Yilli's Yolige Yachtvelden

5 juni 2009

Nederlandse steden outen zich

Ingedeeld onder: maatschappij, politiek — yilli @ 2:54 pm

Een opvallend verschil in kiesgedrag tussen de grote steden in Nederland. In Rotterdam en Den Haag werd de PVV de grootste partij, in Utrecht en Amsterdam zijn D66 en GroenLinks de grootste. Dwars door de Randstad loopt de scheidslijn tussen de kosmopolitische, internationaal georiënteerde steden en de steden die het geloof in de multiculturele samenleving voor een groot deel hebben verloren.

Een mens weet waar ie moet gaan wonen…

En niet vergeten dat de opkomst zéér laag was en dat de christendemocraten op het pattelenad de grootste partij blijven, zie http://www.nrc.nl/achtergrond/article2261404.ece/Kaarten_grootste_partij

12 mei 2009

Tommeke Tommeke Tommeke toch

Ingedeeld onder: maatschappij, media, sport — yilli @ 10:37 am

zakEen topsporter legt maanden na mekaar de pees erop en leeft als een geheelonthouder. Dat leidt tot sportieve successen. Waarna hij zich laat gaan, als de pijl die door de maanden opgespannen pees, de volle vrijheid krijgt en de nacht inzoeft. Hij vergeet even wat imago betekent en de impact van zijn doen op zijn extra-sportieve verplichtingen. Hij zuipt en snuift.

Topsporters zijn een onderdeel van een marketingmachine. Als toprenners niet met de pedalen bezig zijn, draven ze op als ordinaire BV’s. Sponsors weten dat BV’s gebruiken als marketingtool niet ongevaarlijk is. Ze kunnen immers de pedalen verliezen. Er dat kan indirect leiden tot een terugval in de verkoop. Maar wordt Quick Step laminaat plots minder gegeerd? De wijze waarop ze met het voorval Boonen omgaan kan hen een zacht, menswaardig imago opleveren. En dan is het dagelijks vermelden van hun brand alleen maar extra publicity geweest.

Momentje, zijn de supporters dan niet boos? Nee, eerder ontgoocheld maar begripvol. Enkele keren coke snuiven is toch ongevaarlijk. En ze vergeven meteen zijn gezuip. Want Boonen zonder fietstalent zou misschien wel een notoir comazuiper kunnen zijn. En wat dan nog? Want de doorsnee supporter/huisvader speelt zelf de joviale pintenverdeler op communiefeesten. Of in de stamkroeg. Ne vent moet ge zijn, en dat bewijst ge door een zware kop te krijgen van ‘t drinken. Boonen is het prototype van de mannen-onder-mekaar cultuur. En dat ge dan na een avondje zuipen een friet steekt, een patéke eet of een lijntje snuift, it’s all fucking out of control. En zo willen ze zijn. Zo lallen ze hun weekend door, de Vlaamse Quick-Step- supporters.

Dat is buiten de waard gerekend van de sportjournalist, de boekskes en de beeldbuispenetratie. Die kauwen en herkauwen en voegen desnoods een lijntje toe. Met hun vragen maken ze een statement. Door hun defaitistische verwijtende en tegelijk licht zalvende houding beïnvloeden ze de verhaallijnen. Ze maken van burgers ballonnen op de golven van de CIM-cijfers. Publicity rules the media. Gevaarlijk boeiend. Net als het snuiven van coke na een halve marathon te hebben gelopen.

Na de Planckaerts en de Pfaffs (beiden terend op hun vergane glorie) zitten we nu al te kijken naar de Boonens. Zoveel boeiender, het volgen van de privé- en businessentourage van een actieve kampioen. Maar wat wil men bereiken met deze vaudeville? Is men soms bang om ethisch fout te zitten? Wil men daarom occasioneel cokegebruik in privésfeer aanklagen? Weet dan: niet de coke maar de topsport is onethisch. Het afbeulen van catwalkgirls, het fotoshoppen van BV’s, het binnengluren bij ex-voetballers en wielrenners, die toegeven gepakt te hebben: daar is men een lijn te ver gegaan. De Leeuw pakte ook. En deed zijn bestellingen in codetaal. Waw: Dallas nearby. Maar de impact was veel kleiner. Men dekte het voorval toe, want deden niet alle renners het… Men wil doping vergeven maar van genot buiten competitie (zonder gevolg voor de sportieve prestaties) maakt men een zaak.

