RSS

Maandelijks archief: november 2010

De geur van het zijn

De aanwezigheid van een ander mens is als de geur die ontsnapt uit een voorbijwandelend vers gemaakt tasje koffie.

Smell it deeply … want voor je ’t weet is het afgekoeld en geurloos… en blijft enkel nog de herinnering…

Elke ontmoeting, elk aanschouwen van een creatie, elke zin (door iemand neergepend) die je leest is als een koffiegeur…

Akkoord, soms wat flauw, dan weer te bitter of te zoet… maar geuren doet het.

Het leven is een lange wandeling hoppend van de ene geur naar de andere tot de dood ons reukloos maakt…

Advertenties
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 29 november 2010 in filosofie

 

Het zwarte jasje

Stel dat ik elke dag hetzelfde zwarte jasje zou dragen. Dan nog ben ik steeds anders gekleed. Want het jasje oogt nooit hetzelfde. Het licht is immers elke dag (en vaak op vele momenten van 1 dag) anders. En het jasje reflecteert. En absorbeert het omringende licht. Wie de werkelijkheid ziet naast het jasje, ziet dan ook steeds een ander contrast.
Jasjes bestaan nooit op zich zelf. In het bijzijn van mijn zwart jasje wordt de bedelaar Mens, vervelt de bankier in zijn maatpak tot inspiratieloze huid, glimlacht de profvoetballer stomdronken en voelt de bakkerin fierheid opkomen omdat ik als Dichter naast Prousts madeleinekoekjes het de moeite vind bij haar mijn dagelijks brood te halen.

Dankzij mijn zwarte vestje krijgt de wereld Kleur.

Zeg ik minzaam gezeten in het zwarte licht van mijn eigen schaduw.

 

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 24 november 2010 in art

 

Liefde

One of the Best Pictures 2010 van National Geographic.

 

 
1 reactie

Geplaatst door op 23 november 2010 in art, reizen

 

Glashelder

Een glashelder moment is pas lucide
wanneer het bepoteld werd
door een onschuldig handje
bevlekt door vette vingertjes
bestreept door een vochtig vodje
& afgedroogd met een donzig doekje.

In de glasheldere traan
blinkt het zout
dat uit mijn vezels verdampte.

In de glasheldere oogopslag
verraadt zich het perspectief
van een betrokken kijker
beneveld door de bedampte onschuld
die voorgoed een mist wierp
op het oneindig perspectief
dat de jeugd leek te bieden.

(Uit de scherven van het gebroken oog
biecht het invallende licht tot de duisternis
& vraagt zich af: is dit nu een gedicht
& wanneer houdt het op
dit gereutel met zicht op wit…)

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 22 november 2010 in poëzie

 

De woorden van 2010

In een vorig leven had de kersvers aangestelde preformateur nog een stomende relatie gehad met een tentslet van de ergste soort. Hij had haar leren kennen tijdens een talententelevisie waar haar optreden als streelmeisje zo’n diepe indruk had gemaakt dat hij meteen aan een snuffelronde was begonnen. Daggerend waren ze de nacht ingegaan.

Na de tsunamiverkiezing spiegelde hij haar een ronkende toekomst voor. Zij diende enkel te twilliciteren om een job bij de verduidelijker en ze zou nadien naar zijn kabinet gedetacheerd worden. Haar leek dit een octopusvoorspelling, maar  de preformateur hield woord.

Tot een journalist, die de kant had gekozen van de oppositie omdat hij een afspiegelingsregering met roodhoofdpolitiek niet zag zitten, ipaddend naar buiten bracht dat de nieuw aangestelde medewerkster ooit nog een relatie had gehad met een kampioen artnapping.  Haar carrière werd als een schandaaltreffer betiteld.

De jongedame in kwestie weerde zich als een duivel in een wijwatervat en schreef haar gedrag uit het verleden toe aan een kapot balansbandje. Uiteraard werd dit door de pers weggehoond. Waarna zij plots, als een oliewolk uit het niets, een dreigtweet opviste. Verzonden door een pedopriester. Die haar het hof had gemaakt tijdens een scoutstrip.

Als een volleerd balkonduiker was hij, na een spirituele serenade, in haar armen gevallen. Rijp als hij was viel het hem niet moeilijk haar toenmalig vriendje –de latere preformateur- voor dork af te schilderen. Troostend had zij zich chillaxend aan hem gegeven waarna hij haar pokkefrost had toegefluisterd: “jij bent mijn pino”.

