Yilli's Yolige Yachtvelden

11 november 2009

Over The last post en Van Rompuy

Ingedeeld onder: geschiedenis, maatschappij, politics — yilli @ 9:51 pm

11 november. Wapenstilstand. The last post weerklinkt. En iedereen gaat tevree naar huis.

Niet ik dus. Ik klaag de hypocrisie van Last Posts aan. Nationalisme en patriottisme hebben geleid tot WOI… m.a.w. Koning en Geloof in Vaderland zijn schuldig aan die gruwel. En wie salueert daar ter herinnering aan de absurditeit van 4 jaar Ijzervlakte? Den Koning en den Kardinaal. En hoor je in de media iets over het diepere psychologische waarom van deze oorlog? Is het dat wat er in Ieper in het museum aan de kindertjes verteld wordt. Nope. Worden de deserteurs die neergeknald werden geëerd? Nope. Zijn het de dichters die uit de loopgraven kritisch berichtten die vandaag geciteerd worden? Etc…

Men moet niet zeggen: laat ons nooit meer oorlog hebben. Men moet diets maken aan Jan met de Pet: chauvinisme, aanbidding, geroffel op eigen borst leidt vroeg of laat tot conflicten. In voormalig Joegoslavië herdenken ze allemaal apart hun doden… en de vonk kan zo weer inslaan. Als Opel Antwerpen dicht moet en Opel Duitsland blijft open… zal je weer haat voelen bij Vlaamse arbeiders. “Den Duits is sterker!”. Moest Merkel zich laten zien, ze zou gelyncht worden. Een Vlaams minister die een tennisspeelstertje financieel wil bijspringen omwille van vaderlandse trots zal morgen dat tennisspeelstertje misbruiken wanneer dat uitkomt. Waarom moet ik überhaupt supporteren voor iemand anders die toevallig in eenzelfde regio is geboren? Waarom worden die primitieve gevoelens gecultiveerd? Ze zijn de voedingsbodem voor populisten.

Het zijn die mechanismen die misschien des mensen (maar daarom niet wijzigbaar) zijn die we bloot moeten leggen. Elke mens wordt als racist geboren en moet dat zo snel mogelijk ontleren. Groepsdynamiek die polariseert, een wij-gevoel gekoppeld aan een nationale plicht (bv. legerdienst of uitspraken als: wat kan jij voor je vaderland doen) zijn de oorzaak van het feit dat mensen op mekaar schieten. Daar moet een last Post-herdenking over gaan. Wanneer individuen weigeren zich te laten gebruiken voor oorlogsdoeleinden (Gandhi gaf het voorbeeld) zullen er geen oorlogsgraven meer gedolven worden. Dus haal de ideologische (chauvinistische) lont uit het beestje en de barbaarsheid van het wij-tegen-hen wijkt voor fascinatie voor de ander, die overigens veel meer identiek dan verschillend is.

Geschiedenis wordt altijd geschreven door de overwinnaars? Vaak wel, maar in ieder geval nooit door degenen die de internationale en economische politiek minachten en deserteren aan natie, meute en schijnidealen.

Vandaar ook dat ik stel: het ergste dat Europa kan overkomen is Van Rompuy als president. Wat we nodig hebben zijn zieners, mensen met visie die de naties (en hun leiders) op hun plaats zetten. Een Van Rompuy is dus iemand die op dat moment geen tegengewicht zal zijn voor hebzuchtigen en dus zal plooien voor (economische, sociale of militaire) conflicten. Als Europa iets kan betekenen, dan is het dat het ontstond op de tonen van The Last Post en als het al enige verdienste heeft, dan is het dat nationalisme niet geleid heeft tot oorlogen. Maar dat is echt wel te weinig. De spirit en doorzetting van Jacques Delors of het universalisme van Louis Michel geven mij meer vertrouwen dan de huidige Belgische premier die zich als een opportunist opstelt, zich Vlaming noemt en zich tot enkele maanden geleden nooit met Europa of de wereld bezig hield. Enig idee waarom nationalisten als Merkel of Sarkozy hem steunen? Ik wel: zijn trompet zal slechts klinken als schriel gepiep.

Lees ook Robert Frisk

11 april 2009

Inzoomen op 5300 jaar oude ijsmummie

Ingedeeld onder: geschiedenis, science — yilli @ 8:47 pm

iceman

14 mei 2008

Le Bonheur provisoire

Ingedeeld onder: bio, filosofie, geschiedenis, politiek — yilli @ 6:56 pm

La Belgique fête l’Expo 58. Pour l’occasion, on a construit en contrebas de l’Atomium un pavillon en bacs de bières superposés.

Une sorte de temple baptisé “Pavillon du Bonheur provisoire”. Pourquoi pas visiter cette exposition avec un ami ? Un matinée remplie de bavardages à bâtons rompus, sur tout et sur rien.

Je le retrouve en ville, à une terrasse. Première sujet de conversation: pourquoi a-t-on besoin d’un gsm ? En sachant qu’un gsm est dans sa poche mais qu’il ne contient pas de carte puce.