Boonen aan de schandpaal nagelen zou nodig zijn om een voorbeeld te stellen aan de jeugd. Deze vetbetaalde volksjongen met één talent en een publiek leven dient zich correcter te gedragen dan politici, zakenlui, filmsterren en andere tv-kastpersonaliteiten. Hij moet rechtzetten wat LDD, Vlaams Belang en zwartverdieners beschadigen: de ethisch correcte houding. Een genuanceerde pedagogische benadering doet hier niet ter zake. This is real soap. In prime time. En iedereen heeft er iets over te vertellen, wat van de fictieve soapseries niet eens gezegd kan worden.

Waarom willen Vlamingen zich zalven met sporters van eigen bodem die wereldtop zijn? Er zijn natuurlijk niet veel sporten die op dat niveau meedraaien. Veldrijden kan je bezwaarlijk als voorbeeld stellen: als sport ontsproot ze uit Vlaamse klei- en zandgrond en bleef quasi een interne aangelegenheid. Het voetbal (die andere toogsport bij uitstek) is afhankelijk van externe financiers. Als die er zijn, dan kunnen redelijk kwaliteitsvolle buitenlandse spelers aangekocht worden en valt er soms nog iets te beleven dat men spektakel kan nomen. Maar “van ons” is die sport al lang niet meer.

De zaak Boonen legt het failliet bloot van het volknationalisme, de tribuuncultuur, het wij-gevoel… en het normenbesef. De Michael Phelps van Vlaanderen is niet het toonbeeld dat men als summum wil doorgeven aan de jeugd. Ik ben Boonen dankbaar want hij doorprikt de leugen van de superheldcultuur, een gevaarlijke drug waaraan heel wat jongeren ten onder gaan. Het is onaanvaardbaar hoe men ziekelijke lichamelijke afbeuling als summum van karaktervol in het leven staan vereerd. Flagellisme wordt aanbeden. Tot de oppergod zich niet langer toont als onfeilbaar en juist laat aanvoelen dat bovenmenselijke prestaties niet des mensen zijn zonder dat men zich tegoed doet aan bacchanale activiteiten. Dan schrikt de Vlaamse publieke opinie van de drug die ze zelf gebaard heeft. Een rad voor de ogen draaien, oude stachanovistische waarden als voorbeeld in het vaandel dragen, dat mag. Maar realistisch zijn, de mythe doorprikken, dat mag niet.

AVV – VVK? De topsporter van eigen bodem is een moderne Christusfiguur: door te lijden wordt hij de beste en kan hij vereerd worden. Is dat de Vlaamse ziel? Een mens zou de Waalse volksaanbidding voor Michel Dardenne nog gaan appreciëren. Walen lachen ten minste nog met zichzelf…

9 maart 2009

“Belgische film” bestaat niet

Ingedeeld onder: art, maatschappij, media — yilli @ 10:06 am

Want er zijn Vlaamse films die gepromoot en bekeken worden in Vlaanderen (maar amper in Wallonië)  en er zijn Waalse films die in Walenland (en Brussel) bekeken en gepromoot worden maar in Vlaanderen amper in de zalen lopen. De culturele rijkdom van België (dat wat Gunther Grass nu net zo apprecieert aan het Belgisch confederalisme, n.l. de culturele swap, de mix, de verrijking van Franse en Vlaamse cultuuruitingen), is bv. in de filmprogrammatie quasi onbestaande. Niet voor de freaks, die vinden hun gading en gaan desnoods wel 60 km verder naar een bioscoop, maar het brede publiek krijgt maar de helft van het aanbod voorgeschoteld. Idem wat betreft tv-uitzendingen: RTBF ligt verderweg dan El Jazeera. Of theaterprodukties uit Wallonië halen de Vlaamse schouwburgen niet . Culturele verarming, veroorzaakt door een nieuwe kerktorenmentaliteit die het resultaat is van enerzijds de VTM- en RTL-cultuur, en anderzijds het opportunistische creatiefloze barbarendom van middelmatige politici en partijdictaten.

Zie ook Jan Goossens in De Morgen.

24 december 2008

Koninklijk Verkenner

Ingedeeld onder: maatschappij, politics — yilli @ 7:48 pm

Verkenner

“Kom we gaan naar Eurodisney.” Dat is tenminste een leuke manier om in de file te staan, moet hij gedacht hebben. Gemiddeld brengen bezoekers er immers 70% van hun tijd door met wachten.

