RSS

Categorie archief: bio

Galerij

Op weg naar Pistolet en Amandelkoek

Advertenties
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 10 maart 2014 in bio, foto

 
Afbeelding

Slijtage

20130903_095613

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 11 september 2013 in bio

 

Gedachte

Herten met inlevingsvermogen vinden mensen drukke diertjes.
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 10 september 2013 in bio, filosofie, humor

 

GRATIS. NEEM MEE.

Leuke dag gehad?
Oordeel gerust zelf.

Yolan (20) en ik zetten een sofa, een kastje en een lange hoekkast voor de gevel. Op de sofa en de kast hangen we: “Gratis. Neem mee.”
Locatie: Antwerpen-Zuid.
Na 7 minuten is de lange kast gewenst. Een pittige 60’ster. Omdat haar zoon er niet is, zullen we ze bij een buurvrouw plaatsen. Mooi.
Yolan en ik demonteren vervolgens een volledige slaapkamer. Kleerkast, bed, boudoir.
Na 15 minuten wordt er gebeld. Drie mannen, nonchalant, jeans, geopende jekkers. Plat Antwerps.
Meneer, is dat om weg te geven?
Zeker. Ga uw gang.
Meneer, dat mag niet. Kunt u uw identiteitskaart tonen?
Uiteraard kan ik dat. U snapt toch de redenering? Het waarom?
Enfin, de kerels deden hun job. Ze mochten niet binnenkomen. Bizar toch dat Stadswachten aan de deur moeten blijven, wanneer ik hen zelf vraag binnen te komen. Inmiddels neemt er eentje foto’s. Waar ook ik op sta. Even Sabam bellen?
U krijgt geen GAS-boete als u alles binnenhaalt.
No problem. Ik hang wel een briefje aan het venster.
Dat is geen probleem.
’t Zal zijn.
(hun redenering ging als volgt: mensen nemen een zetel of een kast mee en zijn moe na 100meter stappen. En laten het meubel achter. Zwerfvuil.
Waarop mijn zoon: en wie zegt dat iemand anders het niet meeneemt? Waarom zoveel wantrouwen?)
Tja. Welke gevoelens voeden een beleid? Boeiende problematiek.
We halen de meubels terug binnen en plaatsen ze zichtbaar in de vitrine. Papiertje op het venster. Uit het raam drapeer ik een bedsprei. Zodat we ook opvallen van de andere kant van het dertien huizen tellende straatje.
Een half uur later, twee jonge gasten op de fiets, amper 20.
Meneer, mogen wij die sofa hebben?
En die stoelen.
Pak mee jongens.
Maar wij wonen vier straten verder.
Oké, help me de spullen in de wagen te proppen.
Terwijl mijn zoon zich in de zon op een krukje zet en de parkeerplaats vrijhoudt, rijd ik tweemaal om alles af te leveren. Een kerel heeft een vriendin en werkt als hulpkok in het restaurant van een groot Sportcomplex, ergens in de buurt van het Beerschot-stadium. De ander had net zijn intrek genomen in het aanpalende studio en had niets, nada van meubels. “Hij leeft op de grond, meneer.”
Van Bulgaarse komaf, maar een vlot mondje Antwerps brabbelend. “Een mens moet werken, meneer want anders heeft hij geen geld en kan hij niks doen.” Basic knowledge. Een brok vol energie. En goedgemutstheid.
Succes jongens. (met jullie leven, maar dat voeg ik er niet aan toe).
Inmiddels is alles dus weg uit de “vitrine” en staat de leefruimte vol met een gedemonteerde kleerkast, bed-kader en boudoir. We maken de kelder leeg, en demonteren een aantal rekken.
Een hoofd komt piepen. In Nederlands, met een Duits accent vraagt een vriendelijke mid-twintiger of er nog iets ‘gratis’ is.
Kom binnen en kijk wat we in aanbieding hebben.