On se dirige vers le métro en discutant : qui a encore besoin de la Belgique ? Réponse: ceux et celles qui s’enrichissent intellectuellement en vivant sur la frontière entre la culture libertine (celle des Bruxellois), la culture germanique la plus méridionale (celle des Flamands) et la culture latine la plus septentrionale (celle des Wallons). Peu, très peu de gens ressentent encore cette richesse.

Parlant de politique, pourquoi Philippe Moureau (PS) a-t-il critiqué publiquement le casting fait par Di Rupo, n°1 de son parti, même s’il avait raison ?

Parlant de casting: quel est encore l’impact de Hugo Claus? A-t-il joué un rôle après les années soixante? N’a-t-il pas fait du sur-place en restant surtout anti-catho ? Néanmoins, Danneels mérite d’être critiqué quand il attaque Claus dans son choix de mourir quand et comment il le souhaitait.

Que faisait le catholicisme au 16ieme siècle? Que penser de la tendance actuelle au sein de l’Eglise de remplacer l’expression “Contre-Réforme” par “Réforme catholique” ?

Quelle est la différence entre l’Islam, Confucius et le catholicisme? Est-ce que le catholicisme est la seule religion qui parle de foi individuelle ? Et donc le catholicisme ouvrirait la porte au positivisme, à la libre-pensée ?

Claus faisait partie de Cobra. Et il était ami de Jan Cox. J’explique que j’ai déjà visité l’expo à Anvers. Cox était un maniaco-dépressif qui s’est suicidé début des années 80 parce qu’il redoutait la montée de l’extrême droite.

Mon ami a lu mon article sur Hans Van Temsche. Dans lequel je disais que ce n’était pas une meurtre raciste. On n’est pas d’accord. Que change le fait que Van Temsche pouvait être autiste? Que penser de la question de la culpabilité ?

Est-ce que l’extrême-droite en Flandre de nos jours se situe uniquement dans le Vlaams Belang? Quel est le rôle des poujadistes comme De Decker? Pourquoi la Flandre joue-t-elle la carte du nationalisme provincial ?

Pourquoi les jeunes maghrébins bruxellois ont-ils besoin eux aussi de s’orienter vers une sorte de communautarisme en se sentant Marocain et non pas Européen? Les femmes ont-elles plus de choses à découvrir dans les grandes villes du Maroc qu’à Anderlecht ?

A quoi sert le nationalisme ? L’Europe des nations du 19ième siècle a été remplacée par des mini-nations (régions), comme la Flandre. Un tendance désespérante… Et pourtant l’Europe est le seule “nation” qui mérite qu’on s’y intéresse.

Vivre dans un pays avec des laïques offre quand même plus de facilités. Comment être d’accord globalement sur le libéralisme politique ? (au plan économique, c’est autre chose)

Nous arrivons au Pavillon du Bonheur. A l’intérieur des images, des objets, des témoignages sonores et quelques slogans.Il y a aussi des quiz. Non merci. Une section concerne le Congo ‘58 (deux ans avant l’Indépendance ). Et le concret d’aujourd’hui: satisfait ou déçu de Kabila ? Affaire à suivre.

Une autre section est consacrée à la BD de l’époque, d’où discussion sur Andy Warhall, Roy Lichtenstein et leurs (éventuels) mérites. Et celui de Paul Mc Carthny.

La prochaine fois, le gsm de mon ami sera (peut-être) activé. Mais se contacter reste bien sûr possible par d’autres moyens…

Le passé évoqué nourrit le présent. Le présent vécu se transforme en passé. Métabolisme du sandwich-time.

6 april 2008

Migrant in eigen land

Ingedeeld onder: geschiedenis, maatschappij, media — yilli @ 5:51 pm

Historici waarschuwen ons steeds weer: ken je verleden vooraleer je in de toekomst te begeven.

Waarom? Het verleden is toch fundamenteel anders. Hadden de Romeinen een oliecrisis? Kon Keizer Karel onlinevirussen tegenhouden? Reed Napoleon 30 per uur voor een school?

Ja, in zekere zin wel.

En hebben ze het er goed vanaf gebracht? Niet echt. Dus waarom dan naar het verleden kijken als er geen benchmarkers te detecteren vallen.

Overigens, paradoxaal is dat historici zich in hun leefruimte omringd hebben met elementen uit een ver verleden. Totdat een fles wijn op tafel komt, dan blijkt ze van verleden jaar te zijn. Redelijk hedendaags, niet?

Maar soms moet je dus het verre verleden drinken wil je de toekomst smaakvol betreden.

Akkoord, er zijn altijd rijken en armen geweest. Maar soms was er (g)een middenklasse. Dat zijn degenen die nu reflexie uiten.

En de armen hebben quasi altijd gelijk als ze hun rampspoed aanklagen. En we voelen met hen mee. En we eisen dat ze structureel uit hun ellende gehaald worden.

