“Ik ben tot het besef gekomen dat het enige geluk in deze wereld bestaat uit het observeren, bespioneren, gadeslaan, nauwkeurig onderzoeken van jezelf en anderen, uit niets anders te zijn dan een groot, wat glasachtig, wat bloeddoorlopen, strak starend oog (…) ik ben gelukkig dat ik naar mijzelf kan kijken, want ieder mens is boeiend – ja, werkelijk boeiend!” (Nabokov, Het oog)
Troostende en tegelijk vitale gedachten die het leven kracht, diepte en intensiteit geven en een mens doet zeggen: blij dat ik even in de kosmos bestond.
En o ja, een bron van spiritualiteit. En dan doel ik niet op geesten, goden, new age en andere oppervlakkige sausjes.