Het interesseert hem. Alles. Maar zijn vader is de Ramadan gaan vieren in Bosnië met zijn wagen, en dus heeft hij geen vervoer.
Omdat het huis leeg moet, beslis ik alles te leveren.
Vier keer rijd ik over en weer, amper 700 meter ver. Dan weer zit hij vooraan, dan achteraan om het glas en de spiegel vast te houden, dan plakt zijn hoofd zowat tegen de voorruit omdat de stoel helemaal naar voren moest. Tijdens een van de ritjes moeten we wachten op Turkse Antwerpenaars die ingestapt zijn, maar niet onmiddellijk doorrijden. “Die zijn hun joints aan het rollen”, foetert hij.
Via een garagepoort komen we op een binnenkoer, met vier spelende kinderen. Drie zijn van hem, zijn oudste zoon (8) is mee met zijn vader en zijn vrouw verwacht een vijfde kind. Hij verwijst naar koning Filip. Die heeft er ook vier.
Ja, maar die is geen handelaar in tweedehandsauto’s, zoals deze 25-jarige Bosniër die in Duitsland is geboren, daarom twee moedertalen heeft, en momenteel ook de gevolgen voelt van de crisis, al heeft hij een diploma dakwerker, maar de uitoefening van dat beroep vindt hij te gevaarlijk.
Zijn vrouw brengt plat water. Nederlands kan ze niet. Zijn kinderen (8-6-4) lopen school. In een poussette zit er nog eentje van 2. Twee dochters en twee zonen. Wat het vijfde wordt, weten ze nog niet.
Ik vraag of ik mijn handen mag wassen. Hij neemt me mee doorheen hun flat. Ruim, alles opgestapeld, hygiëne meer dan oké, maar dra te benauwd voor 5 ravottende gozers. Een heleboel matrassen liggen op de grond. De meubels zullen van pas komen.
Omdat de lavabo zwart wordt tijdens het wassen van mijn handen, veeg ik die proper. Niet doen, zegt hij. Mijn vrouw doet dat. Ik glimlach en schud. Nee hoor, dat hoeft zij helemaal niet te doen. Hij geeft me een verse handdoek.
Of hij echt niks moet betalen? Nee. Als mijn moeder hulp nodig heeft, dan moet ik het laten weten. Zijn vrouw is de hele dag thuis en kan makkelijk boodschappen voor haar doen. Gratis. Ik apprecieer de geste.
Bij het wegrijden geeft elk kind mij een high five. De zesjarige (Mazdan) voegt er een pink aan toe: “Pink, stink” en hij schatert.
Een uur later staan Yolan en ik in een leeg huis. Spullenhulp of De Kringloop hoef ik niet te bellen. Alles wat nog weg moet, is netjes in de koffer geborgen.
Mijn moeder (het is haar huis dat te koop stond en dus leeg moest) is tevreden als ze hoort dat haar oude spulletjes die ze niet meer nodig had op haar flatje, een goede bestemming kregen.
Dat zijn wel allemaal vriendelijke mensen. En niet van hier.
Jawel ma, die zijn wel van hier. Kom, we gaan een ijsje eten.
Als we buiten stappen, raapt ze een papiertje op. “Ze geven naar ’t schijnt boetes als ge iets op de grond smijt”.
Ach, vroeger kwamen ze de gaslantaarns aansteken, vandaag schrijven ze liever gasbonnetjes. Waar je in de jaren 70 en 80 zonder problemen meubeltjes op straat kon zetten, is dat vandaag gekanaliseerd via ophaaldiensten. Maar uiteindelijk –met of zonder boete- heb ik bereikt wat ik wou: zij die iets van doen hebben, helpen en tegelijk op een halve dag mijn ouderlijk
huis leeg maken.

’t Stad: het was weer heel even van mij. En van zij die mijn pad kruisten.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 30 juli 2013 in bio, maatschappij

 

Run

Rennende auteurs worden acteurs in het verhaal dat anderen schrijven. Zo komen ze vaak zichzelf tegen tijdens het rennen.

