RSS

Raad van Bestuur van Yilli

09 apr

De raad van bestuur van Yilli kwam laatstleden samen.
De aandeelhouders hadden zich verzameld bij hoogdringendheid. Niet dat er druk op de ketel zat, maar zonder gefingeerde pressie zouden een aantal onder hen zich zeer moeilijk blijven gedragen, op het onhandelbare af. Er hing bijwijlen brutaliteit in de lucht. En dat was onaanvaardbaar.

En de verzuchtingen zogen de moleculen uit de hersentoetsingen


Wie zit er zoal aan tafel?

De broodverdiener. Een redelijk arrogante kerel die zich gedraagt als een begrotingsminister en regelmatig achteroverleunt terwijl hij met het hoofd schudt; een beweging die zowel kan betekenen: hoe is het mogelijk, als: dat zal niet lukken, daar hebben we geen geld voor. Deze loonarbeider vindt er een groot plezier in de anderen aan tafel aan te zetten hun wensen te uiten, om ze dan genadeloos onderuit te halen als het aankomt op de realisatie ervan. Hij camoufleert bepaalde angsten, zoals de angst in het rood te moeten gaan op financieel vlak. Hij staat er borg voor dat dit niet zal gebeuren. En daarmee sluit ie een aantal deuren…

De Bourgondiër is links van hem gezeten. En tackelt onze broodheer door erop te wijzen dat een bepaalde vorm van genot absoluut wél aan de bak moet komen. Zoniet zal er geen zelfgenoegzaamheid zijn. Tot drie maanden geleden zou hij vervolgens aan een sigaar gesleurd hebben. Wegens het te hoge clichégehalte is hij daar vanaf gestapt.

Het lichaam, een vrouwelijke slang, lacht schertsend: “Zuiplap”, sist ze, “er is meer dan het behagen van je zintuigen”.

De bohémien-kunstenaar voegt er beamend aan toe: “Ja, lijfelijk genot maakt dat je ook van binnen opwarmt”.

De reiziger-poëet steekt zijn wijsvinger op (het directieve kan alle kanten uit) en maakt de anderen attent op de eenmaligheid van het bestaan en de ongelofelijke verrijking die elk nieuw doorkruist landschap en elk nieuwe bezochte stad wel zijn. Reizen en ontdekken dienen de hoofdbekommernissen te zijn van het wezen Yilli.

De minnaar vraagt zich af of diepte ervaren, op lichamelijk, zintuiglijk en beminnelijk vlak niet opweegt tegen de behoefte steeds nieuwe geuren en kleuren te willen opzoeken.

De vader-pedagoog nuanceert; er is een tijd voor alles en er zijn leerprocessen die we door moeten en die echt niet altijd aangenaam zijn om te doorspartelen.

De wetenschapster-filosofe maakt een synthese en treedt de huisvader bij door te stellen dat alle opties waardevol zijn en dat er dus gekozen zal moeten worden waarbij men sowieso ook verliest.

De huisman vraagt of iedereen in een fase is waarin ie de glazen opnieuw volgegoten wil weten…

Gelach, gegrinnik. De broodverdiener steekt zijn glas de hoogte in. “Verdien ik het, of niet… om vol te tanken…”

De filosofe is de dichter net iets te vlug af. “Zie je, de broodverdiener zijn beeldspraak blijft economisch gedetermineerd. Niks poëzie”.

En onze hersenen worden in hun creativiteit beïnvloed door de media die hun tijdsdimensie willen opdringen…

De poëet kijkt de filosofe aan met een blik die amper nog minachting verbergt. Alsof hij het alleenrecht claimt om het woord poëzie over de lippen te mogen rollen.

In stilte bedenkt de Bourgondiër: hoe vreemd toch, dat poëten het alleenrecht opeisen van hun evidentie. Elke job heeft recht op een eigen hegemonisch vocabularium, moet je maar denken.

De pedagoog beaamt. Etiketten zijn ook al niet meer gebonden aan een semantische benadering. Het zijn niet de poëten die over poëzie moeten praten… ze zouden het woord zelf nooit in de mond mogen nemen…ze zouden enkel een portie inleving van een toestand bij de lezende, kijkenden of luisterende teweeg moeten brengen, zonder duiding. Act, don’t talk about it.

De reiziger kan zich met dat leitmotiv best verzoenen.
De broodverdiener vraagt hardop of de reiziger dat ook kan met de kostprijs die aan zo’n levenswandel vasthangt.
En de huisvader wil weten waarom de kinderen geen even belangrijke financiële prioriteit zijn.

De filosofe beklemtoont de noodzaak aan overvloed. Als er van alles genoeg is, dan komt eenieder aan zijn trekken.

Of zijn we voldoende creatief en ingenomen en ervan overtuigd onze eigen ritmes te volgen…

Of denken we misschien dat we met Yilli er ooit in zullen slagen in deze periode van schaarste het bestaande dusdanig te verdelen dat eenieder zich tevreden zal voelen?

Het lichaam lacht. Als we maar bewegen. En sensatie voelen. Dan zijn we tevreden en kunnen we elke situatie aan.

Laat ons dansen… suggereerde de minnaar. En het lichaam was al vertrokken…

En zo geschiedde het dat deze raad van bestuur van Yilli uitmondde in een dansfestijn waarbij de vader-pedagoog de vloer aanveegde met de huisman en de poëet een paringsdans deed met de filosofe.

Advertenties
 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op 9 april 2005 in bio, filosofie

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

  • Archief

  • april 2005
    M D W D V Z Z
    « mrt   mei »
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    252627282930  
  • Advertenties
     
    %d bloggers liken dit: