RSS

Maandelijks archief: september 2012

De allochtoon en de mozaïek

Toen ik school liep in het Antwerps stadsonderwijs, eind jaren 60 en jaren 70, vertelden leerkrachten ons dat krantenkoppen als “Marokkaan steelt handtas” fout waren want het Marokkaan zijn heeft niets te maken met de reden van de diefstal. Evenmin is het correct te fulmineren “Stomme Ollander” wanneer een wagen met Nederlandse nummerplaat plots links afslaat en men moet remmen.

Waarom hebben we die reflex? Waarom zeggen we niet: “O, een van de 13 miljoen volwassen Nederlanders; misschien eentje uit Groningen komende, die problemen heeft in zijn relatie, in België als verkoper nu op weg is naar een klant, en zijn gedachten even liet gaan over zijn huiselijke perikelen en dan plots merkte dat hij linksaf moest.” Nee, dat zeggen we niet. We brengen de situatie in kaart door te simplificeren, en die Nederlandse nummerplaat is voldoende. We vatten de situatie door er 1 etiket op te kleven. En we willen dat, we nemen dat recht, want we werden verstoord in ons rijgedrag en door eenvoudig te duiden brengen we terug rust. Het benoemen van de oorzaak is een manier om komaf te maken met het probleem.

Angst en onzekerheid waren een vaak voorkomende toestand waarin ons voorouders tientallen generaties leefden. Evolutionair biologen en psychologen geven dat als reden waarom wij vandaag vaak als eerste reflex wantrouwig staan tegen elke verandering. Uit angst voor het onbekende, het vreemde, een wijzigende situatie… reageren we behoudend conservatief.  Elke confrontatie met de Ander kan ons uit onze rust, uit ons evenwicht halen. Eventueel verplicht worden zich aan te passen (m.a.w. het eigen gedrag te moeten wijzigen) vraagt een inspanning. Wat we “gewoon” zijn wordt bevraagd. De “norm” kan wijzigen. Wie afwijkt van de norm kan een gevaar betekenen. Verzet tegen een wijziging zit dus blijkbaar bij vele mensen ingebed door de angst om het gevoel van de eigen ervaring en inleving, de stream waarop ze drijven, bevraagd te zien worden en –wie weet- te zien gewijzigd worden, bv. door gesprekken. Als die ander zich dan ook nog goed in zijn vel blijkt te voelen, ontstaat er soms afgunst want die ander vertegenwoordigt soms iets wat men ook wel zou willen. Om die afgunst uit te werken, grijpt men naar intolerantie, macht, onderdrukking. Dus willen sommigen desnoods de ander op zijn muile slaan, letterlijk de woorden terugkloppen. Of hem uit het straatbeeld halen. In plaats van het onbekende als een uitdaging te zien en zelf eventueel die weg op te gaan.

Het benoemen –zeg maar etiketteren- is dus een onderdeel van een verdedigingsstrategie. Die vaak hand in hand gaat met het zoeken naar partners en dus het creëren van een wij-gevoel. Vaak om opportunistische redenen zoekt men –op basis van eenvoudige parameters- bondgenoten. “Wij betalen voor hen”. Een dooddoener die het altijd doet, ook al is de werkelijkheid dat al wie arbeidt evenveel bijdraagt.

Mensen vatspinnen op een kenmerk is dus allesbehalve bevorderlijk om een situatie grondig te analyseren. Bovendien wordt er vaak vanuit gegaan dat “we” wel weten wat we bedoelen met een bepaalde etikettering. Niets is minder waar, want zie: allochtoon is een begrip dat gebruikt wordt om mensen die hier niet geboren en getogen zijn, aan te duiden. Op zich wordt daar verder niets mee bedoeld, want die mensen delen wellicht ongelofelijk veel met eender welke andere homo sapiens sapiens. Alleen staan velen daar niet bij stil en focussen op zichtbare verschillen.

Dat De Morgen deels om promotionele redenen het woord allochtoon schrapt, laat ik even terzijde.  Op zich is hun analyse m.i. correct. Het begrip is om te beginnen überhaupt niet van toepassing op de derde generatie “migranten”. Deze jonge mensen zijn hier geboren, lopen of liepen hier school, spreken een Vlaams dialect (en geen Verkavelingstaal noch AN, en dat maakt hen met twee voeten verankerd in menig Vlaamse grond), consumeren westers, trachten middenklasser te worden, zullen hun kinderen en kleinkinderen hier grootbrengen en zijn dus ook bezorgd zijn over pensioenen en sociale zekerheid…. M.a.w. deze mensen zijn dus autochtonen. Sommigen met een geloof, zoals er katholieken en new age-adepten en boeddhisten zijn onder de withuiden die hun buren zijn en waarmee ze dezelfde problemen als geluidsoverlast, verkeer etc. delen.

En dan is er dus Bart de Wever die niet begrijpt waarom men die term niet meer zou mogen gebruiken. Dat de problematiek hem danig beroert, blijkt uit een column waarin hij er zelfs in slaagt zichzelf tegen te spreken.

Ik citeer: “De achterliggende redenering is daarmee goed samengevat: taal maakt de werkelijkheid. Dat is een opmerkelijke redenering, want ze druist in tegen het acquis van enkele honderden jaren analytische taalfilosofie, waarin taal wordt beschouwd als een middel om de werkelijkheid te beschrijven.”

De Wever stelt dus dat taal neutraal is en de werkelijkheid weergeeft. Enkele regels verder beseft hij echter: “Derhalve is taalgebruik niet neutraal, want het bepaalt hoe we de beschreven werkelijkheid interpreteren. Zo gaan krantenkoppen ‘200 Antwerpse jongeren opgepakt’ en ‘200 allochtone jongeren opgepakt in Antwerpen’ over exact dezelfde feiten, maar ze geven de lezer een verschillende indruk van de werkelijkheid mee.” Dus taal (woordgebruik) bepaalt wel degelijk hoe men de wereld (de werkelijkheid) percipieert! En dus hoe men voor zichzelf de waarheid invult en hoe men zich zal positioneren. M.a.w. De Wever besluit uiteindelijk zelf dat taal wel degelijk de werkelijkheid vorm geeft. Het ziet er dus niet goed uit wanneer iemand die in 5 regels eerst emotioneel uithaalt en dan zichzelf tegenspreekt, als burgervader gaat beschikken over de budgetten van een stad als Antwerpen. Dit terzijde.

Dus ja, we moeten kritisch reflecteren over het gebruik van termen als “allochtoon” en deze enkel gebruiken wanneer ze enerzijds sociologisch kloppen (de EU-ambtenaar die hier zes jaar komt werken en dan weer terugkeert naar zijn land van herkomst is een allochtoon… alleen heb ik nog nooit het begrip “EU-allochtonen” gelezen) én anderzijds wanneer de term relevant is. Bijvoorbeeld wanneer een heroïneverslaafde zonder inkomsten een bejaarde berooft, dan is er wellicht een oorzakelijk verband en kan ik leven met de vermelding van het etiket “verslaafde”. Maar een Nederlander die dwaas rijdt of een Belg met Magrebijns bloed die niet betaalt op de bus, doen dat niet omwille van hun Nederlander of Belg met Magrebijns bloed-zijnde.

Wat mij echter het meest stoort aan de houding van mensen als Bart de Wever, bezeten als hij is door identiteit (hij slaagt er zelfs in openlijk te stellen dat het m.b.t. de Vlaamse identiteit beter is een romantische leugen aan te hangen dan de nuchtere werkelijkheid onder ogen te zien, n.l. dat identiteit een artificiële constructie is en geen gegeven) is zijn wens (wellicht onderhuids bijzonder sterk) om absoluut mensen te etiketteren op basis van een eigenschap (moslim, allochtoon) waardoor hij de facto zegt tegen een twintigjarige: ik noem u allochtoon want uw tronie is Magrebijns en uw grootvader is hier niet geboren.
Mensen etiketteren leidt tot uitsluiting, tot wij versus hen, tot ik tegen u. En dat is dus wat BDW blijft doen. Om de wereld te veranderen –zoals hij in zijn column Marx citeert- moet men mensen als MENS benaderen, in hun complexheid, in de mozaïek van eigenschappen die ze bezitten en ze niet vastpinnen op 1 “eigenschap” (die dan nog niet van toepassing is op wie zijn hele leven in dezelfde gemeente woont en er geboren is). Strikt genomen is bijvoorbeeld -o ironie- Filip De Winter een allochtoon uit Brugge is die tussen autochtone Sinjoren is gaan wonen.

Waarom doet BDW dit? Omdat het de oude truc van het populisme is. Benoem iets, maak het eenvoudig, daardoor lijkt het beheersbaar en wordt de situatie afgebakend en dan geef je rust aan je achterban en lijkt het alsof met simpele maatregelen alles opgelost kan worden. BDW bedient zich van eenzijdige terminologie om een achterban te creëren die er naar smacht (zoals gelovigen) dat alles toch maar zou zijn zoals het in 1 boekje of met 1 slagzin uitgedrukt kan worden. Ik noem zoiets intellectueel fascisme. Vergelijkbaar met de Kerk die Galilei in de ban deed omdat hij de wereld complexer voorstelde dan de kerk wenste. Of ja, zoals de Nazi’s de Jood uitvonden om hem dan met alle zonden te overladen.