Als je ooit een auteur plots ziet weg spurten, dan probeert hij zichzelf kwijt te geraken.

Tevergeefs, want aan de eindmeet wacht altijd je andere zelf.

En met die gedachte kan je best even uitblazen.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 11 maart 2012 in bio, filosofie

 

Vijf dagen op altitude 378

Leven te midden oranje gloed. Ardeense bossen ondergedompeld in een verfbad van oker, ros, rood en geel. Bladeren die participeren aan het herfstdefilé. Een catwalk, in vol ornaat, de ultieme pracht alvorens de dood het overneemt. Zoals een ster op het einde van haar leven explodeert en als supernovawolk kleur geeft aan het firmament.

Het wild met rust gelaten. Ze stressen al voldoende door de drijfjachten. Het blijft een paradox. Moet het zwijn stressloos sterven door kansloos neergeschoten te worden vanuit een mirador?  Of moet het een kans krijgen te ontsnappen maar wel enkele uren extreem gestresseerd opgejaagd worden?

Als eerbetoon aan de woudbewoners, twee strofen uit het Troostgedicht voor  Rik Lanckrock van Staf de Wilde.

treur niet , de dood zal komen

om te troosten, hij neemt jouw geheugen

over, de schoonste van je dromen

en voegt ze bij zijn boeken

waarmee de goden zich verheugen

laten we geduldig wezen

en  vertrouwen op de tijd

we zullen worden nagelezen

door de stenen ogen van de eeuwigheid.

  • Vijf dagen zonder internet. Love it. Eindelijk tijd om een reeks interessante teksten die ik van het web plukte, tot mij te nemen.
  • Te beginnen met Stefan Beyst ver(r)assende analyse van Michaël Borremans’ artistieke oeuvre.

Enkele flarden uit het 20 pagina’s tellende essay, getiteld: Spartelen in het sadomasochistische universum. Te lezen op http://d-sites.net/nederlands/kunstenaars.htm

Over heimwee:

“Na het hemelbestormende schoonschipmaken van het modernisme dat weinig nieuws wist op te bouwen – het epifenomeen van de blijkbaar evenzeer opgegeven strijd tegen het wereldwijd triomferende kapitalisme met de bijbehorende nationalistische en religieuze restauratie – steekt blijkbaar ten allen kante heimwee de kop op: denk slechts aan figuren als Odd Nerdrum, Thierry De Cordier, Luc Tuymans en Michael Borremans, om nog maar te zwijgen van Wim Delvoye met zijn gotische toren. De recyclage van verleden stijlen is inzake kunst wat inzake gemeenschapsgevoel de terugkeer is van de goden en het nationalisme – beide exemplarisch verenigd in de muziek van Arvo Pärt (waarop Jan Hoet ten grave wil worden gedragen).

Over SM:

“Historietaferelen plachten groot te zijn, niet zozeer omwille van het aantal figuren, dan wel vanwege het belang van het onderwerp. Sadistische voorstellingen neigen er daarentegen toe zich aan het daglicht te onttrekken, net zoals de gebaren van Borremans’ figuren. Dat maakt Caravaggio’s ‘Onthoofding van Johannes de doper’ zo gênant, niet anders dan de levensgrote porno van Jeff Koons – en omgekeerd: Goya’s Desastres zo overtuigend. Wellicht vandaar de paradox dat de kleine tekeningen veel monumentaler werken dan de versies die zijn uitvergroot op doek, terwijl de beeldhouwwerken of beeldschermen die op de tekeningen tot reuzengrote proporties zijn opgeblazen wel degelijk overtuigen.

Over vakmanschap:

“Inzake het eigenlijke vakmanschap van de kunstenaar – het maken van eigentijdse beelden in een daartoe zelf geschapen taal – laat Borremans het dus eigenlijk afweten.”