En de vooruitgang van de minstbedeelden (maar vooral het ontstaan van numerieke grotere groepen in staat om geld te spenderen in de zich ontwikkelende economieën) leidt tot verarming van de West-Europese middenklasse.

Het antwoord van de post-yuppies luidt: opportuniteiten dienen opgezocht te worden en benut. Steeds weer.

L’histoire se répète.

En wat is het alternatief? Sowieso initiatief; ontwikkeling en ondernemerschap.

Op alle vlakken? Want als alles de hele tijd wijzigt, krijg je een uitfiltering, op darwiniaanse basis. En dat willen we niet, de dictatuur van een natuurlogica.

De helft van de bevolking in de meeste grote steden zal uit zogenaamde migranten bestaan. Zogenaamd, want ze zullen een boeiende mix betekenen van niet-Europese mensbeelden en een consumptiecultuur die voor een grote middengroep amusante momenten oplevert.

Hun sociale integratie zal bestaan uit het aanwenden van de talenten die opborrelen uit deze varianten.

Als we het moeilijk hebben met Waalse allochtonen die onze taal niet machtig zijn, dan staan we ronduit argwanig tegenover migranten en vluchtelingen. De behoefte paal en perk te stellen en te regulariseren bestiert de politieke arena waar binnen een aantal krijtlijnen gestreden wordt. De uitkomst is niet altijd voorspelbaar; de krijtlijnen zijn dat wel.

De integratie van diverse geloofsuitingen gaat een sociale integratie vooraf.

Jammer, denk ik dan. Want het aanboren van een weefsel dat gestoeld is op inhoudelijke dogma’s heeft aanvankelijk een versterking van dat weefsel tot gevolg. Terwijl integratie wil zeggen desatomisering van de eigen fijnmazige cultuur.

Het westers denken is dus grofmazig, maar ook elitair. Wie meer weet, kan meer doorzien. Wie veel doorziet, weet ook. En heeft kans op succes.

Allochtonen opnemen in de zuilen die onze beschaving dragen. Feitelijk zijn ze het al; ideologisch wringt het.

Maar er zijn vele voorbeelden van individuen en groepen die mekaar frequenteren en voor wie er geen clivage bestaat. Zijn dit de wereldburgers? Niet per se. Het zijn lieden die genieten van vrijheid en het daarom anderen ook gunnen.

Taal speelt een belangrijke rol in de migrantenproblematiek. Indien België net als Frankrijk of Nederland 1 landstaal zou hebben, dan zou er geen gediscussieer zijn tussen Vlaams en Waals België.

Maar België bestaat uit Friesland (Vlaanderen), Corsica (Wallonië) en Paridam (Brussel, als samentrekking van Parijs en Amsterdam).

Waarmee ik stel dat in kleine landen diverse gemeenschappen zich al snel als minderheden opstellen. België bestaat enkel uit minderheden. Vandaar dat Nederlanders (die enkel Friezen kennen als gemeenschap die wenst af te scheiden – in Frankrijk zijn Bretoenen en Corsicanen de minderheden) nog steeds zoiets als een Belgische identiteit ervaren. Vlamingen zijn indeed meer gelijkend qua mentaliteit op Walen dan op Nederlanders.

So be it.

Verder is zowat iedereen die op dit territorium zijn mosterd haalt, een underdog. De Vlaming is ook niet-Ollander. De Waal is niet-Fransman. Beiden leven wel met een erfenis die hen respectievelijk bindt met Nederland en Frankrijk. En de Brusselaar is noch Amsterdammer, noch Parijzenaar maar een potpourri qua komaf, gecombineerd met een minderwaardigheidscomplex. De Europese aanwezigheid in Brussel is niets anders dan het dagelijkse bewijs van de onmondigheid van Brusselaars en Belgen. Het Brussels gewest en sommige gemeenten plukken de economische vruchten van de EU- en NATO-aanwezigheid (ten koste van minder begoede bewoners), maar dat geeft hen helemaal nog geen culturele identiteit. De rijkdom van Brussel ligt ‘em in de (numeriek) weinige culturele actors die zich binden in artistieke gezelschappen, muzikale groepen en culinair eclecticisme. De rest is consumptie. Of denkt men nu echt dat de begoede Brusselaar die gaat eten in Matonge plots een persoonlijkheidsverrijking doormaakt? Plots een Afro-Belg wordt? Plots internationalistisch zal gaan handelen (wat dat dan ook mogen betekenen)? Nee, dus. Brussel heeft amper een eigenheid waarmee het zich van Vlaanderen of Wallonië kan onderscheiden. Tenzij een groter cultureel en gastronomisch consumptieaanbod.

Asielzoekers bijten hun tanden stuk op België. En zeker wanneer ze proberen Nederlands te praten. En toch zijn er die erin slagen hun kinderen Nederlands te laten spreken en schrijven. Schandelijk wanneer deze mensen na zo’n gigantische inspanning de deur worden gewezen.