Files op een autostrade gaan sneller vooruit, denk ik dan.

Wilfried Martens stond dus in zo’n file. In Eurodisney. Toen hij ge’sms’t werd. Met de vraag om koninklijk verkenner te worden.

Waarna, kwestie van voldoende druk uit te oefenen, nog zo’n 50 telefoontjes volgden. Van oude scoutsvrienden. Lieden met de meest liederlijke totemnamen.

Dit land wordt immers geregeerd door homo ludens. Vlagje strijken, groetje brengen, liedje zingen, spelletje spelen, vlagje moeten veroveren, bommetjes plaatsen, verkennertjes sturen, luitenantjes laten warmlopen, maarschalkje op het droge houden. En dat liefst met heel veel strategisch inzicht. Al loopt het daar dus mis met de huidige generatie politici. Die ventileren te snel een mening in de media –die vierde macht, of is het eerder een arena die te pas –en volgens velen te onpas- gebruikt kan worden in de machtsstrijd tussen de zgn. drie machten, waarbij men voorbij gaat aan de echte twee machten in dit land, n.l. de economische grootheden en de politieke partijbonzen. Regeringen zijn gebonden aan begrotingen die op hun beurt afhangen van de winsten van de bedrijven. Parlementsleden zijn de koorknapen van de partijleidingen en de rechters zijn de uitvoerders van de wetten waarbij ze bij momenten hun eigen individuele frustraties laten meespelen maar of dat nu een positieve invulling van het begrip onafhankelijkheid is, zou ik toch betwijfelen.

En toen gebeurde het. Ook ik werd gecontacteerd. Met de vraag om koninklijk mineur te worden.

mineur Dus ik zeg ja, ik ben even oud als Filip maar nog nooit uitgenodigd geworden op diens verjaardag en ook mijn zoon van 15 werd dit jaar niet uitgenodigd op een of andere viering, terwijl honderden andere 15-jarigen dat wel werden, dus greep ik deze unieke kans.

Een totem heb ik niet en scoutskleren al evenmin. Maar ik jog, heb veel strategisch inzicht en dito verbeelding.

En dus stapte ik waakzaam, zoals het een mineur past, door het paleis. Zag ik daar een zaal vol kaarsen. En op de grond, in het midden, een gebogen rug. Die van Fabiola. Ik hoorde haar repetitief klagend zingen. “Pol popol pol oh pol…”

“Sorry mevrouw, maar was dat de roepnaam die u aan uw echtenoot gaf?” Ik rook een primeur waarmee ik de media kon halen zodat mijn bezoek zeker niet in mineur zou eindigen.

“Maar nee, meneer. Ik bid opdat Pol zou terugkeren.”

Daar ging mijn scoop.

“Welke Pol, mevrouw?” Even hoopte ik die van Soulsister maar dat leek me te heet gegrepen.

Dan schrok ik: toch niet Vandendriessche zeker, die zijn senaatszitje terug kwijt was omdat Leterme opnieuw in de senaat zijn loon komt opstrijken… Laat die Pol maar terug naar zijn gazet gaan.

“Pol VDB, meneer.”

“Maar mevrouw, die is dood.”

“Ja, maar hij kan herrijzen want we hebben hem nu meer dan ooit nodig. Beeld u zich in, meneer, dat Van Den Boeynants vandaag een speech zou houden. De mensen zouden het wel begrijpen. Trop is toch teveel. Teveel separatisme en gekibbel.”

Hoe Fabiola die laatste woorden uitsprak laat ik even in het midden. Oude mensen, ook al vertoeven ze met hun gedachten in de christelijke middeleeuwse catacomben, verdienen de nodige eerbied.

“Wat komt u hier doen meneer?”

“Ik kom ontmijnen, mevrouw.”

“Ha, dan moet u bij de vrouw van mijn schoonbroer zijn.” Het woord koningin kan ze niet over haar lippen krijgen. Spanjaarden en Italianen, het is altijd al haat-liefde geweest tussen die Latijnse furies.