Nee, meneer De Wever, degene die u omschrijft als allochtonen zijn helemaal geen allochtonen.
Uiteraard zijn er wel problemen. In een samenleving. Omdat mensen nu eenmaal complex zijn. Verwachtingen hebben. Conservatieve reflexen laten botsen met vernieuwingen. In wezen zijn er 7 miljard complexe mensen die op 1 dag gigantisch veel rolletjes vervullen, als geliefde, ouder, buur, collega, supporter, twijfelaar, zoekende, vinder, smeker, aanbidder, decideerder, etc…

BDW vernietigt de ondraaglijke schoonheid van het individuele bestaan door ze te verengen en op te sluiten in een begrippenapparaat. Hij kooit de leeuw die in wezen een zevenkoppige octopus is.

Indien de NVA mensen wil “inburgeren” en een gedeelde publieke cultuur wil realiseren, dient ze vooreerst te beseffen dat deze “allochtonen” al lang ingeburgerd zijn. En dus dat het gebruik van die term overbodig en sociologisch fout is. Het is dus in het licht van een harmonischer samen-leven contraproductief om deze mensen zo te blijven etiketteren. Zij hebben op vele vlakken dezelfde aspiraties, delen dezelfde gewoontes, vertoeven in dezelfde publieke ruimtes (stadskernen, openbaar vervoer, scholen,…). Door de term allochtoon te gebruiken, verliest men de kans om het tegenovergestelde te zeggen, n.l. dit is uw tram, uw school, uw straat, uw sociale zekerheid, uw pensioenplan. U en ik bouwen aan dezelfde samenleving. Delen de vruchten van dezelfde biotoop en foeteren op wat er fout gaat. Daardoor krijgt men een “ons”-gevoel, zij het met variaties, maar diversiteit is een rijkdom die nou net tot heel wat creativiteit en dus oplossingen leidt. De basis van het concept van mens-zijn bij NVA is dus fout. En daardoor is hun strategie dat ook. Wat zij -volgens hun programma- willen bekomen, is wellicht oké. Maar hoe die maatschappij (of stad) er moet uitzien, dat wordt niet bepaald door 1 partij, of 1 sociologische groep. Het NVA-verhaal is er een van “aanpassen”. Maar aan wat aanpassen? Aan wiens normen? Aan de mijne? Nee, zo werkt het niet. Aan een aantal gemeenschappelijke waarden. Zeer zeker. Maar die zijn er reeds. 98% van die zgn.  “allochtone gemeenschap” wil niet liever dan financiële zekerheid, gezondheid, bijdragen aan een systeem dat hen verder kansen geeft. En dat ze zich op een aantal vlakken onderscheiden van anderen, is de evidentie zelve. In de persoonlijkheidsmozaïek van al wie zich op dit lapje grond te slapen legt en werken of consumeren gaat, zitten gigantisch veel verschillen: de een is VTM-kijker, de ander voetbalfanaat, natuurloper, rapper, collectioneur van Brahms-uitvoeringen… etc. Sommigen zijn ook zoekende, ontwikkelen zichzelf en doen dat met vallen en opstaan. Zolang ze anderen niet dwarsbomen, kan men zich enkel verheugen over die culturele accentverschillen.

Het succes van het Vlaams Belang heeft duidelijk aangetoond dat vele medeburgers bijzonder beïnvloedbaar zijn en al te graag simpele verklaringen pasklare oplossingen en ermee samenhangende etiketteringen wensen. Daaraan toegeven is spelen met de broze vrijheden van een democratie. En daarom is de discussie rond het gebruik van de term “allochtoon” interessant. Het raakt de psychologische basis van de problematiek rond racisme, uitsluiting en intolerantie en het dwingt ons te focussen op wat wél belangrijk is: mensen beoordelen op hun individuele gedrag, hen als individu (of eventueel als gezin) verantwoordelijk stellen zonder er verklaringen of termen bij te sleuren die er niets mee te maken hebben. Door decennia lang mensen die voorgoed hun leven uitbouwen in deze contreien, aan de zijlijn te laten staan, heeft men hen bijna gedwongen een eigen gemeenschap te creëren. Dat geeft vandaag bizarre situaties waarbij blanke Vlamingen (bewindslui) oproepen aan de Moslimgemeenschap om zich over de opvoeding van kinderen te buigen. Terwijl ik gewoon A. en F., mijn buurman en buurvrouw, zal vragen of hun kinderen tijdens de examens niet teveel lawaai willen maken en of mijn kids hun muziek niet te luid staat op zaterdagavond. Ik heb daar potdorie geen gemeenschap voor nodig. A. en S. zijn geen moslims voor mij; zij zijn A. en S. Ik benader hen als mens. C’est tout. En zij hebben in weze die moslimgemeenschap evenmin nodig. Als ze zich ten minste als burger opgenomen voelen in dat verhaal dat samen-leving wordt genoemd.

Advertenties
 
1 reactie

Geplaatst door op 26 september 2012 in cultuur, maatschappij, religie

 
  • Archief

  • september 2012
    M D W D V Z Z
    « Aug   Okt »
     12
    3456789
    10111213141516
    17181920212223
    24252627282930
  •