Toen ze eindelijk begreep dat dit geen koosnaam was, besloot ze zich te ontdopen. Maar onze dakevangelist pingde haar en smeekte zijn king louievrouw te worden. Zij voelde zich echter  behandeld als een oranjebabe, en omdat ze niet wou eindigen als cougar, gedroeg ze zich als waxinewerpster en begon een relatie met de artnapper.  Na vele omzwervingen was ze uiteindelijk blij de preformateur opnieuw tegen het lijf te lopen. Ze hoopte nu maar dat ze zich niet had laten abklinken.

Het einde stond echter in de sterren geschreven. Politici willen per se ruttentutten dus deed de preformateur de hele zaak af als een kakaboulet. Daardoor wist onze jongedame dat zij haar leven eenzaam sportelend zou beëindigen. Van de schadevergoeding die ze ontving van de pedopriester kon ze gelukkig nog wel aan glamping doen.

———————————–

Voor wie een en ander wil opzoeken: http://woordvanhetjaar.vandale.be/ en http://woordvanhetjaar.vandale.nl/

 
1 reactie

Geplaatst door op 16 november 2010 in taal

 

Are we living in the end of times?

Slavoj Zizek, philosopher and cultural critic on the collapse of society and the failure of capitalism.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 14 november 2010 in cultuur, economie, filosofie, maatschappij

 

Vijf dagen op altitude 378

Leven te midden oranje gloed. Ardeense bossen ondergedompeld in een verfbad van oker, ros, rood en geel. Bladeren die participeren aan het herfstdefilé. Een catwalk, in vol ornaat, de ultieme pracht alvorens de dood het overneemt. Zoals een ster op het einde van haar leven explodeert en als supernovawolk kleur geeft aan het firmament.

Het wild met rust gelaten. Ze stressen al voldoende door de drijfjachten. Het blijft een paradox. Moet het zwijn stressloos sterven door kansloos neergeschoten te worden vanuit een mirador?  Of moet het een kans krijgen te ontsnappen maar wel enkele uren extreem gestresseerd opgejaagd worden?

Als eerbetoon aan de woudbewoners, twee strofen uit het Troostgedicht voor  Rik Lanckrock van Staf de Wilde.

treur niet , de dood zal komen

om te troosten, hij neemt jouw geheugen

over, de schoonste van je dromen

en voegt ze bij zijn boeken

waarmee de goden zich verheugen

laten we geduldig wezen

en  vertrouwen op de tijd

we zullen worden nagelezen

door de stenen ogen van de eeuwigheid.

  • Vijf dagen zonder internet. Love it. Eindelijk tijd om een reeks interessante teksten die ik van het web plukte, tot mij te nemen.
  • Te beginnen met Stefan Beyst ver(r)assende analyse van Michaël Borremans’ artistieke oeuvre.

Enkele flarden uit het 20 pagina’s tellende essay, getiteld: Spartelen in het sadomasochistische universum. Te lezen op http://d-sites.net/nederlands/kunstenaars.htm

Over heimwee:

“Na het hemelbestormende schoonschipmaken van het modernisme dat weinig nieuws wist op te bouwen – het epifenomeen van de blijkbaar evenzeer opgegeven strijd tegen het wereldwijd triomferende kapitalisme met de bijbehorende nationalistische en religieuze restauratie – steekt blijkbaar ten allen kante heimwee de kop op: denk slechts aan figuren als Odd Nerdrum, Thierry De Cordier, Luc Tuymans en Michael Borremans, om nog maar te zwijgen van Wim Delvoye met zijn gotische toren. De recyclage van verleden stijlen is inzake kunst wat inzake gemeenschapsgevoel de terugkeer is van de goden en het nationalisme – beide exemplarisch verenigd in de muziek van Arvo Pärt (waarop Jan Hoet ten grave wil worden gedragen).

Over SM:

“Historietaferelen plachten groot te zijn, niet zozeer omwille van het aantal figuren, dan wel vanwege het belang van het onderwerp. Sadistische voorstellingen neigen er daarentegen toe zich aan het daglicht te onttrekken, net zoals de gebaren van Borremans’ figuren. Dat maakt Caravaggio’s ‘Onthoofding van Johannes de doper’ zo gênant, niet anders dan de levensgrote porno van Jeff Koons – en omgekeerd: Goya’s Desastres zo overtuigend. Wellicht vandaar de paradox dat de kleine tekeningen veel monumentaler werken dan de versies die zijn uitvergroot op doek, terwijl de beeldhouwwerken of beeldschermen die op de tekeningen tot reuzengrote proporties zijn opgeblazen wel degelijk overtuigen.