Bij het verlaten van de zaal hernam Fabiola haar geweeklaag. Ditmaal meende ik haar Gaston Gaston te horen prevelen. Toen ik door de laatste gang liep werd plots alles duidelijk. Ik passeerde een reeks portretten, van onder het stof gehaald en aan de muur opgehangen. Ik herkende Eyskens senior, jawel de Gaston. Daarnaast hingen Paul-Henri Spaak, Willy Declercq en Leo Tindemans. Hoever kan je terug in de tijd gaan om strenge coryfeeën als redders des vaderland op te laten draven? Hoe dood moeten ze zijn om opnieuw opgevoerd te kunnen worden?

Zou men in Duitsland opnieuw Helmuth Köhl van onder het stof halen of Willy Brandt opgraven? Snakken de Britten naar Margaret Thatcher eens Gordon Brown weggestemd zal zijn?

En komt na Sarkozy Chirac of Pompidou opnieuw op de troon?

Nee toch. Maar wie “onze” politici al eens in een andere landstaal heeft horen praten, weet dat ze o zo provincialistisch zijn. De Decker, Somers, Vogels, Gennez, Anciaux, Vandendriesche… het kan niet anders dan fout lopen. En dan zwijg ik nog over de taal(on)kunde van Elio, Isabel, Laurette en Joëlle.

Misschien zou men er beter aan doen de inboedel te verdelen en vanuit de regio’s samen te werken. Bij een boedelscheiding spelen vele factoren een rol. Niet in het minst de financiële draagkracht van elk van de partners. Wie veel heeft, moet meer inbrengen. Maar kan zich op die manier ook meer toeëigenen. Wanneer we geen federale regering meer nodig hebben, houdt BHV op als probleem te bestaan en zijn ook de drie niet benoemde burgemeesters geen probleem meer. Halle en Vilvoorde worden Vlaams en in de drie randgemeenten zal men Nederlands als voertaal behouden, ook als men een meerderheid Franstaligen heeft.

En Brussel zal Franstalig blijven. Met een reeks burgers die een andere taal spreken waaronder dus Nederlandstaligen.

Simpel toch.

Toen ik die laatste woorden uitsprak glimlachte ik voldaan en aanmoedigend. Maar volgens Van Yperseel de Strihou, die de Vlag vasthield, was ik toch niet de ontmijner die ze voor ogen hadden. Ik was, volgens deze koning achter de schermen, eerder bezig een bom onder het paleis te leggen. En dus eindigde mijn bezoek aan het paleis alsnog in mineur.

20 december 2008

De dag dat de regering viel

Ingedeeld onder: bio, maatschappij, onderwijs, politiek — yilli @ 8:50 pm

7u46. Op weg naar de Xios Hogeschool Hasselt. De regering Leterme lijkt gered.

8u03. Een grondig verslag afwachten. Doorgaan met een gewijzigde ploeg. Verzuchting om de klok terug te draaien.

9u-13u. Au boulot! Vier persconferenties door laatstejaarsstudenten communicatiemanagement. Crisis on my mind? Nee, bezig met het  jureren van wie die dra op stage gaat.

14u50. There’s more than Belgium. Bijvoorbeeld Obamas visie over Jeruzalem. Even tunen op BBC-World. Much more interesting…

15u05. Ruis. Mediaheisa over een vallende regering is even absurd als filenieuws terwijl je alleen op de weg bent…

15u20. School is uit. Rust. Niks actua. Catharsis om de werkelijkheid van een elfjarige toe te laten.

15u35. Samen op weg naar huis. In ons hoofd wonen vele iemanden. Zouden de passanten ook gedachten hebben over de vallende regering?

15u40. Ach, politiek is als een doodlopend straatje…

17u05. Koken. Radio luisteren. Tv kijken en het internet activeren. Hoeveel méér moet een mens hebben om zich voldaan te voelen?

17u30. Live-uitzendingen. Zie ze zich verdringen rond het microfoontje. Voel de valse pathetiek.

(bekijk hier de versie mét commentaar)

Hij heeft niet goed gewerkt. Wie? Leterme? Of die andere zoon van me?

9 december 2008

Illusies

Ingedeeld onder: maatschappij — yilli @ 7:46 pm

Kant asked a simple but difficult question: is there true progress in history? (He meant ethical progress, not just material development.) Als we dat toepassen op Obama’s “Yes we can” dan begrijpen we het standpunt van Chomsky om vooral zonder illusies Obama te steunen.  Want yes, Clinton III is aan de macht. Al voorspel ik dat Obama binnen twee jaar het roer en zijn regering als nog zal omgooien.

