RSS

Categorie archief: bio

Galerij

Op weg naar Pistolet en Amandelkoek

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 10 maart 2014 in bio, foto

 
Afbeelding

Slijtage

20130903_095613

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 11 september 2013 in bio

 

Gedachte

Herten met inlevingsvermogen vinden mensen drukke diertjes.
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 10 september 2013 in bio, filosofie, humor

 

GRATIS. NEEM MEE.

Leuke dag gehad?
Oordeel gerust zelf.

Yolan (20) en ik zetten een sofa, een kastje en een lange hoekkast voor de gevel. Op de sofa en de kast hangen we: “Gratis. Neem mee.”
Locatie: Antwerpen-Zuid.
Na 7 minuten is de lange kast gewenst. Een pittige 60’ster. Omdat haar zoon er niet is, zullen we ze bij een buurvrouw plaatsen. Mooi.
Yolan en ik demonteren vervolgens een volledige slaapkamer. Kleerkast, bed, boudoir.
Na 15 minuten wordt er gebeld. Drie mannen, nonchalant, jeans, geopende jekkers. Plat Antwerps.
Meneer, is dat om weg te geven?
Zeker. Ga uw gang.
Meneer, dat mag niet. Kunt u uw identiteitskaart tonen?
Uiteraard kan ik dat. U snapt toch de redenering? Het waarom?
Enfin, de kerels deden hun job. Ze mochten niet binnenkomen. Bizar toch dat Stadswachten aan de deur moeten blijven, wanneer ik hen zelf vraag binnen te komen. Inmiddels neemt er eentje foto’s. Waar ook ik op sta. Even Sabam bellen?
U krijgt geen GAS-boete als u alles binnenhaalt.
No problem. Ik hang wel een briefje aan het venster.
Dat is geen probleem.
’t Zal zijn.
(hun redenering ging als volgt: mensen nemen een zetel of een kast mee en zijn moe na 100meter stappen. En laten het meubel achter. Zwerfvuil.
Waarop mijn zoon: en wie zegt dat iemand anders het niet meeneemt? Waarom zoveel wantrouwen?)
Tja. Welke gevoelens voeden een beleid? Boeiende problematiek.
We halen de meubels terug binnen en plaatsen ze zichtbaar in de vitrine. Papiertje op het venster. Uit het raam drapeer ik een bedsprei. Zodat we ook opvallen van de andere kant van het dertien huizen tellende straatje.
Een half uur later, twee jonge gasten op de fiets, amper 20.
Meneer, mogen wij die sofa hebben?
En die stoelen.
Pak mee jongens.
Maar wij wonen vier straten verder.
Oké, help me de spullen in de wagen te proppen.
Terwijl mijn zoon zich in de zon op een krukje zet en de parkeerplaats vrijhoudt, rijd ik tweemaal om alles af te leveren. Een kerel heeft een vriendin en werkt als hulpkok in het restaurant van een groot Sportcomplex, ergens in de buurt van het Beerschot-stadium. De ander had net zijn intrek genomen in het aanpalende studio en had niets, nada van meubels. “Hij leeft op de grond, meneer.”
Van Bulgaarse komaf, maar een vlot mondje Antwerps brabbelend. “Een mens moet werken, meneer want anders heeft hij geen geld en kan hij niks doen.” Basic knowledge. Een brok vol energie. En goedgemutstheid.
Succes jongens. (met jullie leven, maar dat voeg ik er niet aan toe).
Inmiddels is alles dus weg uit de “vitrine” en staat de leefruimte vol met een gedemonteerde kleerkast, bed-kader en boudoir. We maken de kelder leeg, en demonteren een aantal rekken.
Een hoofd komt piepen. In Nederlands, met een Duits accent vraagt een vriendelijke mid-twintiger of er nog iets ‘gratis’ is.
Kom binnen en kijk wat we in aanbieding hebben.
Het interesseert hem. Alles. Maar zijn vader is de Ramadan gaan vieren in Bosnië met zijn wagen, en dus heeft hij geen vervoer.
Omdat het huis leeg moet, beslis ik alles te leveren.
Vier keer rijd ik over en weer, amper 700 meter ver. Dan weer zit hij vooraan, dan achteraan om het glas en de spiegel vast te houden, dan plakt zijn hoofd zowat tegen de voorruit omdat de stoel helemaal naar voren moest. Tijdens een van de ritjes moeten we wachten op Turkse Antwerpenaars die ingestapt zijn, maar niet onmiddellijk doorrijden. “Die zijn hun joints aan het rollen”, foetert hij.
Via een garagepoort komen we op een binnenkoer, met vier spelende kinderen. Drie zijn van hem, zijn oudste zoon (8) is mee met zijn vader en zijn vrouw verwacht een vijfde kind. Hij verwijst naar koning Filip. Die heeft er ook vier.
Ja, maar die is geen handelaar in tweedehandsauto’s, zoals deze 25-jarige Bosniër die in Duitsland is geboren, daarom twee moedertalen heeft, en momenteel ook de gevolgen voelt van de crisis, al heeft hij een diploma dakwerker, maar de uitoefening van dat beroep vindt hij te gevaarlijk.
Zijn vrouw brengt plat water. Nederlands kan ze niet. Zijn kinderen (8-6-4) lopen school. In een poussette zit er nog eentje van 2. Twee dochters en twee zonen. Wat het vijfde wordt, weten ze nog niet.
Ik vraag of ik mijn handen mag wassen. Hij neemt me mee doorheen hun flat. Ruim, alles opgestapeld, hygiëne meer dan oké, maar dra te benauwd voor 5 ravottende gozers. Een heleboel matrassen liggen op de grond. De meubels zullen van pas komen.
Omdat de lavabo zwart wordt tijdens het wassen van mijn handen, veeg ik die proper. Niet doen, zegt hij. Mijn vrouw doet dat. Ik glimlach en schud. Nee hoor, dat hoeft zij helemaal niet te doen. Hij geeft me een verse handdoek.
Of hij echt niks moet betalen? Nee. Als mijn moeder hulp nodig heeft, dan moet ik het laten weten. Zijn vrouw is de hele dag thuis en kan makkelijk boodschappen voor haar doen. Gratis. Ik apprecieer de geste.
Bij het wegrijden geeft elk kind mij een high five. De zesjarige (Mazdan) voegt er een pink aan toe: “Pink, stink” en hij schatert.
Een uur later staan Yolan en ik in een leeg huis. Spullenhulp of De Kringloop hoef ik niet te bellen. Alles wat nog weg moet, is netjes in de koffer geborgen.
Mijn moeder (het is haar huis dat te koop stond en dus leeg moest) is tevreden als ze hoort dat haar oude spulletjes die ze niet meer nodig had op haar flatje, een goede bestemming kregen.
Dat zijn wel allemaal vriendelijke mensen. En niet van hier.
Jawel ma, die zijn wel van hier. Kom, we gaan een ijsje eten.
Als we buiten stappen, raapt ze een papiertje op. “Ze geven naar ’t schijnt boetes als ge iets op de grond smijt”.
Ach, vroeger kwamen ze de gaslantaarns aansteken, vandaag schrijven ze liever gasbonnetjes. Waar je in de jaren 70 en 80 zonder problemen meubeltjes op straat kon zetten, is dat vandaag gekanaliseerd via ophaaldiensten. Maar uiteindelijk –met of zonder boete- heb ik bereikt wat ik wou: zij die iets van doen hebben, helpen en tegelijk op een halve dag mijn ouderlijk
huis leeg maken.

’t Stad: het was weer heel even van mij. En van zij die mijn pad kruisten.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 30 juli 2013 in bio, maatschappij

 

Run

Rennende auteurs worden acteurs in het verhaal dat anderen schrijven. Zo komen ze vaak zichzelf tegen tijdens het rennen.

Als je ooit een auteur plots ziet weg spurten, dan probeert hij zichzelf kwijt te geraken.

Tevergeefs, want aan de eindmeet wacht altijd je andere zelf.

En met die gedachte kan je best even uitblazen.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 11 maart 2012 in bio, filosofie

 

Vijf dagen op altitude 378

Leven te midden oranje gloed. Ardeense bossen ondergedompeld in een verfbad van oker, ros, rood en geel. Bladeren die participeren aan het herfstdefilé. Een catwalk, in vol ornaat, de ultieme pracht alvorens de dood het overneemt. Zoals een ster op het einde van haar leven explodeert en als supernovawolk kleur geeft aan het firmament.

Het wild met rust gelaten. Ze stressen al voldoende door de drijfjachten. Het blijft een paradox. Moet het zwijn stressloos sterven door kansloos neergeschoten te worden vanuit een mirador?  Of moet het een kans krijgen te ontsnappen maar wel enkele uren extreem gestresseerd opgejaagd worden?

Als eerbetoon aan de woudbewoners, twee strofen uit het Troostgedicht voor  Rik Lanckrock van Staf de Wilde.

treur niet , de dood zal komen

om te troosten, hij neemt jouw geheugen

over, de schoonste van je dromen

en voegt ze bij zijn boeken

waarmee de goden zich verheugen

laten we geduldig wezen

en  vertrouwen op de tijd

we zullen worden nagelezen

door de stenen ogen van de eeuwigheid.

  • Vijf dagen zonder internet. Love it. Eindelijk tijd om een reeks interessante teksten die ik van het web plukte, tot mij te nemen.
  • Te beginnen met Stefan Beyst ver(r)assende analyse van Michaël Borremans’ artistieke oeuvre.