Over vakmanschap:

“Inzake het eigenlijke vakmanschap van de kunstenaar – het maken van eigentijdse beelden in een daartoe zelf geschapen taal – laat Borremans het dus eigenlijk afweten.”

“Niet zozeer de intrinsieke kwaliteiten van zijn werk, eerder de manier waarop in dit schilderen zalf, bliksemafleider en dekmantel zijn verdicht maakt dus de geheime charme en het ontsluierde raadsel uit van het werk van Borremans.”

“Borremans stelt onomwonden: ‘Ik wilde hedendaagse, authentieke beelden maken, en die uitvoeren in technieken en via media van vroeger.’ (Vanderstraeten) Daarmee lijkt hij ervan uit te gaan dat die technieken tijdloos zijn. Daarbij ziet hij over het hoofd dat zijn soort toets is ontwikkeld in een heel andere inhoudelijk context: die van zelfverzekerde verheerlijking van hemel en hof – of van de wereld onder het hemelbed – waar de toets eerder resoneerde met de inhoud dan er de ontkenning van te zijn. Het is alleen maar de combinatie met het sadisme dat door diezelfde toets wordt toegedekt, dat deze gedateerde vorm van schilderen een schijn van nieuwheid verleent. Zo redt niet alleen de toets het sadisme, maar omgekeerd het sadisme ook de toets – het volstaat om zich deze schilderijen voor te stellen met een niet-problematische inhoud – denk slechts aan figuren als James Avati (Laureyns) – om zich daarvan te vergewissen.”

  • Ook het inzicht waard, deze vaststelling uit een actuele aftoetsing van Paul Scheffer, Het land van aankomst.

De allochtonen uit Azië en Afrika kwamen de voorbije eeuwen niet uit ellende naar Europa of de Nieuwe Wereld, maar wensten te investeren, zoals ook vandaag een hele groep, gemeenschap of familie investeert in één iemand die dan in Europa studeert of er werkt en geld terugzendt, of nadien terugkeert en zijn knowhow meeneemt. Maar de blanken werden iets te radicaal en begonnen slaven uit te voeren. Ze dachten dat de zwarten en Aziaten werk zochten, maar zij waren KMO’ers  die wensten uit te groeien tot grote bedrijfsleiders. Net als…de blanken. In dat opzicht is slavernij en kolonialisme niet zozeer het vergaren van goedkope arbeidskrachten, maar het uitschakelen van concurrerende ondernemers.

Immanente suprematie. Immanente droefheid.

  • Geen tv deze vijf dagen. Wel radio. Enkele gesproken weetjes:

Rokers mogen Nederland terug doempen in ruimtes kleiner dan 70m². Domme maateenheid, denk ik dan, want de kubieke meters zijn belangrijk! En sowieso onbegrijpelijk dat mensen samenhokken in doempige ruimtes en zich dubbel verzieken.

De Leeuw van MGM vraagt het faillissement aan. Vier miljard doller schulden. Wat zouden de kroonjuwelen James Bond, The Lord of the Ring en  Ben Hur daar van denken? Dat ze ingezet zullen worden om alsnog een overnemer te vinden. En wat als de Leeuw van Vlaanderen op een dag (na dertig jaar onafhankelijkheid bv.) het faillissement zou moeten aanvragen? Wie is dan de Vlaamse James Bond van dienst? Toch niet BDW? Welke kroonjuwelen of andere ringen bezit Vlaanderen? Misschien moeten ze Brugge als onderpand geven. En heeft Ambiorix dezelfde uitstraling als Ben Hur?

Dweeno Zappa, zoon van een muzikaal genie, speelt het repertoire van zijn vader. Moet toch een dubbel gevoel zijn, heel je leven “zoon van” blijven…

Laatavondprogramma’s op de radio gaan soms dieper in op een aantal zaken. Dan is er eindelijk tijd om mensen aan het woord te laten. Zoals een aantal jong-volwassenen. Wat houdt hen bezig? Waarom zoeken jonge mensen zoveel duidelijkheid? En zekerheid. Op zo’n jonge leeftijd. Toen ik adovolwassene was, snakte ik enkel naar onregelmaat, het ongewisse, het avontuur. Het leven als een vlakke loopbaan… tjonge tjonge… wie wil dat nu? Of neem zo’n term als “verkeringstijd”. Een veertiger had het erover. “Toen mijn vrouw en ik in verkeringstijd waren… Verloofd dus…” Mijn vrouw en ik zijn altijd in verkeringstijd. Gehuwd of niet. Met of zonder kids. Wat is er nu poëtisch aan een rechtlijnige huwelijkscarrière…

  • Sociali-zen. Hoort ook bij vertoeven in Ardennenland. Doorzakken bij L&L. Doorpraten over relatietherapie. Hechtingsdrift. Verlatingsangst. Love it. Smullen geblazen, dat gepsychologiseer, bediscussieer…

Aansluitend aan het lezen:

  • Eric Rosseel: Gedwongen copulatie. Natuur en Cultuur in de Evolutionaire Psychologie. Met als kernbegrip de GPA’s (geëvolueerde psychologische adaptatie). Boeiender en actueler dan Darwin! Later meer.
  • Over evolutie aansluitend dit artikel: “Camouflage or Moral Monkeys?” van Peter Railton op de site van The Stone.