“Niet zozeer de intrinsieke kwaliteiten van zijn werk, eerder de manier waarop in dit schilderen zalf, bliksemafleider en dekmantel zijn verdicht maakt dus de geheime charme en het ontsluierde raadsel uit van het werk van Borremans.”

“Borremans stelt onomwonden: ‘Ik wilde hedendaagse, authentieke beelden maken, en die uitvoeren in technieken en via media van vroeger.’ (Vanderstraeten) Daarmee lijkt hij ervan uit te gaan dat die technieken tijdloos zijn. Daarbij ziet hij over het hoofd dat zijn soort toets is ontwikkeld in een heel andere inhoudelijk context: die van zelfverzekerde verheerlijking van hemel en hof – of van de wereld onder het hemelbed – waar de toets eerder resoneerde met de inhoud dan er de ontkenning van te zijn. Het is alleen maar de combinatie met het sadisme dat door diezelfde toets wordt toegedekt, dat deze gedateerde vorm van schilderen een schijn van nieuwheid verleent. Zo redt niet alleen de toets het sadisme, maar omgekeerd het sadisme ook de toets – het volstaat om zich deze schilderijen voor te stellen met een niet-problematische inhoud – denk slechts aan figuren als James Avati (Laureyns) – om zich daarvan te vergewissen.”

  • Ook het inzicht waard, deze vaststelling uit een actuele aftoetsing van Paul Scheffer, Het land van aankomst.

De allochtonen uit Azië en Afrika kwamen de voorbije eeuwen niet uit ellende naar Europa of de Nieuwe Wereld, maar wensten te investeren, zoals ook vandaag een hele groep, gemeenschap of familie investeert in één iemand die dan in Europa studeert of er werkt en geld terugzendt, of nadien terugkeert en zijn knowhow meeneemt. Maar de blanken werden iets te radicaal en begonnen slaven uit te voeren. Ze dachten dat de zwarten en Aziaten werk zochten, maar zij waren KMO’ers  die wensten uit te groeien tot grote bedrijfsleiders. Net als…de blanken. In dat opzicht is slavernij en kolonialisme niet zozeer het vergaren van goedkope arbeidskrachten, maar het uitschakelen van concurrerende ondernemers.

Immanente suprematie. Immanente droefheid.

  • Geen tv deze vijf dagen. Wel radio. Enkele gesproken weetjes:

Rokers mogen Nederland terug doempen in ruimtes kleiner dan 70m². Domme maateenheid, denk ik dan, want de kubieke meters zijn belangrijk! En sowieso onbegrijpelijk dat mensen samenhokken in doempige ruimtes en zich dubbel verzieken.

De Leeuw van MGM vraagt het faillissement aan. Vier miljard doller schulden. Wat zouden de kroonjuwelen James Bond, The Lord of the Ring en  Ben Hur daar van denken? Dat ze ingezet zullen worden om alsnog een overnemer te vinden. En wat als de Leeuw van Vlaanderen op een dag (na dertig jaar onafhankelijkheid bv.) het faillissement zou moeten aanvragen? Wie is dan de Vlaamse James Bond van dienst? Toch niet BDW? Welke kroonjuwelen of andere ringen bezit Vlaanderen? Misschien moeten ze Brugge als onderpand geven. En heeft Ambiorix dezelfde uitstraling als Ben Hur?

Dweeno Zappa, zoon van een muzikaal genie, speelt het repertoire van zijn vader. Moet toch een dubbel gevoel zijn, heel je leven “zoon van” blijven…