Tot dan zal er zeker vooruitgang zijn want slechter kan het voor vele Amerikanen niet. Maar laat de illusies voor wat ze zijn: een tegengif voor het cynisme. Sowieso leiden ze tot katers en ontgoochelingen. De vraag luidt dan: vervallen we opnieuw in cynisme of  kiezen we voor een ander verhaal. Of op zijn minst moeten we positieve waarden als persvrijheid, recht op initiatief en gelijke kansen in stand houden.

Lees ook Slavoj Žižek

25 november 2008

Welkom op de bouwwerf Vlaanderen

Ingedeeld onder: economie, maatschappij, psycho — yilli @ 9:37 am

Mensen hebben behoefte aan rust. Innerlijke rust geeft een gevoel van tevredenheid. En dan waant men zich gelukkig. De omgeving draagt daar toe bij. Als de omgeving in rust is, dan krijgt het innerlijke ook de kans zich gezapig te vleien en te onttrekken aan woelige gedachten of nerveuze lichamelijke spasmen.

Alles wat leeft in de natuur bouwt zich daarom een hol, een bedje van bladeren, een stekkie voor de nacht. Van konijn tot aardworm, van holebeer tot spin: als landschapsbewoners zijn ze wat blij telkens opnieuw in hun vertrouwde veilige plekkie te kunnen terugkeren. Zonder dat bulldozers of spaden of predators hun woonst omgeploegd hebben. Utilitarisme in functie van gevoelsvrede.

Sommige vogels gaan een stap verder dan het minst noodzakelijke en versieren hun nesten. Iets wat menselijke holbewoners moet zijn opgevallen want zij begonnen de rotsmuren van hun holen te beschilderen met jachttaferelen, handen en symbolen. Later werden matjes geweven en deden boomstammetjes dienst als krukjes en tafeltjes. In het Vlaanderen van vandaag zijn Ikea, Leen Bakker of Alesi onze handlangers in het decoreren van ons hol. Sommige van onze medemensen gedragen zich als een Hyacinth Bucket (spreek uit Bouquet) en behandelen hun woonst als ware het een museum. Elk voorwerp heeft een vaste plek; het interieur werd aan de tijd onttrokken. Men durft er als bezoeker amper iets vastnemen, laat staan het op een andere plek neer te zetten. Uit angst de bewoners uit hun gewone doen te brengen.

Maar die behoefte om te leven in een decor waar alles voor eeuwig vastgelijmd lijkt, is dus blijkbaar bij velen ingebakken in hun natuur en een sine que non om tot innerlijke rust te komen, iets wat -geloof me vrij- onontbeerlijk is wil 2/3 van de bevolking niet geregeld uitbarsten in agressie. Dankzij het klokje op de schoorsteenmantel, de ’s ochtends op de centimeter nagemeten opengeschoven gordijnen of de sanseveria die met wiskundige perfectie in het midden van de tafel troont, zouden heel wat van onze medeburgers constant uit hun gewone doen zijn en de statistieken van geweldplegingen doen pieken. Korte lontjes worden door kleinburgerlijkheid ontstekingsvrij gehouden.

Binnenskamers geldt deze ietwat paradoxale vaststelling. Anders is het gesteld in de buitenwereld.

Trek de deur open en de kranen rijzen boven de gevels, drilboors daveren en betonmolens centrifugeren. Altijd wordt er in elk dorp of stadje in Vlaanderen wel ergens gebroken, geasfalteerd, valt er stof te ruiken of dient men te slalommen door bruin slijk tussen opengebroken dalstenen. Nooit is de buitenwereld af. Nimmer kan men er rust vinden. Altijd wordt er getransformeerd. En dat geeft het gevoel dat men zich moet aanpassen aan een veranderende omgeving. Dat maakt menig mens onzeker, nerveus en dus snel humeurig en intolerant.

De populisten in de politiek teren op dergelijke emoties. Zij pretenderen alle kwaad en ongenoegen uit de buitenwereld te kunnen weren, te beginnen met propere straten, stille pleinen en harmonische steden. Het is leuk te willen geloven in een droom.

In dat perspectief is een beurscrash als een geschenk dat nederdaalt uit de hemel. Hoe minder geld er verhandeld wordt, hoe minder transacties er gebeuren, hoe meer de economie stremt. En dus hoe minder bouwwerven, hoe meer een omgeving als “af” en voltooid wordt ervaren. En dat geeft innerlijke rust, ook als men buiten op straat is.

