in cultuur, economie, filosofie, maatschappij

 
  • Archief

  • juli 2020
    M D W D V Z Z
     12345
    6789101112
    13141516171819
    20212223242526
    2728293031  
  •