Laatavondprogramma’s op de radio gaan soms dieper in op een aantal zaken. Dan is er eindelijk tijd om mensen aan het woord te laten. Zoals een aantal jong-volwassenen. Wat houdt hen bezig? Waarom zoeken jonge mensen zoveel duidelijkheid? En zekerheid. Op zo’n jonge leeftijd. Toen ik adovolwassene was, snakte ik enkel naar onregelmaat, het ongewisse, het avontuur. Het leven als een vlakke loopbaan… tjonge tjonge… wie wil dat nu? Of neem zo’n term als “verkeringstijd”. Een veertiger had het erover. “Toen mijn vrouw en ik in verkeringstijd waren… Verloofd dus…” Mijn vrouw en ik zijn altijd in verkeringstijd. Gehuwd of niet. Met of zonder kids. Wat is er nu poëtisch aan een rechtlijnige huwelijkscarrière…

  • Sociali-zen. Hoort ook bij vertoeven in Ardennenland. Doorzakken bij L&L. Doorpraten over relatietherapie. Hechtingsdrift. Verlatingsangst. Love it. Smullen geblazen, dat gepsychologiseer, bediscussieer…

Aansluitend aan het lezen:

  • Eric Rosseel: Gedwongen copulatie. Natuur en Cultuur in de Evolutionaire Psychologie. Met als kernbegrip de GPA’s (geëvolueerde psychologische adaptatie). Boeiender en actueler dan Darwin! Later meer.
  • Over evolutie aansluitend dit artikel: “Camouflage or Moral Monkeys?” van Peter Railton op de site van The Stone.

“Evolution is much more than “the law of the jungle”. Altruism has proven to be an important part of animal behavior. Not only in humans. Unfortunately, many still subscribe to the idea that nature is all “eat or be eaten” and that the human species is the only species with morality. Morality is partially genetic, it does not come from culture alone and certainly not from religion alone. Evolution is one of the most misunderstood concepts of science. Possibly because the theory is very simple to formulate but not that simple to really get your head around.

Reminds me of Carl Sagan’s experiment, in which monkeys were only permitted to eat if they pulled a lever that administered an electric shock to another monkey, the monkeys chose to abstain from food for up to 14 days, even if they didn’t know the monkey being shocked. Sagan wondered how many humans in the same situation would be so selfless.”

“Why would human evolution have selected for such messy, emotionally entangling proximal psychological mechanisms, rather than produce yet more ideally opportunistic vehicles for the transmission of genes — individuals wearing a perfect camouflage of loyalty and reciprocity, but fine-tuned underneath to turn self-sacrifice or cooperation on or off exactly as needed?

Because the same evolutionary processes would also be selecting for improved capacities to detect, pre-empt and defend against such opportunistic tendencies in other individuals — just as evolution cannot produce a perfect immune system, since it is equally busily at work improving the effectiveness of viral invaders. Devotion, loyalty, honesty, empathy, gratitude, and a sense of fairness are credible signs of value as a partner or friend precisely because they are messy and emotionally entangling, and so cannot simply be turned on and off by the individual to capture each marginal advantage.

Why, then, aren’t we better — more honest, more committed, more loyal? There will always be circumstances in which fooling some of the people some of the time is enough; for example, when society is unstable or individuals mobile. So we should expect a capacity for opportunism and betrayal to remain an important part of the mix that makes humans into monkeys worth writing novels about.

Pure altruism would not be favored in natural selection over an impure altruism that conferred benefits and took on burdens and risks more selectively — for “my kind” or “our kind.” This puts us well beyond pure selfishness, but only as far as an impure us-ishness. Worse, us-ish individuals can be a greater threat than purely selfish ones, since they can gang up so effectively against those outside their group. Certainly greater atrocities have been committed in the name of “us vs. them” than “me vs. the world.

Within my own lifetime, I have seen dramatic changes in civil rights, women’s rights and gay rights. That’s just one generation in evolutionary terms. Human culture, not natural selection, accomplished these changes, and yet it was natural selection that gave us the capacities that helped make them possible.

Does thoroughly logical evolutionary thinking force us to the conclusion that our love, loyalty, commitment, empathy, and concern for justice and fairness are always at bottom a mixture of selfish opportunism and us-ish clannishness?