Enkele flarden uit het 20 pagina’s tellende essay, getiteld: Spartelen in het sadomasochistische universum. Te lezen op http://d-sites.net/nederlands/kunstenaars.htm

Over heimwee:

“Na het hemelbestormende schoonschipmaken van het modernisme dat weinig nieuws wist op te bouwen – het epifenomeen van de blijkbaar evenzeer opgegeven strijd tegen het wereldwijd triomferende kapitalisme met de bijbehorende nationalistische en religieuze restauratie – steekt blijkbaar ten allen kante heimwee de kop op: denk slechts aan figuren als Odd Nerdrum, Thierry De Cordier, Luc Tuymans en Michael Borremans, om nog maar te zwijgen van Wim Delvoye met zijn gotische toren. De recyclage van verleden stijlen is inzake kunst wat inzake gemeenschapsgevoel de terugkeer is van de goden en het nationalisme – beide exemplarisch verenigd in de muziek van Arvo Pärt (waarop Jan Hoet ten grave wil worden gedragen).

Over SM:

“Historietaferelen plachten groot te zijn, niet zozeer omwille van het aantal figuren, dan wel vanwege het belang van het onderwerp. Sadistische voorstellingen neigen er daarentegen toe zich aan het daglicht te onttrekken, net zoals de gebaren van Borremans’ figuren. Dat maakt Caravaggio’s ‘Onthoofding van Johannes de doper’ zo gênant, niet anders dan de levensgrote porno van Jeff Koons – en omgekeerd: Goya’s Desastres zo overtuigend. Wellicht vandaar de paradox dat de kleine tekeningen veel monumentaler werken dan de versies die zijn uitvergroot op doek, terwijl de beeldhouwwerken of beeldschermen die op de tekeningen tot reuzengrote proporties zijn opgeblazen wel degelijk overtuigen.

Over vakmanschap:

“Inzake het eigenlijke vakmanschap van de kunstenaar – het maken van eigentijdse beelden in een daartoe zelf geschapen taal – laat Borremans het dus eigenlijk afweten.”

“Niet zozeer de intrinsieke kwaliteiten van zijn werk, eerder de manier waarop in dit schilderen zalf, bliksemafleider en dekmantel zijn verdicht maakt dus de geheime charme en het ontsluierde raadsel uit van het werk van Borremans.”

“Borremans stelt onomwonden: ‘Ik wilde hedendaagse, authentieke beelden maken, en die uitvoeren in technieken en via media van vroeger.’ (Vanderstraeten) Daarmee lijkt hij ervan uit te gaan dat die technieken tijdloos zijn. Daarbij ziet hij over het hoofd dat zijn soort toets is ontwikkeld in een heel andere inhoudelijk context: die van zelfverzekerde verheerlijking van hemel en hof – of van de wereld onder het hemelbed – waar de toets eerder resoneerde met de inhoud dan er de ontkenning van te zijn. Het is alleen maar de combinatie met het sadisme dat door diezelfde toets wordt toegedekt, dat deze gedateerde vorm van schilderen een schijn van nieuwheid verleent. Zo redt niet alleen de toets het sadisme, maar omgekeerd het sadisme ook de toets – het volstaat om zich deze schilderijen voor te stellen met een niet-problematische inhoud – denk slechts aan figuren als James Avati (Laureyns) – om zich daarvan te vergewissen.”

  • Ook het inzicht waard, deze vaststelling uit een actuele aftoetsing van Paul Scheffer, Het land van aankomst.

De allochtonen uit Azië en Afrika kwamen de voorbije eeuwen niet uit ellende naar Europa of de Nieuwe Wereld, maar wensten te investeren, zoals ook vandaag een hele groep, gemeenschap of familie investeert in één iemand die dan in Europa studeert of er werkt en geld terugzendt, of nadien terugkeert en zijn knowhow meeneemt. Maar de blanken werden iets te radicaal en begonnen slaven uit te voeren. Ze dachten dat de zwarten en Aziaten werk zochten, maar zij waren KMO’ers  die wensten uit te groeien tot grote bedrijfsleiders. Net als…de blanken. In dat opzicht is slavernij en kolonialisme niet zozeer het vergaren van goedkope arbeidskrachten, maar het uitschakelen van concurrerende ondernemers.

Immanente suprematie. Immanente droefheid.

  • Geen tv deze vijf dagen. Wel radio. Enkele gesproken weetjes:

Rokers mogen Nederland terug doempen in ruimtes kleiner dan 70m². Domme maateenheid, denk ik dan, want de kubieke meters zijn belangrijk! En sowieso onbegrijpelijk dat mensen samenhokken in doempige ruimtes en zich dubbel verzieken.

De Leeuw van MGM vraagt het faillissement aan. Vier miljard doller schulden. Wat zouden de kroonjuwelen James Bond, The Lord of the Ring en  Ben Hur daar van denken? Dat ze ingezet zullen worden om alsnog een overnemer te vinden. En wat als de Leeuw van Vlaanderen op een dag (na dertig jaar onafhankelijkheid bv.) het faillissement zou moeten aanvragen? Wie is dan de Vlaamse James Bond van dienst? Toch niet BDW? Welke kroonjuwelen of andere ringen bezit Vlaanderen? Misschien moeten ze Brugge als onderpand geven. En heeft Ambiorix dezelfde uitstraling als Ben Hur?

Dweeno Zappa, zoon van een muzikaal genie, speelt het repertoire van zijn vader. Moet toch een dubbel gevoel zijn, heel je leven “zoon van” blijven…

Laatavondprogramma’s op de radio gaan soms dieper in op een aantal zaken. Dan is er eindelijk tijd om mensen aan het woord te laten. Zoals een aantal jong-volwassenen. Wat houdt hen bezig? Waarom zoeken jonge mensen zoveel duidelijkheid? En zekerheid. Op zo’n jonge leeftijd. Toen ik adovolwassene was, snakte ik enkel naar onregelmaat, het ongewisse, het avontuur. Het leven als een vlakke loopbaan… tjonge tjonge… wie wil dat nu? Of neem zo’n term als “verkeringstijd”. Een veertiger had het erover. “Toen mijn vrouw en ik in verkeringstijd waren… Verloofd dus…” Mijn vrouw en ik zijn altijd in verkeringstijd. Gehuwd of niet. Met of zonder kids. Wat is er nu poëtisch aan een rechtlijnige huwelijkscarrière…

  • Sociali-zen. Hoort ook bij vertoeven in Ardennenland. Doorzakken bij L&L. Doorpraten over relatietherapie. Hechtingsdrift. Verlatingsangst. Love it. Smullen geblazen, dat gepsychologiseer, bediscussieer…

Aansluitend aan het lezen:

  • Eric Rosseel: Gedwongen copulatie. Natuur en Cultuur in de Evolutionaire Psychologie. Met als kernbegrip de GPA’s (geëvolueerde psychologische adaptatie). Boeiender en actueler dan Darwin! Later meer.
  • Over evolutie aansluitend dit artikel: “Camouflage or Moral Monkeys?” van Peter Railton op de site van The Stone.

“Evolution is much more than “the law of the jungle”. Altruism has proven to be an important part of animal behavior. Not only in humans. Unfortunately, many still subscribe to the idea that nature is all “eat or be eaten” and that the human species is the only species with morality. Morality is partially genetic, it does not come from culture alone and certainly not from religion alone. Evolution is one of the most misunderstood concepts of science. Possibly because the theory is very simple to formulate but not that simple to really get your head around.

Reminds me of Carl Sagan’s experiment, in which monkeys were only permitted to eat if they pulled a lever that administered an electric shock to another monkey, the monkeys chose to abstain from food for up to 14 days, even if they didn’t know the monkey being shocked. Sagan wondered how many humans in the same situation would be so selfless.”

“Why would human evolution have selected for such messy, emotionally entangling proximal psychological mechanisms, rather than produce yet more ideally opportunistic vehicles for the transmission of genes — individuals wearing a perfect camouflage of loyalty and reciprocity, but fine-tuned underneath to turn self-sacrifice or cooperation on or off exactly as needed?

Because the same evolutionary processes would also be selecting for improved capacities to detect, pre-empt and defend against such opportunistic tendencies in other individuals — just as evolution cannot produce a perfect immune system, since it is equally busily at work improving the effectiveness of viral invaders. Devotion, loyalty, honesty, empathy, gratitude, and a sense of fairness are credible signs of value as a partner or friend precisely because they are messy and emotionally entangling, and so cannot simply be turned on and off by the individual to capture each marginal advantage.

Why, then, aren’t we better — more honest, more committed, more loyal? There will always be circumstances in which fooling some of the people some of the time is enough; for example, when society is unstable or individuals mobile. So we should expect a capacity for opportunism and betrayal to remain an important part of the mix that makes humans into monkeys worth writing novels about.

Pure altruism would not be favored in natural selection over an impure altruism that conferred benefits and took on burdens and risks more selectively — for “my kind” or “our kind.” This puts us well beyond pure selfishness, but only as far as an impure us-ishness. Worse, us-ish individuals can be a greater threat than purely selfish ones, since they can gang up so effectively against those outside their group. Certainly greater atrocities have been committed in the name of “us vs. them” than “me vs. the world.

Within my own lifetime, I have seen dramatic changes in civil rights, women’s rights and gay rights. That’s just one generation in evolutionary terms. Human culture, not natural selection, accomplished these changes, and yet it was natural selection that gave us the capacities that helped make them possible.

Does thoroughly logical evolutionary thinking force us to the conclusion that our love, loyalty, commitment, empathy, and concern for justice and fairness are always at bottom a mixture of selfish opportunism and us-ish clannishness?

We still must struggle continuously to see to it that our widened empathy is not lost, our sympathies engaged, our understandings enlarged, and our moral principles followed. But the point is that we have done this with our imperfect, partial, us-ish native endowment.

Kant was right to be impressed. In our best moments, we can come surprisingly close to being moral monkeys.”