Cynisch dat de minister der Uitwijzingen plots ervoor pleit wie zich nuttig kan maken als asielzoekers door een knelpuntberoep in te vullen, mag blijven.

Humanisme stopt bij het economisch marktdenken. Wij leven niet om onszelf of om ons te ontplooien; wij staan ten dienste van economie, winst en marktprincipes. Voor Vlag en Vaderland wordt vervangen door Voor Markt en Aandeelhouders.

En dus lijdt dit tot utilitair opportunistisch humanisme. Wees onze gast, zolang er werk is. Maar kijk, plots blijven migranten hier hangen en maken hun kinderen weldra de helft uit van de meeste Europese grootsteden. Oei.

Multiculturaliteit wil in Belgische context zeggen dat men veel smaken heeft om achter de kiezen te steken. Maar niet dat men mensen kweekt die diverse culturele eigenschappen verenigen. Bijvoorbeeld door andere culturen te consumeren door hun muziek te beluisteren en hun voedsel achter de kiezen te steken.

Moslims in Vlaanderen. Degene die zich manifesteren op de publieke scène zijn qua uiterlijk migrant, maar cultureel zijn ze westers. Ze geloven wellicht in “iets” (zoals de helft van de Belgen beweert nog in iets te geloven) en ze frequenteren de erediensten (zoals een klein deel van de Belgen communiefeesten en soms een zondagsdienst mee pikken), maar niemand kan hard maken aan een ander dat ze kunnen bewijzen dat hun geloof op meer steunt dan het willen geloven (dus onwetenschappelijk aanvaarden) dat er misschien iets is. Laat staan dat ze kunnen aantonen dat dit “iets” zich überhaupt met hen of met ons zou bezighouden.

Vergeten we dus het geloof en kijken naar de sociale netwerken. Naar inter-familiale en vriendschappelijke verbondenheid. Naar ideologische filières. En zie wat er dan leeft.

En wat merken we?

Er zijn culturele verschillen die niet vatbaar zijn om gladgestreken te worden.

De migrantenzoons en dochters voelden zich slachtoffer en waren boos op hun ouders omdat deze zich niet verzetten tegen onrecht en tweederangsburgerschap.

In die slachtofferrol vullen christenen en moslims mekaar aan. Echter, het christendom is ontstaan als underdog en slachtoffersideologie. En bespeelt dat nog steeds in de symboliek van de gekruisigde. Voor Vlamingen die de Verlichting niet gekend hebben (en er zijn er heel wat!) is het christendom een soelaas, een zekerheid. Zij kunnen er fanatiek in gehuisvest worden. Net als de moslims zich in 1 grote gemeenschap samenklitten. Maar moslims zijn geen underdogs. Zij zijn eerder imperialistisch ingesteld. Net als protestanten en calvinisten de wereld wilden veroveren (tot en met ene George W Bush), is de moslimcultuur gefrustreerd wanneer ze de underdog moeten spelen.

We zitten dus in Vlaanderen met Rooms-katholieken die vol medelijden zijn (en ook van anderen barmhartigheid verwachten) en moslims die tegen hun zin in een slachtofferrol zitten.

Net zoals migranten naast Vlamingen leven, leven Vlamingen naast Walen in België. Wij zijn migrant in eigen land. Of beter, we hebben geen eigen land.

De migrant die op tv wordt opgevoerd is geen migrant meer maar gedraagt zich als een Belg. De migrant uit de tv-series in de jaren 90 was wel een vreemde en werd bespot. Vandaag zijn er op de buis nog steeds klassieke migranten te zien, maar we dringen hun gezin nooit binnen. We tonen enkel aangepaste migranten die carrière maken en plots evengoed de klassieken van de literatuur blijken te kennen. We voeren ze op omdat ze een lekker anders smakend sausje hebben, niet omdat ze anders zijn. Degene die anders zijn, zitten nog steeds in hun getto.

Vlamingen krijgen dus nooit een culturele schok voorgeschoteld waarvan ze kunnen proeven en zich ermee vergelijken.

En voor de meeste Vlamingen zijn de Walen evengoed allochtonen.

België is niet meer omdat zijn inwoners geen Belgen meer zijn. Zo eenvoudig is dat.

Alleen jammer dat die rijkdom om diverse culturen te kennen, verloren gaat.

Alleen jammer dat nationalisten met vlaggen zwaaien en een verleden opdissen dat irrelevant is, en meestal romantisch opgefokt werd.

Alleen jammer dat velen zich wentelen in de cultuur die door de media (en dat zijn de eigen media, zelden deze van een andere gemeenschap) voorgeschoteld wordt.

Natuurlijk zijn de Belgische noblesse en beau monde geen reden om België te eren.

Natuurlijk is België uit de huiskamers verdwenen na de opkomst van de Vlaamse privé-zenders.

Natuurlijk is dit verleden een ver verleden voor wie vandaag opgroeit. En dus een pleidooi om deze inzichten (en de objectieve geschiedenislessen) levendig te houden.