We still must struggle continuously to see to it that our widened empathy is not lost, our sympathies engaged, our understandings enlarged, and our moral principles followed. But the point is that we have done this with our imperfect, partial, us-ish native endowment.

Kant was right to be impressed. In our best moments, we can come surprisingly close to being moral monkeys.”

Lectuur op de salontafel:

  • Knack Boekenbijlage 10, met o.a. een interview met Jonathan Franzen (boeiender dan zijn romans, sorry voor de fans van zijn familieverhalen).
  • Anders zichtbaar. Zingeving en humanisering in de beeldcultuur (red. Johan Swinnen). Eten en drinken voor wie graag reflecteert over kunsten, filosofie en maatschappij. “I’m not bad, I’m just drawn that way”, Jessica Rabbit in Who Framed Roger Rabbit, 1988. Love it.
  • Baudelaire in Cyberspace: dialogen over kunst, wetenschap en digitale cultuur. Een pak interessanter deze dialogen tussen Antoon van den Braembussche & Angelo Vermeulen dan heu… de toch wel wat opgekakelde Ted-talk van de Limburgse globetrotter & kippenfokker Koen Vanmechelen. Je komt er o.a. Plato (de tragedie moet verboden worden want geweld wordt gekopieerd = copycat) versus Aristoteles (tragedies moeten opgevoerd worden want ze reinigen =  catharsis) tegen.

Of de twee laten hun licht schijnen over ons denken als afterthought.

  • Chomsky: tien strategieën om de massa’s te manipuleren.
  • Dirk Verhofstadt over De doofpot van de paus van Geoffrey Robertson.

O ja, ik had natuurlijk wat opdrachten van studenten te verbeteren. En las wat vakliteratuur, waaruit ik dit pluk (marketeer Jonathan Salem Baskin):

  • Consumers are not in control. They are less trusting, less in control, less loyal than ever. And they just had enough of being insulted by time wasting, mind numbing ads. Keep marketing from ruining the credibility of your brand.
  • Brand is not a promise. Promises are never fulfilled. It’s about the here and now. Architect ‘branding’ experiences into real-time experiences. We don’t need to get into the head of our consumers, get into their lives.

Een leuk besef:

  • Een atheïst heeft dezelfde gevoelens over Jahweh of God als een christen over Wodan of Beëlzebub. Of over het Gouden Kalf. Alle monotheïsten zijn atheïst t.o.v. de meeste goden waarin mensen ooit geloofden of geloven. Alleen atheïsten laten ook die laatste God voor wat ie werkelijk is: fantasie.
  • Podcasts zijn geweldige uitvindingen. Je plukt van het web een debat of interview (beeld of klank, maakt niet uit) en zet het als mp3 op een stick, die je dan in je autoradio inplugt. Als je rijdt, kan je je prima concentreren op menselijke stemmen. Aanraders zijn sommige uitzendingen van Rondas en Trio op Klara (zaterdag- en zondagmiddag). Beluisterde ook een gesprek tussen Adriaan van Dis en Harry Mulisch (“ik wist op mijn 16e dat ik een genie was, maar wist nog niet waarin”. Of een citaat van  Hegel: “Het noodzakelijke realiseert zich altijd toevallig”. Mulisch vindt dat we de wereld moeten re-mythologiseren door wat meer decor te creëren. Niet door een God te her-introduceren. Maar door jezelf (je eigen leven en bezigheden) te mythologiseren.

En ook dvd’s zijn leuke uitvindingen. Gezien, want al lang op het verlanglijstje:

  • Home van Ursula Meier met Isabelle Huppert (flippende huisvrouw) en Olivier Gourmet (verrassende rocker). Een gezin woont aan een autostrade in aanbouw en hebben het er naar hun zin. Helaas voor hen komen plots pletwalsen en pekwagens de bovenste rijlaag vernieuwen, waarna ook vangrails geplaatst en lijnen getrokken worden. Aanvankelijk besluit het gezin (ouders, 2 jongedames en een kid) het lawaai van voorbijsoezende wagens te negeren. Maar wanneer de oudste dochter er met een passant van door is, flipt mama en besluit papa het huis toe te metsen. Waardoor de film een beklemmende wending krijgt. Leuke extra’s op de dvd waarbij je te weten komt dat de film in Bulgarije is opgenomen op een tarmac voor sproeivliegtuigjes, temidden twee piepkleine dorpjes.
  • Claude Chabrol ging Mulisch vooraf dus tijd om nog es iets te herbekijken. Au coeur du mensonge is een liefdesdrama dat zich afspeelt in artistieke middens. Met Jacques Gamblin en Sandrine Bonnaire. Overspel, depressie, zelfmedelijden, mislukkingen en hautain gedrag. Een aangename cocktail al is het verloop voorspelbaar en de regie eerder klassiek. Geen spetterende film, Chabrol qua, maar ook geen brol.

De laatste vlieg in huis heb ik gevangen. Ze zit onder een waterglas. Voorzichtig duw ik een kartonnetje onder het glas, draai alles om en zet het glas in een leeg plastic ijsroombakje, dat ik afsluit. De vlieg is nu klaar om getransporteerd te worden. Ik zet het bakje naast me in de wagen. En rijdt de heuvel af, noordwestwaarts, richting taalgrens.

100 km verder, wachtend aan het enige verkeerslicht dat ik op mijn weg tegenkom, open ik het raam. En open het bakje. De vlieg herwint haar vrijheid. En ontdekt een nieuwe wereld. Go & Fly! Zeg nu nog dat ik inteelt niet tegen ga door de Ardeense vlieg te lossen in de streek van Hannuit.

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 6 november 2010 in art, bio, literatuur, vakantie

 

13 sokken

Ik praat tegen mijn sokken. Ja, het klinkt dwaas, maar ik heb iets met sokken. Ik vind het geweldige uitvindingen. Ze passen perfect rond je voet. Ze houden je warm. Je kan je tenen vrijelijk bewegen. Het is uiteindelijk de basis van waaruit je voeling hebt met de aarde. Akkoord, we dragen vaak schoenen, maar wat zijn schoenen? Sokken die verhard werden. Oorspronkelijk was er enkel een zooltje, nadien werd er ook een kuipje gebouwd met een vetertje bovenaan en de schoen was geboren. Maar wat een genot wanneer je die kuipjes uitdoet en vrijelijk met je sokken rondstapt. Sokken bloot is synoniem voor: ik ben thuis. Lekker gezellig en veilig.

Ja, sokken mogen er zijn. Daarom dat ik er hier over schrijf. Er liggen er namelijk dertien apart in de kast. 13 paar? Nee, dat is het ‘em. Dertien stuks die verweesd wachten tot hun wederhelft gevonden wordt. Maar helaas liggen de meeste er al maanden…

Hoe kan dat toch, vraag ik me dan af. Wie vindt er nu plezier in om een sok kwijt te spelen? Hoe doe je dat, een sok verliezen? Ze liggen sowieso per twee in de schuif dus je kan niet anders dan ze allebei vastpakken. En als je ze uitdoet, dan leg je ze toch ook samen? Zelfs al zou je uit de badkamer met vuile sokken komen (gebruik nooit de term vieze sokken, want dat is denigrerend!) en er eentje op de grond laten vallen (wat duidelijk getuigt van te weinig respect!) , dan nog zal iemand anders ze wel oprapen en in de wasmand deponeren.

Gaan ze misschien verloren in de wasmand? Nochtans wordt alles netjes gesorteerd (ja, iedereen in dit gezin heeft de juiste instructies gekregen en volgt die ook minutieus op). Misschien zijn er sokken die het niet meer aan konden om naast een onwelriekende slip 24uur te moeten wachten en kropen ze uit eigen beweging uit de zak met wit goed (want daar vertoeven ze, in afwachting van gewassen te worden). Het zou kunnen, maar mij lijkt het onwaarschijnlijk.