Zet de economie dus on hold. Stop met verbouwen. Stop met breken. De Hyacinths van deze wereld kunnen al die veranderingen niet aan. Ze snakken naar het stilstaande beeld uit hun jeugd; het dorp of de wijk waar alles elke dag hetzelfde oogde; waar rust heerste en de orde van het eigen hol ook op straat werd doorgetrokken. Alleen bij de tandarts willen ze drilboren horen trillen. Alleen door Saharawinden mag er nog stof op hun wagen neerdwarrelen. Alleen stappen in een drassige weide mag nog vuil schoeisel opleveren.

Geef hen dat. En het populisme zal een voedingsbodem minder hebben. Plan verbouwingen tot in de details, in een perspectief van tien jaar, en begin tegelijk aan alle verbouwingen zodat ze ook weer tegelijk stoppen en er snel jaren na mekaar volledige harmonieuze omgevingsrust heerst.

16 november 2008

Die goeie ouwe Simon Vinkenoog

Ingedeeld onder: maatschappij, taal — yilli @ 10:48 am

Over het verbieden van een plantje, morele herbronning en andere provinciale hypocrisie.

16 oktober 2008

La Gauche en France en de financiële crisis

Ingedeeld onder: economie, maatschappij — yilli @ 7:24 am

Segolène Royal heeft een zeven punten plan. Misschien een tip voor de doodbloedende SPA, de zgn. Vlaams Progressieven en de PS van Di Rupo die enkel met woorden een alternatief voorstelt zonder concreet te zijn.

Considérant qu’il n’était pas possible “d’accorder un quitus au gouvernement”, mais décidée à “l’aider à réussir”, Mme Royal énonce “sept conditions”. Dans l’éventualité où l’Etat serait conduit à prendre des participations dans le capital des banques, elle demande que ces nationalisations partielles” soient pérennisées et non pas transitoires. Elle réclame la constitution d’une “grande banque publique d’investissement” accessible aux PME, ainsi que la mise “sous contrôle des fonds d’investissements, l’abandon du projet de privatisation de La Poste et l’adoption de dispositifs effectifs contre les paradis fiscaux.

Mme Royal insiste aussi pour que soient appliquées “des sanctions” contre les dirigeants des établissements financiers qui “ont contourné les règles” et “se sont indûment enrichis”.

Enfin, ayant répété à des très nombreuses reprises le mot “socialiste”, sans pour autant évoquer le congrès du PS, Mme Royal entend “adresser aux Français une parole structurée, forte, pédagogique”. A quatre semaines du rendez-vous de Reims, il s’agit aussi de répondre tout à la fois au trouble et au besoin de radicalité qu’elle perçoit parmi les militants socialistes.

11 oktober 2008

Wat te doen?

Ingedeeld onder: ecologie, economie, maatschappij — yilli @ 9:53 am

De wereldwijde financiële crisis is het gevolg van de dolgedraaide traders, gladde jongens met een hoog IQ, gemiddeld 26 jaar jong en een wiskundeknobbel. Zij zijn de krijgers die met een darwinistische  logica bovenop hun reeds loyale loon azen op de bonussen die ontspruiten uit hoge winstpercentages.

Het is nochtans dwaas -zo weten vele natuurvolkeren – om oorlog over te laten aan doldrieste krijgers. En toch krijgen zij carte blanche. Want ze verrijken ook de aandeelhouder. En wie op quick wins uit is, voelt zich door de gladde jongens bediend.

Maar traders zijn ook de vijanden van die aandeelhouders die aandelen zien als een investering op lange termijn. Die zijn er aan voor hun geduld.

Het concept van het aandeelhouderschap is evenmin koosjer. Aandeelhouders zijn de oorzaak van de ratrace zoals we die nu kennen. Wie slapend rijk wil worden verplicht zijn PDG’s of CEO’s te rationaliseren, te delokaliseren wanneer elders meer profijt gehaald kan worden, te snijden in het personeelsbestand en de werkdruk op te voeren. Dit heeft met vooruitgang niets te maken. Dit heeft met culturele verrijking niets van doen. Dit is enkel egocentrisch handelen van en voor een kleine groep.

Economie moet ten dienste staan van de hele bevolking. Dat is dus niet het geval. Nochtans is elke consument een aandeelhouder. Want als de producten van een bedrijf niet meer gekocht worden, kelderen de koersen en kan het bedrijf de deuren sluiten.