Alleen: wie is er nog geïnteresseerd? Waarom zouden 15-jarigen überhaupt geïnteresseerd zijn in een Belgische identiteit? Zij zijn migrant zonder vreemdeling te zijn. Zij zijn burger zonder natie. Ze zwaaien… op het internet, en niet met vaandels. Ze zijn even ontheemd als de migrant, maar die laatste zou ofwel liefst geïntegreerd worden, ofwel een cultuur-van-afkomst willen beleven -ook al is die deels fictief-, terwijl de nieuwe generatie van ontmoeting naar ontmoeting leeft en zichzelf noch vanuit een geschiedenis, noch vanuit een natie, noch vanuit een gemeenschap profileert. De moderne migrant is een consument die kiest uit merken en producten. En niet uit staten. Hij haalt zijn schouders op wanneer men de wording van zijn natie uit de doeken doet. Dot be is even weinig relevant als albert.be of leterme.be of peeters.be. Hun verleden begint op het moment dat het internet sluit, omdat de laptop wordt uitgeschakeld. Hun verleden ligt opgeslagen in de gelezen berichten van hun gsm. Wie enkel in het heden leeft, behoeft geen verleden. En geen gemeenschap die bij de geboorte als een identiteitskaart opgedrongen werd.

Het ontbreken van geschiedenisbewustzijn maakt openheid mogelijk, omdat men zich niet meer als groep gaat profileren tegenover anderen. Migranten worden naasten die getaxeerd worden op hun handelen, niet op hun komaf.

Bizar besef.

13 september 2007

Daar heb je Rubens weer

Ingedeeld onder: Italië, art, geschiedenis, maatschappij — yilli @ 6:52 pm

Akkoord, binnen 300 jaar zullen ze onze nazaten misschien om de vijf jaar opzadelen met retrospectives over Panamarenko, Fabre en Delvoye. En (iets boeiender) Magritte.

En wij krijgen dus om de zoveel jaar Rubens op ons dak. In 2004 was dat Lille (toen Europese Culturele Hoofdstad) met een resem imposante doeken en een eerbetoon dat mij in mijn pen deed kruipen -zie verder. En ditmaal (in Brussel) lijkt het erop dat men (eindelijk!) de man durft te tonen zoals ie was: een zakenman, conservatief en zijn winkel goed managend. Een PDG van een internationale KMO. Globalisering avant la lettre.

In 2004 schreef ik een column met als titel: Rubens, de triomf van een pedofiel KMO’er?

Dat ging als volgt:

Ik ben Pieter Paul pas beginnen appreciëren toen ik de 30 gepasseerd was. Ik vond zijn taferelen aanvankelijk nietszeggend, de symboliek kreeg geen vat op me en er stond eigenlijk teveel op zijn doeken. Nu heeft de symboliek nog steeds geen vat op me, daar hopeloos gedateerd (net als een hele resem opera’s die gemaakt werden in een tijdperk waarin de inzichten in de menselijke psyche vrij onnauwkeurig en ruw waren) en de expressies op de gezichten blijf ik verdacht pathetisch, en daarom emotioneel te eenzijdig vinden, maar ik heb de hand van de technicus Rubens, zijnde een groot ontwerper die een perfect gevoel voor verhoudingen had en met enkele lijnen niet alleen de omtrekken van een lichaam kon neerzetten maar ook beweging kan brengen en zo een tafereel een tijdsdimensie geeft; die hand dus heb ik weten te appreciëren. Maar ik blijf verbaasd dat men zich in onze lagelandencultuur (en daar reken ik Noord-Frankrijk ook bij dat niet enkel geografisch maar ook antropologisch gesproken m.i. nauw verwant is met onze contreien) blijkbaar aan een vreemde vorm van pedagogie bezondigt door te stellen dat de nieuwe generaties kennis moeten maken met Rubens. Dan ken ik andere kunstenaars die een grotere impact op een modern mens kunnen hebben dan deze dienaar van de contrareformatie. Maar misschien lijden sommige kunstorganisators aan amnesie en zit het vorige Rubensjaar niet meer in hun actieve geheugen geprent. Dat laatste zou me nochtans verbazen want dankzij Pieter Paul en de Antwerpse scene werd in 1977 zowat de culturele marketing uitgevonden. Cultuurtempels à la het Museum der Schone Kunsten hingen vol met vlaggen. De binnenstad werd overspoeld met stoeten, markten, bieren, worsten en broden, allemaal in het teken van PP. In elke winkel (bakker, slager, snuisterijverkoper) zag je Rubens-afbeeldingen die zelfs tot in mijn eigenste ouderlijk huis doordrongen waar een koperen plaat, ter grootte van een meter diameter, aan de schoorsteenmantel werd opgehangen. Wanneer ik alleen thuis was, vond ik het zalig om met een stok op de holle plaat te kloppen en de resonantie te aanhoren – ja, er zat muziek in Rubens, en misschien is het dat wel waarom men nu de merchandisingindustrie opnieuw op ons loslaat.
Mijn vader zaliger bezocht alle tentoonstellingen die er maar te bezoeken waren, en dat was voor mij, als 16-jarige, zeer vreemd. Fier, dat Rubens van hen was, sloeg de volkse Antwerpenaar zich op de borst. 1977 blijft dan ook in mijn geheugen geprent als het jaar waar ik meemaakte dat voetballiefhebbers, elektriciens, huisvrouwen en bouwvakarbeiders enthousiast naar die musea en kerken trokken waar Pieter Paul tentoon was gesteld. Nu begrijp ik waar ik de naïeve hoop gehaald heb dat kunst de massa’s kan inspireren. Sommige naïviteiten moet men een leven lang koesteren, denk ik dan maar troostend.