Ik heb medelijden met die 13 sokken. Zij verdienen het statuut van weduwe. Regelmatig neem ik hen vast en telkens is er dan eentje die me vragend aankijkt. Ik steek hen dan een hart onder de riem. Nee; zeg ik, jullie treffen geen schuld. Jullie verdwenen wederhelft had geen gaten, dus werd niet weggesmeten bij het groot vuil. Jullie zijn evenmin verkleurd noch gekrompen wegens foutief wassen. Dat laatste zou trouwens mijn fout zijn.

Wat kan ik met die sokken aanvangen? Er zijn er enkele die maar een kleurtintje verschillen, dus die zou ik nog kunnen aantrekken. Als iemand me er dan op attent zou maken: “Hé, je hebt twee verschillende sokken aan”, dan zou ik nog kunnen zeggen: “Niet waar, mijn ene voet zweet meer.” Maar een groene en een bruine sok aantrekken, dat zie ik me niet zo onmiddellijk doen. Mijn dada-periode ligt al een poosje achter me.

Mijn vrouw vindt dat ik ze moet wegsmijten. Maar dat kan ik niet over mijn hart krijgen. Ik heb reeds teveel films gezien waarin de dood gewaande echtgenoot alsnog terugkeert van het front. Stel je voor dat ik alle 13 wegsmijt en twee weken later duikt er alsnog een ontbrekende helft op. Alleen al de gedachte aan de reünie van het sokkenkoppel geeft me een warm gevoel. Dat gevoel moeten missen omdat ik de sokken zou wegsmijten… nee, lijkt me geen goed idee. Bovendien, veel plaats nemen die 13 nu ook weer niet in.

Akkoord, er zijn ergere zaken in de wereld om zich over op te winden. De overstromingen in Pakistan bijvoorbeeld. Al eens ingebeeld hoeveel sokken er daar in het water liggen? Duizenden! Het moet verschrikkelijk zijn om weken in stromend water te worden meegesleurd en te beseffen dat men aanvankelijk maat 39 was, en nu wellicht maat 47 is geworden. Nimmer zal men zijn wederhelft terugvinden. Om maar te zwijgen van het sadistische taalgebruik. “Door het wassende water werden vele huizen en inboedels meegesleurd.” Het wassende water…? Als er iets is wat je niet kan doen met de bruine zondvloed is het wel je sokken wassen. Ze komen er potdorie veel vuiler uit.

En dat zeg ik dan ook aan mijn 13 sokken. Wees blij dat jullie niet in Pakistan zijn. Jullie kunnen hier warm, droog en omringd met mijn attentie wachten tot het moment dat  jullie wederhelft gevonden wordt. Of, zoals eentje me pienter diets maakte, tot een soort- en kleurgenoot die identiek is, ook een wederhelft verliest. Vandaar dat ik voortaan enkel nog sokken koop identiek aan degene die ik reeds heb. Zo hoop ik af en toe een koppel te kunnen wedersamenstellen. Zoals een onderzoeksrechter een misdaad opnieuw in scène zet. Ja, daar doe ik het voor. Ik heb overigens voor alle zekerheid een briefje naast de 13 sokken gelegd. “Niet wegsmijten aub” staat er op. Met drie uitroeptekens. Een naarstig iemand zou zo eens op een verkeerd idee moeten komen. Nu ik er trouwens aan denk: onze poetsvrouw is Franstalig. Misschien moet ik het er best ook in het Frans opzetten. “Pas toucher svp. A la recherche des chaussettes perdues”. Of zoiets. Want helemaal zeker of de poetsvrouw Proust heeft gelezen, ben ik niet.

 
6 reacties

Geplaatst door op 27 augustus 2010 in bio, humor

 
  • Archief

  • november 2017
    M D W D V Z Z
    « Okt    
     12345
    6789101112
    13141516171819
    20212223242526
    27282930  
  •