Lectuur op de salontafel:

  • Knack Boekenbijlage 10, met o.a. een interview met Jonathan Franzen (boeiender dan zijn romans, sorry voor de fans van zijn familieverhalen).
  • Anders zichtbaar. Zingeving en humanisering in de beeldcultuur (red. Johan Swinnen). Eten en drinken voor wie graag reflecteert over kunsten, filosofie en maatschappij. “I’m not bad, I’m just drawn that way”, Jessica Rabbit in Who Framed Roger Rabbit, 1988. Love it.
  • Baudelaire in Cyberspace: dialogen over kunst, wetenschap en digitale cultuur. Een pak interessanter deze dialogen tussen Antoon van den Braembussche & Angelo Vermeulen dan heu… de toch wel wat opgekakelde Ted-talk van de Limburgse globetrotter & kippenfokker Koen Vanmechelen. Je komt er o.a. Plato (de tragedie moet verboden worden want geweld wordt gekopieerd = copycat) versus Aristoteles (tragedies moeten opgevoerd worden want ze reinigen =  catharsis) tegen.

Of de twee laten hun licht schijnen over ons denken als afterthought.

  • Chomsky: tien strategieën om de massa’s te manipuleren.
  • Dirk Verhofstadt over De doofpot van de paus van Geoffrey Robertson.

O ja, ik had natuurlijk wat opdrachten van studenten te verbeteren. En las wat vakliteratuur, waaruit ik dit pluk (marketeer Jonathan Salem Baskin):

  • Consumers are not in control. They are less trusting, less in control, less loyal than ever. And they just had enough of being insulted by time wasting, mind numbing ads. Keep marketing from ruining the credibility of your brand.
  • Brand is not a promise. Promises are never fulfilled. It’s about the here and now. Architect ‘branding’ experiences into real-time experiences. We don’t need to get into the head of our consumers, get into their lives.

Een leuk besef:

  • Een atheïst heeft dezelfde gevoelens over Jahweh of God als een christen over Wodan of Beëlzebub. Of over het Gouden Kalf. Alle monotheïsten zijn atheïst t.o.v. de meeste goden waarin mensen ooit geloofden of geloven. Alleen atheïsten laten ook die laatste God voor wat ie werkelijk is: fantasie.
  • Podcasts zijn geweldige uitvindingen. Je plukt van het web een debat of interview (beeld of klank, maakt niet uit) en zet het als mp3 op een stick, die je dan in je autoradio inplugt. Als je rijdt, kan je je prima concentreren op menselijke stemmen. Aanraders zijn sommige uitzendingen van Rondas en Trio op Klara (zaterdag- en zondagmiddag). Beluisterde ook een gesprek tussen Adriaan van Dis en Harry Mulisch (“ik wist op mijn 16e dat ik een genie was, maar wist nog niet waarin”. Of een citaat van  Hegel: “Het noodzakelijke realiseert zich altijd toevallig”. Mulisch vindt dat we de wereld moeten re-mythologiseren door wat meer decor te creëren. Niet door een God te her-introduceren. Maar door jezelf (je eigen leven en bezigheden) te mythologiseren.

En ook dvd’s zijn leuke uitvindingen. Gezien, want al lang op het verlanglijstje:

  • Home van Ursula Meier met Isabelle Huppert (flippende huisvrouw) en Olivier Gourmet (verrassende rocker). Een gezin woont aan een autostrade in aanbouw en hebben het er naar hun zin. Helaas voor hen komen plots pletwalsen en pekwagens de bovenste rijlaag vernieuwen, waarna ook vangrails geplaatst en lijnen getrokken worden. Aanvankelijk besluit het gezin (ouders, 2 jongedames en een kid) het lawaai van voorbijsoezende wagens te negeren. Maar wanneer de oudste dochter er met een passant van door is, flipt mama en besluit papa het huis toe te metsen. Waardoor de film een beklemmende wending krijgt. Leuke extra’s op de dvd waarbij je te weten komt dat de film in Bulgarije is opgenomen op een tarmac voor sproeivliegtuigjes, temidden twee piepkleine dorpjes.
  • Claude Chabrol ging Mulisch vooraf dus tijd om nog es iets te herbekijken. Au coeur du mensonge is een liefdesdrama dat zich afspeelt in artistieke middens. Met Jacques Gamblin en Sandrine Bonnaire. Overspel, depressie, zelfmedelijden, mislukkingen en hautain gedrag. Een aangename cocktail al is het verloop voorspelbaar en de regie eerder klassiek. Geen spetterende film, Chabrol qua, maar ook geen brol.

De laatste vlieg in huis heb ik gevangen. Ze zit onder een waterglas. Voorzichtig duw ik een kartonnetje onder het glas, draai alles om en zet het glas in een leeg plastic ijsroombakje, dat ik afsluit. De vlieg is nu klaar om getransporteerd te worden. Ik zet het bakje naast me in de wagen. En rijdt de heuvel af, noordwestwaarts, richting taalgrens.

100 km verder, wachtend aan het enige verkeerslicht dat ik op mijn weg tegenkom, open ik het raam. En open het bakje. De vlieg herwint haar vrijheid. En ontdekt een nieuwe wereld. Go & Fly! Zeg nu nog dat ik inteelt niet tegen ga door de Ardeense vlieg te lossen in de streek van Hannuit.

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 6 november 2010 in art, bio, literatuur, vakantie

 

13 sokken

Ik praat tegen mijn sokken. Ja, het klinkt dwaas, maar ik heb iets met sokken. Ik vind het geweldige uitvindingen. Ze passen perfect rond je voet. Ze houden je warm. Je kan je tenen vrijelijk bewegen. Het is uiteindelijk de basis van waaruit je voeling hebt met de aarde. Akkoord, we dragen vaak schoenen, maar wat zijn schoenen? Sokken die verhard werden. Oorspronkelijk was er enkel een zooltje, nadien werd er ook een kuipje gebouwd met een vetertje bovenaan en de schoen was geboren. Maar wat een genot wanneer je die kuipjes uitdoet en vrijelijk met je sokken rondstapt. Sokken bloot is synoniem voor: ik ben thuis. Lekker gezellig en veilig.

Ja, sokken mogen er zijn. Daarom dat ik er hier over schrijf. Er liggen er namelijk dertien apart in de kast. 13 paar? Nee, dat is het ‘em. Dertien stuks die verweesd wachten tot hun wederhelft gevonden wordt. Maar helaas liggen de meeste er al maanden…

Hoe kan dat toch, vraag ik me dan af. Wie vindt er nu plezier in om een sok kwijt te spelen? Hoe doe je dat, een sok verliezen? Ze liggen sowieso per twee in de schuif dus je kan niet anders dan ze allebei vastpakken. En als je ze uitdoet, dan leg je ze toch ook samen? Zelfs al zou je uit de badkamer met vuile sokken komen (gebruik nooit de term vieze sokken, want dat is denigrerend!) en er eentje op de grond laten vallen (wat duidelijk getuigt van te weinig respect!) , dan nog zal iemand anders ze wel oprapen en in de wasmand deponeren.

Gaan ze misschien verloren in de wasmand? Nochtans wordt alles netjes gesorteerd (ja, iedereen in dit gezin heeft de juiste instructies gekregen en volgt die ook minutieus op). Misschien zijn er sokken die het niet meer aan konden om naast een onwelriekende slip 24uur te moeten wachten en kropen ze uit eigen beweging uit de zak met wit goed (want daar vertoeven ze, in afwachting van gewassen te worden). Het zou kunnen, maar mij lijkt het onwaarschijnlijk.

Ik heb medelijden met die 13 sokken. Zij verdienen het statuut van weduwe. Regelmatig neem ik hen vast en telkens is er dan eentje die me vragend aankijkt. Ik steek hen dan een hart onder de riem. Nee; zeg ik, jullie treffen geen schuld. Jullie verdwenen wederhelft had geen gaten, dus werd niet weggesmeten bij het groot vuil. Jullie zijn evenmin verkleurd noch gekrompen wegens foutief wassen. Dat laatste zou trouwens mijn fout zijn.

Wat kan ik met die sokken aanvangen? Er zijn er enkele die maar een kleurtintje verschillen, dus die zou ik nog kunnen aantrekken. Als iemand me er dan op attent zou maken: “Hé, je hebt twee verschillende sokken aan”, dan zou ik nog kunnen zeggen: “Niet waar, mijn ene voet zweet meer.” Maar een groene en een bruine sok aantrekken, dat zie ik me niet zo onmiddellijk doen. Mijn dada-periode ligt al een poosje achter me.

Mijn vrouw vindt dat ik ze moet wegsmijten. Maar dat kan ik niet over mijn hart krijgen. Ik heb reeds teveel films gezien waarin de dood gewaande echtgenoot alsnog terugkeert van het front. Stel je voor dat ik alle 13 wegsmijt en twee weken later duikt er alsnog een ontbrekende helft op. Alleen al de gedachte aan de reünie van het sokkenkoppel geeft me een warm gevoel. Dat gevoel moeten missen omdat ik de sokken zou wegsmijten… nee, lijkt me geen goed idee. Bovendien, veel plaats nemen die 13 nu ook weer niet in.

Akkoord, er zijn ergere zaken in de wereld om zich over op te winden. De overstromingen in Pakistan bijvoorbeeld. Al eens ingebeeld hoeveel sokken er daar in het water liggen? Duizenden! Het moet verschrikkelijk zijn om weken in stromend water te worden meegesleurd en te beseffen dat men aanvankelijk maat 39 was, en nu wellicht maat 47 is geworden. Nimmer zal men zijn wederhelft terugvinden. Om maar te zwijgen van het sadistische taalgebruik. “Door het wassende water werden vele huizen en inboedels meegesleurd.” Het wassende water…? Als er iets is wat je niet kan doen met de bruine zondvloed is het wel je sokken wassen. Ze komen er potdorie veel vuiler uit.