Rubens kan tekenen en schetsen als de beste; hij was een grootmeester. Hij beheerste de compositie als een topcomponist, ik zei het reeds, en als men in zijn werken troost vindt voor de menselijke ellende, dan mag dat voor mijn part.
Maar –en dat vergeet men steeds te vertellen aan die enthousiaste voetballiefhebbers, elektriciens, huisvrouwen en bouwvakarbeiders- Rubens was een manager die aan het hoofd stond van een grote KMO. Niks romantische ziel, niks miserabele zolderkamer – maar wel een klein fabriekje met een overigens schitterend atelier en een benijdenswaardige binnenkoer waar je vandaag nog de paardenhoeven kunt horen weergalmen. Niks maatschappelijke vernieuwing ook, want Rubens was naast bedrijfsleider ook reclamejongen en hielenlikker van het establishment. En daar wringt het schoentje toch wel. Rubens was enkel maar het product van zijn tijd (een Warholl mét tekentalent), in combinatie met een hoge vorm van opportunisme en marktkennis (een Wim Delvoye die zich aan politici verkoopt). Want dat hij zich prosititueerde om een diplomatieke carrière uit te bouwen, is duidelijk. Zo schilderde hij voor het Schoonverdiep op het Stadhuis een “Aanbidding van de Koningen”, dit dus voor de stad die nog steeds niet bekomen was van de furie der Spaanse troepen onder Farnese, waarbij ze deels vernield was geworden en daardoor cultureel en economisch terplekke bleef trappelen. Welke koningen moesten er indirect aanbeden worden? De Spaanse? Rubens volgde voor hen o.a. de krijgsverrichtingen van Spinola, tot en met het beleg van Breda. Moest Rudi Vranckx vandaag berichten uit de Golfoorlog zoals Rubens dat deed in zijn tijd… men zou Vranckx onmiddellijk beschuldigen van partijdigheid.

Rubens individuele geweten werd vervangen door een van bovenaf opgelegd collectief geloof, met alle punten en komma’s. Cuius regio, illius et religio (wiens streek, diens godsdienst), zoals het sinds de Vrede van Westfalen in 1648 heette. De greep van theoloog en beul werden versterkt. Het humanisme van Erasmus kloeg de vroomheid en haar fundamentele principes die leidden tot bloedbaden, aan. Michel de Montaigne verhief het bestaan tot een zoektocht vanuit kennisdrang én rationaliteit. Francis Bacon weigerde zich op iets anders te steunen dan proef en ondervinding. Hij droomde van een heerschappij van wijzen die over alle landsgrenzen heen hun bevindingen met elkaar zouden uitwisselen. Voor Rubens blijken deze ontwikkelingen niet in zijn levensverhaal voor te komen. Hij leek geen principes te hebben, tenzij die van de contrareformatie. De vernieuwing ging aan hem voorbij.
En die Rubens wordt dus gevierd, op een ogenblik dat extreemrechts en populisten à la Berlusconi of fanatieke Christenen zoals de bende rond Bush de wereld naar hun hand pogen te zetten. In hun wereldbeeld passen de werken van Rubens, maar hebben we nu net geen behoefte aan het tegendeel ervan? Waarom geen Rembrandt-Vondeljaar i.p.v. Rubens? Vondel koos altijd partij voor diegenen die onrecht aangedaan werden en hij durfde te hekelen. Waar hekelde Rubens? En waar zien we in zijn werken de humane droefheid en tastbaar a-religiositeit die te vinden zijn in de portetten van Rembrandt? Of waar zijn de volkse taferelen en dansen (ook één al beweging!) à la Brueghel en diens in zijn werken verborgen kritieken op de inquisitie? Voor Rubens was het blijkbaar altijd rijstpap met zilveren lepeltjes eten… Hij koos enkel voor de zekerheid van een nieuwe orthodoxie, haar schittering, haar proclamatie van de waarheid (die niet meer ‘bewezen’ hoeft te worden).
Rubens huurde massa’s schilders e tekenaars in die zijn schetsen inkleurden, de bloementaferelen (denk maar aan zoon Jan Breughel) op werken penseelden, etc. Op zich niks op tegen, maar wanneer ik vandaag de aanbidders van klassieke werken à la Rubens hoor fulmineren tegen moderne conceptuele kunstenaars omdat deze over te weinig vakmanschap en techniciteit zouden beschikken, dan roep ik: hypocrieten! (dat geroep, die a-religieuze maar o zo existentiële schreeuw à la Munch, mis ik overigens in de werken van Rubens). Hedendaagse conceptuele kunstenaars die hun werken schetsen en het dan laten uitwerken door technici (vaklui) doen net hetzelfde als Rubens. En toch worden zij afgerekend op hun vaardigheid, terwijl het duidelijk is dat men Rubens e.a. verheerlijkt omwille van hun classicisme en ze niet eens vergelijkt met het romantische ideaal van de kunstenaar, noch met de levensdrift van de neo-expressionist.
En Rubens had nog meer gemeen met de Jef Koonsen en Jan Fabres van vandaag. Hij bespeelde de commerce, hij gebruikte reclametechnieken en had een netwerk opgebouwd dat hem o.a. opdroeg diplomaat te spelen.
Rubens was m.a.w. geen kunstenaar, maar een schilder-tekenaar. Rubens maakte geen kunst maar decoratie. Of propaganda. Moest hij vandaag leven, hij zou manager zijn, of handelaar. Of PDG van een reclamebureau. Maar geen artiest, doch zondagsschilder. Voilà zie; hij zal zich nu wel omdraaien in zijn graf.