“Evolution is much more than “the law of the jungle”. Altruism has proven to be an important part of animal behavior. Not only in humans. Unfortunately, many still subscribe to the idea that nature is all “eat or be eaten” and that the human species is the only species with morality. Morality is partially genetic, it does not come from culture alone and certainly not from religion alone. Evolution is one of the most misunderstood concepts of science. Possibly because the theory is very simple to formulate but not that simple to really get your head around.

Reminds me of Carl Sagan’s experiment, in which monkeys were only permitted to eat if they pulled a lever that administered an electric shock to another monkey, the monkeys chose to abstain from food for up to 14 days, even if they didn’t know the monkey being shocked. Sagan wondered how many humans in the same situation would be so selfless.”

“Why would human evolution have selected for such messy, emotionally entangling proximal psychological mechanisms, rather than produce yet more ideally opportunistic vehicles for the transmission of genes — individuals wearing a perfect camouflage of loyalty and reciprocity, but fine-tuned underneath to turn self-sacrifice or cooperation on or off exactly as needed?

Because the same evolutionary processes would also be selecting for improved capacities to detect, pre-empt and defend against such opportunistic tendencies in other individuals — just as evolution cannot produce a perfect immune system, since it is equally busily at work improving the effectiveness of viral invaders. Devotion, loyalty, honesty, empathy, gratitude, and a sense of fairness are credible signs of value as a partner or friend precisely because they are messy and emotionally entangling, and so cannot simply be turned on and off by the individual to capture each marginal advantage.

Why, then, aren’t we better — more honest, more committed, more loyal? There will always be circumstances in which fooling some of the people some of the time is enough; for example, when society is unstable or individuals mobile. So we should expect a capacity for opportunism and betrayal to remain an important part of the mix that makes humans into monkeys worth writing novels about.

Pure altruism would not be favored in natural selection over an impure altruism that conferred benefits and took on burdens and risks more selectively — for “my kind” or “our kind.” This puts us well beyond pure selfishness, but only as far as an impure us-ishness. Worse, us-ish individuals can be a greater threat than purely selfish ones, since they can gang up so effectively against those outside their group. Certainly greater atrocities have been committed in the name of “us vs. them” than “me vs. the world.

Within my own lifetime, I have seen dramatic changes in civil rights, women’s rights and gay rights. That’s just one generation in evolutionary terms. Human culture, not natural selection, accomplished these changes, and yet it was natural selection that gave us the capacities that helped make them possible.

Does thoroughly logical evolutionary thinking force us to the conclusion that our love, loyalty, commitment, empathy, and concern for justice and fairness are always at bottom a mixture of selfish opportunism and us-ish clannishness?

We still must struggle continuously to see to it that our widened empathy is not lost, our sympathies engaged, our understandings enlarged, and our moral principles followed. But the point is that we have done this with our imperfect, partial, us-ish native endowment.

Kant was right to be impressed. In our best moments, we can come surprisingly close to being moral monkeys.”

Lectuur op de salontafel:

  • Knack Boekenbijlage 10, met o.a. een interview met Jonathan Franzen (boeiender dan zijn romans, sorry voor de fans van zijn familieverhalen).
  • Anders zichtbaar. Zingeving en humanisering in de beeldcultuur (red. Johan Swinnen). Eten en drinken voor wie graag reflecteert over kunsten, filosofie en maatschappij. “I’m not bad, I’m just drawn that way”, Jessica Rabbit in Who Framed Roger Rabbit, 1988. Love it.
  • Baudelaire in Cyberspace: dialogen over kunst, wetenschap en digitale cultuur. Een pak interessanter deze dialogen tussen Antoon van den Braembussche & Angelo Vermeulen dan heu… de toch wel wat opgekakelde Ted-talk van de Limburgse globetrotter & kippenfokker Koen Vanmechelen. Je komt er o.a. Plato (de tragedie moet verboden worden want geweld wordt gekopieerd = copycat) versus Aristoteles (tragedies moeten opgevoerd worden want ze reinigen =  catharsis) tegen.