En dat zeg ik dan ook aan mijn 13 sokken. Wees blij dat jullie niet in Pakistan zijn. Jullie kunnen hier warm, droog en omringd met mijn attentie wachten tot het moment dat  jullie wederhelft gevonden wordt. Of, zoals eentje me pienter diets maakte, tot een soort- en kleurgenoot die identiek is, ook een wederhelft verliest. Vandaar dat ik voortaan enkel nog sokken koop identiek aan degene die ik reeds heb. Zo hoop ik af en toe een koppel te kunnen wedersamenstellen. Zoals een onderzoeksrechter een misdaad opnieuw in scène zet. Ja, daar doe ik het voor. Ik heb overigens voor alle zekerheid een briefje naast de 13 sokken gelegd. “Niet wegsmijten aub” staat er op. Met drie uitroeptekens. Een naarstig iemand zou zo eens op een verkeerd idee moeten komen. Nu ik er trouwens aan denk: onze poetsvrouw is Franstalig. Misschien moet ik het er best ook in het Frans opzetten. “Pas toucher svp. A la recherche des chaussettes perdues”. Of zoiets. Want helemaal zeker of de poetsvrouw Proust heeft gelezen, ben ik niet.

 
6 reacties

Geplaatst door op 27 augustus 2010 in bio, humor

 

Tuinvondst

Reuzenbovist

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 augustus 2010 in bio, natuur

 

Berlijn 2010

Meer foto’s op yilli.be

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 24 april 2010 in bio, geschiedenis, maatschappij, taal, vakantie

 

4 dagen zonder internet

Vier dagen zonder internet. In Ardennenland. mormontnov2009

Wat heeft ons dat aan gezichten opgeleverd?

Een abondance van goud geel bruin. In meer schakeringen dan je kan terugvinden op een schilderspalet. bladerenEen tapijt van 738 555 afgevallen blaren waarop het zacht stappen is. Omdat mijn jongste 12 wordt, hadden we vier vriendjes mee genomen. Na 430 blaren stopten ze met tellen. Loosers. Allemaal de schuld van Studio 100. Die promoten gemakzucht.kids

“Het brandt” riep een van de kids. Uit het dal klom een diffuse sliert. Lichtgrijs en wazig. Uitdijend. Niks brand, niks rookpluim, maar opgestegen nevel doordat zonnestralen een plas of een beek verwarmden. Dat komt ervan als je teveel tekenfilms kijkt. Met in elke scène spanning en drama. Terwijl er geen plaats is voor de poëzie van natuurfenomenen. De schuld van Studio 100.

’s Nachts kregen we bezoek van een koppel fretten. Ze dansten cirkelgewijs een paringsritueel boven ons hoofd. Korte krijskreten wisselden af met  driftig gedab. Go elsewhere, maar ja, een hooizolder is natuurlijk een ideale plek om de eerste frisse novembernacht door te brengen.

En wat hebben vier dagen zonder internet in Ardennenland aan inzichten opgeleverd?

De prijs van het wild is ingestort. Twee euro voor een kilo everzwijn, vier euro voor vrouwelijke herten (biches).  De beesten zijn net geschoten en je pikt ze op rechtstreeks na het beëindigen van de jacht. De prijzen zijn dus voor het beest incluis kop, pels en beenderen. Reken 30 kilo voor een jong zwijn. Of 60 kilo voor een vrouwtjeshert. Dat maakt dan 240 euro + 25 euro voor het inhuren van een slachter = 265 euro. Daar heb je twee grote billen (achterpoten) voor, waaruit makkelijk 6 grote gebraden te snijden zijn; een rug (filet en massa koteletjes), twee schouderstukken (nog een reeks gebraden) en een hoop ragout. 1 stuk gebraad kost al snel 25 euro bij de slager. Reken dus maar uit. O ja de prijzen zijn zonder btw. En toch zijn het nettoprijzen, want na een jacht worden geen bonnekes uitgeschreven.  😉

100_5102

Tijd zat om 1245 bladzijden te doorploegen. “Sabbatical” van de familie Alain Grootaers; “Chinese tekens” van journalist Jan van der Putten; “Eens beloofd” van psychotriller auteur Harlan Coben en  “Video Vortex Reader, Respones to YouTube” onder redactie van de onderzoekers Lovink en Niederer.

I feel happy and satisfied. Een grabbel quotes.

CHINESE TEKENS

Een Chinese boer die voor het eerst in een vliegtuig zat, probeerde op tienduizend meter hoogte de deur open te maken om zijn fluim kwijt te geraken.

Het telraam blijft in China in gebruik om de uitkomst van de elektronische rekenmachines te verifiëren.

China’s middenklasse heeft de schotse whisky ontdekt maar lengt deze nieuwerwetse drink graag aan met ouderwetse thee.

Over nationalisme: In rijke landen is nationalisme een gevaarlijke stroming. De Verdonken, Wildersen, De Winters en andere provincialen mogen wat mij betreft vandaag nog emigreren, het liefst naar arme, dictatoriaal geregeerde landen waar ze kunnen bekomen van hun opgewonden gekakel en hun de ogen kunnen opengaan. In arme landen kan nationalisme nog gevaarlijker zijn dan in rijke, omdat armoede ene goede voedingsbodem is vormt voor fundamentalistisch fanatisme. Maar het kan ook de inspiratiebron zijn van nationale emancipatie. Dat was het in China. Het is het nu niet meer.

Als communistische nationalist was Mao geen uitzondering. Overal ter wereld is het de grote communistische leiders  in de eerste plaats te doen geweest om het consolideren van hun macht in eigen land. Stalin, Kim Il Sung, Tito, Ho Chi Minh: stuk voor stuk waren het nationale leiders die in hun buitenlandse politiek uitgingen van het nationale belang – net als hun collega’s in de niet-communistische wereld trouwens. Hetzelfde geldt voor Fidel Castro, eerder een charismatische  Latijns-Amerikaanse caudillo  dan een klassieke communistische partijleider. Wereldrevolutionairen als Trotski en Ernesto Che Guverara hebben voor hun internationalistische opvattingen zwaar moeten boeten. Trotski werd vermoord in Mexico, Guevara in Bolivia, en de volgelingen van deze idealisten zijn geboren verliezers gebleken.

Tienanmen: Majesteitsschennis is van alle tijden en van alle culturen. De journalist Yu Dongyue, een van de drie jongeren die tijdens de Tienanmenrebellie van 1989 eierschalen gevuld met rode verf naar het grote Mao-portret slingerden, kwam in 2006 als laatste van de drie vrij. De folteringen hadden hem zijn zinnen doen verliezen.

Beeldend kunstenaars bereiken aanzienlijk minder mensen dan cineasten of schrijvers, maar ook zij moeten van Tiananmen afblijven.

Nu is de Chinese moderne kunst explosief tot bloei gekomen. ‘789’ is de naam van een bruisend galerieën- en werkplaatsen complex in de Chinese wijk Dashanzi. In de voormalige militaire fanrieken, in de jaren vijftig gebouwd door Oost-Duitsland in Bauhaussstijl, staan de in rode karakters geschreven leuzen uit de tijd van de Culturele Revolutie nog op de plafonds. Wat daaronder te zien is, lijkt lichtjaren van die tijd verwijderd. De partij heeft langzamerhand begrepen dat grensverleggende kunst niet is tegen te houden. Ze troost zich met de gedachte dat kunst een aardige uitlaatklep is voor protestgevoelens, en dat ze hoe dan ook ver buiten de leefwereld staat van de massa.

Ook voor de kunst zijn er echter grenzen. Zo moest tijdens het Dashanzi Kunstfestival in 2006 een week na de opening een aantal kunstwerken op last van de politie worden weggehaald. Daaronder was een schilderij van de tanks op het Tiananmenplein door Seng Qi (zijn galerie in ‘789’ is gewijd aan foto’s van zijn linkerhand die sinds 1989 haar duim mist, een zelfamputatie uit protest tegen het bloedbad).

Ook een schilderij van Ga Qiang, waarop het Tiananmenplein te zien is door het gat dat een kogel heeft geslagen in een hand, moet weg. Datzelfde lot trof ook een doek over Mao’s beroemde zwemtocht in de Yangtze, niet vanwege het thema maar door de kleur van het water van de rivier: bloedrood.

yinez (links)Slogans uit Chinese voorlichtingscampagnes:

Fok minder kinderen en meer varkens.

Een baby erbij betekent een graf erbij.

Van abortus hangt de toekomst van je land en je koeien af.

Vandaag luidt het: Moeder aarde is te vermoeid om meer kinderen te dragen.

SABBATICAL: Going Commando! Thaise hogeschool- en universiteitsstudentes hebben er een hype trend bij. Onder hun uniformrok dragen ze geen slip. Tot ergernis van ouders en leerkrachten. Schooldirecties roepen de ouders op om hun dochters ’s ochtends te controleren. En ook op school worden de jongedames gecontroleerd. En dat roept bij Alain Grootaers (what’s in a name) de terechte vraag op: wie heeft het recht op school (en thuis) die rok op te heffen… Het opleidingshoofd? Het departementshoofd? De decaan? De algemeen directeur of de rector? Voer (figuurlijk bedoeld hé) voor een privacycommissie, als je het mij vraagt.

GEZIEN: Julia, een film van Erick Zonca uit 2008 met de verbazingwekkend knappe acteerprestatie van hoofdrolspeelster Tilda Swinton. Zij IS de zichzelf verliezende alcoholverslaafde mannenvreetster,  loser en toch een heldin. Hoe meer ze zich in nesten werkt, hoe meer sympathie je voor haar krijgt en tegelijk wil je haar toeroepen: don’t do that!