Maar het strafste vind ik dit: in het jaar dat ene Dutroux berecht zal worden en levenslang achter de tralies zal verdwijnen, eert men een man die naar onze normen pedofiel was, want hij huwde met een 15-jarige deerne. En neukte haar. En dat mag niet, tot spijt van Dutroux en co.
Momentje, dit moeten we toch even relativeren, zeggen historici. De zeden en gewoonten lagen toen anders; je kan geen twee tijdperken vergelijken. In zijn tijd werd wat Rubens deed, als normaal beschouwd. Het kind werd er helemaal niet verdedigd, maar mocht vrij mishandeld worden.
Kijk, ik vind dat dus een zwakke redenering. Op 15 jaar was men in die tijd weliswaar rijper dan in onze tijd, maar Helena Fourment had er als vrouw niet minder een ondergeschikte positie. Bovendien: als men het argument: “men dient de tijdsgeest te eerbiedigen” gaat doordrukken, dan komen we vandaag tot de vaststelling dat (in onze “tijdsgeest”) het individu en de privacy de vrijheid garanderen om anders (“zichzelf”) te (mogen en kunnen) zijn, overheersend is. Waarom verzetten we ons dan tegen pedofiele liefde en –mits instemming van de minderjarige- pedoseksuele praktijken? Omdat we niet altijd de heersende principes doortrekken. Genuanceerd in het leven staan, heet dat dan. Deed Rubens dit? Het valt te betwijfelen, en toch waren er in zijn tijd ook reeds dwarsliggers die tegen de heersende moraal ingingen.
Rubens was een actieve senior avant la lettre. Maar was hij een pedofiel? Of gewoon een ouwe bok die een groen blaadje lustte?
Wie zal het zeggen… Maar ook in dat laatste geval kan men hem bezwaarlijk een gezond voorbeeld noemen voor de aankomende generaties in onze samenleving. Of willen we de Thaïse sekstoeristen het gevoel geven dat ze in goed (groots) historisch gezelschap verkeren…
M.a.w. in Rubens eren we een conservatieve spindoctor die een KMO leidde, zich zo weinig mogelijk kritische vragen stelde en in bed dook met een minderjarige… Spiegel U, moderne jongere, aan deze man waarop we fier mogen zijn.
Iemand enig idee waarom we in 2004 een Rubensjaar van doen hebben?

Nu, amper drie later, is het dus weer van dat. Ik ben de tentoonstelling nog niet gaan bekijken, dus geef ik de initatiefnemers even het voordeel van de twijfel (ondanks de titel- Rubens was geen genie; genieën zijn geen opportunisten). Toch haast ik me eerstdaags naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (ik krijg de kriebels van zulke benamingen; lang leve Bozar) en wie weet pen ik er wel iets over op deze blog.

14 augustus 2006

SS-t: Onzin over Grass.

Ingedeeld onder: filosofie, geschiedenis, media — yilli @ 5:46 pm
(mijn reacties staan in italic)
De late bekentenis van de bekendste Duitse schrijver heeft tot gemengde reacties geleid. Niemand verwijt Grass het lidmaatschap van de Waffen-SS als zodanig, maar velen nemen het hem kwalijk dat hij er nu pas mee voor de dag komt. De historicus Michael Wolffsohn zei bijvoorbeeld dat Grass’ „moralisierendes Lebenswerk” door de kwestie waardeloos wordt.
Integendeel, het wordt er juist door versterkt. Grass zal het een schandvlek in zijn bestaan noemen (zie verder) en hij begrijpt beter dan wie hoe communicatie en manipulatie hand in hand kunnen gaan en de rationalist in de mens bevangen wordt door sentimentaliteit. Levenslessen zijn steeds mogelijke interpraties van het bestaan, en Grass levert de westerse cultuur een mooi staaltje van de impact van schuldgevoelens, en schaamte omwille gemaakte misstappen. Bovendien dient de privé- beslissing van een zeventienjarige niet a priori wereldkundig te worden gemaakt; we hebben hier sowieso te maken met een minderjarige Grass die zware beslissingen nam (thuis weglopen) en echt niet het breedtezicht van de gerijpte auteur bezat. Mogen publieke figuren de perikelen uit de ontbolsteringsfase voor zich houden? Zeker.