De staatstsgaranties aan de banken bewijzen dat een samenleving (en dus ook de economie) behoefte heeft aan zekerheden.

En dat is het sleutelbegrip van mijn betoog. De kapitale fout van ons economische systeem is dat het een goksysteem is waarbij the lucky few het kunnen maken en de rest zich poogt te handhaven. Het sociale zekerheidssysteem na wereldoorlog II leidde tot het gevoel dat huisje-tuintje-pensioen een afgedwongen vaststaand feit was. De angst het slechter te zullen hebben was voorgoed verdwenen. Maar zie: vier decennia later is die zekerheid stukgeslagen. En wie is daar mee gebaat? Niet de kleine aandeelhouder. Dit is dus een nefaste ontwikkeling.

De rol van de staat in het economische proces moet opnieuw groeien. Door bepaalde sectoren van de economie in banen te leiden. Economische groei is een absurd concept dat vaak synoniem is voor meer winst of minstens meer consumptie. Maar consumptie als motor van de rijkdom is -als men het als enige leidraad in een marktdenken introduceert- de motor van een cynisme zonder weerga. En een langzaamaan onaanvaardbare belasting op het milieu.

Neem de groei in de media. Is er kwalitatieve groei? Eerder achteruitgang op intellectueel niveau.

Nemen we Fortis of Dexia als voorbeeld.  De overheid  mag in de reddingsoperaties van de banken  niet enkel een reddende functie hebben (wat alleen maar aanvaardbaar is wanneer de winsten uit het nabije verleden opgetrommeld worden en aan de overheid overgedragen). Banken moeten winst maken. Maar minder dan voorheen geëist werd. Ze kunnen goedkope leningen mogelijk maken voor vele behoeftigen. Met de verplichting deze mensen te dynamiseren middels mesokredieten. Overheidsinvesteringen dienen dus steeds burgers tot actie aan te zetten. Dat is de liberale geest. Modern overheidsmanagement stoelt op een aantal pijlers waarover nagedacht moet worden en in een regeerakkoord moet worden gegoten. Eén van die pijlers is de financiering. Een overheid moet in de sectoren waar grof geld wordt verdiend ook aanwezig zijn. Ze zullen deels de concurrentie vervalsen, maar dat wil enkel zeggen dat ze de pot waaruit anderen vrij mogen grabbelen, iets reduceren. Men moet dit aanvaarden. Als de basis van een solidair uitgebouwde maatschappij die op een aantal vlakken zeker wel een staat van rust nodig heeft. Zo niet krijgt men een duale samenleving en dus een conflictmodel.

Sommige sectoren blijven dus ter plekke trappelen. Zo dienen de energieprijzen aangepast te worden aan het inkomen. De winsten van de overheid als speler in de bankensector kunnen dit spekken. Of de overheid neemt een deel van de winsten van de energieproducenten en herverdeelt middels prijskortingen. Want laat het duidelijk zijn: men zal het ecologische probleem nooit kunnen oplossen als men sectoren als energie en voeding in handen laat van het rauwe marktmechanisme.

Politici slagen er echter niet in het economische systeem in goeie banen te leiden. Partijpolitieke belangen dienen is een achterhaald concept. Beslissingen nemen in functie van de volgende verkiezingen staat haaks op staatsmanschap. Het succes van populisten is een teken aan de wand. Waarom moeten politici überhaupt vechten en discussiëren? De rol van een oppositie is om perfectie te eisen. Maar als ze niet kunnen zeggen hoe, wordt hun discours leeg en arrogant. Zij dienen eerder alternatieven mee uit te werken waardoor hun rol veel positiever wordt.

Partijpolitici zijn zelden genieën. Het zijn professionals met beperkte visie die  uiteindelijk aan de eigen carrière prioritair stellen. Dat maakt hen ongeschikt een samenleving te leiden. Alleen wie niet van verkiezing naar verkiezing huppelt, kan het algemeen belang dienen. En voor continuïteit zorgen. Het zijn dan ook de academici en de ambtenaren die het beleid moeten bepalen. Politieke partijen kunnen, net als vakbonden, patroonsorganisaties, milieubewegingen enz. zetelen in een parlement, zonder beslissingsbevoegdheid. Zij zijn de alarmbel; de staten-generaal van de georganiseerde burgers.

Noem dat voor mijn part verlicht despotisme.

Oudere Berichten »

Blog op Wordpress.com.