Zelden ook zo’n zin gehad om een zootje kutmexicanen die kinderen kidnappen omwille van het losgeld, te laten doodschieten.

Fascinerend zijn ook de geknipte scènes waarin Swinton alweer de pannen van het dak acteert en je regisseur Zonca (in het Frans dus) commentaar hoort geven, o.a. over het uitdiepen van een mannelijk personage.

Zonca maakte ook Le Petit voleur (2000) en La vie rêvee des anges (1998).

En twee links: bepaal zelf wat je NEWS vindt via http://www.loogie.net en volg de artistieke scene op http://www.1go1.net.

 
1 reactie

Geplaatst door op 5 november 2009 in bio, natuur, politics, reizen, vakantie

 

Zomer 2009

Egyptisch paviljoenIstrië – Biënnale van Venetië – Verbeke Foundation Kemzeke – Verdronken land van Saefthinge: zie de foto’s op http://www.yilli.be/reizenexpos/index.html Jump

 
1 reactie

Geplaatst door op 2 september 2009 in art, bio, reizen

 

Gedichtendag 2009

Mijmering

Wij waren de doppers van de jaren 80.
Wij likten nooit de zwarte kluizen van bankiers
Wij droomden.
We woonden in boeken.

We namen aandelen in utopieën.
Wij strandden op groene nucleaire zoden:
Veel dijk weinig aarde.
Wij werden de puree van onze vruchten.

Wij schilderden kinderen tot leven
& borstelden ons. Veeg na veeg.
Wij waren populair voor onszelf.

Verlieten we ons innerlijk bos
Dat in onze mond proefde
Als trots-
Vandaag lopen we te midden eikels.

————

Meer poëzie

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 29 januari 2009 in bio, poëzie

 

Wat hebben we de voorbije dagen geleerd?

Bobo’s hebben niet het recht Antwerps Stadsdichter te zijn. Ze moeten eerst een zwerver in hun armen nemen willen ze geloofwaardig zijn. (De Bromberen Radio1)

Vrouwelijke pornosterren dienen in bescherming genomen te worden. Ze worden uitgehongerd vooraleer ze op de set komen. Ze zijn zo hongerig dat ze met gapende mond acteren. Gulzig naar spermavocht. Ornithologen stellen vast dat ze zich gedragen als pasgeboren vogeljongen die met open mond snakken naar de penetratie van de worm door hun ouders aangevlogen.

Mijn generatie (20 in 1980) waren de dropouts van de jaren 80.

Oud worden is niet prettig. Op een week tijd werden de hersenen van twee vrienden van mijn moeder aangetast. Comateuze situaties, in combinatie met kankergezwellen, persoonlijkheidsverlies,… Het is hun deel.

Muziek speelt met onze hersenen. Wij worden soms verrast door muziek want onze hersenen meenden iets te herkennen en plots blijkt dit verwachtingspatroon niet ingelost te worden.

10% van de mannen speelt met kinderen waarvan ze denken dat ze de hunne zijn, maar helaas zijn ze van een andere verwekker.

Otters, kraaien, dolfijnen en octopussen houden van spelen. Japanse makaken waren ooit waterschuw maar eens ze wisten dat aardappelen lekkerder proeven als men ze wast, doken ze in het water en duiken voortaan voor de lol onder water en zwemmen zo diep mogelijk.

Octopussen in gevangenschap spelen met legoblokken. Ze duwen ze naar beneden en volgen ze terwijl ze terug naar het oppervlak stijgen, waarna de octopussen met hun tentakel de blokken opnieuw neerwaarts duwen.

There is joy in repetition. (Tijs Goldschmidt: Doen alsof je doet alsof. Huizinga-lezing 2007.)

Elio en zijn rode kameraden: het ps van deze regering.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 januari 2009 in bio

 

Ijspret

SnowblueIjskoninginSnowscapeGlijdend

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 12 januari 2009 in bio

 

De dag dat de regering viel

7u46. Op weg naar de Xios Hogeschool Hasselt. De regering Leterme lijkt gered.

8u03. Een grondig verslag afwachten. Doorgaan met een gewijzigde ploeg. Verzuchting om de klok terug te draaien.

9u-13u. Au boulot! Vier persconferenties door laatstejaarsstudenten communicatiemanagement. Crisis on my mind? Nee, bezig met het  jureren van wie die dra op stage gaat.

14u50. There’s more than Belgium. Bijvoorbeeld Obamas visie over Jeruzalem. Even tunen op BBC-World. Much more interesting…

15u05. Ruis. Mediaheisa over een vallende regering is even absurd als filenieuws terwijl je alleen op de weg bent…

15u20. School is uit. Rust. Niks actua. Catharsis om de werkelijkheid van een elfjarige toe te laten.

15u35. Samen op weg naar huis. In ons hoofd wonen vele iemanden. Zouden de passanten ook gedachten hebben over de vallende regering?

15u40. Ach, politiek is als een doodlopend straatje…

17u05. Koken. Radio luisteren. Tv kijken en het internet activeren. Hoeveel méér moet een mens hebben om zich voldaan te voelen?

17u30. Live-uitzendingen. Zie ze zich verdringen rond het microfoontje. Voel de valse pathetiek.

(bekijk hier de versie mét commentaar)

Hij heeft niet goed gewerkt. Wie? Leterme? Of die andere zoon van me?

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 20 december 2008 in bio, maatschappij, onderwijs, politiek

 

Wit

mormont 22 11 2008

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 25 november 2008 in art, bio, natuur, poëzie, vakantie

 

Sneeuwpret

sneeuwpret op de E411 23-11-2008

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 25 november 2008 in bio, vakantie

 

Just some words…

  • Big bang
  • Telemann
  • Jean Claude Galotta
  • Dada
  • Pink Floyd
  • Harry Mulisch
  • Ilya Kabakov
  • Vanuatu
  • Antipasta
  • Bodylanguage
  • Hanif Kureishi
  • David Lynch
  • de 3 Y’s
  • Neocortex
  • Mormont
  • Anton Webern
  • Michael Haneke
  • Siddharta
  • Werther
  • Perzikgeel
  • Koriander
  • Creatie
  • Leegte
 
1 reactie

Geplaatst door op 6 november 2008 in bio, innovatie

 

Le Bonheur provisoire

La Belgique fête l’Expo 58. Pour l’occasion, on a construit en contrebas de l’Atomium un pavillon en bacs de bières superposés.

Une sorte de temple baptisé “Pavillon du Bonheur provisoire”. Pourquoi pas visiter cette exposition avec un ami ? Un matinée remplie de bavardages à bâtons rompus, sur tout et sur rien.

Je le retrouve en ville, à une terrasse. Première sujet de conversation: pourquoi a-t-on besoin d’un gsm ? En sachant qu’un gsm est dans sa poche mais qu’il ne contient pas de carte puce.

On se dirige vers le métro en discutant : qui a encore besoin de la Belgique ? Réponse: ceux et celles qui s’enrichissent intellectuellement en vivant sur la frontière entre la culture libertine (celle des Bruxellois), la culture germanique la plus méridionale (celle des Flamands) et la culture latine la plus septentrionale (celle des Wallons). Peu, très peu de gens ressentent encore cette richesse.

Parlant de politique, pourquoi Philippe Moureau (PS) a-t-il critiqué publiquement le casting fait par Di Rupo, n°1 de son parti, même s’il avait raison ?

Parlant de casting: quel est encore l’impact de Hugo Claus? A-t-il joué un rôle après les années soixante? N’a-t-il pas fait du sur-place en restant surtout anti-catho ? Néanmoins, Danneels mérite d’être critiqué quand il attaque Claus dans son choix de mourir quand et comment il le souhaitait.

Que faisait le catholicisme au 16ieme siècle? Que penser de la tendance actuelle au sein de l’Eglise de remplacer l’expression “Contre-Réforme” par “Réforme catholique” ?

Quelle est la différence entre l’Islam, Confucius et le catholicisme? Est-ce que le catholicisme est la seule religion qui parle de foi individuelle ? Et donc le catholicisme ouvrirait la porte au positivisme, à la libre-pensée ?

Claus faisait partie de Cobra. Et il était ami de Jan Cox. J’explique que j’ai déjà visité l’expo à Anvers. Cox était un maniaco-dépressif qui s’est suicidé début des années 80 parce qu’il redoutait la montée de l’extrême droite.

Mon ami a lu mon article sur Hans Van Temsche. Dans lequel je disais que ce n’était pas une meurtre raciste. On n’est pas d’accord. Que change le fait que Van Temsche pouvait être autiste? Que penser de la question de la culpabilité ?

Est-ce que l’extrême-droite en Flandre de nos jours se situe uniquement dans le Vlaams Belang? Quel est le rôle des poujadistes comme De Decker? Pourquoi la Flandre joue-t-elle la carte du nationalisme provincial ?

Pourquoi les jeunes maghrébins bruxellois ont-ils besoin eux aussi de s’orienter vers une sorte de communautarisme en se sentant Marocain et non pas Européen? Les femmes ont-elles plus de choses à découvrir dans les grandes villes du Maroc qu’à Anderlecht ?

A quoi sert le nationalisme ? L’Europe des nations du 19ième siècle a été remplacée par des mini-nations (régions), comme la Flandre. Un tendance désespérante… Et pourtant l’Europe est le seule “nation” qui mérite qu’on s’y intéresse.