Michael Jürgs, die in 2002 een biografie over Grass publiceerde, zei persoonlijk teleurgesteld te zijn. Volgens Jürgs is er sprake van het „einde van een morele instantie”.
Alles wat Grass schreef en zei blijft overeind. De koekoek die de andere jong uit het gekraakte nest duwt, klinkt als volwassen vogel toch niet ongeloofwaardig…

De conservatieve historicus Arnulf Baring is van mening dat Grass respect verdient voor het feit dat hij er toch nog mee voor de dag is gekomen. Maar ook Baring vraagt zich af waarom Grass niet eerder met de waarheid op de proppen kwam. De historicus Hans-Ulrich Wehler vindt de late bekentenis „heikel, omdat hij voor anderen altijd strenge maatstaven hanteerde”. Wehler noemt het zwijgen „een politiek falen”, omdat Grass zich altijd luidruchtig in het politieke debat heeft gemengd.
De enige vraag die m.i. hier ter zake doet luidt: heeft Grass ooit iemand omwille van diens jeugdige sympathieën met het Nazi-regime, neergesabeld in de publieke arena? Zo ja, dan is hij daar aan het balanceren tussen hypocrisie en modder gooien. Zo nee, give us a break…

De historicus is niet van mening dat de morele autoriteit van Grass is aangetast omdat sommige politieke standpunten, zoals zijn vroegere pleidooien voor toenadering tot Polen, door deze kwestie niet minder relevant worden. Maar ook Wehler erkent dat Grass voor toekomstige discussies beschadigd is. „Mensen zullen vanaf nu elk woord van hem op een goudschaaltje leggen. Ze zullen denken: van hem kunnen we nu niet meer alles geloven.”
Op geen enkele manier komt de geloofwaardigheid van Grass in gevaar. Als ik mezelf een oen vind op bepaalde vlakken, dan mag ik toch ook anderen die er nog minder van bakken, oenen noemen. En dit beargumenteren. Want ik kan hun situatie redelijk inlevend inschatten.
Dat ik zelf een oen ben, hoef ik niet (altijd) te vermelden want filosofie en politiek zijn geen games waarin de adrenaline tot een hanengevecht leidt en men eerroof en smaad als waarden hoog in het vaandel voert.
Hoewel ik nog niet zo zeker ben of dit ook van de politiek gezegd kan worden…
Anyhow: de jonge Grass is een product van een tijd waarin het leger een toevluchtsoord kon zijn. Na jarenlange uitschakeling van publieke oppositie en wanneer nostalgische romantiek (de bloed&bodem van de nazi-ideologie) hand in hand gaat met een overheersende clan die een tribaal gevoel poogt op te roepen waarin de eigen loftrompet quasi permanent de huiskamer inschalt, is het niet altijd makkelijk om als eenling stand te houden.
Dat iemand die op alle mogelijke wijzen intolerantie bestreden heeft en anderen ruimte liet zich te ontplooien, zou mogen worden afgerekend op een ado-misrekening, is ronduit laf en gemeen. Moeten degene die zich publieklijk als moddergooiers zonder gegronde argumenten opstellen, misschien een koekje van eigen deeg krijgen en moeten hun woorden op hun hidden agenda’s en kleine kantjes bekeken worden?

10 mei 2006

Tekeningen uit Buchenwald van Georges Despaux

Ingedeeld onder: geschiedenis — yilli @ 7:59 am

“The opposite of love is not hate, the opposite of hope is not despair, the opposite of mental health and common sense is not madness, and the opposite of memory does not mean to forget, but it is yet, again and again, indifference.” (Eli Wiesel, Nobelprijswinnaar voor de vrede 1986; Oud-gevangene in Buchenwald)

Georges Despaux werd in februari 1944 gedeporteerd naar Buchenwald waar hij er in slaagt op stukjes klad- en afvalpapier tekeningen te maken: meer dan honderd indringende portretten van (en schimmen van) medegevangenen – ook van Belgen -, schetsen en oefeningen, scènes uit het dagelijkse leven van het kamp, van de barakken en andere gebouwen, de latrine, de lijken… Hij bewaart de tekeningen tot de bevrijding. 170 ervan schenkt hij aan zijn vriend, een jonge Belgische politieke gevangene die hij in Buchenwald leerde kennen.

In de Bib van Leuven zijn deze werkjes (des documents humains) te bekijken tot 11 juni.

Blog op Wordpress.com.