Of de twee laten hun licht schijnen over ons denken als afterthought.

  • Chomsky: tien strategieën om de massa’s te manipuleren.
  • Dirk Verhofstadt over De doofpot van de paus van Geoffrey Robertson.

O ja, ik had natuurlijk wat opdrachten van studenten te verbeteren. En las wat vakliteratuur, waaruit ik dit pluk (marketeer Jonathan Salem Baskin):

  • Consumers are not in control. They are less trusting, less in control, less loyal than ever. And they just had enough of being insulted by time wasting, mind numbing ads. Keep marketing from ruining the credibility of your brand.
  • Brand is not a promise. Promises are never fulfilled. It’s about the here and now. Architect ‘branding’ experiences into real-time experiences. We don’t need to get into the head of our consumers, get into their lives.

Een leuk besef:

  • Een atheïst heeft dezelfde gevoelens over Jahweh of God als een christen over Wodan of Beëlzebub. Of over het Gouden Kalf. Alle monotheïsten zijn atheïst t.o.v. de meeste goden waarin mensen ooit geloofden of geloven. Alleen atheïsten laten ook die laatste God voor wat ie werkelijk is: fantasie.
  • Podcasts zijn geweldige uitvindingen. Je plukt van het web een debat of interview (beeld of klank, maakt niet uit) en zet het als mp3 op een stick, die je dan in je autoradio inplugt. Als je rijdt, kan je je prima concentreren op menselijke stemmen. Aanraders zijn sommige uitzendingen van Rondas en Trio op Klara (zaterdag- en zondagmiddag). Beluisterde ook een gesprek tussen Adriaan van Dis en Harry Mulisch (“ik wist op mijn 16e dat ik een genie was, maar wist nog niet waarin”. Of een citaat van  Hegel: “Het noodzakelijke realiseert zich altijd toevallig”. Mulisch vindt dat we de wereld moeten re-mythologiseren door wat meer decor te creëren. Niet door een God te her-introduceren. Maar door jezelf (je eigen leven en bezigheden) te mythologiseren.

En ook dvd’s zijn leuke uitvindingen. Gezien, want al lang op het verlanglijstje:

  • Home van Ursula Meier met Isabelle Huppert (flippende huisvrouw) en Olivier Gourmet (verrassende rocker). Een gezin woont aan een autostrade in aanbouw en hebben het er naar hun zin. Helaas voor hen komen plots pletwalsen en pekwagens de bovenste rijlaag vernieuwen, waarna ook vangrails geplaatst en lijnen getrokken worden. Aanvankelijk besluit het gezin (ouders, 2 jongedames en een kid) het lawaai van voorbijsoezende wagens te negeren. Maar wanneer de oudste dochter er met een passant van door is, flipt mama en besluit papa het huis toe te metsen. Waardoor de film een beklemmende wending krijgt. Leuke extra’s op de dvd waarbij je te weten komt dat de film in Bulgarije is opgenomen op een tarmac voor sproeivliegtuigjes, temidden twee piepkleine dorpjes.
  • Claude Chabrol ging Mulisch vooraf dus tijd om nog es iets te herbekijken. Au coeur du mensonge is een liefdesdrama dat zich afspeelt in artistieke middens. Met Jacques Gamblin en Sandrine Bonnaire. Overspel, depressie, zelfmedelijden, mislukkingen en hautain gedrag. Een aangename cocktail al is het verloop voorspelbaar en de regie eerder klassiek. Geen spetterende film, Chabrol qua, maar ook geen brol.

De laatste vlieg in huis heb ik gevangen. Ze zit onder een waterglas. Voorzichtig duw ik een kartonnetje onder het glas, draai alles om en zet het glas in een leeg plastic ijsroombakje, dat ik afsluit. De vlieg is nu klaar om getransporteerd te worden. Ik zet het bakje naast me in de wagen. En rijdt de heuvel af, noordwestwaarts, richting taalgrens.

100 km verder, wachtend aan het enige verkeerslicht dat ik op mijn weg tegenkom, open ik het raam. En open het bakje. De vlieg herwint haar vrijheid. En ontdekt een nieuwe wereld. Go & Fly! Zeg nu nog dat ik inteelt niet tegen ga door de Ardeense vlieg te lossen in de streek van Hannuit.

 

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 6 november 2010 in art, bio, literatuur, vakantie

 
  • Archief

  • november 2010
    M D W D V Z Z
    « Okt   Dec »
    1234567
    891011121314
    15161718192021
    22232425262728
    2930  
  •