Vivre dans un pays avec des laïques offre quand même plus de facilités. Comment être d’accord globalement sur le libéralisme politique ? (au plan économique, c’est autre chose)

Nous arrivons au Pavillon du Bonheur. A l’intérieur des images, des objets, des témoignages sonores et quelques slogans.Il y a aussi des quiz. Non merci. Une section concerne le Congo ’58 (deux ans avant l’Indépendance ). Et le concret d’aujourd’hui: satisfait ou déçu de Kabila ? Affaire à suivre.

Une autre section est consacrée à la BD de l’époque, d’où discussion sur Andy Warhall, Roy Lichtenstein et leurs (éventuels) mérites. Et celui de Paul Mc Carthny.

La prochaine fois, le gsm de mon ami sera (peut-être) activé. Mais se contacter reste bien sûr possible par d’autres moyens…

Le passé évoqué nourrit le présent. Le présent vécu se transforme en passé. Métabolisme du sandwich-time.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 14 mei 2008 in bio, filosofie, geschiedenis, politiek

 

Paljassen

Moe. Beu. Om het defaitisme als norm te installeren.

Ter plekke wouwelende media:
Van Camp versus Thevissen;
Het ontbloten van de kroon;
Kartels, tactiek en blackberry’s:
Echternach lijkt een spurtende processie.

Messen in ruggen,
mensen ongemeend glimlachend,
Egogegalm.

Bof la Belgique, poeha la Flandre.
Vive l’Europe. Vive l’humanité. Moe. Beu.

Zwarte gaten, reuzekikkers, poëzie
De kracht van kleur en contour
Al de rest lijkt tijdverlies,

(on hold)

Energie. Rust. Visie.

 
1 reactie

Geplaatst door op 22 februari 2008 in bio, media, poëzie, taal

 

Neuromarketing

Eén tegen allen. Dat komt ervan als je jezelf oplegt een rolletje te spelen. Ik was de marketeer van dienst, die ook de discussie diende te modereren. Gastspreker op de laatste van de drie Een blik op het brein-lezingen van de Hasseltse Vrijzinnige Verenigingen, was Tom Speelman, ethicus aan de universiteit van Gent, onderzoeker aan de UCSB (University of Californië) en gepassioneerd door evolutionaire psychologie en neuromarketing.

Het brein oplichten”: als dubbelzinnige titel dekt het de problematiek van Toms lezing. Onder een scan lichten de actieve delen van onze hersenen op. Bijvoorbeeld wanneer we genieten. Of wanneer we enthousiast zijn. Zo ook kunnen de processen die in werking treden bij ons koopgedrag, opgetekend worden. Bij branding wordt de prefrontale kwab actief. Het zou dus voor marketeers interessant kunnen zijn om een hersenscan van een consument te maken en zo te detecteren hoe deze reageert op een advertentie.

Dus ja, ons brein wordt zeer zeker gemanipuleerd door reclame. Dat begreep de directeur van TF1 wanneer hij stelde: “Met onze reclameblokken verkopen wij de mogelijkheid om het brein van de kijker te betreden.”

Neuromarketing is dus een analysetechniek van onze hersenwerking in de hoop een soort van koopknop te vinden waardoor je als marketeer de consument het best met reclame bespeelt opdat hij tot kopen zou overgaan.

Eerste randbemerking: elke kleur, elk geur en elk geluid die/dat we waarnemen, beïnvloedt onze hersenen. Reclameboodschappen zijn maar één van de honderden impressies die dagelijks op ons afkomen.

Hoe meer we onze hersentjes analyseren, hoe complexer de processen blijken te zijn, zeker wanneer het om aankoopbeslissingen gaat. Daarin speelt behoeftebevrediging een rol, naast esthetiek en schoonheid en ook de ratio mengt zich door bv. prijs en kwaliteit tegen mekaar af te wegen. Dat van die koopknop is wishful thinking, wist Dirk Speelman te vertellen. En de verzuchting van marketeers om op die manier de consument te kunnen bespelen (en onze hersentjes op te lichten) is redelijk overbodig, want met reclame kunnen de consumenten reeds diep in hun hersentjes getroffen worden. Dankzij humor, felle of juist zachte kleuren, een meeslepende melodie, een spontane glimlach, boezems en ontboezemingen… om nog niet te spreken van de allergrootste troef die de dames en heren van de advertisementwereld aanwenden: het inspelen op ons genotcentrum. Verslaafd zijn we aan zoveel mogelijk potvertier. De moderne mens wil zich zo weinig mogelijk onvoldaan voelen. Meer moet dat niet zijn om gelukkig te zijn.

Elk levend wezen met hersentjes (en dus ook de homo sapiens sapiens) zoekt het plezier op. De seksueel overactieve bonobo, het konijn dat een wietveld ontdekt, de bij die nectar slurpt en de mier die de larve melkt: bij allen licht het beloningscentrum op. Wat mensen misschien anders maakt, is dat ze willen evolueren en nieuwe gewoontes ontdekken. Hun honger naar hypes en sensatie doet hen consumeren en daardoor genieten. En daar speelt de reclame op in. Maar reclame is er geen gangmaker van! Bovendien worden preferenties (merkvoorkeuren) ook op andere manieren gecreëerd, niet in het minst door vrije beïnvloeding van familieleden buren, collega’s… Marketeers beseffen maar al te goed dat consumenten veel meer belang hechten aan community-sites waarop andere burgers hun relaas doen over diverse producten, dan dat ze bedrijfswebsites gaan opzoeken of reclamespots involgen.

De mens is een gewoontedier dat zich ontwikkeld heeft tot een wezen met persoonlijkheid. Maar toch zijn vele aspecten van ons gedrag en voorkeuren bepaald door het dier in ons. Zo smaakvoorkeuren en lievelingskleuren. Kan men dan van vrije keuze spreken? Zeker niet. Wanneer iemand niet houdt van spruitjes, dan is dat misschien biologisch bepaald. Wanneer iemand geel als lievelingskleur heeft, dan is dat genetisch bepaald. Dus iemand die zegt: ik verkies die gele sjaal en ik wil geen spruitjes vanavond… is dat dan een uiting van persoonlijkheid,? Zeker, maar van geprefabriceerde persoonlijkheid. Deze persoon is onvoldoende vrij om in te gaan tegen zijn gedetermineerde voorkeuren. Bespeeld worden door reclame is dus als bespeeld worden door een leerkracht of een coach. Naargelang de levensfase waarin men zich bevindt, kan men weerwerk geven, of ook niet.

Waarna het debat zich verlegde naar de vraag of marketing ethisch verantwoord is. En zeker wanneer door neuromarketing een koopknop gemanipuleerd zou kunnen worden.

Nochtans moet men ook de voordelen van reclametechnieken onder ogen zien, bv. wanneer ze toegepast worden bij voorlichtingscampagnes. Ik wees op de impact bij vele mensen van de reeds geprogrammeerde (genetisch of cultureel overgeërfde) goesting in suiker. Het zou fijn zijn om daarvan genezen te worden middels een lokalisatie in je hersentjes. Stel dat door neuromarketing een verslaving ongedaan wordt gemaakt… Een dame in de zaal wenste dit niet. Zij verkoos baas te blijven over haar ik.

Welk ik? denk ik dan. Die homp ontladingen, verbindingen, beïnvloedingen… Gekneed zijn we, door ouders, naasten, leraars, trainers, buren en natuurlijk de media. Is er nog sprake van een vrije wil bij een roker? Stel dat men zou kunnen detecteren welke delen oplichten wanneer men wil roken. En stel dat men dat ongedaan zou kunnen maken. Wat is daar fout mee? Hoe vrij is onze wil? Misschien zijn we enkel ons zelf wanneer we slapen, want dat is het enige moment waarop onze hersens aan het werk gaan zonder beïnvloed te worden. Ons ware ik toont zich wanneer we dromen. Eens we wakker zijn, begint het spel van de manipulatie.

Niet alle consumenten zijn even mondig of rijp om met die overvloed aan boodschappen om te gaan. Zo staan jongeren indeed zwak wanneer ze bespeeld worden. Maar kan men de reclame verantwoordelijk stellen voor het falen van ouders die hun kinderen geen weerwerk geven? Of voort het ontbreken van mediavorming in het onderwijs? Als tv een goedkope babysit wordt, dan slikken de hersentjes van kids met volle teugen de beeldenstroom. En als sommigen per se een bepaald product willen bezitten of een megastar wensen te kopiëren, is het antwoord dan… schieten op de marketeers?

Uiteraard is er overconsumptie. En er is nutteloze consumptie. Duurzaamheid is het alternatief. Al Gore (geen toonbeeld van consequentie) sprak op Cannes (op de jaarlijkse hoogmis van de Reclamemakers) over de economische boom die ons te wachten staat door de groene economie. En hoe zullen de fabrikanten van zonnepanelen ons bereiken en hun producten aanprijzen? Op dezelfde wijze als Oxfam met hun Fare Tradelabel: middels… reclame.

Na het debat vertelde een man (van rond de 60) me –inpikkend op mijn opmerking dat het droeve lot van de mannelijke Akha-leden in de Thaise bergen (de meesten zijn verslaafd aan heroïne) niet het gevolg is van marketing- dat deze nefaste evolutie enkel mogelijk werd door westers toedoen, n.l. de introductie van de techniek om uit opium heroïne te halen. En die techniek werd dan weer binnengebracht, niet door multinationals maar door links geëngageerde rugzaktoeristen…

Men zou ze nog gaan haten, die late hippies.

En ook de Aborigins zitten letterlijk en figuurlijk aan de rand van de hun nog toebedeelde gronden. Ze verkopen er tapijten doorweefd met hun typische tekeningen. Tapijten… Made in Taiwan. Waardoor hun laatste restje fierheid helemaal zoek is.

Dank je, dynamische man, voor deze informatie. Temidden het publiek kon ik mijn rol laten vallen. De breuklijn is dus dat wie niet opkan tegen de manipulatie van de markt (waar reclame, maar ook rugzaktoerisme een onderdeel van zijn) best in bescherming wordt genomen.

Een geëngageerde afsluiter voor een avond verwarmd door knetterende gedachten. I sometimes love it.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 18 november 2007 in antropologie, bio, maatschappij, reclame, science

 

Dood omwille van een wagenroof

Niet dat zijn muziek vandaag aan mij besteed is (al kan ik de warmte wel voelen) maar als iemand die 4 jaar jonger is dan mezelf door carjackers doodgeschoten wordt… sta ik daar bij stil. No more Lucky Dube.

 
1 reactie

Geplaatst door op 26 oktober 2007 in bio, maatschappij

 

Hello Seawomen

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 17 april 2007 in art, bio

 

Vijf dingen over mezelf

Of ik vijf dingen over mezelf zou willen vertellen, vroeg Tim (student 3PR aan de Xios-hogeschool, waar ik les geef). Vertelsels die hem meer over me doen beseffen.

Ik bedenk dat het ook vijf dingen zouden kunnen zijn die ik niet eens aan mezelf zou willen vertellen… Maar dat zal ik hem en jullie besparen.

Loper
Ik ben een loper. Ik verplaats me graag. Gezwind, maar liefst niet te lang tegen wind in. Afzien tijdens sporten is voor de dommen en degenen die teveel testosteron in hun lijf hebben. En het is bovendien ongezond. (Ik ben overigens gevoelig voor stormwinden; ze dringen mijn slaap binnen.)

Ik hou niet van asfaltjeannetten, je weet wel van die kuddelopers die 20km door straten sloffen. Een loper moet bosgrond voelen, over takken springen en tussen plassen laveren, elk moment zijn zool voelen wegglippen en everzwijnen opjagen waarbij het gedreun van die kolossen luider klinkt dan de schriele passen van mijn Adidassen. I do it my way, cher Nike.

Ik loop regelmatig met de ogen dicht. Mijn voeten voelen de grond en dragen me met lichte zweeftred. Lopen is dan een fysieke ervaring. Tegelijk is het meditatie en achteraf geeft het een goede geest-lichaamservaring. It makes me high in a natural way.

Ook achter het stuur, over een autostrade schuivend, sluit ik regelmatig even de ogen en focus me op de intuïtieve oriëntatie. Een korte, intense ervaring. Ik open mijn ogen even snel als de kolibri van hersengebied wisselt (wakker-slapend-wakker-slapend).

Op gekende wegen zonder verlichtingspalen draai ik alle lampen uit en rijd op het lichtschijnsel van de maan of de bliksemschicht aan de einder. Vooral het moment dat de lichten uitgaan en mijn ogen nog niet gewend zijn aan de duisternis, geven een kick. Mijn kinderen zijn er dol op om a.h.w. overgelaten te zijn aan die zwarte kosmische slokop die als een beklemmende omarming je even een blinde chauffeur doet zijn.

Lievelingsletter
Drie zonen heb ik en elk van hen heeft een voornaam met de letter Y.
Y zou je dus mijn lievelingsletter kunnen noemen. Nee, niet om het mannelijke chromosoom; bah. (Mannen zijn door de band redelijk onredelijke wezens met vaak ongenuanceerde hormoonspiegels; een neutrale manier om te zeggen: door adrenaline opgepepte, en serotonine opgefokte lijven die strijden.)
Mijn zonen zouden kunnen heten: Yssgadril (mag het ietwat heidens zijn), Yahweh (bescheiden kereltje) en Yaris (moest de inspiratie op zijn- wat gelukkig nooit het geval is).

Moest ik dochters hebben gehad, ze zouden natuurlijk Xantyppe en Xios heten (al zou die laatste een chaotisch schizoïde indruk laten).

In feite luisteren mijn kinderen naar de namen Yeele, Yolan en Yinez. Telkens Vijf letters. Ye, Yo, Yi. Drie keer dezelfde initialen (beter dan de mijne: WC). Zo blijven ze hun hele leven aan hun ouders denken, ook als die er niet meer zijn. Want ze zullen wel regelmatig moeten uitleggen waarom ze zulke voornamen hebben. Evenveel letters als de voornamen van hun ouders. In mekaar gepuzzeld. En als je de eerste letter op z’n Engels uitspreekt, heb je meteen een filosofische vraagstelling.

Kosmos
En dat brengt ons bij het antwoord op whY: het filosofisch en wetenschappelijk inzicht.
Wetenschap is de boeiendste soap die de mens kon overkomen. Als een van de founding fathers van de Vlaamse soapseries, mag ik dat zeggen.

De kosmos is mijn leven binnengedrongen toen ik 14 was. Twee jaar later organiseerde ik met andere jongeren een tentoonstelling waarvoor ik een uurdurende diavoorstelling in mekaar stak en de geschiedenis van de ruimtevaart als de structuur van heelal, zon en planetenstelsel uit de doeken deed. Er waren volwassenen die tweemaal kwamen kijken omdat ze alles in zich wilden opnemen.

Het kosmisch bewustzijn heeft me nooit meer losgelaten. Het deed me het menselijke bestaan relativeren. 75 jaar op deze aardkloot rondhuppelen is een seconde in het bestaan van het universum. Maar tegelijk wordt elke onrechtvaardigheid onaanvaardbaar want voor elke mens geldt: je tijd dringt. Elke dag dat een asielzoeker zinledig zit te wachten… is een dag teveel. Elk wezen dat onmenselijk behandeld wordt, moet uit naam van het kosmisch bewustzijn onmiddellijk een rechtzetting eisen. In combinatie met ethiek, marxisme, anarchisme en filosofisch nihilisme heb je al snel een rijk wereldbeeld dat mijn studententijd kenmerkte. Ik heb geen behoefte aan god. En nog minder aan bijbels. Dat soort nep-zekerheden zijn me te saai (en onwaar). Geef mij maar de big bang, de moleculaire biologie, de neurotransmitters, het verschil tussen emoties en gevoelens, de dwaas, de drie hersenlagen en het verlangen naar nog meer raadsels. Zo blijft het bestaan een avontuur. Elk mens zou met een kosmisch bewustzijn in het leven moeten staan. En gepassioneerd zijn door wetenschap. Er zou veel minder egoïsme en machtsgeilheid, en veel meer humor en zelfrelativering zijn op deze planeet. Toen ik zeventien was ging ik naar de VUB een kijkje nemen op de faculteit wetenschappen. Ik aarzelde tussen astronomie studeren of geschiedenis. Maar het werd me duidelijk dat astronomen vooral berekeningen maken en slechts 1 week per jaar naar de hemel turen. Dat vond ik te weinig. Uiteindelijk ben ik politieke wetenschappen gaan studeren. Het inschrijvingsgeld ging verhoogd worden tot 10 000 BEF en dat vonden we ondemocratisch. Een jong mens leert dan kennismaken met de gummiknuppel, brandbommen en chargerende paarden.

De naakte keizer
1 mei is een magische datum. Mijn grootvader weigerde te gaan werken. Het was toen nog geen officiële feestdag. De rebel-vakbondsmilitant in hem was dapper genoeg om tegen de stroom in te gaan. Hij werkte in de Boomse steenbakkerijen en is door stoflongkanker gestorven. Tijdens zijn begrafenis (ik was 15) las ik het Communistisch Manifest. Mijn grootmoeder wou dat hij kerkelijk begraven werd. Uit respect voor de familie besloten mijn vader en ik een eredienst te laten plaatsvinden in de kerk. Maar zelf weigerden we naar voren te gaan om hosties of andere sacramente idiotieën te nuttigen of ondergaan. Dat noem ik nu democratisch in het leven staan. Je geeft de anderen wat ze willen (bijgelovige riten), maar respecteert door jezelf te blijven de geest van je grootvader.

Onze maatschappij heeft opnieuw nood aan rebellie. 1 mei is een luie zon-dag geworden. Een dag waarop ik wél werk, net als op kerstdag of pasen. Arbeiders zijn verkocht aan genotzucht en kiezen oprotpremies i.p.v. zelf de fabrieken draaiende te houden en collectief ondernemer te spelen. Ik kan ze geen ongelijk geven, maar als het consumptiecultuurtje zal instorten (respect voor de Kyoto-norm en globalisering van de economie zijn de oorzaken) zullen velen zwarte sneeuw zien. De filosofische leegte van hun bestaan zal niet meer ingevuld kunnen worden door consumptie. Ze zullen verarmen en uiteindelijk beseffen dat ze er fout aan gedaan hebben de maatschappij nooit in vraag te stellen, maar ze gelaten of te lankmoedig aanvaard te hebben. Slaafsheid, dociliteit, immobilisme en onbereidheid of onvermogen zich in te zetten voor een zaak kenmerken de moderne westerse mens. Ik beoordeel mensen niet op wat ze zeggen, maar op wat ze doen. Wie zich nestelt in een hiërarchisch lichaam moet bewijzen door handelingen dat hij/zij het verdient gerespecteerd te worden. Elke dag opnieuw maak je keuzes als mens. Neem ik de wagen of de trein? Verzet ik me tegen nalatigheid of laat ik betijen en voer een verrottingspolitiek? Kritiseer ik wat onaanvaardbaar is, of word ik cynisch? Met de jaren laat je misschien principes los, en richt je je op het haalbare, maar nooit mag je zwijgen en stoppen met analyseren en mensen –indien nodig- met de vinger te wijzen. Als de keizer naakt loopt en zijn entourage probeert hem te verkopen als de prachtigst aangeklede man, heb je die rebel, dat kleine ventje nodig die de dingen zegt zoals ze zijn. Dat uitgestoken vingertje, dat kritisch stemmetje, die dappere eenzaat die een spiegel durft voorhouden… die moet je altijd in de ander en in jezelf koesteren. Zoniet ben je meeloper. En meelopers worden gebruikt en misbruikt. En lopen pardoes met de hele troep het ravijn in.

Het kleine ventje in me dat de keizer ziet zoals ie is, maakt dat ik de ene keer theater speel met mensen om alternatieven door te duwen; een andere keer schrijf ik een scenario of maak ik kunst, omdat dit me dan de meest aangewezen expressievormen lijken, of kieper ik een tekst op mijn blog of leg een link naar een site waarop door anderen de juiste vragen gesteld worden.

De symbolische betekenis van 1 mei mag dan uitgehold zijn, ik probeer het elke dag 1 mei te laten zijn: een dag waarop je werkt, bouwt, bralt of brult aan/om een andere samenleving.

Art
Er is de dans die dronken maakt. Er zijn de contouren van het lichaam. De kleuren van geuren en de schemering waarin de creatie groeit. Er zijn woorden die enkel iets zeggen als ze betekenisloos zijn. Er is het tijdloze dat vastgelegd wordt in een painting en daardoor juist geschiedenis wordt. Als ik gedachten laat komen, ben ik niet de denker, maar degene die gedacht wordt. Als ik mezelf loslaat, lost mijn ik op. Maar ben ik meer dan ooit mezelf.

Soms is de magie weg. Hoe ouder je wordt, hoe meer je weet, hoe minder aha-erlebnissen je ondergaat. Je haalt het plezier uit kleine dingen (de vragen van je kind of je student, de aanschaf van een tajine, de penseelstreek of installatie van een kunstenaar, de reactie van een vriend of een collega…).

Kunst is een roes. Ik vertoef graag en vaak in musea en theaterzalen. Dolen langs paintings en beeldhouwwerken is als wandelen in natuurlandschappen: je komt er jezelf tegen maar bekeken door de bril van iemand anders. En als het werk je niet aanspreekt, kies je er gewoon een ander uit. Zappen door de kunstscene is als het afgaan van een menu in een restaurant. Je vindt altijd wel iets dat de moeite is. Behalve in de Burgerkings of op tv.

Sedert enkele dagen krijg ik beelden binnen op mijn tv-scherm via de Astrasatelliet. Geostationair hangt ze op 36 000 km hoogte gefixeerd boven het aardoppervlak en straalt voornamelijk rubbish door. TV had het knapste medium van onze beschaving kunnen zijn maar verhoudt zich tot kunst als Burgerking tot Comme chez soi.

Tv heeft de expressiviteit van de westerse mens verhoogd. Ja, er wordt veel meer geroepen en gesjouweld en iedereen denkt op de hoogte te zijn van vanalles. Maar wat heeft dat met expressie te maken? Als ik de lijven op het scherm zie bewegen, dan zijn de bewegingen stereotiep. Kabouter Plop, Samson, Sterrenslag, Songfestival, Top Whatever: dat ze de makers en kijkers ervan eens naar een moderne dansvoorstelling laten gaan. Een beproeving, I know. Dans met een kunstig sausje is als dat ene zinnetje dat je altijd bij de slager hoort: Mag het iets meer zijn? Ik volg zo’n 25 jaar de ontwikkelingen in dansland (ik herinner me het allereerste optreden van Anne Teresa De Keersmaeker in een piepklein Brussel zaaltje op balatum) en het betekenisloze van de lichaamstaal maakt me bij momenten dronken. Een nuchtere toestand, een roes voor de geest.

De marteling van Sterren op de Dansvloer, Bart Peters, VT4 of K3 ondergaan, kan ik enkel als ik stomdronken ben . En dat ben ik sedert mijn studententijd nooit meer.

En nu ga ik lopen. Niet in de Ardennen (waar ik 18 jaar gewoond heb) maar toch in Walenland waar ik nog altijd woon.

De fakkel van de “vijf dingen over mezelf wereldlijk te maken” geef ik door aan Raf.

 
2 reacties

Geplaatst door op 26 december 2006 in bio, filosofie, kosmos

 

Raad van Bestuur van Yilli

De raad van bestuur van Yilli kwam laatstleden samen.
De aandeelhouders hadden zich verzameld bij hoogdringendheid. Niet dat er druk op de ketel zat, maar zonder gefingeerde pressie zouden een aantal onder hen zich zeer moeilijk blijven gedragen, op het onhandelbare af. Er hing bijwijlen brutaliteit in de lucht. En dat was onaanvaardbaar.

En de verzuchtingen zogen de moleculen uit de hersentoetsingen


Wie zit er zoal aan tafel?

De broodverdiener. Een redelijk arrogante kerel die zich gedraagt als een begrotingsminister en regelmatig achteroverleunt terwijl hij met het hoofd schudt; een beweging die zowel kan betekenen: hoe is het mogelijk, als: dat zal niet lukken, daar hebben we geen geld voor. Deze loonarbeider vindt er een groot plezier in de anderen aan tafel aan te zetten hun wensen te uiten, om ze dan genadeloos onderuit te halen als het aankomt op de realisatie ervan. Hij camoufleert bepaalde angsten, zoals de angst in het rood te moeten gaan op financieel vlak. Hij staat er borg voor dat dit niet zal gebeuren. En daarmee sluit ie een aantal deuren…

De Bourgondiër is links van hem gezeten. En tackelt onze broodheer door erop te wijzen dat een bepaalde vorm van genot absoluut wél aan de bak moet komen. Zoniet zal er geen zelfgenoegzaamheid zijn. Tot drie maanden geleden zou hij vervolgens aan een sigaar gesleurd hebben. Wegens het te hoge clichégehalte is hij daar vanaf gestapt.

Het lichaam, een vrouwelijke slang, lacht schertsend: “Zuiplap”, sist ze, “er is meer dan het behagen van je zintuigen”.

De bohémien-kunstenaar voegt er beamend aan toe: “Ja, lijfelijk genot maakt dat je ook van binnen opwarmt”.

De reiziger-poëet steekt zijn wijsvinger op (het directieve kan alle kanten uit) en maakt de anderen attent op de eenmaligheid van het bestaan en de ongelofelijke verrijking die elk nieuw doorkruist landschap en elk nieuwe bezochte stad wel zijn. Reizen en ontdekken dienen de hoofdbekommernissen te zijn van het wezen Yilli.

De minnaar vraagt zich af of diepte ervaren, op lichamelijk, zintuiglijk en beminnelijk vlak niet opweegt tegen de behoefte steeds nieuwe geuren en kleuren te willen opzoeken.

De vader-pedagoog nuanceert; er is een tijd voor alles en er zijn leerprocessen die we door moeten en die echt niet altijd aangenaam zijn om te doorspartelen.

De wetenschapster-filosofe maakt een synthese en treedt de huisvader bij door te stellen dat alle opties waardevol zijn en dat er dus gekozen zal moeten worden waarbij men sowieso ook verliest.

De huisman vraagt of iedereen in een fase is waarin ie de glazen opnieuw volgegoten wil weten…

Gelach, gegrinnik. De broodverdiener steekt zijn glas de hoogte in. “Verdien ik het, of niet… om vol te tanken…”

De filosofe is de dichter net iets te vlug af. “Zie je, de broodverdiener zijn beeldspraak blijft economisch gedetermineerd. Niks poëzie”.

En onze hersenen worden in hun creativiteit beïnvloed door de media die hun tijdsdimensie willen opdringen…

De poëet kijkt de filosofe aan met een blik die amper nog minachting verbergt. Alsof hij het alleenrecht claimt om het woord poëzie over de lippen te mogen rollen.

In stilte bedenkt de Bourgondiër: hoe vreemd toch, dat poëten het alleenrecht opeisen van hun evidentie. Elke job heeft recht op een eigen hegemonisch vocabularium, moet je maar denken.

De pedagoog beaamt. Etiketten zijn ook al niet meer gebonden aan een semantische benadering. Het zijn niet de poëten die over poëzie moeten praten… ze zouden het woord zelf nooit in de mond mogen nemen…ze zouden enkel een portie inleving van een toestand bij de lezende, kijkenden of luisterende teweeg moeten brengen, zonder duiding. Act, don’t talk about it.

De reiziger kan zich met dat leitmotiv best verzoenen.
De broodverdiener vraagt hardop of de reiziger dat ook kan met de kostprijs die aan zo’n levenswandel vasthangt.
En de huisvader wil weten waarom de kinderen geen even belangrijke financiële prioriteit zijn.

De filosofe beklemtoont de noodzaak aan overvloed. Als er van alles genoeg is, dan komt eenieder aan zijn trekken.

Of zijn we voldoende creatief en ingenomen en ervan overtuigd onze eigen ritmes te volgen…

Of denken we misschien dat we met Yilli er ooit in zullen slagen in deze periode van schaarste het bestaande dusdanig te verdelen dat eenieder zich tevreden zal voelen?

Het lichaam lacht. Als we maar bewegen. En sensatie voelen. Dan zijn we tevreden en kunnen we elke situatie aan.

Laat ons dansen… suggereerde de minnaar. En het lichaam was al vertrokken…

En zo geschiedde het dat deze raad van bestuur van Yilli uitmondde in een dansfestijn waarbij de vader-pedagoog de vloer aanveegde met de huisman en de poëet een paringsdans deed met de filosofe.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 9 april 2005 in bio, filosofie

 

Vanuit de wagen


Between two moments of snow

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 20 februari 2005 in bio

 
  • Archief

  • juli 2020
    M D W D V Z Z
     12345
    6789101112
    13141516171819
    20212223242526
    2728293031  
  •